PAULUS KOMT...
Op verzoek van de redactie van Hervormd Nederland schreef ik het volgend artikel in 't nummer van 6 juli 1.1.
Nadat een collega mij aanspoorde dit artikel ook in de Waarheidsvriend te plaatsen, omdat vele abonnees van ons blad H.N. niet lezen, wil ik aan deze wens voldoen. Ik ben de redactie van Herv. Nederland dankbaar voor dit verzoek, omdat het mij — na alles wat gepubliceerd was, waarop ik nu niet meer inga — de gelegenheid gaf te schrijven, wat ik eigenlijk op mijn hart had.
PAULUS ROMT EN PETRUS GAAT OF OMGEKEERD ?
Noordmans.
In een boeiende en flitsende discussie van dr. Noordmans met (dr. Van der Linde ) vallen de historische woorden:
Paulus komt. Petrus gaat!
In deze discussie wijst dr. Noordmans op de verdieping van de belijdenis van Geest en Kerk in de loop der eeuwen in het Westen; een verdieping, die wat de kerkvorm betreft, in de reformatie het automatische en eigenheerlijke uitsloot, waardoor de Geest bedroefd werd. Calvijn schoof de administrateurs met hun lijsten en juridische ficties terzijde en wilde de Geest en Zijn rechten herstellen. Grondregel van kerkorde was, dat geen boven de ander mocht staan. Er moet meer achter zitten — zo zegt Noordmans — toen Calvijn op het bord de pion van de ouderling trok en hij daarmee de paus schaakmat zette ³).
De presbyteriale kerkorde staat in organisch verband met de doorbraak van de Romeinenbrief in de prediking 4).
Zij hangt samen .met de religie des Geestes. Wanneer het waar is, dat in de Westerse catholiciteit Petrus gaat en Paulus komt evenals in de Handelingen der Apostelen, en dat in het Westen de bisschop overgaat in de presbyter, dan volgt'daaruit, dat dit proces niet omkeerbaar is 5).
Kerkordelijke bezwaren.
Wat hebben bovenstaande citaten met het geschil, dat gerezen is met de Prov. Kerkvergadering van Zuid-Holland te maken? Dat zal uit het vervolg blijken.
De lezers kennen de geschiedenis van mijn openingswoord op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond te Utrecht. Het deed veel provinciaal en landelijk stof opwaaien. Waarom deed ik zo'n scherpe aanval op bepaalde rapporten en collega's (niet omgekeend!), in het bijzonder op het rapport: „Overwegingen ten opzichte van de Pastorale indeling van het Platteland"?
Allereerst op kerkordelijke gronden. Het gaat niet aan, dat een commissie, in dit geval de Commissie voor Gemeentvormen en Gemeenteopbouw, rapporten schrijft of deze van vroegere commissies overneemt, die diep ingrijpende veranderingen in onze presbyteriale kerkvorm beogen. Zonder dat de inhoud van deze rapporten op de grondvergaderingen van de kerk: de classicale vergaderingen, of op de synode besproken en in hoofdlijnen aanvaard zijn.
Verwacht mag worden, dat een dergelijk rapport op zijn minst voor gespreksstof met moderamina geschikt geacht wordt. Dit is niet gebeurd. En daartegen ging mijn protest!
Verder werkte de rondzending van een dergelijk rapport, dat aan een kleine kring van ingewijden bekend was en waarover nooit een letter in de kerkelijke pers gestaan heeft, de indruk van geheimzinnigheid.
Deze indruk was — zo werd van de zijde van het Breed-Moderamen van de Prov. Kerkvergadering van Zuid-Holland verklaard — onjuist. De vraag blijft: Waarom heeft de Commissie Gemeentevormen en Gemeenteopbouw daarover nooit iets gepubliceerd, en: Waarom werden met dit rapport niet de ambtelijke vergaderingen, maar uitsluitend de 'moderamina van deze vergaderingen benaderd?
Inhoudelijke bezwaren.
De bezwaren tegen de inhoud van dit rapport zijn ernstiger.
Schaalvergroting kan niet samengaan met de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente. Dan wordt zij ondergebracht of in de streekgemeente of in de gemeente-nieuwe-stijl. Dan komen er kleine kerkeraden met grote bevoegdheden. De werkkring van de predikanten „nieuwe stijl" wordt aantrekkelijk gemaakt door differentiatie en specialisatie.
In verband met de rijksnormen ten aanzien van het uitvoerend maatschappelijk werk wordt gedacht aan gemeen ten van plm. 5000 zielen.
Bij de te verwachten weerstanden is te rekenen met een overgangstermijn van bijv. 10 jaar. Begaafde lidmaten kunnen dan gaan preken.
Het Breed-Moderamen van de Prov. Kerkvergaderingen zou dwingende bevoegdheden moeten krijgen om èn aan beroepen predikanten èn aan beroepende gemeenten een bereidverklaring te vragen mee te werken aan deze gemeenten-nieuwe-stijl. Hierin zit onmiskenbaar een episcopaalse tendens.
Op geen enkele wijze komt het bijbels woord gemeente (ek-klèsia) uit de verf. De verticale vrhouding Christus-Gemeente lijidt onder de overspannen aandacht voor de verhouding Gemeente-wereld.
Zo is er meer te noemen. Maar dit zijn de hoofdzaken 6).
Vragen.
Naar aanleiding van de kerkordelijke bezwaren hierboven omschreven, rijst de vraag: Moet in het algemeen en in sommige gevallen zeer concreet de verhouding tussen de ambtelijke vergaderingen en de raden en de respectievelijke commissies niet scherp worden doorlicht?
Want het is gebleken, dat het mogelijk is, dat een commissie reeds drie jaren allerlei activiteiten ontplooit met een rapport, waarvan de inhoud op geen enkele wijze door de ambtelijke vergaderingen gedekt was. Of is het zo, dat de raden en de commissies krachtens eigen structuur de neiging hebben de ambtelijke vergaderingen van de kerk te gaan overheersen?
Als dit zo is, is het dan niet noodzakelijk, dat deze ambtelijke vergaderingen om haar levens wil deze raden en commissies gaan beknotten en door duidelijke 'aakomschrijvingen dergelijke ontsporingen in 'de toekomst pogen te voorkomen?
Deze vragen zijn en blijven urgent, omdat het toenemend aantal vrijgestelden, anders dan de leden van de ambtelijke vergaderingen, al hun tijd en kracht kunnen geven aan bepaalde plannen en voorstellen en daardoor een grote invloed ten goede en ten kwade kunnen uitoefenen.
Dat de leden van de ambtelijke vergaderingen volgens een bepaald rooster aftreden, begrijp ik. Dat de vrijgestelden „levenslang" krijgen, begrijp ik vanuit de presbyteriale structuur van onze kerkorde niet, welke praktische bezwaren deze periodieke aftreding ook moge meebrengen.
Aan de vraag of het aantal vrijgestelden — gezien de opheffing van een 'groeiend aantal gewone predikantsplaatsen — niet drastisch verminderd moet worden, ga 'ik voorbij. Anderen — meer bevoegd dan ik, o.a. prof. dr. G. P. van Itterzon, hebben daarop gewezen.
Waarom gaat het?
Waarom was de botsing met het Breed-Moderamen van de Prov. Kerkvergadering van Zuid-Holland zo fel?
Met erkenning van het emotionele en het geladene ook van mijn kant, voortkomend uit een diepe verontwaardiging (ik ga voorbij aan het interview, dat ds. Ruitenberg had met de predikanten Samson, Beens en Kaptein, gepubliceerd in Hervormd Nederland van 18 mei 1.1.) ging en gaat het over deze belangrijke zaken:
In de reformatie is de gemeente mondig geworden. Door de herontdekking van het ene en het eeuwige Evangelie was er de bevrijding van de last van de zonde en van de toorn Gods en een ademen in de vrijheid in Christus van de kinderen Gods. Er was een machtige doorbraak van de Heilige Geest.
De kerkstructuren werden gewijzigd onder het gewicht van de inwoning van de Geest. „De presbyteriale kerkorde staat in organisch verband met de doorbraak van de Romeinenbrief in de prediking." (Noordmans). Zij hangt nauw samen met de religie van de Geest. Daarom ging en gaat Petrus en komt Paulus.
Er is een onmiskenbare samenhang tussen de reformatorische prediking en de reformatorische (in het bijzonder de gereformeerde) kerkstructuur. Zij zijn organisch vervlodhten. De een kan niet zonder de ander. Zonder te beweren, dat de presbyteriale kerkvorm tot in haar onderdelen uit het Nieuwe Testament is af te lezen, mag gezegd worden, dat zij de meeste ruimte biedt aan de rechtstreekse regering van Christus door Zijn Woord en Geest, aan de mondigheid van de gemeente en de kinderen Gods, aan de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente, aan de roeping en de beroeping van de dienaren des Woords en de andere ambtsdragers.
Wie de prediking van deze oerreformatorische noties ontdoet (en deze prediking is diep als de zee en hoog als de hemel door de krachtige werking van Gods Geest!) gaat ook de kerkvorm in haar beslissende kernen veranderen: mutatie van bovenaf geregeld, controle op het beroepingswerk door moderamina, oplossing van de plaatselijke gemeenten in grotere verbanden, onmondig verklaring van de gemeenten, enz., enz.
Wie opmerkt, dat de Heilige Geest niet aan een bepaalde kerkvorm is gebonden, heeft schijnbaar het gelijk aan zijn kant. Maar hij vergeet, dat een terugval op een meer episcopaalse structuur gepaard gaat met het verlies en het opgeven van diepte-afmetingen van de Geest, die met de reformatorische prediking in de presbyteriale kerkvorm van origine gegeven zijn. En dat gebeurt niet straffeloos, want de poging tot verandering en de verlegenheid met deze kerkvorm wijst op een terugtrekken van de Geest.
Daarbij - komt, dat hoe goed bedoeld de pogingen tot vernieuwing van de kerkvormen ook zijn en hoe moeilijk ook de problemen zijn, waarvoor de moderamina staan, er wel een weg is van de presbyteriale kerkvorm (stap voor stap!) naar de meer episcopaalse, maar er is geen weg terug. Deze orde is onomkeerbaar. Doen wij dat toch, dan hebben wij het bovengenoemde verspeeld.
Op de vraag van een ongeduldige lezer wat wij dan met al de problemen van vandaag aan moeten, aangezien van vele kanten gesuggereerd wordt, dat wij met de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente niet meer uitkomen, dat de frustraties van de predikanten niet aan hen en aan hun prediking liggen, maar aan de kerkorm, die niet meer bij deze tijd past, moet geantwoord worden, dat het een enorme vergissing is de huidige malaise bijna uitsluitend aan de kerkvorm, enz. toe te schrijven.
De kwaal zit veel dieper èn bij de gemeenten èn bij de dienaren. Wie net kwaad bijna uitsluitend in de huidige kerkvorm zoekt, verspert zichzelf en anderen de weg tot een radicale ontdekking van de gemeenten en de dienaren aan de inzinking en soms het ontbreken van het reformatorisch geloof en de inwoning van de Heilige Geest.
Niet de kerkvorm moet in haar grondstructuren veranderd worden, maar wij en onze gemeenten dienen radicaal bekeerd te worden tot God en Zijn Woord.
Wij hebben een schreiende behoefte aan een nieuw reveil, een reformatie, een nieuwe doorwerking van de Heilige Geest, die de aanwezige kerkvorm weer , vult tot berstens toe. Dat is alleen Gods werk!
Maar het zou een teken van deze reformatie kunnen zijn, wanneer wij de schuld niet langer buiten onszelf (veranderde en veranderende wereld, derhalve aanpassing van de kerkstructuren, „mondigwording" van deze wereld, positieve waardering van de saecularisatie, bevoogding van de plaatselijke gemeenten, enz.) maar in onszelf en in onze prediking zouden gaan zoeken.
Wanneer deze ontddkking doorwerkt en als gemeenschappelijke en persoonlijke schuld doorleefd wordt en daarin de bijzondere vrijspraak ons ten deel valt, wordt ook vandaag een gemeente, al is ze nog zo klein, vergaderd, worden de ambten bediend en wordt Gods Naam beleden. Het Woord Gods is niet en nooit gebonden!
Petrus gaat en Paulus komt? Gelukkig! Paulus gaat en Petrus komt? Wee ons!
Katwijk aan Zee G. Boer
1) Dr. O. Noordmans, Gestalte en Geest, blz. 324-354.
2) Idem, blz. 347.
3) Idem, blz. 331.
4) Idem, blz. 347.
5) Idem, blz. 351.
6) Zie de samenvatting en beoordeling van deze rapporten in de brochure „Wat is er in de Prov. Kerkvergadering van Zuid-Holland gaande? " van de hand van drs. K. Exalto. Uitg. Embédé, Maassluis, blz. 9-21.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's