AANNEMELIJKE VRAGEN
Wie is de mannelijke Zoon?
Onze vrager, N.L., las onlangs een brochure, deze trouwe lezers stellig niet ontgaan, waarin op het eind verwezen werd naar Openbaring 12. De profetie van vrouw, kind en draak. Hij las dat de vrouw verschijnt als beeld van de kerk. Vrager wil dat, schrijft hij, accepteren. Maar dan komt hij daarmee toch in moeilijkheden.
Wie is dan haar mannelijke zoon (12 : 5)? Christus? Die is niet door de kerk voortgebracht. Openbaring beschrijft ons de toekomst. Is die mannelijke zoon dan de gemeente die straks opgenomen wordt?
Met de schrijver van de brochure en met de vrager accepteer ook ik dat de vrouw en moeder uit Openbaring 12 de kerk is of de gemeente.
In het laatste Bijbelboek worden ons getoond de dingen die haast geschieden moeten. Dat houdt niet in, dat we van de komende en afsluitende gebeurtenissen gedwongen worden te menen, dat dergelijke nog nimmer plaats grepen. Van de dingen die haast moeten geschieden geldt evengoed de wijsheid van de Prediker, dat er geen nieuws onder de zon is. „Hetgeen er geweest is dat zal er zijn." Iets anders is dat de evenementen in hevigheid en omvang de haren ten berge doen rijzen. In die zin geldt „hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal".
Openbaring geeft ons derhalve profielen. Historische en profetische profielen. Raambeschrijvingen, waarin tal van gebeurtenissen van heden, verleden en toekomst zeer wel zijn in te passen.
Zodoende verwerp ik niet de exegese, die in de vrouw bekleed met de zon en met de maan aan hare voeten verbeeld zich het oude Bondsvolk. Immers in de lendenen van dit volk was, voor zoveel het vlees aangaat, Christus. Wanneer vervolgens sprake is van de rode draak mogen we vrijmoedig denken aan Farao en aan zovele vijanden, die het voorzien hadden op de ondergang van het zwaarst beproefde volk.
We mogen en moeten, gelet op de reportage, wel voor ons zien de figuur van Maria, de moeder des Heeren, die als hoorderes en bewaarster van het Woord Gods behoort tot de leden van Christus' gemeente.
Maar tenslotte gaat het inderdaad ook om de vervolgde kerk door alle eeuwen heen, die aanhoudend in barenswee verkeert tot de voleinding der wereld.
De zwangere vrouw is aller moeder. In de felle agressie van de grote rode en grimmige draak zien we hoe de eeuwenlange oorlog, die in het paradijs verklaard werd tussen vrouw en slang, vrouwezaad en slangezaad, voortwoedt.
Wie is dan haar mannelijke zoon? Vrager laat me niet los. Ik meen, dat hier wel degelijk mag gedacht worden aan Christus, ondanks de bedenking in de vraag vervat, dat Christus toch niet door de kerk is voortgebracht. Neen, Hij is niet voortgebracht, doch wordt wel, dacht ik, door de gemeente voortgebracht.
Laat ik beginnen met een aanhaling uit de kanttekening van onze Statenvertaling, waar ik beslist respect voor heb. „Namelijk om Christus, door het Evangelie te baren en een gedaante te geven in de harten der uitverkorenen Gods door de gehele wereld, gelijk Paulus spreekt Galaten 4 : 19. U kent de tekst: Mijne kinderkens, die ik wederom arbeid te baren, totdat Christus een gestalte m u krijge. En verderop: zo is het wel zo gevoegelijk, dat dit ook van Christus zelf worde genomen, en van zijn geestelijke geboorte door de gehele wereld in het hart en in de belijdenis der gelovigen, door de dienst der kerk; tegen welken Christus en zijne geestelijke geboorte de satan zich met alle geweld en list heeft gesteld". Noteer de uitdrukking geestelijke geboorte.
Belijdt niet de gemeente — al is in zekere zin dus het kindeke ook de gemeente niettemin — dat zij niet meer leeft maar dat Christus in haar leeft? De grondregel, dat Hij moet wassen en ik minder worden gaat in deze situatie ook ontroerend in vervulling. Petrus op zijn beurt beschrijft hoe het eervolle deelhebben aan het lijden van Christus in feite beduidt, dat Hij, voorzover het de vijanden betreft, wordt gelasterd en, voorzover het de gemeente aangaat, wordt verheerlijkt. Als de leden smarten dulden, ondergaat het Hoofd de grieven bovenal. Toen Paulus als briesend leeuwenjong de gemeente Gods vervolgde kreeg hij te horen: Wat vervolgt gij MIJ?
Het is uitermate dienstig en vertroostend om in de feilbewogen en chaotische tijd, waarin wij de hoge opdracht hebben te leven, kennis te nemen van de grondpatronen en van de matrijzen van het lijden en van de bestrijding, waaraan in gemeenschap en verbondenheid met Jezus Christus, de uitverkorenen door alle tijden en over geheel de wereld deel hebben.
Uw tegenpartij gaat om. Hebben we jiiet indien van nieuws geboren de hete adem gevoeld van de grote rode draak, toen het nieuwe leven doorbrak en de nieuwe mens gestalte ontving? De draak heeft het voorzien op heel de gemeente en op elk lidmaat afzonderlijk.
Hoe van node is de bede: Uw Koninkrijk kome: dat is o.a. verstoor de werken des duivels en alle geweld dat zich tegen u verheft, mitsgaders alle boze aanslagen.
Op die manier is Gods gemeente in barenssmarte toen en nu. (Verg. Gal. 4 : 29). Maar het geloof weet ook gans onbevreesd te werpen op de Heere.
Derhalve smaakt 's Heeren gunstgenoot ook wat in Openb. 12 vers 5 aan het einde staat. Het kind werd weggerukt tot God, want het leven van het geloof is met Christus verborgen bij God.
Om deze oorzaak buig ik mijn knieën, zegt de apostel, opdat Christus door het geloof in uwe harten wone.
De draak in kraamvertrek en in de kinderkamer. Het kan niet uitblijven, want hij is zeer bloeddorstig. Geen nood echter, want het leven is Christus en het sterven gewin. De verdrukking juist openbaart Christus, die het leven is. Het leven dat de draak verslinden wil maar niet kan. Farao, Herodes, Pilatus, volk en heidenen, anti-christ en duivel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's