De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DUISTERE PRAKTIJKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DUISTERE PRAKTIJKEN

Het eerste gebod

9 minuten leestijd

Waarzeggerij.

De mens wil graag in de toekomst zien. Hoewel dit hem onmogelijk is, tracht hij toch op allerlei manieren een tip op te lichten van de sluier, die voor hem verbergt wat hem overkomen zal. Voor het volk Israël was het nodig, dat tegen dit streven verbodsbepalingen werden uitgevaardigd. „Gij zult u niet wenden tot de geesten van doden of tot waarzeggende geesten" '). „Onder u zal niemand aangetroffen worden ... die waarzeggerij pleegt, geen wichelaar, uitlegger van voortekenen, of tovenaar, geen bezweerder, niemand die de geest van een dode of een waarzeggende geest ondervraagt of die de doden raadpleegt. Want ieder die deze dingen doet, is de Here een gruwel" ²). Ondanks dit goddelijk verbod heeft Israël toch steeds weer de waarzeggers gezocht ³).

In de eerste eeuwen van onze jaartelling heeft ook de kerk ermee te kampen gehad dat de uit het heidendom afkomstige christenen waarzeggers naliepen. Dit blijkt uit een vermaning daterend van de tweede eeuw na Chr.: „Daarom gaan mensen die sterk staan in het geloof van de Here en die bekleed zijn met de waarheid niet met zulke geesten om (= valse profeten). Daar wachten ze zich wel voor. De twijfelaars daarentegen en mensen die telkens van gedachten veranderen, raadplegen de waarzegger zoals de heidenen en zij laden een grote zonde op zich door afgoderij te bedrijven, want wie een valse profeet raadpleegt aangaande een kwestie is een afgodendienaar" 4).

Beoordeling van de waarzeggerij.

In de Nederlandse uitgave van de Heidelbergse Catechismus wordt in vraag 94 de waarzeggerij uitdrukkelijk genoemd onder de zonden die het eerste gebod verbiedt. De Duitse en Latijnse uitgave van de Catechismus missen deze term. Doch al wordt ze niet vermeld in een catechismusuitgave, waarzeggerij is en blijft zonde. Het is immers het zoeken van kennis die alleen God bezit en kan openbaren, buiten God om. Wij moeten niet weetgieriger zijn dan Christus, die er zich mee tevreden stelde dat zijn Vader tijd en uur van de voleinding wist "). Hij is — ook op dit punt — de vervulling van de Wet. Hem moeten wij navolgen. Tegen Israël heeft God gezegd dat waarzeggerij Hem een gruwel was. Ook voor ons moeten de liefde tot God, het geloof in Hem en de toewijding aan Hem alle vormen van bijgeloof buitensluiten. De kennis die Hij nuttig acht voor zijn volk, deelt Hij door zijn eigen middelen mee; zij moeten niet trachten meer te weten te komen dan God hun in zijn wijsheid bekend maakt en dat nog wel langs wegen die Hij afkeurt7).

Spiritisme.

Er worden nog andere pogingen gewaagd om door te dringen in een gebied dat voor ons, stervelingen, verborgen is. Eén daarvan gaat uit van de veronderstelling dat overledenen onder bepaalde omstandigheden met nabestaanden in verbinding kunnen treden. Van berichten over het zien van geesten hoort men in alle tijden, onder alle volken. Het moderne spiritisme dateert van 1848. De gezusters Fox in Hydesville, een dorpje bij New York, hoorden klopgeluiden in hun woning. Men sprak met de „geest" af bepaalde letters door overeengekomen klopgeluiden weer te geven. De geest bleek toe te behoren aan een vermoorde marskramer, wiens lijk onder de kelder moest liggen. Men vond daar inderdaad menselijke resten. Waarschijnlijk berust het verhaal op fantasie. Een diepgaand onderzoek heeft er te veel onmogelijkheden in ontdekt *) om het betrouwbaar te achten.

Is spiritisme enkel bedrog?

In de gehele pseudo-religie (namaakgodsdienst) van het spiritisme schuilt veel bedrog. De omgeving waarin de séances plaats vinden, het schemerduister, de stemming waarin de mensen die op deze wijze informaties van dierbare overledenen wensen te krijgen, verkeren — dit alles tezamen verklaart grotendeels de bijzondere verschijnselen. De tussenpersonen (media), die de onthulling namens de doden doen, zijn soms paranormaal (meer dan normaal) begaafde mensen"). Soms schijnt er het een en ander te gebeuren dat niet zonder meer als bedrog kan worden gebrandmerkt 10).

In elk geval: gevaarlijk!

De kerk doet er verstandig aan zich bij de bestrijding van het spiritisme niet uitsluitend te bedienen van het argument, dat we daarin met louter bedrog te maken hebben. Ook al zou er contact met de wereld aan de overzijde mogelijk zijn — dit kan niet een weg zijn tot het verkrijgen van kennis voor de gelovigen, omdat het niet de weg van God is. In de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus, wil de eerste vanuit de plaats der pijniging een waarschuwing sturen naar de wereld der stervelingen. Kunnen zijn bloedverwanten door Lazarus worden gewaarschuwd om te voorkomen dat ook zij verloren gaan? Het verzoek wordt afgewezen, maar het zenden van een boodschap wordt op zichzelf niet onmogelijk genoemd ") Maar het is niet op deze wijze, dat God tot de mensen wil spreken. Hij heeft hen de Heilige Schrift gegeven (Mozes en de profeten). Daaraan moeten zij gehoorzamen.

In de kerkelijke verkondiging zullen wij bij bepaalde gelegenheden de pseudo-religie van het spiritisme aan de kaak moeten stellen: de weg naar het eeuwige leven is niet te vinden door middel van geestverschijningen, maar door gelovig te luisteren naar de goddelijke boodschap in de Schrift. Blijven de boodschappen der overledenen schimmig en de weergave door de media vaag, het getuigenis van onze God is duidelijk, voor ieder begrijpelijk — en reddend.

Occulte (= geheime) krachten.

Het is onjuist om allerlei wonderlijke gebeurtenissen zonder meer als bedrog te doodverven. Wat de tovenaars in

Equatoraal-Arika en op de eilanden in de Stille Zuidzee tot stand brengen aan ontmaskering door helderziendheid, aan regentovenarij en genezende bezweringen is niet zo gemakkelijk te verklaren.

Men moet niet te vlug zeggen: „het is verlakkerij; er is in wezen niets bijzonders aan de hand, al wat er gebeurt heeft aanwijsbare oorzaken". Het is gevaarlijk als de theologie in vol vertrouwen steunt op het rationalisme '). Wij moeten de feiten ernstig nemen en er, vast staande in het christelijke geloof, de juiste plaats aan wijzen.

Krachten in de schepping.

Men volgt een te eenvoudige redenering, als men zegt: „Al die buitengewone, onverklaarbare krachten zijn werkingen van de Satan". Weliswaar is er een demonisch (duivels) gebruik waar te nemen van allerlei bovenzinnelijke krachten door paranormaal begaafde mensen, doch daarmee is niet alles verklaard.

Evenzeer is het onjuist om gebeurtenissen die ons begrip te boven gaan, direct aan een onmiddellijk goddelijk ingrijpen toe te schrijven. Ook begaafdheden die boven het normale uitgaan, zijn door God in de beginne geschapen. Ontelbare wonderen en geheimen heeft de Schepper in de ziel van de mens en in de natuur gelegd. De wetenschap die op een materialistisch wereldbeeld bouwt, ontkent dat God de Gever is van dergelijke krachten. De christelijke gemeente heeft geen enkele reden de partij van deze wetenschap te kiezen.

Zondig gebruik van goede gaven.

De mens heeft in de schepping grote gaven van God ontvangen, maar hij is een zondaar geworden. Met hoe groter vermogen en hoe meer gaven de mens is gesierd, des te verschrikkelijker worden de gevolgen van zijn afval van God en de daaruit voortvloeiende goddeloosheid. De ervaring leert dat iemand die occulte begaafdheid bezit eerder dan een ander openstaat voor boze machten. Dikwijls zijn bijzondere krachten in het bezit van mensen die psychisch en ethisch niet helemaal in orde zijn. Het is geen wonder dat de christen met het oog op het misbruik dat er van deze krachten wordt gemaakt, het allemaal negatief opvat.

De christelijke waardering.

Maar ook deze krachten moeten tot een heilzaam doel kunnen worden aangewend, wanneer het hart van de begaafde gereinigd wordt en hij zich aan God leert overgeven. Wie bovenzinnelijke gaven bezit, is verplicht die te gebruiken tot eer van God en tot heil van de naaste. Wie ze niet bezit, moet niet nieuwsgierig in wat verborgen is willen doordringen noch met alle geweld zulke gaven willen verkrijgen, want ze kunnen de mens in een donkere nacht storten 13).

Samenvatting.

  1. Waarzeggerij, een zonde die in alle eeuwen voorkwam, is door God verboden.
  2. Het spiritisme moeten we niet afwijzen met de motivering dat het geheel op bedrog berust, maar met een beroep op de wil van God: zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren.
  3. Het bestaan van occulte krachten moeten we niet benaderen op een rationalistische of een materialistische manier, doch vanuit het geloof.
  4. Niet op het terrein van het occulte, maar op het terrein van de openbaring leert de mens God als Verlosser kennen.
  5. Degenen, die bovenzinnelijke krachten bezitten, moeten deze gebruiken tot eer van God en tot bestrijding van het rijk der duisternis.

Informaties en reacties graag weer aan: Mathenesserlaan 244c, Rotterdam.

¹) Lev. 19 : 31.

²) Deut. 18 : 10-12.

³) Zie hoe in late tijd Ezechiël er nog tegen protesteert, Ez. 13 : 17-23.

4) Pastor Hermae 11, 4 (geciteerd naar de vertaling van A. F. J. Klijn, in Apostolische Vaders II, Baarn, 1967, blz. 127). Het werkwoord manteuomai, hier gebruikt om de waarzegger aan te duiden, komt in het Nieuwe Testament éénmaal voor, nl. dn Hand. 16 : 16 „een slavin, die een waarzeggende geest had" (in Filippi).

5) In de uitgave van 1563 (Emden) staat: bijgheloouige segeninge, waarsegginghe; vergelijk in het Avondmaalsformulier: „alle tovenaars en waarzeggers, die vee of mensen mitsgaders andere dingen zegenen en die aan zulke zegening geloof hechten".

6) Mark. 13 : 32.

7) In Jes. 8 : 19 wordt o.a. waarzeggerij en het vragen van inlichtingen aan de doden verworpen. Juist in dit verband staat de onder ons veel geciteerde tekst: ot de wet en tot de getuigenis! (vs. 20).

8) Zo F. J. Tolsma in de Chr. Encyclopedie, VI blz. 233. Hij meent, dat geraffineerd met technische hulpmiddelen gepleegd bedrog, ziekelijke inbeelding, waandenkbeelden en hallucinaties de verklaring bieden voor de spiritistische verschijnselen; realiteitswaarde kent hij er niet aan toe.

9) Zij zijn soms „helderziend" wat het verleden betreft.

10) Men onderscheidt de „animistische" verklaringsmethode, waarvan de aanhangers niet geloven in contact met overledenen, doch alles verklaren vanuit de bijzondere krachten van het medium en de „spiritualistische" methode, waarbij wel de mogelijkheid van contact met de wereld van het hiernamaals wordt erkend.

11) Luk. 16 : 19-31. Onmogelijk is het wel, dat Lazarus met een verkwikking tot de ver­loren rijkaard komt!

12) Stelsel dat alleen datgene als waar aanvaart, wat het verstand, de rede, kan achterhalen.

13) Zie hierover uitvoeriger A. Köberle, in Religion in Geschichte und Gegenwart, IV, S. 1618.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DUISTERE PRAKTIJKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's