KERKNIEUWS
Beroepen te:
Woerden: H, Binnekamp te Vriezenveen — Oud-Alblas: A. J. Mulder te Nieuwer ter Aa — Halle: A. Stegenga te Vianen — Kampen: C. J. P. Lam te Putten — Vroomshoop: C. S. Verwoert te Eethen — Elkerzee: L. Hylarides te Roodeschool — Doornspijk: W. Vroegindeweij te Katwijk aan Zee — Doornspijk: J. v. Rootselaar te Barneveld — Maassluis: G. C. Vijzelaar te Veenendaal — Hollandscheveld: C. B. Schuurman te Vollenhove — Bruinisse: G. A. Koerselman te Bleiswijk — Schiedam: D. Noordmans te Hoogeveen — Rotterdam-centrum: H. J. B. Blauwendraad te Etten — Den Haag: A. M. A. Hellendoorn te Anna Paulowna — Rijssen: C. J. P. Lam te Putten.
Aangenomen naar:
Vriezenveen: G. J. Overgaauw te Leersum — Schoonhoven: H. C. Bultman te Sommelsdijk — Veenendaal: J. J. v. d. Krift te Ermelo — Overzande: G. F. Voorhoeve te Voorst.
Bedankt voor:
Dinteloord: A. Tromp te Goudriaan — Tholen: L. Blok te Ridderkerk — Waddinxveen: H. Binnekamp te Vriezenveen — Renesse: J. H. de Vree te Sleeuwijk — Brakel: W. v. Hennekeler te Zwartebroek — Nieuw-Beijerland: B. G. A. v. d. Wiel te Elburg — Besoyen: Ds. H. Koudstaal te Oudshoorn (rectificatie).
Bevestiging en intrede ds. J. Vroegindeweij.
Ds. J. Vroegindeweij hoopt zondag 6 oktober in een dienst, die om 6.30 uur begint, afscheid te nemen van Maarssen. Op 13 oktober zal hij zijn intrede doen in de Noordoostpolder, standplaats Emmeloord. De bevestiging zal 's morgens plaats vinden door zijn vader, ds. W. Vroegindeweij van Katwijk aan Zee, terwijl de intrededienst 's middags om 3 uur zal aanvangen.
Bevestiging ds. J. J. Poort
Zondag 29 september j.l. vond in de Immanuëlkerk te Veldhoven de bevestiging plaats van ds. J. J. Poort als predikant voor buitengewone werkzaamheden, namelijk als legerpredikant voor de Piroc te Veldhoven. Voor deze dienst bestond grote belangstelling. Een honderdtal leden van de gemeente Kamerik, de gemeente die ds. Poort laatstelijk diende, waren met auto's en een grote touringcar gekomen en hadden de verre reis gemaakt om de bevestiging en intrede van de predikant, die door zijn persoon, prediking en werk bij hen geliefd was, bij te wonen.
De bevestiging geschiedde door de legerpredikant, ds. J. H. Barendrecht, die zijn gehoor bepaalde bij Exodus 3 : 5 (Mozes bij het brandende braambos).
Ds. Poort aanvaardde zijn nieuwe ambt met de woorden uit het Evangelie van Johannes, hoofdstuk 21 : 6a: Werpt het net aan de rechterzijde", daarbij op de hem zo bewogen en hartstochtelijke eigene wijze naar voren brengend hoe Christus komt tot de zondaar in zijn ellende, verlorenheid, machteloosheid, nutteloosheid enz. met het bevel tot bekering en geloof (de andere zijde), de opdracht om ook na vergeefse pogingen door te gaan.
Na de dienst was er gelegenheid ds en mevr. Poort te feliciteren, waarvan door zeer velen gebruik werd gemaakt.
Een treffend en ontroerend moment was het toen een van de vele aanwezige vrienden uit Kamerik daarbij het woord nam en er op wees dat van het verblijf van ds. Poort in Kamerik niet gold, dat er niets gevangen was, maar dat er zegen was achtergebleven.
Uit dankbaarheid en sympathie bood hij namens de aanwezigen (waaronder tot voor kort kerkeraadsleden) en vele vrienden uit Kamerik ds. en mevr. Poort een fraaie salonkast (passend bij het meubilair), een enveloppe met inhoud en een plant aan.
K. J. Visser, godsdienstonderwijzer te Vlaardingen, Johannes Muldersstraat 23.
In verband met de voorbereidende studie voor toelating tot de universiteit is het mij onmogelijk om voor 1969 spreekbeurten aan te nemen. Alle spreekbeurten welke reeds werden aangenomen moet ik tot mijn spijt afzeggen. De Kerkeraden krijgen hiervan persoonlijk bericht. De spreekbeurten voor 1968 (tot en met 31 dec. 1968) hoop ik zo de Heere wil en wij leven te vervullen
Emeritus-predikant.
Dr. H. Stolk, Frankenslag 118, Den Haag, meldde de redactie, dat hij beschikbaar Is voor gemeenten als bijstand in het pastoraat. Mochten er gemeenten zijn, die van zijn diensten gebruik kunnen maken voor huisbezoek, catechisaties enz., laten zij zich dan met hem in verbinding stellen.
Ned. Herv. Bond voor Inw. Zending op G. G. in Nederland.
T.b.v. bovengenoemde Bond organiseert een Dameskrans in Utrecht weer een verkoopmiddag en - avond van drie tot halfzes en van zeven tot half tien. Op woensdag 9 oktober D.V. hopen wij op de Kr. Nieuwe Gracht 39 (C.S.B.-gebouw, zaal 24) weer velen uit de stad en omgeving daar te ontmoeten.
„Rijkstraktement".
De staat moet jaarlijks vijftig miljoen gulden ter beschikking stellen aan de Nederlandse kerken voor hun Zielszorg en eredienst. Dit is de belangrijkste aanbeveling die de staatscommissie Van Walsum gedaan heeft in haar (nog steeds geheime) rapport aan minnaster Witteveen over de financiële verhouding tussen kerk en staat. Thans bedraagt de rijksbijdrage circa 3, 5 miljoen gulden.
De commissie-Van Walsum wil alle Nederlandse kerken, die daar prijs op stellen, voor overheidsuitkering in aanmerking doen komen. Tot nu toe genoten alleen de kerken ervan, die reeds in 1815 bestonden.
Voor de verdeling van de „pot" van vijftig miljoen zou een sleutel moeten gelden, die wordt ontleend aan de aanhang der kerkgenootschappen, zoals deze blijkt uit de tienjaarlijkse volkstellingen (dus niet uit hun eigen statistieken).
De „zilveren koorde" tussen kerk en staat is tot nu toe vastgelegd in artikel 185 van de grondwet, dat luidt: “De tractementen, (pensioenen en andere inkomsten van welken aard ook, thans door de onderscheidene godsdienstige gezindheden of derzelver leraars genoten wordende, blijven aan dezelve gezindheid verzekerd. Aan de leraars, welke tot nog toe uit 's lands kas geen of een niet toereikend tractement genieten, kan een tractement toegelegd of het bestaande vermeerderd worden."
Als de voorstellen van de commissie-Van Walsum worden aanvaard, zal de „zilveren koorde" worden ondergebracht in een gewone wet.
De bestaande regeling dateert uit het jaar 1815 en bevredigde niemand meer. Ze was destijds ingesteld, om de toen bestaande kerken compensatie te gewen voor de inkomsten (uit onroerend goed voornamelijk), die zij verloren hadden tijdens de woelingen van de Franse tijd.
De „onderscheiden godsdienstige gezindheden", die in 1815 bestonden, waren de hervormden, lutheranen, doopsgezinden, remonstranten, rooms-katholieken en Israëlieten. De overheid betaalde de salarissen en pensioenen van hun predikanten en geestelijken.
Kerken die na 1815 ontstonden (waaronder met name de verschillende kerken van de gereformeerde gezindte), kwamen voor deze regeling niet in aanmerking. De gereformeerden deden er trouwens ook geen moeite voor, beducht als zij waren voor de „zilveren koorde".
Intussen zijn de rijkstractementen gedurende ruim anderhalve eeuw praktisch op het peil van 1815 blijven staan. Van de 1590 hervormde rijkstractementen ligt 85 procent beneden de 1100 gulden per jaar. De rijkstractementen vormen thans dan ook nog maar een gering deel van het inkomen van de betrokkenen.
Een ander moeilijk punt vonden nieuw gestichte predikantsplaatsen. De betrekkelijke soepelheid ten opzichte van de toekomst, vervat in het tweede lid van artikel 185, verstarde in 1883 geheel, toen de toepassing werd, dat nieuwe predikantstractementen op grond van toeneming der lidmaten van rijkswege nog slechts kon worden „toegelegd", wanneer zij uit bijzondere omstandigheden voortvloeide, bij voorbeeld als zich ergens een nieuw bevolkingscentrum had gevestigd ten gevolge van de uitvoering van een rijkswerk, of van de krachtige ontwikkeling van een tak van industrie of van particuliere ontginning van woeste grond.
Sinds 1927 werd deze toepassing nog verder verstard tot de usance, om jaarlijks slechts vier nieuwe rijkstractementen toe te kennen van elk duizend gulden: twee protestantse en twee rooms-katholieke.
Het gevolg is, dat bijvoorbeeld van de 2200 hervormde predikantsplaatsen ruim zeshonderd geen rijkstractement ontvangen.
Minister Lieftinck stelde in 1946 een staatscommissie in die moest onderzoeken, of en zo ja in hoeverre de bestaande praktijk bestendiging dan wel herziening behoeft.
Pas na twintig jaar heeft deze commissie rapport uitgebracht aan minister Witteveen. Deze heeft de inhoud geweigerd openbaar te maken — senator De Gaay Portman heeft tweemaal om publicatie gevraagd — voordat de regering haar standpunt heeft bepaald.
Het schijnt dat de minister nu van plan is, het rapport zeer binnenkort aan de Tweede Kamer voor te (leggen tegelijk met een nota waarin de regering haar standpunt weergeeft.
Van alle kerken samen belopen de tractementen en pensioenen thans zeker honderd miljoen per jaar.
De rijkstractementen worden thans rechtstreeks aan de predikanten uitbetaald. De commissie-Van Walsum stelt een ontkoppeling van de bijdragen en de standplaatsen voor, zodat elke kerk haar aandeel totaal ontvangt en de verdeling in eigen hand kan houden. Wel zou het geld het werk van eredienst en zielszorg ten goede moeten komen.
Ook wil de commissie-Van Walsum, dat het bedrag waardevast is en dus meegaat met de geldswaarde.
Leden van de commissie zijn naast de oud-burgemeester van Rotterdam: mr. dr. H. M. J. Wagenaar, oud-directeur van het bureau van de raad voor predikantstractementen der Nederlandse Hervormde Kerk, ds. H. J. F. Wesseldijk, secretaris van de generale financiële raad der Nederlandse Hervormde Kerk, mr. dr. J. J. Loeff, juridisch adviseur van het Nederlands episcopaat, mr. dr. J. Donner, lid van deputaten van de Gereformeerde Kerken voor de correspondentie met de hoge overheid, mr. W. F. Lichtenauer, die de kleinere kerken vertegenwoordigt en mr. O. W. Vos, hoofd van de directie financieringen en coördinatie oorlogsschade van het ministerie van financiën. Secr. is mr. J. H. van Wijk.
(Rott.).
Een forum over herstructurering.
Er is nood in de kerk. Daar moet wat aan gedaan worden. Daarover waren Gereformeerd-Bondsvoorzitter ds. G. Boer uit Katwijk en ds. R. Kaptein van de commissie gemeentevormen en gemeenteopbouw het roerend met elkaar eens.
Maar hoe? De nood van de kerk is vooral de nood van de prediking, zei ds. Boer. Al het andere helpt de zaak niet uit de moeilijkheden. Er moet een réveil komen.
Akkoord, zei ds. Kaptein. Het gaat mij ook om de voortgang van de evangelieprediking. Juist daarom zullen we de vormen en structuren van ons kerkewerk kritisch moeten doordenken.
Zoals men zich herinneren zal, laaide de discussie óver eventuele „herstructurering" in de Herv. Kerk hoog op, toen ds. Boer m. mei „geheime rapporten" van ds. Kapteins commissie gemeentevormen en gemeenteopbouw onthulde. Vrijdag 27 september wijdde de classis Gouda er een forumavond aan, waarbij behalve deze beide predikanten ook ds. Samson uit Rotterdam, praeses van de Zuid-Hollandse provinciale kerkvergadering, en drs. K. Exalto uit Noordeloos in het forum zitting hadden.
Ds. Kaptein wilde de angst wegnemen, dat aan de plaatselijke gemeenten tegen hun wil een herstructurering zou kunnen worden opgelegd. Het gaat er ook niet om, altijd en overal grote gemeenten te scheppen. Structurele veranderingen hebben alleen zin, als ze door de gemeente zelf worden gedragen.
Ook legde hij er de nadruk op, dat het hem er niet om ging de categoriale gemeentevorming te bevorderen, al zei hij later op de avond wel, dat categoriale gemeentevorming de katholiciteit van de kerk meer vorm wil geven, in tegenstelling tot een volstrekt ongedifferentieerde territoriale.
Maar het categoriale werk is er al lang: jeugdpredikanten, industriepredikanten, evangelisatiepredikanten. „Mijn bezwaar tegen de huidige situatie is, dat het categoriale werk zich steeds meer ontwikkelt buiten de gewone gemeente om-. Schaal vergroting moet dienen, om het categoriale en het territoriale gemeentewerk weer te integreren, doordat weer één kerkeraad verantwoordelijk is voor de gehele gemeente." Ds. Kaptein dacht hierin goed presbyteriaal te zijn.
Zijn collega's Boer en Exalto waren blij dat te horen, maar vreesden, dat er bij anderen toch wel degelijk de categoriale gemeente een prae krijgt boven de territoriale.
„Laten we maar rustig zeggen, dat er revolutionaire ideeën leven rond de opheffing van de plaatselijke gemeente", zei ds. Exalto. Hij citeerde Mady Thung, die sprak van een andere geloofsbelevenis. Zij ziet schaalvergroting als middel om van die introverte geloofsbeweging, als in een introverte gemeente gecultiveerd wordt, af te komen.
Is de kerk niet inderdaad te eenzijdig naar binnen gekeerd geweest? vroeg ds. Samson. We mogen de gemeente niet doen opgaan in een stuk dienstbetoon, maar ze mag wel mede-arbeidster zijn. De vruchten van de gemeente moeten gezien worden. Is er een heilige drang om de grote daden Gods te verkondigen?
We kunnen tegenover de steeds groter wordende ontkerkelijking niet volstaan met te zeggen, dat we het evangelie toch prediken. De ligging van een gemeente wordt meer bepaald door geboorte dan door wedergeboorte. Laten we daarom ruimte maken, opdat niet alles leegloopt, aldus ds. Samson.
Ds. Boer vreesde echter, dat door deze herstructurering machten losgemaakt zouden worden, die niet meer te temmen zouden zijn. Hij was het bepaald niet eens met ds. Kaptein, die gezegd had, dat alle dominees al zolang hun best doen, het evangelie zo zuiver mogelijk te prediken.
Dat gebeurt niet ia alle gemeenten, zei ds. Boer.
De reformatie uit de oorlogsjaren heeft plaats gemaakt voor een nieuwe deformatie. Daarom is allereerst bekering nodig.
Geïnformeerd werd naar de resultaten van de schaalvergroting in Rotterdam-Zuid. Ds. Samson zei, dat schaalvergroting natuurlijk geen wondermiddel is, maar de resultaten zijn al duidelijk te zien. Capelle wordt gepolst over de mogelijkheid, met Alexanderstad en Ommoord een nieuwe gemeente te vormen.
Het is natuurlijk een pijnlijke zaak, als oude historische gemeenten als IJsselmonde, Charlois of Capelle overspoeld worden door een nieuwe stad, maar wat kan de kerk daaraan doen? Maar als Capelle-neen zegt, dan is er geen haar op ons hoofd die er aan zou denken om Capelle te dwingen, aldus ds. Samson.
Hoe komt het, dat zoveel theologische studenten de pastorie niet meer in willen? Daarover werd verschillend gedacht. Drs. Exalto zocht het daarin, dat de theologie steeds meer de levende band met de gemeente verliest. Anderen spraken over de image van predikant of gemeente.
Ds. Kaptein stelde nuchter vast, dat veel kandidaten het zich niet meer kunnen permitteren om naar een derde-of vierde-klasgemeente te gaan, omdat ze al getrouwd zijn en kinderen hebben.
Aan het slot van de avond vatte ds. Kaptein zijn bedoeling nog eens als volgt samen: binnen het presbyteriale stelsel, binnen de eigen verantwoordelijkheid van de gemeente voor het leven binnen die gemeente meer mogelijkheden scheppen om het volk te bereiken, opdat het die geestelijke wapenuitrusting krijgt, die ds. Boer en ik willen.
Samenbundeling scholen een feit.
Op een gezamenlijke vergadering van (Christelijk Nationaal Schoolonderwijs, Gereformeerd School Verband, Christelijk Volks Onderwijs en de Schoolraad is een beslissing van historische betekenis genomen, die de samenbundeling van het protestants-christelijk onderwijs duidelijk markeert.
Op deze vergadering is namelijk opgericht de nieuwe vereniging voor protestants-christelijk kleuter-en basisonderwijs. Deze oprichting is een logisch uitvloeisel van de fusie waartoe zowel ONS en CVO als GSV hebben besloten.
Praktisch resultaat van de besprekingen is, dat er een gezamenlijk bureau van schoolraad en CVO zal komen. Waar ook reeds voor andere takken van onderwijs bureaus aanwezig zijn wordt nog nader onderzocht hoe men kan komen tot de oprichting van een groot centraal bureau ten dienste van het gehele protestants-christelijk onderwijs.
Tenslotte zij vermeld dat ook de onderscheidene personeelsorganisaties zullen trachten tot samenwerking te komen. In samenwerking met deze organisaties bestaat nu reeds het Convent voor het christelijk onderwijs.
Bondsdag Herv. Ger. Vrouwenbond.
De Bond van hervormd-gereformeerde vrouwen verenigingen stelt zich borg voor de opleiding van zes of meer Toradja godsdienstonderwijzeressen.
De kosten per cursist bedragen niet meer dan driehonderd gulden per jaar. Verder wordt geld ingezameld voor bijbels voor de Toradja's. De Hervormd-gereformeerde vrouwenbond onderhoudt zeer nauwe banden met de Toradjavrouwenbond, wiens groeten de echtgenote van zendingspredikant Schipper werden overgebracht op de zeventiende bondsdag in het Utrechtse Tivoli.
Deze stond in het teken van de jeugd. Onderwerpen als „Hoe zien wij ouderen onze jonge mensen? " en „Wat mogen de jongeren van de ouderen verwachten? " werden behandeld door respectievelijk ds. G. Boer uit Katwijk aan Zee en ir. J. van der Graaf, leraar te Bussum.
Beide sprekers waren 't er over eens, dat „onze kinderen" in een veel minder beschermd milieu groot worden dan vroeger. „Maar", zei ds. Boer, „ik mis bij sommige ouderen een crisisgevoel, dat ze het zelf niet weten".
Ook in onze tijd is er een adembenemende worsteling tussen God en de duivel, maar het reddend werk van God in Christus houdt nooit op. De lucht-en waterverontreiniging is maar een kleinigheid vergeleken bij de geestelijke verontreiniging waaraan we bloot staan.
Lang stond hij stil bij de kinderbeperking. De Katwijkse predikant citeerde teksten uit het Oude Testament waaruit blijkt, dat grote gezinnen worden gewaardeerd.
Hij meende, dat de huwelijksgemeenschap en het ontvangen van kinderen te veel uit elkaar worden gehaald.
„Waar zijn de Hanna's in de kerk? ", vroeg de spreker tenslotte. Hij bedoelde moeders, die vragen: „Heere God is er bij mijn kinderen niet een bij, die u kimt gebruiken als predikant." Bij u ligt de toekomst verzekerde hij de aanwezigen.
Bij het onderwerp „Wat mogen de jonge mensen van ons verwachten? " doelde ir. Van der Graaf niet op de provo's, „want zij verwachten weinig van het leven en leven in conflict met de oudere generaties".
Nee, de leraar had de jeugd in eigen kring op het oog, die in doorsnee niet verschilt van anderen.
Het is van groot belang, dat ouderen onderscheidingsvermogen hebben en op de gevaren wijzen. Maar de ouderen mogen zich ook niet onttrekken aan die jongeren, die zondags liever in het voetbalstadion zitten, dan in de kerk. Het ligt op het terrein van de kerk ontspanning te zoeken in de levensstijl van de kerk.
De gehouden collecte voor het zendingswerk bracht op ƒ 2800, —.
Wereldraad van kerken bereidt hulp aan getroffen Iran voor.
De wereldraad van kerken heeft een beroep gedaan op haar leden-kerken ten behoeve van het zwaar door aardschokken geteisterde gebied in Iran. De afdeling interkerkelijke hulpverlening van de wereldraad heeft in eerste instantie een team uitgezonden om de toestand ter plaatse op te nemen, met de kerken, regerings-en hulpverleningsinstanties de mogelijkheden tot hulpverlening te bespreken en hierover op korte termijn naar Geneve te rapporteren.
In afwachting van nadere berichten werd gevraagd reeds acties te voeren, waarmee de leden-kerken praktisch hun sympathie en oecumenische solidariteit kunnen uitdrukken.
De stichting oecumenische hulp aan kerken en vluchtelingen, het Nederlandse agentschap van de afdeling interkerkelijke hulpverlening van de wereldraad, heeft voor gitten voor dit doel haar gironummer 5261 ten name van de stichting te Utrecht open gesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's