Aannemelijke vragen
Waar gaan we toch heen?
Van O.N. een hele brief met vele vragen of vol van éne vraag. Het is niet nodig om de brief over te schrijven of de verschillende vragen te noemen. Als ik me toeleg op het antwoord leest u tussen de regels door de vragen. Ik vermoed, dat O.N. zonder bepaalde opdracht toch wel namens velen heeft geschreven.
Inderdaad is alles zo heel anders dan vroeger. Alles gaat achteruit, zegt ge. Neem nu het een of het ander, maar alles van kerk en evangelie is op retour. Voor jaren had de kerk ook in uw grote dorp wat te vertellen. De dorpelingen waren, ondanks kerkelijke gescheidenheid, één groot gezin dat rekening hield met Gods Woord. De Bijbel drukte een stempel op alles. Op de zondagen kwam de preek als een engel uit de hemel neerdalen om heel de week aanwezig te blij varen ouderling had gezag. Als hij passeerde was er vanzelf eerbied. In die dagen kon men heiligheid zien en tasten. Ginds stond de school met de Bijbel, maar men was ook bijkans dorp met de Bijbel. Er waren verenigingen van mannen en van vrouwen, van jongelingen en van — zoals men zei — jonge dochters, van knapen en meisjes, en ieder kwam ter vergadering. Men schoof aan rondom lange tafels om eerbiedig samen te lezen in de Heilige Schriften om wijs te worden tot zaligheid.
Families, die reeksen ouderlingen, diakenen, kerkvoogden en notabelen voortbrachten hebben de kerk de rug toegekeerd. Als je er nog sommigen van hen ziet, mag het wel in de krant. Hele banken staan te treuren als de kerkdienst is begonnen, want niemand heeft zich daarin neergevlijd om begerig te luisteren naar wat de Geest te zeggen heeft. Dankzij de wet van de traagheid sukkelt het nog wel wat voort, maar de spirit is eruit. De onzichtbare maar duidelijk voelbare loomheid heeft zich opgesteld waar vroeger de voorganger placht te staan. De gemeente heeft grijze haren gekregen. Weemoedig denkt ge aan de dagen der jeugd, toen ge feest hebt gehouden met Gods blijde scharen. Heeft het zin om langer mee te lopen? Er is geen band meer. Dikwijls knijp je in je arm om je ervan te vergewissen, dat je niet druk bezig bent jezelf te overleven.
Er zal heel wat moeten gebeuren. De maatschappij moet weer in de oude stand teruggekanteld worden. De stijl en structuur moeten worden omgebogen. Kort na de oorlog leek het of de kerk er zin in had. De kerkorde blies de bazuin, want we zouden de samenleving herkerstenen. De typische taal en de leuzen, die het in die jaren zo deden, zijn verklonken. We wanhopen aan een massale en totale terugkeer tot de kerk. Het lijkt wel een soort hardnekkige liefhebberij om aan het geloof vast te houden. Ge vindt het erg, dat de kerk zo terrein verliest en dat alles zo teruggaat. Waar moet het heen? Per advertentie worden kerken en pastorieën te koop aangeboden.
Genoeg wordt gedaan om nieuw élan in te blazen. Evangelisatiecampagnes en wervende manifestaties hebben blijkbaar hun tijd alweer gehad. De hele omlijsting, waarin ons bestaan van elke dag, de zondag incluis, is ingekaderd, is niet geschikt om daarin te passen de beleving van het heil des Heeren en de betrachting van Gods geboden. Ge doet er goed aan dat ge u realiseert, dat in Zijn dagen de Heere Jezus Zich niet uitsluitend heeft toegelegd op wijzigingen van corporaties en op de verwezenlijking van veelomvattende reformatorische programs. Wel bereikte Hij de schare, maar die keerde zich ook heel vlot weer van Hem af.
Christus wendde Zich tot de enkeling. Hoe uitvoerig heeft Hij gesproken met één Samaritaanse vrouw en met de éne Nicodemus, die in de nacht tot Hem kwam. Christus' arbeid was niet wat we aanduiden met grootscheepse activiteiten. Voor Hem had de eenling grote waarde. Voor Hem maakte éne zondaar, die zich bekeerde, meer uit dan liefst negenennegentig lieden, die het beneden hun godsdienstige waardigheid achtten om zich te bekeren. Ze hielden zich voor rechtvaardigen en hoefden niet gerechtvaardigd, zeker niet gerechtvaardigd te worden als goddelozen. We hebben ons af te vragen of dat werk, dat niet hoog genoteerd staat, nog voortgang heeft. Men kan krampachtig heel veel verzetten, machtig veel bezoeken afleggen, groepen en kringen benaderen en beïnfluenceren met bijbels getinte filosofieën, maar ontmoet men die éne zondaar en heeft men tijd, wijsheid en geduld voor het gesprek, dat op de fundamenten stoot?
Ge krijgt wel eens de idee, dat het tegenwoordig allang fijn is als men christelijke mensen maakt en christelijke situaties oproept. Maar zodoende maakt men nog geen christenen. Veel oppervlakkig gedoe kunnen we veilig achterwege laten. Noodzakelijk zijn diepte-investeringen. Christus moet geopenbaard in de diepste verborgenheden van het geraffineerd arglistig zondaarshart. Zo is Christus hier op aarde te werk gegaan. De menigte heeft zich van Hem afgekeerd en heeft zich zelfs straks tegen Hem verklaard. Maar in alle rust en met indringend vermogen heeft Christus telkens weer die éne zondaar bewerkt. Hij mocht roepen: Heere, ga uit, ik ben een zondig mens. Hij mocht aanvankelijk schouderophalend de reddende wijsheid van de Zoon van God bejegenen, uiteindelijk moesten ze zwichten en verbaasd constateren, dat Hij ze door en door kende, doorzag, dat Hij uitsprak al wat ze hadden gedaan en gedacht en nochtans het met hen wilde wagen.
Wij hoogmoedige mensen spreken van het waagstuk van het geloof, alsof wij er zoveel bij te verliezen hebben om het met Christus te wagen. Neen, het is anders. Hij moet het wagen met zondaren. Er moet wel de garantie zijn dat ze gegevenen des Vaders zijn, want anders gaat Hij met hen niet in zee (Joh. 2:24). Zolang Christus Zichzelf nog toebetrouwt aan mensenkinderen en woning maakt in hun harten om op die wijze, levende in hen, met hen op en neer te gaan, behoeven we niet wanhopig te zijn. Zolang brengt Christus nog dynamiet aan in deze wereld.
Bekommert en verontrust u niet al te zeer over vele dingen, over allerwege allerhande teruggang. Leg u toe op het éne nodige. Wij vinden het allemaal niet zo systematisch en structureel, wij vinden het rijkelijk incidenteel wat op deze wijze plaats vindt. Maar steentje voor steentje wordt gebouwd op het fundament, dat meer nog dan eeuwen trotseert. Waar wij heen gaan met verschillende instanties en verbanden is op een gegeven verband minder interessant dan de vraag waar het met u — ja ik bedoel u — naar toe gaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's