De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VOORSTELLEN TOT WIJZIGING VAN DE KERKORDE (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VOORSTELLEN TOT WIJZIGING VAN DE KERKORDE (2)

9 minuten leestijd

  1. Voorstellen tot wijziging van de ordinanties 1, 4 en 7. Terzake van deze voorstellen valt weinig op te merken. Zij beogen grotendeels een zekere verfijning van de kerkordelijke voorschriften. Wel vragen wij ons af of het nu beslist noodzakelijk is, dat in alle gevallen, waarin een kerkelijk lichaam, op welk niveau ook, besluit tot de vestiging van een permanent secretariaat of bureau (ord. 1-27-4), over de plaats van vestiging eerst goedkeuring moet zijn verkregen van het breed moderamen van de generale synode. Wat ons betreft, zou men in de voorgestelde wijziging van ord. 1-27-4 even goed kunnen volstaan met „na overleg met" in plaats van „in overleg met".

In de toelichting op het voorstel tot wijziging van ord. 4-4 is de tweede regel niet erg duidelijk. De woorden „de voorgestelde wijzigingen" kunnen heel goed vervallen. Dan loopt de zin beter.

Verder is in het slot van lid 2 van ord. 4-4 het woord „bijeen" uitgevallen, en ontbreekt in lid 2 van ord. 4-30 in de vierde regel na het woord „stellen" een komma.

  1. Voorstellen tot wijziging van de ordinanties 1 en 13 (positie predikanten voor buitengewone werkzaamheden). Deze voorstellen houden in:
  2. De predikanten voor buitengewone werkzaamheden worden stemgerechtigde leden van de classicale vergadering, binnen welker ressort zij wonen;
  3. Zij kunnen afgevaardigd worden door de classicale vergadering naar de provinciale kerkvergadering en de generale synode;
  4. Zij kunnen belast worden met het presidiaat van de meerdere vergaderingen der kerk.

Predikanten voor buitengewone werkzaamheden zijn dienaren des Woords aan wie opgedragen is het verrichten van buitengewone, voor een classis, een kerkprovincie of voor de kerk in haar geheel van algemeen belang zijnde werkzaamheden. Zij zijn verbonden aan een gemeente, een classis, een kerkprovincie of aan de kerk in haar geheel. Hun aantal bedraagt momenteel meer dan 200, ruim 10% van het, hervormde predikantencorps. Van Alphen's Nieuw Kerkelijk Handboek, jaargang 1967, geeft op de pagina's 197 t/m 210 een indrukwekkende lijst van namen en werkzaamheden. Onder hen bevinden zich de krijgsmachtpredikanten, de secretaris­ sen van de vele raden, de leiders van vorminigscentra, de koopvaardijpredikanten, de studentenpredikanten, hoogleraren, leraren aan een middelbare sdhool, enz., enz., enz. Die allen, voorzover zij niet in het buitenland woonachtig zijn, wil men nu in de classicale vergadering van hun woonplaats als stemgerechtigde leden deel laten nemen aan de besluitvorming.

Als voornaamste argumenten worden in de toelichting genoemd:

  1. Het feit, dat de regeling van de kerkordelijke positie van de predikanten voor buitengewone werkzaamheden als niet in alle opzichten bevredigend wordt ervaren;
  2. Het belang, dat gestreefd wordt naar de inpassing van het categoriale werk in de kerk in de structuur van de kerkorde.

Verder vermeldt de toelichting, dat in de vergadering van de generale synode wel bezwaren naar voren werden gebracht tegen bovengenoemde wijzigingen, maar dat de meerderheid der synode het echter van grote betekenis achtte, dat de mening der classicale vergaderingen in het onderhavige vraagstuk zou worden gepeild.

Het zal de lezers van dit blad, gezien de dingen die hier aan de orde zijn, wel duidelijk zijn, dat we tegen genoemde wijzigingen in het kerkordelijk bestel principiële bezwaren hebben, waarom we deze wijzigingsvoorstellen dan ook hartgrondig verwerpen. Ons eerste bezwaar richt zich tegen de methode, die de synode hier volgt. Er heerst een zekere onbevredigdheid ten aanzien van de regeling van de kerkordelijke positie van de predikanten voor buitengewone werkzaamheden. Verder wil men streven naar de inpassing van het categoriale werk in de structuur van de kerkorde. Men weet echter nog niet precies hoe over dit alles in de kerk gedacht wordt. Maar geen nood. Er worden wijzigingsvoorstellen gemaakt. Het beraad in de grondvergaderingen van de kerk en de consideraties over deze wijzigingsvoorstellen zuiden wel duidelijk maken boe de stukken liggen. Bij deze methode wordt een voorstel tot wijziging van de kerkorde gehanteerd als een soort enquête naar de mening van de classicale vergaderingen in een bepaalde zaak. Het komt ons voor, dat dit een verwerpelijke methode is. De achtergrond van voorstellen tot wijziging van de kerkorde kan zijn een nodige correctie van bepaalde voorschriften, een ten aanzien van een bepaalde zaak gebleken behoefte, een in de loop der jaren ontdekte lacune in het kerkordelijk bestel, maar niet het motief om eens de mening van de classicale vergaderingen in een bepaald vraagstuk te peilen. Daarvoor is de kerkorde een te belangrijke zaak. Bovendien staan de synode hiervoor wel andere middelen ter beschikking. Hier wreekt zich voor de zoveelste maal het feit, dat we niet een presbyteriale kerkorde hebben, maar een synodale-hierarchische vorm van kerkrecht. Met als gevolg, dat de lijn van boven naar beneden die van beneden naar boven hoe langer hoe meer gaat overheersen.

Naast bezwaren tegen de methode hebben we ook bezwaren tegen de inhoud van de voorstellen. Ze ondermijnen de presbyteriale kerkvorm geducht. In het nummer van „Woord en Dienst" van 9 maart van dit jaar, dat ons het verslag biedt van de wintersynode, kan men op pagina 69 zien, dat de vaste commissie voor de geestelijke verzorging (nl. van de krijgsmachtpredikanten) had voorgesteld de predikanten voor buitengewone werkzaamheden een aparte (55e) classis te laten vormen. Dat zou dan wel een monstergrote classis geworden zijn. De commissie voor kerkordelijke aangelegenheden achtte dit niet juist, omdat de predikanten voor buitengewone werkzaamheden dan niet vergezeld zouden zijn van ouderlingen, „wat in strijd is met het presbyteriale karakter van de kerkorde". Aldus letterlijk de cie voor kerkordelijke aangelegenheden. Verrukkelijk om dit te lezen! Maar even verder in dit verslag stelt de cie voor kerkordelijke aangelegenheden voor genoemde predikanten actief en passief stemrecht te geven in de meerdere vergaderingen van de kerk. Maar nu zonder dat zij vergezeld zijn van ouderlingen. Dat nu is onbegrijpelijk.

Wordt dit nu niet in strijd geacht met het presbyteriale karakter van de kerkorde? Hier spreken de commissie en de synodeleden zichzelf tegen. Wij houden het daarom maar op wat de cie voor kerkordelijke aangelegenheden in eerste instantie gezegd heeft: stemgerechtigde predikanten op de classicale vergaderingen zonder het gezelschap van ouderlingen is en blijft in strijd met het presbyteriale karakter van de kerkorde.

Men zou uit het hierboven geschrevene kunnen concluderen, dat, als de voorstellen nu maar geamendeerd worden in dier voege, dat de predikanten voor buitengewone werkzaamheden wel vergezeld worden van ouderlingen, de zaak in orde is. Maar ook dan nog houden wij onze bezwaren tegen de voorstellen. En wel op grond van de kerkorde zelf. Artikel 5 lid van de kerkorde stelt, dat de regering der kerk wordt uitgeoefend in vergaderingen, waarin de ambten bijeen zijn. In lid 2 van genoemd artikel wordt dan gezegd, dat deze vergaderingen zijn

voor de plaatselijke gemeente de kerkeraad;

voor de in een classis verenigde gemeenten de classicale vergadering;

voor de in een kerkprovincie verenigde gemeenten en classes de provinciale kerkvergadering; en

voor de gemeenten, classes en kerkprovincies tezamen en mitsdien voor de gehele Kerk de generale synode.

De zaak ligt duidelijk.

In een classicale vergadering komen de ambten bijeen. En deze classicale vergadering is de vergadering voor de in een classis verenigde gemeenten. M.a.w., het gaat bij een classicale vergadering om de gemeenten, die gerepresenteerd worden door haar ambtsdragers. Welnu, dan moeten logischerwijze de ambtsdragers, die ter classicale vergadering het stemrecht uitoefenen, ook wortelen in de gemeenten, en deel uitmaken van de kerkeraden, die hen afvaardigen. De predikanten voor buitengewone werkzaamheden doen dat niet. Zij mogen dan een categoriale gemeente achter zich hebben, die categoriale gemeente is beslist niet bedoeld in artikel 5 van de kerkorde. Nu staat wel in de toelichting, dat het van belang is, dat gestreefd wordt naar de inpassing van het categoriale werk in de structuur van de kerkorde. Maar zolang de eigenlijke kerkorde alleen het begrip „geografische" gemeente kent en hanteert en niet het begrip „categoriale" gemeente, is het niet zindelijk het categoriale werk via een zijdeur, de ordinanties, de kerkorde binnen te smokkelen, en niet eerst deze zeer omstreden zaak op het principiële vlak van de kerkorde zelf, de 29 artikelen, op zijn houdbaarheid te toetsen. Wij adviseren dus met klem en kracht in de a.s. septembervergadering van de classes tegen deze wijzigingsvoorstellen te protesteren. Veel beter is, dat de predikanten voor buitengewone werkzaamheden gebruik maken van hun recht de classicale vergaderingen als adviserend lid bij te wonen. Men kan dan minstens even intensief betrokken zijn bij het beleid en belijden van de kerk.

Aan bovengenoemd voorstel kleven vanzelfsprekend ook praktische bezwaren, m.n. van kerkpolitieke aard. Er zijn situaties denkbaar, dat het gezicht van een classis door het stemrecht van de predikanten voor buitengewone werkzaamheden wel eens zodanig kan gaan veranderen, dat het geen eerlijke weerspiegeling meer is van de in een classicale vergadering verenigde gemeenten. Met als gevolg, dat de gemeenten zich gaan terughouden van hun classicale verantwoordelijkheden. We gaan hier nu veder niet op in, omdat de beslissing dient te vallen op het principiële vlak, dat van het presbyteriaal karakter van onze kerkorde.

Een laatste bezwaar tegen deze voorstellen is, dat ze discriminerend zijn ten opzichte van de predikanten voor bijzondere werkzaamheden, die wel het stemrecht bezitten ter classicale vergadering, maar niet kunnen worden belast met het leiden van de ambtelijke vergaderingen der kerk. Waarom de predikanten voor buitengewone werkzaamheden in de voorstellen wel, en die voor bijzondere werkzaamheden niet? Of krijgen we dat later?

Artikelen over de kerkorde behoren doorgaans tot de minst interessante van een kerkelijk weekblad. Toch hopen we, dat de leden van de kerkeraad ze goed lezen en zich er met elkaar in hun kerkeraadsvergadering uitvoerig over beraden. De samenstelling van de meerdere vergaderingen der kerk en de ambtelijke leiding van deze vergaderingen zijn namelijk geen zaken van ondergeschikt belang, maar bepalen wezenlijk de structuur van onze kerk. Wie hier alles maar op z'n beloop laat, zal vroeger of later tot de ontdekking komen, dat hij in een kerkelijk klimaat is terecht gekomen, waarin we hard op weg zijn naar een episcopale vorm van kerkregering. Dit episcopale zit nl. niet in de naam, maar in de zaak. En van dit episcopale hebben we langzamerhand genoeg, eigenlijk al veel te veel gekregen.

Putten.   C. J. P. Lam.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VOORSTELLEN TOT WIJZIGING VAN DE KERKORDE (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's