HET AVONDMAALSFORMULIER
VERVOLGARTIKEL NUMMER 14
Samenstelling en inhoud.
Terwijl de Tafel in gereedheid wordt gebracht, zal in de regel door de gemeente gezongen worden. Onze psalmen geven gelukkig overvloedige keuze.
De nodiging geschiedt daarna tot de broeders en zusters der gemeente „in de Naam van Jezus Christus, Gods Zoon". Hij is de Gastheer; niet de predikant. Het is de Koning, Die met wijsheid en liefdevolle tegemoetkoming Zijn Dis laat aanrichten en de gemeente toeroept: „doet dat tot Mijn gedachtenis!" Dat degenen, die Zijn verschijning hebben lief gekregen dan niet naderen als tot een plaats van terechtstelling! Maar laten zij naderen met een vrijmoedigheid, die overeenkomt met die, waarmede het hart toegaat tot de troon der genade, in al z'n klachten hopende op Zijn onfeilbaar Woord. Over die gestalte des harten zou zeer veel te zeggen zijn. Eigenlijk vloeit dat reeds voort uit hetgeen gezegd is in verband met de verschillende onderwijzingen in het Avondmaalsformulier.
Er is ontzaglijk veel geschreven over datgene, wat er vóór, tijdens en na de bediening van het. Sacrament in het hart van de Avondmaalganger behoort om te gaan. Ik noem nu alleen maar van Petrus Immens: de godvruchtige Avondmaalganger; en van Matthew Henry, de Bijbelverklaarder, een breedvoerig, warm gesteld werk, dat in het Nederlands is vertaald onder de titel: „Aan Zijne Tafel".
Het beste zal zijn, wanneer men begint met alle mensen uit het oog te verliezen, opdat er voor niemand anders plaats zij dan voor Hem, Die de enige en volkomen Zaligmaker is van verloren zondaren. Van Petrus, Jacobus en Johannes werd op de berg der vergelijking gezegd: „zij zagen niemand dan Jezus alleen". Maar dan zal daarvoor en daarna ook de band versterkt worden met degenen, die mede van Christus zijn.
Het oog geeft zichzelf geen licht. Ook de mensen, de dieren, de bloemen en de planten, de voorwerpen rondom ons heen geven ons geen licht. Het is de Zon, die het licht geeft en de dingen rondom ons heen in haar licht stelt. Dat het oog functioneert blijkt niet daaruit, dat het oog zichzelf ziet. Maar het ziet het licht, dat van boven straalt. Zo ook ziet het oog des geloofs het licht van de Zonne der Gerechtigheid Jezus Christus. Dat zien zal menigmaal gebrekkig zijn omdat ons geloof met allerlei ongelovigheid te kampen heeft. Maar het openbaart zich in het „zien op Jezus" als de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs. Het is het werk van den Heilige Geest voor Hem plaats te maken, het hart op Hem te richten, opdat wij al ons heil alleen van Hem verwachten.
Over het algemeen kenmerken onze Avondmaalsvieringen zich meer door ernst dan door blijmoedigheid. Ook in ons formulier overweegt de ernst. Het gaat ook om diep ernstige dingen in de kennis van zonde en genade, in onze verlorenheid en in de verlossing door Jezus' bitter lijden en sterven. De blijmoedigheid, die toch niet ontbreken mag, is veelal gelegen in het overdenken van de rijkdom der vertroosting, die de Here Zijn kinderen biedt. Meer dan in luide jubel, die menigmaal ten onrechte wordt aangezien voor de blijdschap des geloofs.
In een Avondmaalsprediking van R. Erskine over Zach. 13:7 zegt deze uitnemende Evangelieprediker: Eindelijk, kunt gij zeggen dat gij u beschouwt als een der armste schepsels, die in de wereld zijn, arm en nooddruftig, ontbloot van alle goed, genade, geloof, liefde, bekering, heiligheid in en op u-zelf aangemerkt, maar dat gij een oneindige volheid in Christus ziet, die al uw gebeden kan vervullen en waaruit gij ook begerig zijt vervuld te worden, met alles wat gij nodig hebt, zo dat gij zelfs de hemel tot getuige kunt roepen, dat gij in Hem, Die alles en in alles is, begeert gevonden te worden door het geloof? Kunt gij in waarheid op deze dingen ja en amen zeggen? O, arme ziel! dan vermaan en beveel ik u in de naam des Heren der heirscharen, dat gij u tot deze heilige verbondstafel begeeft".
De situatie der verschillende gemeenten is uiteenlopend. Soms zal er aanleiding zijn om met een enkel woord de nodiging te onderstrepen en kan dit dienstbaar zijn om het schroomvallige hart naar de Tafel te geleiden. Maar te sterk mag de toegang ook niet weer gebonden worden aan de gevoelens en overdenkingen van het laatste ogenblik. Reeds voordien moet het de gemeente duidelijk aangezegd zijn, dat Christus al Zijn gelovigen, die al hun hulp en al hun kracht alleen van Hem verwachten, van dit brood te eten en van deze drinkbeker te drinken bevolen heeft. (Heid. Cat. vr. 75).
Wanneer de gasten nu gezeten zijn, waarbij het hart een biddende gestalte drage, neemt de dienaar van het brood en breekt het. Hij spreekt daarbij de in het formulier aangegeven formule. Hoe die moet luiden is niet zo eenvoudig als bij de H. Doop. Daar liggen de woorden in Matth. 28 : 19 eenvoudig voor ons. Bij het Avondmaal is het moeilijker. Vandaar de verscheidenheid ook in de tijd der Reformatie. Luther gebruikte de woorden: Het lichaam van onze Here Jezus Christus beware uw ziel ten eeuwigen leven".
Een van de oudste Gereformeerde vormen is die, welke in Straatsburg gebruikt werd en aldus luidde: „neemt, eet, dit is het lichaam van Jezus, dat voor u in de dood is overgeleverd".
In het algemeen hebben de Gereformeerde liturgische formules hun bewoordingen ontleend aan 1 Cor. 10 : 16: het brood, dat wij breken is de gemeenschap met het lichaam van Christus". En bij de drinkbeker: de drinkbeker der dankzegging, die wij dankzeggende zegenen, is de gemeenschap met het bloed van Christus".
Ons formulier, zoals het door Datheen uit Heidelberg is overgenomen, beperkte zich oorspronkelijk tot deze, direct op het Sacrament wijzende, woorden. Later werd bepaald, dat aan deze korte formule zouden worden toegevoegd de woorden: „neemt, eet, ge denkt en gelooft, dat het lichaam van Jezus Christus gebroken is tot een verzoening van al onze zonden". En dienovereenkomstig bij het opheffen van de drinkbeker: „neemt, drinkt allen daaruit; gedenkt en gelooft, dat het dierbaar bloed van Jezus Christus vergoten is tot verzoening van al onze zonden".
Deze toevoeging sluit aan bij de inzettingswoorden uit 1 Cor. 11 en wil de betekenis van het Sacrament nog eenmaal duidelijk aan de Disgenoten voorstellen. Het is niet mijn bedoeling de argumenten voor en tegen deze toevoeging te bespreken. Sommigen beperken zich nog steeds tot de formule uit 1 Cor. 10. Andere spreken de uitvoerige bewoordingen uit.
Wanneer nu zowel het brood als de beker uitgedeeld zijn en aan de Tafel rondgaan, ds het èn voor de broeders en zusters, die toetraden èn voor de Dienaren zelf m.i. nodig, dat het gebruiken der tekenen geschiede onder stille overdenking. Er is een ogenblik van rust nodig om iets van hetgeen de Here door deze zichtbare tekenen en zegelen tot ons gemeenschappelijk en persoonlijk te zeggen heeft, tot ons te laten doordringen. Het is de Heilige Geest, die het geloof werkt door de verkondiging van het Evangelie en het sterkt door het gebruik van de Sacramenten. Daartoe wil de Heilige Geest aan deze Tafel ook werkzaam zijn. Hij vestigt ditmaal de volle aandacht op de tekenen; en door deze tekenen op de grote inhoud van het Woord, om de prediking van de verzoening in Jezus Christus en Dien gekruisigd, ons voor ogen te stellen en te bekrachtigen. Daarom zullen de Avondmaalgangers er behoefte aan hebben hun gedachten daarop te mogen richten.
Het formulier verbindt aan de eigenlijke viering van het Avondmaal Schriftlezing en psalmgezang.
Er staat: „terwijl men communiceert ..." Dat is een woord, dat wij in ons kerkelijk spraakgebruik praktisch niet meer tegenkomen, omdat het woord „communie" ons te zeer doet denken aan de Roomse misvorming. Toch is het een mooi woord: communiceren nl. gemeenschap oefenen.
Nu: „terwijl men communiceert zal men stichtelijk zingen of sommige hoofdstukken lezen, ter gedachtenis aan het lijden van Christus dienende". Het formulier noemt met name Jesaja 53 en Joh. 13-18. Het formulier zegt erbij: of dergelijke. Want de keuze is rijker, maar zij er altijd wel op gericht het verzoenend 'lijden en sterven des Heren in het miiddelpunt te stellen. Het gaat immers om de verkondiging van Zijn dood. Verschillende psalmen, gedeelten uit de Profeten, maar niet minder uit de Brieven (ik denk o.a. aan de Hebreënbrief) komen hier in aanmerking.
Het houden van een toespraak aan de Tafel was, meen ik, vroeger meer gebruikelijk dan tegenwoordig. Persoonlijk ben ik in de latere jaren er van teruggekomen. Men moet niet alleen de Avondmaalvierende gemeenteleden, maar ook de dienaar des Woords enige ogenblikken van persoonlijke overdenking geven. Daaraan kan de Schriftlezing uitmuntend richting geven. Wil men toch de toespraak behouden, dan moet die m.i. kort zijn en zo, dat zij de hoofdzaak samenvat. De innerlijke gesteldheid der Avondmaalgangers kan door verschillende oorzaken ook in de voorbereidingstijd uiteenlopend zijn. In het grote middelpunt van het kruis van Christus zullen zij allen het dichtst bij elkander komen.
Een uitnemende gewoonte lijkt mij iedere Tafel, terwijl de Avondmaalgangers nog gezeten zijn, met het zingen van een toepasselijk psalmvers te besluiten. Sommige gemeenten gebruiken daarvoor steevast psalm 116. Maar, hoewel deze zich bijzonder leent voor de vertolking van hetgeen de harten vervult, zijn er toch zovele andere psalmen, die zingen van zonde en genade, schuld en vergeving, geloof en vertrouwen, dat we gaarne van die rijkdom gebruik maken.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's