UIT DE PERS
Naar aanleiding
van een kanselboodschap.
Zoals u in de dagbladpers hebt kunnen lezen heeft het moderamen van de Geref. Synode enkele weken terug geweigerd de door het interkerkelijk Vredesberaad opgestelde kanselboodschap naar aanleiding van de kwestie Tsjecho-Slowakije, mede voor zijn rekening te nemen.
Van de zijde van de hoofdredactie van „Trouw", alsmede van de kant van een groot deel van de wetenschappelijke staf van de V.U. is op dit besluit van het moderamen der Geref. Synode scherpe kritiek gekomen. Ook anderen hebben dit synoddbeleid gelaakt.
In de rubriek Van week tot week in het Geref. Weekblad (Uitgave Kok, Kampen) van 6 september gaat Prof. Dr. H. N. Ridderbos uitvoerig op deze zaak in. Riddei^bos zou geen behoefte gevoeld hebiben zich in de zaak te mengen, rQaar nu de weigering van het moderamen door geestverwanten uit de eigen kerk zo hoog wordt opgenomen, acht hij het nodig het beleid van het moderamen te verdedigen en in het juiste licht te plaatsen.
Het punt in kwestie, het punt dus, dat voor het moderamen aanleiding was zich terug te trekken, was het feit, dat in genoemde verklaring min of meer het NAVO-pact mede aangewezen werd als aanleiding van de Tsjechische kwestie. De vraag naar vrijheid voor de volken van het Oostblok, hangt, aldus de verklaring, mede af van een verandering van de bestaande paoten. Zolang aan beide kanten van het IJzeren gordijn pacten in stand gehouden worden zou men situatie als die in Tsjecho-Slowakije ook voor de toekomst moeten vrezen.
Het is voor insiders niet onduidelijk uit welke hoek de wind waait in de door het Int. Vredesberaad opgestelde verklaring. Kritiek op handhaving van de NAVO is immers niet van vandaag of gisteren. En er is in verschillende kerken een sterike stroming die van oordeel is dat de kerk dan pas aan haar roeping beantwoordt, als zij zonder meer elk pact, dus ook de Westerse NAVO veroordeelt.
Op de hem eigen, rustige wijze gaat ; de Kampense hoogleraar op deze zaak in. In „Trouw" van 14 september heeft de hoofdredacteur wat denigrerend ge^ sproken over een „geschiedenislesje", een m.i. onbillijke oordeelvelling. JHet enige wat Ridderbos doet, is laten zien, dat de stand van zaken in de verklaring wordt omgedraaid. Hij schrijft onder meer:
Neen, wat het toeewadr oproept, als men de zaak op de keper bekijkt, is de politieke en histo-
rische onklaarheid (om eerst maar geen scherper woord te gebruiken!) van deze tegen de pacten zich richtende verklaring. Want, om bij het historische te' beginnen, niet de pacten — bedoeld is uiteraard het NAVO-pact, niet minder dan dat van Warschau — zijn aanleiding geweest voor de vrijheidsberoving der Oost-Europese volkeren, maar precies omgekeerd: de knechting van deze landen door het Sovjetcommunisme heeft deze pacten in het leven geroepen.
We hebben dit alles immers nog bewust beleefd: lang voordat het Navo-of het Warschaupact bestond, is het kwaad reeds geschied toen op de conferentie van Yalta president Roosevelt, sommigen zeggen: op grond van zijn idealisme, anderen: vanwege zijn mentale aftakeling, maar in ieder geval op een tijdstip van de hoogste politieke ontspanning, deze volkeren onder de Russische inivloedssfeer heeft gebracht, blijkibaar vertrouwend op Stalins beloften, dat hij hun 't recht op politieke zelfbeschikking zou geven. Toen is het lot van OostJEüropa, ook van Tsjechoslowakije in 1968 bezegeld. Churchill heeft het geweten. Maar hij heeft zich er grimmig bij neer moeten leggen, evenals de amerikaanse generaals, die halverwege de opmars door Duitsland op de plaats rust moesten houden en de inneming van Berlijn èn van Praag aan de Russen moesten overlaten. En het roer is pas gewend, toen Rusland deze sateUiet-staten een voor een aan het communistische spit heeft geregen, óók West-Berlijn in de zak wilde steken en, dwars tegen alle bestaande afspraken en gedane beloften in, naar het onsterfelijke woord van Churchill het ijzeren gordijn liet zakken.
Ja, en tbèn zijn „de pacten" gekomen, over en weer, töèn is op het luiden van de bel door Churchill ook Amerika ontwaaikt en is het Westen zich uit bittere noodzaak gaan organiseren en is bijv. West-Berlijn aan de greep van het communisme ontkomen. Maar toen was het voor de volkeren van Oost-Europa reeds lang te laat. En het schijnt mij toe dat er wel iets aan gelegen is deze historische volgorde in het oog te houden, wil men ook de kijk op het heden niet al te zeer verliezen.
En nu is het natuurlijk waar — en daarop zal de boodschap van het vredesberaad uiteraard doelen — dat nu deze pacten eenmaal bestéan zij een bewijs en een teken zijn van de kloof, die de volkeren van Europa scheidt. Maar het is voor mijn besef weer van de verkeerde kant geredeneerd, als men zegt, dat deze pacten thans dan toch aanleiding of oorzaak zijn geworden voor wat er geschied is. Want niet de toenemende spanning tussen „de blokken", maar juist de ont-spanning van de laatste tijd heeft de crisis opgeroepen. Het wat mildere klimaat, de dooi heeft Tsjechoslowakije, Roemenië en wellioht ook anderen ertoe verleid te denken dat zij hun ketens iets losser om de hals konden dragen. Ja en toen hebben de Russen weer toegeslagen. Maar soms uit vrees voor de NAVO, voor het Westerse pact of het Westerse zwaard? Dat hebben ze wèl gezegd, dat was weer het gebruikelijke leugenachtige voorwendsel (militaire dreiging. Westers imperialisme etc), maar de waarheid was, dat ze bevreesd waren voor de Westerse vrijheid, m.a.w. dat de Westerse „ideologie" de kans scheen te krijgen in hun bolwerk binnen te dringen. Voor deze Westerse bedreiging zijn de Russen — terecht — veel benauwder dan voor het Westerse „pact" of de Westerse atoombommen. Het laatste wat ze voor hun totalitaire systeem kunnen gebruiken is de vrijheid van de menselijke geest. Daar zijn ze niet (uit reactie tegen het Westerse „pact") te müitairistisch en te onverdraagzaam voor geworden, neen daar zijn ze altijd te communistisch, te ideologisoh-'totalitair voor geweest. En onze vergissing heeft niet daarin gelegen, dat we, naar pacifistische eis, het Nato-zwaard al niet lang gedemonteerd hebben, maar dat we gedacht hebben, dai we het ergste — althans het erge — van het communisme nu wel gehad hadden. En daarom is het op de keper beschouwd izulik een drogreden om te zeggen: het Westerse pact heeft het gedaan en daar moeten we wat aan gaan doen. Neen, de Westerse vrijheid heeft het gedaan en het is deze zucht naar vrijheid die de Tsjechen noodlottig is geworden. Zij wilden die wel combineren met troure? aan hun pact. Maar de Rus heeft (terecht) gezegd: dat kan nu eenmaal bij ons niet. En toen is de beer uit het bos gekomen. Wanneer daarom de kerk geroepen zou zijn een verklaring te geven van wat nu eigenlijk ide achtergrond is van de tragedie, dan moet zij voor mijn gevoel niet in de eerste plaats zeggen: dat komt nu van die pacten, maar zou zij moeten constateren: dat komt van deze goddeloze of wil men liever: deze onmenselijke politieke leer. Het is weliswaar niet populair meer zo „over elkaar" te spreken. Maar als er over gesproken moet worden, zou het om der waarheid wil zó moeten.
Inderdaad, het is niet „populair" meer zo over elkaar te spreken. Daarom zijn we dankbaar dat Prof. Ridder'bos ronduit durft te schrijven: een goddeloze, onmenselijke politieke leer. Niemand zal er aan den'ken, ook Ridderbos niet, een politiek pact te gaan verheerlijken. Maar de wijze waarop door vele theologen het Marxisme en het Coimmunis beoordeeld worden is op zijn zachtst gezegd toch wel zeer eenzijdig. Men kan niet het NAVO-pact "broederlijk naast het Warschau-pact in de beklaagdenbank zetten, als mede-aanleiding tot het tragische gebeuren van Tsjechoslowakije.
Daarom, dit is mijn conclusie, was deze kanselboodschap, met alle respect voor het goede erin, op dit zéér aangelegen punt niet het woord, waarin de kerk van haar principiële politieke inzichten in de dramatische situatie van het ogenblik kon doen blijken. En daarom heeft naar mijn oordeel het moderamen van de synode niet „principieel gefaald", maar de zaak principieel goed bekeken. Dat wil helemaal niet zeggen, dat wie het daarmee eens is zou moeten behoren tot degenen, die nu enkel om versterldng van het NAVO-pact roepen of ook maar een ogenblik zouden willen ontkenr nen, dat de handhaving van de vrijheid in het Westen en de doorbraak van de vrijheid in het Oosten van Europa ook met andere middelen en langs andere wegen dan die van de NAVO moet worden gezocht (wegen en middelen, die men de laatste tijd juist bezig was te zoeken). Dat dit alles in de oproep tot gebed, die later van het moderamen is uitgegaan, niet is opgenomen, behoeft ook bij niemand de indruk te wekken als zou er alleen maar gebeden behoeven te worden. De 120 geleerden van de Vrije Universiteit hadden m.i. ook zonder nadere toelichting dit niet moeten suggereren. Wèl is het echter in dit tijdsgewricht, nu de op gang gekomen detentie tussen Oost en West weer te niet gedaan is, bijzonder moeilijk enigszins concrete aanwijzingen te doen, hoe dat nu weer opgenomen kan worden. Ook dr. Bruins Slot, die in een eerder artikel reeds met deze vraag worstelt en daarbij oote het verleden in gebreke stelt, blijft hier geheel in het vage. Men moet het daarom de kerk niet al te kwalijk nemen, wanneer ideze onder de verse en schokkende indruk van de omstandigheden tot haar leden gezegd heeft: Laat ons in deze nood eerst maar eens tot God bidden om bijstand voor de verdrukten en wijsheid voor de overheden, hoe het nu verder moet; en dat zij niet weer terstond aan het schuldbelijden en moraliseren is geslagen in zaJken, die nog zo weinig te overzien zijn. Dit was in ieder geval beter dan dingen te gaan zeggen, waarvan de strekking zo twijfeladhtig mag heten als die van bovengenoemde uitspraken, wanneer men ze op de keper beschouwt.
Trouwens, ter plaatse waar vóór alles over deze dingen gesproken moest worden, waren vsrij in deze dagen niet geheel zonder leiding. Mr. Biesheuvel heeft het voor mijn besef voortreffelijk in de Kamer gezegd. Enerzijds heeft hij duidelijk gesteld, dat een uitsluitend negatieve afweerhouding tegenover Oost-Europa geen baat brengt en dat een internationale samenleving, die gebaseerd is op macht en niet op recht, een onchristelijke constructie is. Anderzijds heeft hij verklaard: „Onze fracties hechten eraan voorop te stellen, dat zij met de regering van oordeel zijn, dat de NAVO — en ik zeg er met nadruk bij: in de huidige wereldconstellatie — onmisbaar is". Ook de heer den Uyl sprak in deze geest. Ik kan niet anders dan verheugd zijn, dat de Geref. kerken de zondag daarvóór op de keper beschouwd zich niet a priori geschaard hebben bij degenen, die in het Parlement juist op dit laatste punt verstek hebben laten gaan.
Het politieke spreken van de kerk is een hachelijke zaak. Dat blijkt telkens weer. Licht overheerst een bepaalde visie. Wie hier vooriiohting en leiding hebben te geven, zij zich bewust van haar hoge verantwoordelijkheid. Met Prof. Ridderbos zijn wij van oordeel dat het moderamen van de Geref. Synode in het onderhavige punt deze verantwoordelijkheid beter beseft heeft dan de opstellers van de verklaring.
Vrede, verzoening en gerechtigheid.
Ook in het nummer van 13 september gaat prof. Ridderbos op deze kwestie in. Het gaat immers om de belangrijke vraag: Wat heeft de kerk, in het licht van haar prediking, te zeggen op het terrein van de politieke vragen? Hoe maakt zij hier haar verantwoordelijkheid waar?
Velen zullen zeggen: De kerk moet van „vrede" spreken. Echter, het woord „vrede" wordt vaak zeer verschillend geladen. De roep om ontwapening is nog niet zonder meer een vredesproclamatie. Stond men vroeger voor het dilemma: Oorlog of vrede, thans, bij de ten top gevoerde bewapening, heeft men niets anders te kiezen dan tussen „vrede" of ondergang.
Velen willen daarom in plaats van „vrede" spreken van „verzoening". En het verzet richt zich tegen wat de verzoening in de weg staat: De blok-vorraing, de pacten, de atoom-proeven etc.
Maar wat verstaat men onder deze verzoening? Verzoening betekent toch meer dan vreedzaam naast-elkaar-leven. We citeren Ridderbos:
Het is duidelijk, dat hier vragen op ons afkomen, wanneer wij maar niet wat gedachteloos een leus in de mond nemen, die uit louter christelijke kernwoorden bestaat, maar wanneer wij trachten mee te denken en in te denken, welke inhoud en strekking de woorden in dit verband hebtoen. Men spreekt tegenwoordig van mikro-en makro-ethiek. Mikro-ethiek heeft dan te maken met de „kleine" persoonlijke ethische verhoudingen en makro-ethiek met de normen die voor de grote gemeenschappen gelden. Welnu, wat is de inhoud van de makro-ethisdie eis tot verzoening bijv. met het russisch communisme? Ik bedoel die vraag niet rhetorisdh of cynisch. Ik bedoel, dat ik begerig ben daarin een dieper inzicht te ontvangen. Vooral wanneer ik, kerkelijk of niet kerkelijk, de oproep tot zulk een politieke verzoening mede in mijn mond neem.
Ik begrijp er uiteraard wel iets van. Ik begrijp, dat ik niet de haat tegen het communisme moet aanwakkeren (maar ook niet de waakzaamheid? ). Ik 'begrijp, dat ik niet „ongedifferentieerd" over „het" communisme moet denken: niet moet menen, dat „alles" daar zoveel slechter is dan hier of dat Russen, Polen of Chinezen minder menselijk of betrouwbaar zouden zijn, dan wijzelf of onze bondgenoten, Duitsers bijv. Ook versta ik, dat het een verkeerde poHtiek zou zijn de koude oorlog weer flink op te stoken; en dat men, ook ter wiUe van Tsjechen en andere bedreigde volken, liever moet trachten de Russen gelegenheid te geven wat in te binden enz enz. Ik zou niet graag zeggen, dat dit aUes niet belangrijk is. Dat behoort tot de goede, beleidvolle, tactvolle diplomatie. En wie zou, als deze wat kan helpen, zich daartegen verzetten. Wat mij echter bezig houdt is of dat nu de verzoening is, waaraan de kerk haar boodschap van de verzoening moet verbinden en waarbij de dominee's bijv. over de tekst van Uppsala kunnen preken: „Zie, Ik maak alle dingen nieuw"? Koninkrijk Gods (want over die sjaloom spreekt toch de verzoening) in het verlengde van verstandige diplomatie?
De Kampense hoogleraar waarschuwt ons er voor al te ondoordacht met het woord „verzoening" om te gaan. Voor alle dingen heeft de kerk te spreken van recht voor de verdrukten. Wat betekent een verzoening, waarin het recht met voeten getreden wordt? Al ons spreken van verzoening wordt dubbelzinnig als het niet duidelijk op het recht gericht en gegrond is.
Hier liggen voor de theologische ethiek belangrijke vragen. Wat is de verbinding tussen Verzoening (in de verticale gerichtheid: Verzoening met God) en verzoening (tussen mensen en
volkeren). Maar duidelijk is dat wij zonder de gerechtigheid niet klaar komen. Trouwens dat is ook een door en door bijhelse zaak. Denk maar aan het O.T., waar herhaaldelijk opgeroepen wordt tot recht en gerechtigheid.
ïn de bezinning over kerk en vrede kan deze bijbelse doordenking niet gemist worden.
De Kerk in China.
Van de hand van ds. J. v. d. Linden krijgen we voortdurend informatie over de wereldzending en de situatie van de kerken in Azië en Afrika. In het blad „Waarheid en Eenheid" van 6 september wordt een gedeelte uit zijn artikel in de Utrechtse kerkbode overgenomen. We geven dit ten besluite door. Hoewel het een ander onderwerp is, dan het bovenstaande, hangt het er toch mee samen. Het geeft veel te denken: In het communistische China leidt de kerk een catacomben bestaan. Moge de lezing van dit artikel ons er toe dringen deze kerken in onze voorbede te gedenken.
De Rode Garde was uit op vernieling van aUe oude 'bourgeois-herinneringen. Alles wat niet in overeenstemming was met de gedachten van de grote leider Mao, werd zonder meer verwoest. Ook de laatste teerken vielen, aan deze waanzin ten prooi. In het begin geloofde men nog te doen te hebben aHeen ^met een cynische strijd om de macht. Maar al spoedig bleek, dat er meer achter zat. Tot zijn ontzetting had de oude leider Mao ontdekt, dat de kinderen der revolutie het oude vuur van de grote idealen kwijtraakten. Krutchews destalinisatie, de worsteling in Hongarije, de eigen koers van enkele russische satellietstaten, de nederlagen in Afrika, Malaysië en Indonesia, dat alles zag hij als een afwijking van de oude harde partijlijn. In eigen kring van zijn medewerkers vond hij enkelen die dezelfde koers wilden varen.
In een laatste wanhopige poging mobiliseerde de grote leider toen de jeugd en waagde het zelfö zijn eigen partijorganisatie te laten aanvallen. Terugkeer naar het eerste uur van de revolutie werd het devies. De universiteiten werden gesloten, partijleiders aangeklaagd en de partijorganisatie opgebroken.
Het staat nog te bezien, in hoever de oude machten in 'China hiermee gebaat zijn.
Na de „grote sprong voorwaarts" lijkt het buitenstaanders toe, dat Ohina nu meer dan een sprong achterwaarts heeft moeten maken. Nu de harde lijn is hersteld, komt de kerk nog meer in de verdrukking. Een grote stilte kwam over haar. Geen enkel bericht drong naar buiten door. We weten niet, hoe de christenen hun diensten houden, nu de kerken gesloten zijn. Het is zonder meer een tijd van catacomben voor de ondergrondse kerk.
We kimnen alleen maar bidden, dat de kerk standhoudt in de zware crisis, die over haar kwam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's