De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

Naar aanleiding van een interview.

13 minuten leestijd

Naar aanleiding van een interview.

Interview's zijn een bepaald soort literair genre geworden. Niemand onzer zal het belang van een goed interview als informatiebron kunnen ontkennen. Wie b.v. de interviews van Drs. Puchinger over de Christen en de saecularisatie doorleest, komt op die manier over dit onderwerp heel wat te weten, wat inleiding kan zijn tot bredere studie. Maar er zitten aan interview's ook gevaarlijke kanten. De persoon in kwestie moet in enkele regels zijn mening ten beste geven. Bepaalde zinswendingen kunnen door de desbetreffende journalist naar voren gehaald worden en zo tot misverstanden aanleiding geven. Bovendien krijgt men soms de indruk dat sommige lieden het interview gebruiken om op een gewild populaire manier allerlei kreten te uiten en hun eigen „paradepaardjes" te spuien.

In het blad „Het Zoeklicht" van 3 augustus j.l. wordt een commentaar gegeven op een interview van het weekblad „De Spiegel" met ds. W. Koole, directeur van het I.K.O.R. (afdeling T.V.). In dit interview zijn dingen gezegd die ronduit verbijsterend zijn. We citeren het volgende:

Op de vraag aan ds. Koole waarom bent u niet gewoon predikant, is het antwoord: Ik toen altijd een slecht preker geweest, in die zin dat ik eindeloos doe over het maken van een preek. Het is niet iets waar ik naar verlang. Nog wat verder zegt hij: Het christendom is voor mij een manier van leven. Veel meer een kwestie van mentaliteit dan een kwestie van traditie of bekend gebaar. Het is voor mij een uitdaging: hoe beslis je, hoe leef je en waarom? Geloof betekent voor mij dat ik in de wereld geloof ondanks alles en dat ik in het leven, in de maatschappij, perspectief zie. Als men mij dan vraagt, welk perspectief, dan kan ik niet zo goed meer met de brieven van Paulus werken en zeggen: kijk zo moet het. Aan de andere kant is Paulus inspirerend genoeg voor mijzelf om het geloof in een vooruitgang warm te houden. Het interview wordt dan afgesloten met de volgende woorden van ds. Koole: Wat er met Christus aan de orde is, is in feite het beste wat er ooit aan de orde gekomen is. Dat houdt niet in dat ik een andere godsdienst zomaar terzijde mag schuiven. Als er een God is, dan vind ik de God van de Bijbel de ware, maar ik kan je niet op "n briefje geven dat Hij er is ...

Dat weten we dus. Een dienaar des Woords acht zich geroepen om op deze wijze zijn visie te geven en mee te doen aan de afbraak van dat wat voor elk christen, die vasthoudt aan het Woord van God, zeker is. Nu zal men natuurlijk zeggen: „Ja . . . maar in een interview worden de dingen wat gechargeerd gezegd. Het is tenslotte geen theologisch betoog, en de bewuste predikant kan het anders bedoeld hebben".

We menen echter dat dit niet opgaat. Niet alleen kan men vragen: Mag iemand die op een dergelijke verantwoordelijke post zit als directeur van het Interkerkelijk overleg zulke dingen uiten. Maar ook tolereert de kerk, waarbinnen Ds. Koole predikant is, dergelijke uitlatingen? Heeft dit nog iets te maken met het christelijk geloof? Heeft men van de zijde van het I.K.O.R. deze uitlatingen zonder meer geaccepteerd? De leden van die kerken, die bij het I.K.O.R. zijn aangesloten, hebben er toch recht op dit te weten! Is het zo verwonderlijk dat de kritiek en het onbehagen op I.K.O.R. uitzendingen toe­ neemt, als de directeur van deze instantie voor het Forum van het publiek dergelijke kreten, waarin het wezen van het christelijk geloof ontkend wordt, laat horen. We kunnen begrijpen dat de scribent in het „Zoeklicht" bedroefd en ontsteld is over deze uitlatingen. Hij schrijft onder meer:

Waarom noemt ds. Koole zich een christen, als zijn geloofsbelijdenis is: ik geloof in de wereld en christendom is voor mij een manier van leven, een kwestie van mentaliteit? Waarom zegt hij openlijk voor het forum van heel Nederland, dat hem kent als de directeur van IKOR: Als er een God is... en ik kan je niet op 'n briefje geven dat Hij er is? Ik vraag me af, hoe IKOR zulk een leider voor het „Interkerkelijk overleg in radio- en televisieaangelegenheden" heeft kunnen aansturen. Tolereren die aangesloten kerken het feit dat hun directeur, die hun zaak die toch Gods zaak is, moet behartigen en uitvoeren, een man is die openlijk zegt: Ik kan je niet op een briefje geven dat er een God is! Als deze man het zo jammer vindt dat „Zo is het" verdween, en als hij , “Hoepla" prijst omdat er nu een heleboel dingen kunnen die voordien niet konden, en hij „Hoepla" een leuke poging vond en er persoonlijk niets tegen heeft dat naakt op de beeldbuis komt „alhoewel hij er als tv-directeur nooit iets mee te maken heeft", waarom is hij dan directeur van een zaak die kerkelijke aangelegenheden moet behartigen voor radio en televisie?

Waarom moet ds. Koole zo laatdunkend spreken over christenen die protesteren over de uitziending „Liedjes aan de kerk". Waarom moet de kerk voor het forum van heel Nederland er met „liedjes" doorgehaald worden? Nu we weten wie de man is die daarvoor verantwoordelijk gesteld moet worden, die niet eens weet of er wel een God is, verwondert het ons niet, dat deze man zegt: ik vind het buitengewoon nuttig voor ledere christen om de zwakke plekken van de kerk te bekennen.

Ds. Koole zegt dat voor IKOR veel niet-gelovige mensen in de programma's aan het woord komen. We hebben ons vaak afgevraagd waarom dat moest, nu weten we het. Als je zelf niet eens weet of God wel bestaat, dan kun je zonder enig gewetensbezwaar iedereen alles laten zeggen over de kerk van die “niet bestaande God".

Heeft de voorzitter van IKOR, en heeft het bestuur van IKOR, niet geweten dat de directeur die dn hun dienst is, zo denkt, zo optreedt en zo de zaak van IKOR behartigt?

Zeker, ds. Koole zal zeer goede directie-eigenschappen bezitten. Misschien betere dan heel veel anderen. Maar we zouden op deze belangrijke post een positief gelovige man willen zien. Een man die de kracht van het geloof in de Heer der Kerk bezit en belijdt, een man van gebed en geloofsovertuiging. Het gaat toch om de kerk van de Heer? Het gaat er toch om dat via het geweldige medium van televisie ook Christus' kerk aan de wereld laat zien welk een Heiland Jezus is!

Waarom moet de televisie nog wel in opdracht van IKOR gebruikt worden om zoals ds. Koole zegt, “zwakke plekken van de kerk te doen kennen". Dat is niet de opdracht die de kerken kragen, de opdracht was de kracht van Christus te prediken. Zijn overwinning te doen zien en het machtige medium televisie daarvoor in te schakelen.

We zijn het hier van harte mee eens, en we hopen dat alsnog deze zaak recht gezegd wordt, en dat in het publiek. Ter wille van kerk en samenleving. Bovenal, ter wille van de voortgang van het Evangelie, die alleen maar geschaad wordt door een dergelijk bedroevend interview.

Nogmaals: een interview.

Het Algemeen Dagblad van 3 juli had een interview met Ds. T. Loran, hervormd predikant, met speciale opdracht: vormingswerk onder de jong Volwassenen van 18-35 jaar. We verontschuldigen ons bij de lezers voor de late plaatsing. Door omstandigheden kwam dit artikel ons pas kort geleden onder ogen, en de zaak is belangrijk genoeg om er alsnog op in te gaan.

Ook in dit interview worden dingen gezegd, waarbij men zich afvraagt: Is dit nog te rijmen met artikel 10 van de kerkorde? Kan iemand die predikant is in een reformatorische kerk en bovendien een sleutelpositie bezit, dit zomaar beweren?

We citeren het volgende:

Is het aantal progressieven in uw kerk groot? „Neen, ik ben bang van niet. Er groeit in de kerken — en niet alleen in de hervormde — een soort tweegelovigheid. De scheidslijn is niet naar leeftijd te trekken. Veel jonge mensen zijn conservatief."

Voor progressiviteit en conservatisme in de kerk zijn vaktermen gemeengoed geworden: het horizontale christendom dat progressief is, bekommert zich vooral om de menselijke verhoudingen; 't verticale christendom richt zich slechts op het eeuwige heil; de belangstelling voor het aardse is daarbij van bijkomende aard. Ds. Loran is een horizontale christen.

„De kerk kan alleen in contact met en reagerend op de samenleving bestaan. Dat vereist een doorlopende kritiek, een doorlopende keuze. Als goed christen kun je de bijbel alleen lezen als je er de krant naast legt."

Is de kerk niet tweeduizend jaar te laat tot deze ontdekking gekomen?

„Vroeger heeft de kerk natuurlijk wel gefunctioneerd. Toen de kerk een organisatie werd, is de verstarring gekomen. Men is de waarde van het instituut gaan overschatten, waardoor men blind werd voor essentieel falen."

Wat voor taak heeft de kerk nu nog?

„Ik meen dat zij tot taak heeft op alle menselijke gebeurtenissen te reageren. Dat kan via politieke kanalen gaan, maar ook op andere manieren. Wie in de kerk van liefde, rechtvaardigheid en vrede hoort, moet buiten de kerk de invloed daarvan ervaren, anders leeft de kerk niet meer."

Als de kerk een bijna uitsluitend maatschappelijke functie heeft, is het dan nog belangrijk of er een god bestaat?

„Voor mij persoonlijk wel, maar ik kan me voorstellen dat vele mensen op andere wijzen worden geinspireerd. Dat is het wezen van oecumene: mens-zijn vanuit verschillende inspiraties."

Wordt oecumene door velen niet gezien als uiterste middel om nog te redden wat er te redden valt?

„Onder het mom van oecumene leeft vaak de gedachte: eendracht maakt macht. Dat acht ik een valse beweegreden. Oecumene betekent: de bewoonde wereld. Dat geldt voor alle mensen op de hele wereld. Men kan met iedereen zoeken naar menselijke rechtvaardigheid, daarvoor behoeft men niet exclusief met christenen onder elkaar te zijn."

Heeft de kerk dan nog een verticale functie?

„Als men louter leeft voor het eeuwige heil dan miskent men de aarde, die geschapen is om haar voor mensen bewoonbaar te maken. Als men alleen aan het maatschappelijke welzijn denkt, dan verliest men naar mijn inzicht het doel van de schepping uit het oog."

Omdat het gesprek tenslotte zou gaan over een nieuwe vorm van kerkdienst, breken we dit opkomend (theologisch debat maar af.

U wilt in de kerk dialoog, geen prediking?

„Ik wil een ware eredienst: met elkaar en met God in gesprek zijn. Door het gesprek over de menselijke actualiteit vorm je elkaar en moet je samen een keuze maken. De predikant kan hierbij gangmaker zijn.

„Tot moet worden voorbereid. Je kunt met zondagsmorgens om tien voor tien zeggen: Kom ik ga naar de kerk om mijn medemens en God te ontmoeten."

Heeft deze nieuwe methode een redelijke kans?

„Ik hoop het. De kerk ontdekte dat ze de jeugd niet meer bereikte. Men heeft het toen geprobeerd met grapjes — een beatband in de kerk — maar dat was een schamel vernisje over de oude vorm van alleenspraak in de kerk."

Zijn de klassieke kerkgebouwen voor deze nieuwe vorm geschikt?

„Met de kerkbouw moet het wellicht een totaal andere richting uit Geen sacrale ruimten meer, met op iedere hoek van de straat een andere opvatting. Kerken moeten ruimten zijn, waar men mens kan zijn. In het kerkgebouw moet de mens zijn eenzaamheid, zijn isolement kunnen doorbreken. Men moet er elkaar kunnen ontmoeten: de kinderen moeten er ontspanning vinden, de jongens moeten er hun brommer kunnen slopen als dat op het flatje waar ze moeten leven, niet kan."

„Het kerkgebouw moet een ruimte worden waar de mens zich kan ontspannen. In die ontspanning kan hij dan zijn God ontmoeten. En de christen moet er ook de niet-christen kunnen ontmoeten, zodat zij wederzijds van elkaar kunnen leren."

Om duidelijk te zijn: We signaleren deze geluiden niet om voor sensatie te zorgen. Daar is niemand mee gediend. Maar de onderwerpen waarover men in dit interview gesproken heeft, zijn te belangrijk dan dat men dit zonder meer kan passeren. Ik zou de volgende opmerkingen willen plaatsen:

a.: Meent ds. Loran werkelijk hiermee de zaak van het Evangelie bij buitenstaanders te dienen? Heeft hij, gezien het feit dat zijn opmerkingen gezet zijn in een van de grote dagbladen, niet een grote kans voorbij laten gaan? Welke indruk moet de niet-kerkélijke krijgen van de kerk, als hij afgaat op wat Ds. Loran beweert? Schulte Nordholt heeft, als ik me niet vergis eens gezegd, dat de kerk de hoedster van het geheim van het Evangelie is. Ds. Loran heeft dit geheim te grabbel gegooid. De kerk die hij zich voorstelt is een sociëteit, die net zo goed door humanisten gedreven kan worden.

b.: Kan men inderdaad op een dergelijk onkritische wijze sproken over organisatie en instituut als Ds. Loran doet? Men mag toch aannemen dat Ds. Loran destijds kerkgeschiedenis gestudeerd heeft, alsmede kerkrecht en dogmatiek. Ik wil niet bitter zijn, maar waag toch de opmerking dat het een kwalijke zaak is als iemand met een academische opleiding, dergelijke onzin beweert.

c: heeft de oecumene die Ds. Loran zich voorstelt, waarbij de vraag naar het bestaan van God secundair geacht wordt nog iets te maken met de bijbelse oecumene? Dat oecumene de bewoonde wereld betekent op enkele plaatsen in de Bijbel is waar; dat men daar een bepaalde opvatting van oecumene tussen de kerken uit kan distilleren, is theologisch en zakelijk onjuist. De oecumene van Ds. Loran betekent de doodssteek voor de zending. Ieder mens ongeacht zijn overtuiging behoort er bij. Heeft deze hervormde - predikant nog nooit gepreekt of nagedacht over Hand. 4 : 12?

d.: Destijds heeft Dr. Buskes in een scherp artikel naar aanleiding van een interview van Bibeb met een hervormd predikant, ik meen Ds. v. d. Bosch uit Ginneken, gezegd, dat deze predikant zichzelf in dit interview te kijk heeft gezet. Daaraan heb ik bij de lezing van dit interview moeten denken. Ik wil aannemen dat Ds. Loran zijn taak vanuit het Evangelie wil verrichten. Maar waarom dan dergelijke geluiden, die er theologisch naast zijn, en die bovendien vierkant in strijid zijn met het getuigenis van de Schrift?

e.: Tenslotte nogmaals de vraag: Wordt dit maar stilzwijgend getolereerd? Kan dit allemaal maar gezegd worden? Als 24 predikanten in een Open Brief bepaalde theologen aanvallen staan kerkelijke hoogleraren en synodeleden direct gereed de fiolen van hun toorn uit te gieten over dergelijke boosdoeners die dan zo schandalig kritiek zouden oefenen.

Mag ik in alle bescheidenheid vragen: Wat zeggen deze zelfde synodeleden, nu een ambtsdrager van de herv. kerk publiekelijk op deze wijze zich uit over God en Zijn Kerk, Zijn evangelie en Zijn dienst? Wij zouden met klem willen zeggen: Laat de leiding van onze kerk ernst maken met haar eigen Kerkorde: De Kerk weert wat haar belijden weerspreekt. Want stilzwijgen kan ook een vorm van instemming zijn, en misschien wel de meest gevaarlijke die er bestaat.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's