De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERTROUWEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERTROUWEN

7 minuten leestijd

Doorgaande op de vraag van één onzer lezers, komt de zaak van het vertrouwen tussen de gemeente en de predikant aan de orde. Vertrouwen is een onmiskenbare voorwaarde voor de overdracht van het onderwijs.

Wanneer ik ziek ben, en de arts komt mij bezoeken, maar ik heb geen enkel vertrouwen in zijn kundigheid, dan kan de man mij voorschrijven wat hij wil, maar ik luister niet naar hem. Een van de grondvoorwaarden voor de arts is, dat hij het vertrouwen van zijn patiënten heeft.

Geldt dat voor ons tijdelijk leven, hoeveel temeer geldt dat voor dit en het toekomstig leven. Het gaat — zegt iemand — om mijn onsterfelijke ziel. Ik heb er maar één te verliezen. Daarom moet ik vertrouwen hebben in mijn predikant, dat hij mij naar het Woord Gods eerlijk behandelt, enz.

U kunt kritiek hebben op de uitdrukking: „onsterfelijke ziel", maar de bedoeling is duidelijk, 't Gaat om een allerbelangrijkste zaak: een eeuwig wel of een eeuwig wee!

Gezien vanuit de dienaar mag deze alles doen om Christus te behagen. Naarmate hij zelf van God geleerd is, met de gemeente (en wat is ze vaak stug en weerbarstig!) worstelt in de prediking en de gebeden, naar die mate wint hij het vertrouwen van de gemeente. Niet van allen; maar wel van allen, die het gaat om de levende bediening van het Woord.

De dienaar moet weten, Wie zijn Lastgever is. Dat maakt hem, nietig mensje uit het stof verrezen, tot een gezant van Christus, al durft hij dit nauwelijks van zichzelf te zeggen, als hij ziet op al zijn gebreken en zonden.

Hij neemt een uitermate besproken plaats in, vooral vandaag. Bij het wegvallen van allerlei „beschermende" relaties in de samenleving, waarin alles democratie en inspraak is, wat de klok slaat, staat hij als een vreemde figuur.

Naarmate in de samenleving allerlei gezagsrelaties worden ondermijnd, moet het ons niet verbazen, dat éénzelfde geest door de kerk waart.

Deze man is een mens onder de mensen èn heeft een boodschap, een gezagsvol woord te spreken uit Gods wereld. Die boodschap wordt, wanneer ze duidelijk wordt uitgesproken, weersproken, doodgezwegen en genegeerd èn geloofd.

Over de tegenspraak moeten wij ons niet opwinden of zenuwachtig maken, want dit hoort bij ons ambt.

De predikant moet weten wie zijn Zender is en wat Zijn boodschap is. Daaraan heeft hij de handen zijn levenlang vol.

De predikant heeft ook alles te maken met zijn gemeente. Hij is toch zelf uit de gemeente voortgekomen en hij blijft toch ook lid van die gemeente.

Voor een vruchtbare arbeid is in de zegen Gods een diepe wederzijdse vertrouwensrelatie nodig. Wanneer de predikant het vertrouwen mist, kan hij veel zeggen, maar niemand neemt het ter harte.

Daarom moet hem er alles aan gele­gen zijn om zich in de Heere verbonden te weten met het volk, dat aan zijn zorgen is toevertrouwd.

Hier wreekt zich het verval van de kerk. Naarmate de gemeenten in een richtingenstrijd zijn verwikkeld, naarmate de landelijke kerk de wacht heeft verzuimd bij de toelating van de dienaren en de bezetting van de hoogleraarsstoelen, naar die mate is er ook een uiterst kritische instelling van de gemeenten in de omgang met kandidaten tot de heilige dienst, jongere en oudere predikanten en hoogleraren. Dit moest zo niet zijn, maar het is helaas vaak zo.

Het geestelijk gezag van het ambt ontleent de dienaar niet aan de gemeente, maar het is er — wil het vrucht hebben — van meet aan ten nauwste mee verbonden. Christus en de gemeente mogen wij niet uiteenrukken.

Maar waar vinden wij de gemeenten, waar de gestalte van Christus zichtbaar wordt in de kerkeraden en in de samenkomsten? Zij zijn er. God zij gedankt. Maar hoevele kerkeraden en gemeenten zijn niet verschraald.

Bij het wegvallen van door de Geest gevulde verbanden, komen de gezagsvolle enkelingen naar voren. Gelukkig, wanneer zij er nog zijn. Er zijn gemeenten aan te wijzen, waarin godvruchtige en wijze ouderlingen een dieper spoor hebben getrokken dan menig predikant.

Maar, waar het mij nu om gaat, is aan te wijzen dat het verval van de gemeenten innig verweven is met het verval van de dienaren des Woords.

Het geestelijk gehalte van de gemeenten gaat gelijk op met het geestelijk gehalte van de predikanten.

Dat moet de gemeente bedenken. De predikanten komen uit haar midden voort. Zij levert in de middellijke weg de predikanten. Vandaar, dat het dringend nodig is de gemeente en de kerkeraden er aan te herinneren, dat zij aan de dienaren geen andere maatstaf aanleggen dan aan zichzelf. Als er gemeten moet worden — en dat is een Bijbelse zaak — dan hebben wij als gemeenten te bedenken, dat wij met dezelfde maatstaf wedergemeten zullen worden.

Er zit in bepaalde gemeenteleden de haast onuitroeibare trek haar dienaar of dienaren voortdurend te meten of op een goudschaaltje te leggen, zonder dit alles in de gemeenschap met die dienaren tegelijk op zichzelf toe te passen. Dan wordt vergeten: de dienaren komen uit'de gemeenten voort. Zo de priester, zo het volk, zei men vroeger. Daarin zit een waarheid, een grote waarheid!

Dat wil niet zeggen, dat gemeenten en dienaren altijd op hetzelfde vlak staan. Er kunnen spanningen ontstaan omdat de gemeente meent, dat haar dienaar afwijkt, terwijl het omgekeerde door de dienaar gedacht wordt.

Hoe worden deze spanningen voorkomen en hoe wordt een vertrouwenscrisis voorkomen? Wanneer èn gemeente èn dienaren komen en blijven onder de goddelijke kritiek en er mensen zijn, die in de (vol) macht van de Heilige Geest richting gevende, bestraffende en vertroostende woorden spreken. Zulke mensen zijn godsgeschenken.

Wat belangrijker is: Hoe groeit de vertrouwensrelatie tussen de dienaar en de gemeente? Wanneer zij beiden in het Woord bezig zijn. Met de gestalte en het gehalte van het Woord groeit het gezag van de dienaar des Woords in de gemeente wel te verstaan. Het oorspronkelijke gezag is van God in Christus door de Heilige Geest. Maar dezelfde Schrift spreekt van een toenemen in het ambt, dat openbaar wordt voor allen.

En op dat toenemen in het ambt wilde ik nu alle nadruk leggen. Er is een groei! Met die groei neemt het vertrouwen toe Ook van de kant van de gemeente. Met die groei neemt ook de tegenstand en de vijandschap toe van allen, die de nek niet willen buigen onder het gepredikte Woord.

Om die toename mag gebeden worden om Gods wil, om der wille van het Woord en om der wille van de ingang van het Woord in de harten van de leden der gemeente.

Wanneer deze vertrouwensrelatie groeit kan de dienaar zijn onderwijs aan de gemeente kwijt, ook al raakt hij daarmee heilige huisjes, scheef gegroeide tradities, verkeerde liggingen of het geestelijk leven belemmerende factoren.

Dan nemen zij wat van hem aan. Dat vertrouwen heeft de dienaar nodig wanneer hij de gemeente ook in deze tijd , wil leiden in allerlei vragen, die de gemeente kopschuw maken, op vragen, die een gevoel van onbehagen oproepen. Wanneer hij meent, dat hij veranderingen (als het tenminste verbeteringen zijn!) moet invoeren.

De gemeente is zo doodsbang voor alle veranderingen, omdat zij meestal komen uit de heersende groep in onze kerk, waarin zij geen vertrouwen heeft.

Letterlijk schrijft iemand: „Ik vertrouw de nieuwe dingen die ingevoerd worden niet vanwege hun herkomst."

Daar hebben wij het.

Het gaat om het vertrouwen. Om dat te winnen hebben wij omgang met God en de gemeente nodig. Daarvoor behoeven en mogen wij niet met pluimstrijkende woorden om te gaan, maar eerlijkheid, oprechtheid voor God en de mensen.

Wanneer wij zo samen het goede zoeken voor de gemeente, zal God ons de weg wijzen in allerlei vragen, die in onze tijd op ons aankomen.

Katwijk aan Zee  G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1968

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

VERTROUWEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1968

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's