BOEKBESPREKING
Dr. C. Augustijn, DE MARTELAAR EN ZIJN GETUIGENIS, openbare les, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van lector in de faculteit der godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam (7 okt. 1966), 27 pag., uitgave J. H. Kok, Kampen, 1966.
Drs. J. Plomp, PRESBYTERIAAL-EPISCOPAAL? , rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar aan de theologische hogeschool te Kampen (6 okt. 1967), 39 pag., prijs ƒ 1,95, uitg. J. H. Kok, Kampen.
In de openbare les over de martelaar en zijn getuigenis door dr. C. Augustijn, de eerstgenoemde van bovenvermelde uitgaven, wordt de vraag beantwoord, die de Romeinen twee eeuwen lang heeft beziggehouden: wat beweegt de Christenen ertoe zo halsstarrig te zijn, dat zij zelfs de brandstapel en de doodsstrijd met de wilde dieren voor hun overtuiging over hebben? Aan de hand van de meest betrouwbare, vroege martyria, die nauwkeurig onderzocht worden, worden ons hier de hoofdlijnen getekend van het getuigenis dergenen, die het Lam volgden tot in de dood. Hun vastberadenheid, hun geloof in God de Schepper, Die alles beheerst, dwars tegen het geloof in de afgoden der Romeinen in. Christus houdt door de martelaren Zijn zegetocht. In hen zet Zijn lijden zich voort in dat van de kerk. Een afschuwelijk lot voor degenen, die Christus liefhebben. - Maar door hen alszodanig niet ervaren. Want zij kennen een heerlijke hoop. Zij zijn immers slechts vreemdelingen pp de aarde? ! In deze boeiende en leerzame brochure gaan al deze dingen weer voor ons leven. We zijn dankbaar, dat ze is uitgegeven; fijn dat ieder, die 't wil, er kennis van kan nemen.
In de tweede verhandeling, die evenals de andere opent en sluit met de gebruikelijke toespraken, wordt een heel ander onderwerp aan de orde gesteld. Bepaald geen halszaak, zodat men er zichzelf levend voor zou willen laten verbranden. En toch een zaak van geweldig belang. Drs. Plomp komt in deze rede tot de conclusie, dat het verlangen naar een kerk, die zowel lokaal als generaal beter als kerk functioneert en een doeltreffend pastoraat over de ambtsdragers uitoefent, de wens rechtvaardigt naar een meer episcopale inslag in het preabyterianisme. Met deze conclusie bevindt hij zich wel helemaal tegenover de generale Synode der Gereformeerde Kerken van Apeldoorn (1961-'62), die de figuur van de pastor pastorum (de dominee der dominee's) afwees. Volgens drs. P. is de stelling, dat het presbyteriaal-synodale stelsel het enig Schriftuurlijke is, niet langer vol te houden. Er is allereerst inzake de ordening van het gemeenteleven Blijkens de gegevens van het N.T. een grote verscheidenheid geweest. Zelfs wanneer men met Bronkhorst en Polman (e.a.) wil vasthouden, dat de tendens van het N.T. toch wel ligt in de richting van een presbyteriaal-synodaal systeem, wil dat nog niet zeggen, dat elke episcopale trek er vreemd aan is geweest. De schrijver ontkent trouwens ook, dat het een eis van Bijbelgetrouwheid is om de kerk thans op precies dezelfde wijze in te richten en te besturen als in de Nieuw-testamentische periode, gesteld al, dat het presbyteriale stelsel in zijn klaarheid als laatste fase van een ontwikkeling in die periode te achterhalen zou zijn. Het fundamentalisme krijgt er vervolgens (ik zou haast zeggen: natuurlijk) van langs. Tussen twee haakjes: als men eenmaal gesteld heeft, dat wij het gerust anders mogen doen als in de dagen van Paulus en Johannes, dan kan men zijn Bijbel ook verder wel dichtlaten op dit punt. Men moet trouwens wel bedenken, waar men de grenzen trekt, wanneer men de heilige Schrift op dit punt als model wil laten fungeren. Kan deze lijn ook doorgetrokken worden naar de leerzaken? Het fundamentalisme heeft al wat klappen gekregen, die eigenlijk bedoeld waren voor Calvijn, vrees ik. Ik vraag hier slechts: heeft de structurering van de gemeente in de Nieuw-testamentische tijd op gezag van de apostelen, ook iets te maken met het gezag van Christus? En waar komt de roep om herstructurering vandaag uit op? Waar vinden wij, om nog een vraag te stellen, in het N.T. de episcopale lijn of iets daarvan? Het is duidelijk, dat men op dit punt met het (eenmalige) apostelambt niet moet komen aandragen. Men moet niet elke invoering van episcopale elementen in de presbyteriale orde bij voorbaat voor onbijbels verklaren, zegt drs. P. Ik zou willen vragen: laat drs. P. de episcopale elementen, die hij op het oog heeft dan bijbels proberen te funderen. Maar als in de kerk blijkens de gegevens van de heilige Schrift alle gezagsconcentratie uit de boze is, dan lijkt me dit per definitie een hele toer.
Drs. P. verdedigt verder de stelling, dat het consequente presbyterianisme niet Calvijn tot geestelijke vader heeft, maar wel Voetius en uiteindelijk ook Beza. Het is derhalve volgens P. niet oncalvijns om, een episcopaals element (het ligt er natuurlijk aan, welk, zegt P.) in te voeren. Hij poogt dat op allerlei wijzen aan te tonen. Ik voel me na lezing van deze brochure geenszins overtuigd. Ik vrees alleen, dat dit pleidooi voor een episcopaals element zal worden aangewend om het gat van de verschraling en geesteloosheid in het kerkelijk leven te stoppen, zo mogelijk. En ik wil graag ten stelligste ontkennen, dat dat mogelijk is. De Bisschop, ook niet een slip van zijn mantel kan hier als reddende engel optreden. Over modellen gesproken, dat kunnen we per model aan den lijve ervaren in onze Hervormde Kerk. Het mankeert niet aan episcopaalse elementen. Het mankeert aan echt en levend presbyterianisme. En dat laatste bloeit op uit een hartelijk en godvruchtig leven uit het Woord en de prediking, het middel in de hand van de enige Bisschop Jezus Christus om Zijn Kerk te onderhouden. Gods Geest, in Wie alle gezag geconcentreerd is, houde ons in alles maar dicht bij dat Woord en onderhoude in de ambtsdragers, in de ambtelijke vergaderingen, in het onderricht ook aan de academie de tucht door woord en daad.
Zeist C. den Boer
„DE SCHILDKNAAP VAN DE KLUIZE NAAR" door J. H. Veenkamp. Voor leden van de stichting: Vrienden van „de Vuurbaak" ƒ 7,90, anders winkelprijs ƒ 8,90. De Vuurbaak", Postbus 155, Groningen.
Het verhaal gaat over Amersfoort, dat destijds door hertog Philips van Bourgondië zou worden ingenomen. Hoofdpersoon is wel Godfried de Kluizenaar, die nu in pij, maar vroeger ridder was. En over Jeroen, een jongen die op een boerderij buiten de stad woont. De aanvallen worden afgeslagen door de burgers, en Philips lijdt een smadelijke nederlaag. Dit gedeelte vooral, is uitmuntend geschreven, maar ook de verdere feestvreugde en de vervolging van twee burgers die de vijand geholpen hebben is raak getypeerd. Een van de mooiste jongensboeken van dit jaar!
„DE GOUDSBLOEM" door J. E. Niemeyer. Uitg. Kok, Kampen.
De levensloop van Jopie Duivenbode vanaf haar twaalfde jaar tot ze met Bram trouwt, die haar op de derde bladzij van het boek met een hersenschudding op straat ziet liggen. Daar tussen in gebeurt te veel om even te beschrijven. Het gewone leven van de doorsnee jeugd is raak getypeerd en vlot verteld. Geen doorsnee roman. Een goed en mooi boek voor meisjes van 15-18 jaar.
„ALS EEN VAAS BREEKT" door T. v. d. Roest-Kleimneyer. Meipocket. Uitg. W. D. Meinema, Delft. Prijs ƒ 1,50.
Saskia leeft al acht jaar in een kindertehuis waar ze zich thuis voelt. Nu ze ouder wordt komt ze liever bij een doktersgezin inwonen, dat ze verkiest boven het leven bij haar moeder, die in deze jaren verouderd is. Ze is intelligent en impulsief, voelt wel de wederzijdse genegenheid, toch komen er spanningen. Zo wel met haar als met de familie en de personen waar ze mee omgaat, gebeuren schokkende en bewogen gebeurtenissen. Ten slotte komt ze met zichzelf klaar en zal het geluk en een veilige haven vinden. Ik citeer de laatste regels van het boekje: Voor Saskia is een andere toekomst open gegaan, die ze, samen met Rob en de anderen die haar lief zijn geworden, in de handen van God heeft gelegd.
„ER IS GEEN BRUG" door Nelly van Dijk-Has, prijs ƒ 3,45. Uitg. J. H. Kok N.V. te Kampen. Extra hoek van de V.CL.-reeks '67-'68.
Door een ongeluk aan zee leren Inge, Walt en Philip (die ze gered hebben van verdrinking) elkaar kennen. Hieruit volgt een logeerpartij in het statige landhuis van mevrouw Mondelle en Philip, haar zoon. Walt plaagt uitdagend bewust Philip die hoogtevrees heeft, en door de val van het dak levenslang invalide zal blijven.
Hij voelt zich moordenaar en in de jaren daarna raakt hij zijn kwellende herinneringen en onrust nooit meer kwijt. Als auteur heeft hij naam gemaakt maar zijn boeken zijn bitter, alsof er geen God bestaat.
Wanneer hij hoort dat Philip gestorven is en Inge, die hem verzorgde en zijn vrouw werd, dus weduwe is, blijkt dat voor haar tussen ongeloof en geloof geen brug is.
Hij worstelt, wil zijn eigen leven en dat van Inge beschrijven. En dan komt door een gedichtje van Brandt het besef dat God ook zijn opstandige hart aan het omsmeden is.
„HET SCHEEPJE NAAR ARCADIA" door Rie van Rossum. Gouden Poortreeks. Uitg. Kok N.V., Kampen.
Hans slaagt voor zijn eindexamen M.O. en komt op kantoor terecht. Hij wordt door de Feldgendarmerie opgepakt en getransporteerd. Een meisje weet hem uit de rij te trekken en via haar huis komt hij in Friesland als onderduiker. Hij schrijft hier de oude winterverhalen, die 's avonds verteld worden, op. Na de oorlog vindt hij zijn moeder. Grietje, die ateliermeisje is en hem bevrijdde en zijn kantoor terug.
Ze vinden woonruimte en trouwen. Hij besluit, na herlezing van zijn verhalen uit Friesland, mede op aandringen van Grietje, die aan een bekend auteur aan te bieden om zijn oordeel te horen. Na enkele maanden sterft deze plotseling en zijn weduwe zal het bundeltje als laatste werk van haar echtgenoot laten drukken. Hoe Grietje aldoor en overal alles dóórleeft, wordt hartelijk verteld. Dank zij haar wordt Hans in het gelijk gesteld. Een goed boek, hartelijk aanbevolen aan jong en oud. Prima vakantielectuur met toch ook een ernstige inslag.
- S. S.
Dr. P. A. Merenbosch: „ONTMOETING MET GOD". Uitgave G. F. Callenbach N.V., Nijkerk, 80 pagina's, ƒ 6,90.
In dit boekje behandelt de Amersfoortse pastor, die vanwege zijn werk rondom de Bergkerk een nogal aparte plaats inneemt in kerkelijk Nederland, een aantal facetten die zijns inziens essentieel zijn voor de ontmoeting van de mens met God. Hij bespreekt daartoe de ontmoeting in het Woord, in de doop, in het avondmaal, in de liturgie, in het gebed en in bepaalde gebeurtenissen van het persoonlijke leven. Aangezien het uitgangspunt van de schrijver is dat die ontmoeting zich hoofdzakelijk voltrekt in de „gestalten van ons zieleleven" en hij derhalve een ruime plaats inruimt voor een mystieke beleving, zou de conclusie getrokken kunnen worden dat de ontmoeting met God voor de schrijver een bij uitstek bevindelijke zaak is. We missen echter in dit alles wel heel sterk de diepte zoals we die aantreffen in de klassieke reformatorische geschriften. De oorzaak daarvan is wel dat de breuk met God niet in zijn diepte wordt gepeild en derhalve ook het verlossingswerk van Christus niet in zijn volle rijkdom doorklinkt. Als we dan ook b.v. de Romeinenbrief leggen naast dit boekje dan is er wel een duidelijk verschil. Er zijn dan ook tal van vraagtekens te plaatsen, b.v. bij wat de schrijver zegt ten aanzien van het avondmaal (p. 46), de zondekennis (p. 72), de wedergeboorte (p. 93).
Verder rijzen ook vragen wanneer de schrijver spreekt over de oecumene (p. 20), de interpretatie van de eerste hoofdstukken van Genesis (p. 84, 98) en het ambt (p. 106).
Verder slaagt de schrijver er ons inziens niet in de betekenis van diverse liturgische gebruiken en van de kaarsen in de paasnacht en de verschillende kleuren in de afzonderlijke perioden van het kerkelijk jaar zo duidelijk te maken dat we het grote belang ervan inzien.
Van dit boekje kan niet worden gezegd dat het in het horizontale blijft steken, maar het mist toch wel een aantal facetten die het tot een bijbels verantwoord geheel maken.
Huizen J. v. d. Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's