BOEKBESPREKING
HET NIEUWE TESTAMENT VOOR MENSEN VAN DEZE TIID. Uitg. van J. H. Kok N.V., Kampen en Lannoo/Tiel, Den Haag, 375 pagina's, ƒ 9,50.
Onder supervisie van dr. R. Schippers, hoogleraar in de theologie aan de V.U. te Amsterdam en dr. A. Bertrangs, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit te Leuven, kwam deze uitgave van de vier evangeliën tot stand. De bedoeling van deze oecumenische opzet was de bijbel op eigentijdse wijze te vertalen en zo dichter bij dé mensen van onze tijd te brengen. We hebben hier dan ook te doen met een vrije vertaling die steeds onderbroken wordt door tussentitels die een verband willen leggen tussen de Bijbelgedeelten en het leven van vandaag. Verder sieren tal van foto's uit het alledaagse leven het geheel. Het is, zoals de samenstellers zeggen, niet de bedoeling van deze opzet om bestaande Bijbelvertalingen te vervangen, maar om er de weg voor vrij te maken. We menen dat de samenstellers er in zijn geslaagd om op heldere wijze een weergave te geven van de inhoud van de evangeliën, waarbij men gelukkig een banale of al te populaire woordkeus vermeden heeft. Anderzijds zal toch wel het gevaar blijven toestaan dat een parafrase als deze een eigen leven gaat lijden en in bepaalde kringen toch de echte Bijbelvertalingen verdringt.
Dr. J. Wytzes: CLEMENS ALEXANDRIUS EN ZIJN GRIEKSE VROOMHEID; J. H. Kok, N.V., Kampen; 20 pagina's; ƒ 1,50.
Deze brochure bevat de rede die door Dr. Wytzes werd uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van buitengewoon hoogleraar in het patristisch Latijn en Grieks aan de Theologische Hogeschool te Kampen op 17 november 1965. Het is interessant kennis te nemen van een stukje Oud-Christelijke theologie zoals die in de geschriften van Clemens Alexandrius te vinden is. De probleemstellingen dragen uiteraard wel een typisch eigentijds karakter en de aanraking met de Griekse filosofie is duidelijk merkbaar.
We misten in deze rede wel een korte levensschets van Clemens Alexandrius.
Van harte aanbevolen.
Huizen J. v. d. Graaf
- V. d. Meiden, DE ZWARTE KOUSEN-KERK, PORTRET VAN EEN ONBEKEN DE BEVOLKINGSGROEP. Ing., 231 blz. Prijs ƒ10, —. Uitg. Ambo-boeken, Utrecht.
De zoon van Prof. van der Meiden, in leven hoogleraar aan de Theol. Hogeschool van de Chr. Ger. Kerken te Apeldoorn, schrijft over een onderwerp waarmee hij van huis uit bekend is. Hij schrijft over dingen, waarvan hij indrukken heeft vanuit zijn jeugd.
De titel doet een ogenblik vermoeden, dat dit het zoveelste boek is, waarin fijnzinnig of grof op de „fijnen" zal worden gescholden, maar dat is niet zonder meer het geval. Dit betekent niet, dat hij met de door hem beschreven personen op één stoel zit. Soms staat hij ver, heel ver van hen af.
Zijn pietas is de eerbied voor het wonder, dat hij verwaardigd wordt te mogen leven voor God en de mensen, zijn bevinding is, dat hij lezend in zijn krant en kijkend naar de t.v., Gods verborgen omgang vinden kan, een omgang met een wereld, die nauwelijks meer te begrijpen valt en waarin hij toch moet geloven (Wz. 118, 119).
Kom met deze pietas en bevinding eens mee voor de dag in de kring van hen, die hier worden aangeduid!
Soms zet ge een vraagteken. Ds. Ledeboer (blz. 143) was meer dan een wonderlijk heer. Het woord „ziener" was meer op zijn plaats geweest.
Ook de beschrijving van de Ger. Bond (blz. 145, 146) roept bedenkingen op. Het gaat allemaal zo vlot. Alles moet opgedeeld worden in „waren" en minder „zwaren". Bepaald bezwaar moet gemaakt worden tegen de wijze waarop de typologie (met de verwerping van de allegorese graag akkoord!) over het Hooglied wordt afgedaan.
Het is geen gemakkelijke taak, die de schrijver zich gesteld heeft. Hij moet een zeer geschakeerde groep, die verdeeld is in allerlei kerken en groepen (de lijst staat achterin) in het vizier krijgen. Wanneer hij schrijft over verkiezing, wedergeboorte, bekering, bevinding, enz., dan is duidelijk, dat hij niet alleen allerlei verwrongen en geschematiseerde brokstukken weergeeft, maar zich ook distantieert van Calvijn, Luther, de belijdenisgeschriften, enz.
Dat is jammer, omdat hij juist vanuit de reformatie en de belijdenis allerlei wondeplekken had kunnen aanwijzen. Nu houdt zijn pleidooi voor communicatie met deze bevolkingsgroep m.i. geen belofte voor de toekomst in, omdat men terecht zal zeggen, dat de schrijver niet trouw is aan de schat van de reformatie.
Dit wil niet zeggen, dat hij niet veel rake en ware dingen zegt. Ook over de ontwikkelingen, die er gaande zijn, worden dingen opgemerkt, die niet dan tot schade verwaarloosd kunnen worden.
Toch ontkomt de schrijver niet aan mistekening. Het zal wel niet te ontgaan zijn bij zo'n bonte en verscheiden groep. M.i. doet hij aan het belangrijkste aspect tekort in deze kringen, dat is van de vreze Gods, de adem der liefde die van de ouders op de kinderen gaat en die onuitwisbare indrukken zet. Het zal wel een groot verschil uitmaken in welke kringen men gebakerd is en uit welk ouderlijk huis men stamt.
Dat de afval in de door de schrijver genoemde kringen groot is, kan ik niet beoordelen. Dat ze er is, staat vast. Maar bedenkt de auteur, dat deze afval uit de kringen, waarin het engagement met de tijd wel aanwezig is, onvoorstelbaar groot is?
Ik schrijf dit niet om het eerste vraagstuk onder de tafel te werken (het is er!) maar wel om ietwat tot bescheidenheid te manen over „de eigen kring" waarin de schrijver zich nu bevindt.
Tenslotte leert ook dit boek zijdelings, dat alleen een persoonlijk geloof het houdt in de branding van alle tijden, ook van deze tijd.
Katwijk aan Zee G. Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's