De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GOEDERTIEREN OVER ONDANKBAREN 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GOEDERTIEREN OVER ONDANKBAREN 2

11 minuten leestijd

Maar hebt uw vijanden lief, en doet wel en leent zonder iets weder te hopen; en uw loon zal groot zijn; en gij zult kinderen des Allerhoogsten zijn; want Hij is goedertieren over de ondankbaren en bozen. Lukas 6 : 35.

In de Bergrede gaat het om het nieuwe leven van de kinderen des Allerhoogsten. Het is daarom nieuw, anders dan het oude, omdat we niet zelf meer uitmaken wat goed en kwaad is. Dat doet de Ander, de Allerhoogste. Wat Jezus zegt, staat daarom loodrecht op onze eigen wil en natuur. Maar Hij spreekt het namens God. En Hij boorde het en deed het. Horen wij Hem en aanvaarden we Hem?

Wat Hij zegt, kan niet. Het staat wel in de bijbel, maar hoe kan dat nu, zei dezer dagen iemand, die moeilijkheden ondervindt van zijn medemensen, tegen me. Hoe zullen we dan zijn stem horen als de gezaghebbende stem van God? Waarom zullen we in Hem geloven en op zijn woord ons vertrouwen stellen?

Dat dit geschiedt - want het gebeurt - dat is alleen door de Heilige Geest. De Geest schenkt het geloof in Jezus en ook vertrouwen in de woorden die Jezus gesproken heeft in de Bergrede. Hij maakt dat we ze serieus nemen. Hij voert daarmee tot de strijd met onze eigen natuur en vraagt geloofsbeslissingen in het leven van alle dag. Want de Geest is het die ook heden het woord van Jezus levend maakt en daarmee ons telkens voor de keus zet of we in het oude zullen volharden of het nieuwe zullen kiezen. We ervaren dat het geen goedkope zaak is, het oude en geliefde moet eraan.

„Dit brengt voor ons innerlijk leven en voor heel ons bestaan, met al zijn relaties strijd mee. Want het is dan een bestaan dat niet voor zichzelf bepaalt wat goed en kwaad is" (prof. Berkelbach van der Sprenkel, Het Evangelie Van Lukas).

De spanningen tussen onze eigenwilligheid en de openbaring van Gods bedoelingen met ons leven, komen duidelijk aan de dag. Hij wil ons tot een nieuw leven brengen, maar dat gaat met vele weeën gepaard.

In dat leven gaat het om de praktijk van de liefde. De meesten van ons zullen weten wat liefde is. Er zijn vele goede dingen van te zeggen. Welk een gave is het als een jongen een meisje lief krijgt, dat man en vrouw van elkaar houden, ouders hun kinderen liefhebben, en kinderen sterke banden met hun ouders hebben. Maar hieruit kunnen we toch niet ten volle begrijpen wat liefde is. Er is hier sprake van wederkerigheid. De liefde komt niet van een kant. En de liefde die de Schrift bedoelt, komt wel van een kant. God heeft liefde tot mensen die Hem niet liefhebben. Dat is het wonder van Gods barmhartigheid. En Jezus is het die deze liefde ten volle geopenbaard heeft. Dat zagen we in de vorige meditatie. Maar nu wil Jezus ons in die liefde betrekken. Hij wil ons leren lief te hebben degenen die ons geen liefde bewijzen. Daarom nodigt Hij de mensen die Hem horen uit om met Hem aan Gods kant te gaan staan, dat is tegenover zichzelf zoals men uit zichzelf is en ook tegenover de anderen voor wie Jezus liefde vraagt, maar voor wie wij op ons natuurlijk standpunt geen liefde opbrengen kunnen.

Het is vanzelfsprekend dat we mensen en zaken van onze kant bekijken. We hebben onze standpunten. Een vijand haat je, want je moet op je eigen leven passen; als je een klap krijgt, geef je er een terug. Ons standpunt is: met gelijke, munt terugbetalen. Vanzelfsprekend.

Nu vraagt Jezus: Zou je dat standpunt niet willen verlaten? Ja van allen die Hem horen vraagt Hij dit. Je eigen standpunt verlaten en op zijn standpunt gaan staan en op dat van zijn Vader. Je staat op het standpunt van de haat, hoog, kom daarvan af, kom over de lijn, kom tot de liefde: Heb je vijand lief.

Maar dat is een geheel andere manier van leven.

Ja, wat dacht u, Jezus had toch een geheel andere manier van leven dan wij? En als God ons roept tot de gemeenschap met zijn Zoon, laat Hij de zijnen daaraan niet voorbijgaan. Dat kan niet, de Geest laat dat niet toe. Zijn kinderen kunnen geen vrede vinden in een leven vol haat, nijd en wraak. Ze zullen steeds tegen zichzelf en tegen hun omgeving moeten strijden. Want ook als kinderen van God zijn we mensen, dus houden we er ook van vijanden het betaald te zetten. Maar, neen, zegt Jezus, hebt uw vijanden lief. Zo beschrijft Hij hier het leven van de zijnen in gemeenschap met Hem. En vanuit zijn gemeenschap kom je toch te staan tegenover je eigen oude leven en dat van hen die uit een andere bron dan Jezus leven. Het gaat hier om de kinderen des Allerhoog­sten, die toch een ander leven hebben leren kennen, dan alleen dat wat ze uit hun ouders hebben ontvangen. Ze zijn anders omdat ze met de Zoon kinderen zijn geworden van de Allerhoogste. Want de liefde Gods is in hun hart uitgestort. Heeft u het beleefd? Heeft u die geweldige ontdekking gedaan dat God de Allerhoogste zo ver staat boven ons natuurlijk standpunt en dat dat uw redding uitmaakt? Ziet u hoe diep Hij in Christus neerbuigt? Kunt u dan rechtop blijven staan.

Ik was eens met een gemeenschap samen in een kerkdienst. Tijdens het gebed kon men neerknielen. Ik deed het niet, want wij willen niet knielen in de kerk, ook als anderen het wei doen. We moeten trouw blijven! Ik heb het niet kunnen uithouden, maar ervoer het als hoogmoed, vooral tegenover hen die ik zeer begenadigd achtte. Hoeveel te meer is het nodig dat we ons met Christus vernederen in zijn liefde tot vijanden. Kinderen van de Allerhoogste buigen omdat Hij in Christus zich over hen buigt. En niet alleen over hen, maar ook over de gehate. De woorden van de Bergrede liggen ons niet, maar we kunnen ze vanwege Christus niet gemakkelijk meer ontwijken. En we mogen niet de toevlucht nemen tot de waarheid dat we hier toch niet volkomen zullen worden. Dat is eerder verschrikkelijk dan gemakkelijk. Wie daar de toevlucht toe neemt, onttrekt zich aan de spanning die Jezus nu eenmaal in de wereld brengen moest om de boze te overwinnen. In die strijd worden we geworpen, en zonder deze strijd geen ingang in het Rijk. Het is ergerlijk, want het gaat dwars tegen ons in. Het brengt lijden met zich mee, en daar zijn we niet op gesteld. Het is het kruis van de oude mens, die we zo graag koesteren.

In de wereld is voor deze woorden geen plaats. Daarom zien we na 2000 jaar evangelie geen wereld voor ons waarin naar deze leer wordt geleefd. En die het voorstaan zonder Christus, mislukken. Moderne humanisten geloven niet meer in goede mensen, die eigenlijk willen wat Jezus ook wilde. Toch laat het Woord van Christus de mensheid niet los, want de kracht van de Geest is er in. Het is Gods openbaring die ons oordeelt, weerstand wekt, maar toch de weg van God met ons blijft wijzen. De weg van de liefde jegens de vijand. Jezus zegt: Hebt uw vijanden hef. Hij bedoelt de vijanden die het dierbaarste aantasten; n.l. het geloof in Hem. Het zijn de vijanden van Hem en zijn discipelen, die hen haten, isoleren, smaden en zwart maken om wille van de Zoon des mensen. De discipelen hebben het ondervonden. En door de Geest konden ze het voorbeeld van Christus na volgen. Ze deden wat Jezus hier vraagt. En zo waren ze sterker dan de Satan. Want alleen door de liefde ben je sterker dan hij die het kwaad aanbrengt. U kunt dat niet, en ik ook niet. We gaan liever naar onze natuur te werk. Maar als we op de Allerhoogste zien die zich in Christus heeft vernederd, krijgt onze natuur de doodsteek van de liefde Gods. Dan slaan we niet terug en zijn we bereid te geven wat wordt afgenomen, dan eisen we niet terug. Zullen we geen onrecht willen lijden? „Wanneer iemand zulk een lijden om Gods wil draagt, omdat men kind van de Allerhoogste wil zijn, die zal beleven welk een kracht er in schuilt, terwijl hij in de lijdensweg van Jezus zijn Heer die kracht ziet. Toch is dit lijden voor hem, die het heeft te dragen" (Prof. Berkelbach van der Sprenkel, a.w.). Dit is de zin van de tekst.

Mag ik proberen dit alles nog wat nader tot uw leven te brengen? In de eerste plaats is het voor ons allen goed de nodiging van Jezus te horen om aan zijn kant te komen staan, en op die manier afstand te nemen van onze eigen natuur en van het natuurlijke leven om ons heen. Dat is de roep tot bekering, die we ons gehele leven nodig houden. Zonder deze overgang leven we oud en is er geen sprake van vernieuwing. Vergeet nimmer die roep en het zal ons anders doen omgaan met onszelf en met, anderen.

En verder, heeft u ook vijanden om Christus wil? Een vreemde vraag? Wie neemt het ons kwalijk als we gaan staan aan de kant van Christus? We leven immers in een vrij land. Maar u weet toch ook wel dat er veel vijandschap is, juist ook op christelijk erf. Er wordt wat gevochten. En wat een mensen zijn er die het niet met elkaar eens zijn. Het is schier onontkoombaar. En dan is de neiging groot dat we ieder die het met ons niet eens is in geloofszaken ook vijandig te behandelen. En we kunnen zelf door de ander ook zo behandeld worden. Hoe hierin te staan, hoe dit te beantwoorden? Wat betekent het nu hierin aan Christus kant te staan? We moeten ons afvragen of we de vijandschap wel ondervinden om Christus wil. Dat wil zeggen, heeft Christus door de Geest zo duidelijk gestalte in ons aangenomen, dat we daarom moeten lijden?

Laten we bescheiden zijn en ons niet te gauw hierop verheffen. We moeten n.l. de mogelijkheid niet uitsluiten dat het geheel andere dingen zijn die onze medemens verleiden tot een verkeerde houding jegens ons. In het leven kan het om allerlei dingen hard tegen hard gaan en er zijn zoveel prestigekwesties. En zo kunnen christenen ook tegenover elkaar staan. En als het dan gaat om geloofszaken kunnen we al gauw denken, dat we tegenstand ondervinden om Christus wil, terwijl het in werkelijkheid is vanwege de hardheid van het eigen hart, vanwege ons prestige. We kunnen waarheidskampioen zijn zonder dat Christus in ons is. Zo kunnen we onszelf bedriegen. Vertrouw jezelf in deze niet te gauw. Staan we werkelijk aan de kant van Jezus en leren we met zijn ogen zien en klopt zijn leven in ons hart? Zonder dat krijgen we geen juist beeld van onszelf en worden we hoogmoedig tegenover anderen in plaats van klein.

Een ander punt. Vijandschap kan velerlei oorzaak hebben. Niet alleen het geloof is aanleiding. Zo kunnen man en vrouw vijanden worden, ouders en kinderen, familieleden, buren en kennissen. Ook onder ons veel voorkomend. Wat betekent hier het woord van Christus? Hij spreekt over vijandschap om des geloofswil en daar gaat het toch niet altijd om? Toch wel, wat zouden we anders krijgen? Dat we elkaar om dit of dat wel mogen haten. Vijanden om Christus wil zijn de ergste omdat men ons dan haat om het hoogste wat er is, het geloof in Hem. Die vijanden liefhebben, zegt Hij. Dan toch zeker de mindere vijanden. Dat brengt lijden met zich, maar het is onze roeping de kwaden lief te hebben, hun wel te doen, ze te helpen zonder er voor onszelf voordeel in te zoeken en hen zo om Christus wil te beschamen en te winnen, want om het behoud van hen die ons haten gaat het. God staat er voor in, dat we zo meer winnen, dan wanneer we naar onze natuur te werk gaan. En in die dingen; moet aan de dag komen hoe we bouwen aan ons levenshuis, op de rots, of op zand. Zie Luk. 6, 47-49.

Dan zal ook aan de dag komen dat we tegenstand gaan ondervinden van hen die eerst onze medestanders waren. Want ook onze medegelovigen leven doorgaans liever uit hun eigen natuur en komen in het geweer als we de dingen van de kant van Jezus gaan zien door de macht van zijn woord. Want het woord van Christus in onze tekst is machtig. Daarom roept het ook machten van tegenstand en ergernis op bij allen die wel geloven met de mond, maar niet met het hart. Maar: zalig zijt ge wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om der wille van de Zoon des mensen, vs 22.

Huizen   L. Zwanenburg

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GOEDERTIEREN OVER ONDANKBAREN 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's