De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK ZONDER ILLUSIES

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK ZONDER ILLUSIES

10 minuten leestijd

De laatste tijd is de structuur van de kerk nogal onderwerp van gesprek geweest. We behoeven maar te denken aan de nota „Schaalvergroting", waaraan door onze voorzitter en drs. Exalto uitvoerig aandacht is besteed.

Nu is het zo dat de ontwikkelingen die er ten aanzien van de kerk in ons land aan de gang zijn niet op zichzelf staan. Ze staan in het bredere verband van wat er binnen de wereldkerk, of wil men binnen de kerk in het Westen aan de gang is en van de ontwikkelingen die op theologisch gebied te signaleren zijn, ook buiten onze grenzen. Je zou kunnen zeggen dat de secularisatie die de kerk van het westen in haar greep houdt en die zo langzamerhand theologisch is aanvaard of zelfs positief gewaardeerd, nu tot gevolg heeft dat de structuren van de kerk aan een grondige revisie worden onderworpen.

Een duidelijk model van een dergelijke revisie wordt geboden in een boek van de redacteur van het kerkblad in Zürich, Hans Heinrich Brunner, zoon van de bekende theoloog Emil Brunner. De titel van dit boek luidt (vertaald): Kerk zonder illusies. Misschien is het goed om van dit boek enkele hoofdtrekken weer te geven. Niet omdat er zoveel stichting van uit gaat, ook niet omdat er zulke Schriftuurlijke lijnen in worden getrokken, maar om te laten zien hoe de ontwikkelingen die er aan de gang zijn een raderwerk vormen, waarin alle radertjes bij elkaar horen. Wanneer je de dingen die op zichzelf niet zo gevaarlijk lijken in een groter verband ziet staan, dan komen de draagwijdte en de uiteindelijke consequenties ervan beter tot hun recht.

Toekomstbeeld.

Brunner geeft in zijn boek eigenlijk een soort prognose van de Zwitserse kerk na 7 juli 1983, de datum waarop in Zwitserland de scheiding tussen kerk en staat voltrokken zou worden en de Zwitserse kerk zou ophouden volkskerk te zijn. Deze constructie is op zichzelf niet zo belangrijk, veel meer gaat het er om dat Brunner in dit boek aangeeft hoe hij momenteel denkt over de kerk van de toekomst. Het raam waarin hij zijn gedachten giet komt dan uiteindelijk op de achtergrond te staan.

Welnu, laten we zijn gedachten successievelijk volgen. De kerkstructuur moet drastisch worden gewijzigd, want steeds minder mensen zullen behoefte hebben zich bij de kerk aan te sluiten. Hij noemt een vermindering van het aantal kerkleden van 69, 2% binnen 10 jaar (1980-1990). Er zullen nog wel mensen zijn die zeggen tot 't protestantisme te behoren, maar die zich niet aansluiten bij de kerk. Vanwege de vermindering van het aantal kerkleden zal de kerk derhalve tot herstructurering moeten overgaan. De eigenlijke gemeente, zoals die zich altijd rondom een predikant groepeerde, zal verdwijnen. In de plaats daarvan komt de streekgemeente waarin een bepaalde staf werkzaam is bestaande uit theologen, economen, sociologen, leraren, sociale werkers etc. Dit comité zou dan een presbyterium zijn zodat de presbyteriale structuur van de kerk gehandhaafd zou blijven. Op plaatselijk niveau functioneren een aantal groepen voor speciale diensten, b.v. voor contactbezoek aan nieuw ingekomenen, voor zielzorg, voor gemeentebijeenkomsten, financiële zaken, jeugdwerk, bejaardenzorg etc. Het presbyterium van de streekgemeente benoemt een comité dat preekdiensten in de diverse plaatsen binnen de streekgemeente regelen moet. Het is verder niet meer zo dat er elke zondag in elke plaats kerkdiensten gehouden zullen worden, en de diensten die gehouden worden zijn o.a. vakantiediensten, jeugddiensten en themadiensten die ook door niet-theologen kunnen worden geleid, al naar gelang het aan de orde gestelde thema.

De predikant.

Zoals gezegd verdwijnt de gemeente rondom de predikant. Er zijn zelfs geen dominees meer: „wanneer kinderen bij ouderen of in een boek het woord dominee tegenkomen, dan moeten ze de betekenis daarvan laten verklaren. In hun eigen wereld komen geen dominees meer voor." De theoloog vindt ander werkterrein, namelijk als godsdienstleraar, bij de massamedia (radio, T.V. en pers), in speciale diensten, zoals bij consultatiebureaus, als vormingsleiders, als docenten of leiders van oecumenische centra of als docenten aan universiteiten. Ook in de prediking mag hij meedoen. Maar hij niet alleen, ook de gemeenteleden hebben die mogelij k-hid. „De kerk leeft niet van de dominees, ze leeft in al haar leden of ze is dood." „De theoloog leeft nu eindelijk als mens onder de mensen, niet gehinderd door een ambtsbegrip dat het persoonlijk contact heeft belast."

De samenkomst van de gemeente.

Wil op een of andere manier de gemeente bestaan dan moet zij samenkomen om de „boodschap van Christus" te horen maar die samenkomst is aan geen sacrale stijl gebonden en niet tot heilige dagen beperkt. Weliswaar vinden zulke samenkomsten hoofdzakelijk op zondag plaats maar meer uit praktische dan uit religieuze overwegingen. De heiliging van de werkdag is even belangrijk als die van de zondag en het wegvallen van de samenkomst van de gemeente op de zondag is geen ontheiliging van die dag. De naam godsdienstoefening heeft overigens voor de samenkomst van de gemeente afgedaan.

Eenmaal per kwartaal kan in zo'n gemeentesamenkomst opname van nieuwe leden plaats vinden en de doop worden bediend voor zover die tenminste wordt gewenst. In plaats van de traditionele avondmaalsviering komen de „Eucharistie" en de „Agape". Aan deze Vormen van avondmaalsviering (gemeenschapsmaal, liefdemaal) kunnen ook de kinderen deelnemen, zodat er een band ontstaat tussen de gezinnen. De trouwplechtigheid in de kerk verdwijnt. De geldigheid van het huwelijk is namelijk van geen religieuze handeling afhankelijk. Ieder rechtmatig gesloten huwelijk wordt door de kerk als zodanig erkend. Wel kan een kerkelijke inzegening plaats vinden op genoemde, gemeentesamenkomsten, waartoe alle pasgetrouwde paartjes, ook die niet tot de gemeente behoren, worden uitgenodigd.

En tenslotte verdwijnt ook de kerkelijke begrafenisplechtigheid; de begrafenis wordt een civiele aangelegenheid.

Godsdienstig onderwijs.

Ten aanzien van het godsdienstonderwijs worden drie fasen onderscheiden. In de leeftijdsperiode van 4-11 jaar worden de kinderen verzameld in een kinderuur of verteluur, teneinde hen vertrouwd te maken met de Bijbelse geschiedenis.

In de puberteit wordt geen godsdienstonderwijs gegeven, omdat de kinderen op die leeftijd door andere ervaringen worden opgeëist en religieus weinig toegankelijk zijn. Ze worden wel uitgenodigd (maar niet verplicht) tot de jeugddiensten.

Voor de oudere jeugd wordt een tweejarige cursus voor „evangelische levenskennis" georganiseerd, waar inprenting van dogma’s en geboden verboden is en waar bijzondere aandacht wordt besteed aan het diaconale aspect van het evangelie.

Ook komt er een scholing voor volwassenen. De vroegere prediking als „profetische monoloog" voldoet niet ter onderwijzing van de gemeenteleden, want de mondige mens heeft recht op woord en wederwoord of vraag en tegenvraag. Het gesprek, de uitwisseling van ervaringen, waarbij theologen en niet-theologen als gelijken aanwezig zijn, is daarvoor het meest geschikt. Bovendien hebben allerlei categorieën binnen de gemeente hun eigen levensvragen zodat uniforme antwoorden op levensproblemen onmogelijk zijn geworden.

Op deze manier worden de gemeenteleden gevormd tot dienst (diaconia) aan de wereld. Want de evangelische diaconia is er voor de wereld. De kerk is er voor anderen. De kerk sluit zich niet meer op in eigen verbanden en wordt daarom door de mensen veel onbevangener dan tot nu toe het geval was tegemoet getreden. De kerk presenteert allerlei dingen immers veel vrijblijvender. Dit „niet opdringen" toont de kerk ook in haar gebruik van de massamedia. Die worden niet misbruikt voor kerkelijke propaganda, maar aangewend voor opvoeding, berichtgeving, cabaret (om de gedachte van een humorloos christendom te logenstraffen), interviews en discussies.

Kortom de dienst, het engagement met de wereld zijn de hoofdkenmerken van de kerk geworden.

Kerk zonder toekomst.

Aan het slot van deze (summiere) weergave van Brunners boek willen we nog enkele kanttekeningen maken.

De titel van het boek is: kerk zonder illusies. Na lezing zeg je: kerk zonder boodschap. Een dergelijke conceptie is de doodsteek voor de kerk. De kerk is een modern bedrijf geworden, een sociaal instituut tot meer of minder nut van het algemeen, en een aantal vakspecialisten runnen de zaak én bouwen een zodanig apparaat op dat ook hun opvolgers in ieder geval werk zullen hebben.

Nergens komt in deze conceptie voor de bijbelse gestalte van de gemeente. De nieuw-testamentische gegevens over de gemeente komen niet aan de orde, de naam des Heeren wordt niet genoemd, en over Christus wordt alleen gesproken in het kader van de navolging, van de dienst aan de wereld.

De Bijbelse verkondiging van zonde en genade, van oordeel en verzoening, wat toch wel het hart van de samenkomst van de gemeente mag worden genoemd, komt nergens uit de verf. Slechts wat de mens in zijn dagelijkse situatie interesseert komt in het blikveld van de kerk.

Een kerk die op deze manier uitverkoop heeft gehouden, als door Brunner wordt gesteld, zal ten enenmale falen in haar opdracht om wet en evangelie, bekering en wedergeboorte, verzoening en verlossing te prediken aan zondaren. En al het andere wat zij dan nog predikt zal niet meer zijn dan een loze huls. Op deze manier wordt gespeeld met de zielen die aan de hoede van de kerk zijn toevertrouwd. Dat het bloed der zielen van de hand der dienaren zal worden geëist wordt niet meer beseft.

Het zal geen wonder zijn als op deze manier de kerk een ontstellende vermindering van lelden te zien zal geven. De kerk is in de .maatschappij niet meer dan een vereniging naast andere. En dan zullen er ongetwijfeld verenigingen zijn waar het minstens even gezellig toeven is of gezelliger.

De kerk zal van haar levenssappen zijn ontdaan. Wat zij nog te bieden heeft zijn misschien uitgeperste citroenen, waarvan het sap dat er nog in zit zuur is. Maar er is geen druif meer om te eten (Micha 7 : 1).

Overigens wordt de vermindering van kerkleden in moderne visies als boven geschetst niet als zo ernstig ervaren. Op z'n minst wordt gesuggereerd dat de kern die overblijft een echte kern is, bereid en in staat tot dienst aan de wereld. Hier wordt in feite de doperse ondeugd, om de kerk te reduceren tot haar zuivere kern, tot deugd verheven zij het in totaal andere zin. Onkruid is er niet meer. Het is allemaal tarwe.

Gevaren.

Het kan nodig zijn de gevaren te signaleren die er steken achter dit soort constructies, zoals die - worden gegeven in het boek van Brunner. Men zou kunnen zeggen dat het hier de visie van een voorlopig onbekende Zwitser betreft. Toch is dit een vergissing. Want hier vinden we de richting waarin het moderne theologische denken koerst. De dingen staan niet los van elkaar. Ook in onze kerk dringen steeds weer gedachten door die in dezelfde richting wijzen als het boek van Brunner. Brunner zet de dingen alleen maar op een rijtje. We behoeven maar te denken aan de streekgemeenten. Op zichzelf zou deze schaalvergroting onschuldig kunnen lijken. Hoeveel gemeenten zijn er niet die in feite streekgemeente zijn, met name b.v. ook in afgescheiden kerken. Maar hier zit veel meer achter. Want uiteindelijk wordt het presbyteriale karakter van de kerk aangetast. Want het presbyterium, dat in het begin van dit artikel werd genoemd, is niet anders dan een regelingscomité. Het ambtelijk karakter van de kerkeraad is verdwenen. De presbyter, d.w.z. de ouderling is schaakmat gezet. Er is geen toezicht meer op de leer en het leven. En dan te bedenken dat de ouderling de pion was waarmee de Reformatie de paus schaakmat heeft gezet (van Ruler).

Zo is er meer te noemen. De themadiensten met niet theologen als voorgangers hebben ook in onze kerk al hun intrede gedaan. De avondmaalsdiensten met kinderen zijn pas ook aan de orde gesteld. De categorale diensten, de zondagen zonder prediking, het bepleiten van een andere gerichtheid van de theologische studie, niet meer op het herder zijn van de gemeente maar op de dienst aan de wereld, het zijn alle dingen die in onze kerk of al in volle gang zijn of sterk bepleit worden.

Het is te hopen dat de kerk mag blijven een verkondigster van goede boodschap, anders blijft slechts een skelet over en het leven zal elders bloeien.

Huizen  J. v. d. Graaf

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERK ZONDER ILLUSIES

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's