HET GEZIN
II.
Dat in de vorming en in het bestaan van een gezin in de huidige situatie, zich grote moeilijkheden kunnen voordoen, is duidelijk.
We willen enkele punten aanroeren n.l.:
De economische structuur, woonruimte, de grootte van het gezin, de kinderen.
Er zijn ook andere punten die van belang zijn, maar we kunnen slechts op enkele nader ingaan. Gedachten over „Probleemkinderen", „Normaal en abnormaal seksueel gedrag", „De menselijke levensloop", worden o.a. beschreven door Charlotte Böhler, Meet en Mehl.
Het meest in het middelpunt staande probleem van de laatste jaren is toch wel de vorming en in het bijzonder de grootte van het gezin en de mogelijkheden om de grootte te beperken.
Het laatste wordt waarschijnlijk het belangrijkste geacht, waarbij ongetwijfeld zoals al eens eerder is gezegd, bepaalde gevoelens naar onze mening te eenzijdig beklemtoond worden.
Thans is men bezig een z.g. verantwoorde gezinsvorming voor te stellen en uit te werken. Daarbij meent men, dat hier de enige juiste gedragslijn zou liggen voor deze en de toekomende tijd.
Hierbij blijkt ook, dat de problematiek van de gezinsvorming veelal niet beperkt blijft tot het gebruik van anti conceptionele middelen. Men gaat vaak zover, dat men het afbreken van een ongewenste zwangerschap (abortus provocatus) gerechtvaardigd acht.
Het provoceren, dus het afdrijven van een vrucht, wordt op alle mogelijke manieren als normaal verantwoord en noodzakelijk voorgesteld.
Wij zijn van plan dit punt, dat vooral in de komende jaren naar voren zal worden gebracht, te bespreken, het gebruik van de anti-conceptionele middelen mede in de beschouwing betrekkende.
Hierbij willen we vooraf vaststellen, waardoor een gezin wordt gekenmerkt, waaruit het bestaat en wat zijn bestaansrecht vormt.
De autoriteit van de ouders.
De huidige gedachtengang is niet van de laatste tijd, maar wijst duidelijk heen naar het afwijzen van elke autoriteit. Deze afwijzing heeft in West-Europa haar duidelijk gezicht reeds getoond bij de Franse Revolutie (de koningsmoord).
De laatste en moeilijkste barrière tegen de autoriteit is de strijd tegen de autoriteit in het gezin.
Verschillende Franse auteurs hebben hun gedachten aan het gezin gewijd.
Typerend is hierbij, dat juist de Fransen, waaronder Mehl, zich de moeite hebben getroost, om het gezin voor te stellen als een structuur, waar het menselijk geslacht niet buiten zou kunnen, hoewel Mehl hierbij de fout begaat, dat hij dit niet op Bijbelse gronden wenst te doen.
Toch zijn er bepaald positieve gedachten door hem ontwikkeld. Onrust door gebrek aan gezag is een typerend verschijnsel van de laatste eeuw op sociaal en politiek terrein, welke echter thans ook sterk doordringt in het gezin.
En ondanks alle „zekerstellingen" is de gemeenschap niet in staat een zodanig krachtig gezag te vormen, dat het tot voordeel van 't geheel functioneert, waarbij toch de persoonlijkheid van de mens zich volledig kan ontplooien.
Opmerkelijk dat juist nu, terwijl de sociale zekerheden veel groter zijn geworden, in de gezinnen deze devaluatie van het gezag het sterkst in het oog springt, omdat het zo direct in ieders persoonlijk leven ingrijpt. Men kan zich van dit gezag niet losmaken, dan met heftige opstand.
Dit bewijst, hoe vast we er aan gekoppeld en er mee vergroeid zijn.
Het is wel opmerkelijk, dat in een goed gestructureerd gezin waarin toch het ouderlijk gezag op de meest eenvoudige wijze kan functioneren en dit gezag niet „genomen" is, maar berust op absolute afhankelijkheid, emotionele en vleselijke bindingen, deze banden nog versterkt kunnen worden door genegenheid.
Dat juist hier, wanneer de geest van de tijd dringt in het gezin, ook het gezag verminderen kan, ja zelfs geheel verloren kan gaan is duidelijk.
De heftige reactie tegen het gezag in het gezin, vindt haar oorzaak in de sterk affectieve bindingen, welke er van oorsprong zijn en welke niemand kan ontkennen.
Dit gezag berust voor een kind op de direct zichtbare aanwezigheid en vermogens van de ouders, die kunnen zorgen voor datgene wat voor het kind prettig is, of door het kind begeerd wordt, waar het zelf geen kans toe ziet om het door eigen inspanning te verwerven.
Uiteraard is dit gezag niet gevrijwaard voor afwijkingen.
Ouders kunnen zich ook onvoldoende aangepast hebben en te weinig oog hebben voor de bijzondere geaardheid van elk kind, of zich voetstoots onderwerpen aan de mentaliteit van het kind.
Het gezag wordt in de loop van het menselijk geslacht niet altijd op dezelfde wijze gezien, gevoeld en geaccepteerd.
We zien ook in het Oude en Nieuwe Testament gradaties in het gezag, waar een volstrekte autoriteit uitging van de vader. Daaraan was verbonden de zorg en verantwoordelijkheid voor het gezin, en de minder strakke gezagsvormen.
In elk geval trad het gezag in sterkere mate op de voorgrond, dan het op het ogenblik naar voren treedt en thans beleefd wordt.
Dat het gezag niet, of althans in verminderde mate aanwezig is, komt mede door het feit, dat de verzorging van het gezin voor een groot deel uit handen is gegeven en genomen en gelegd is in handen van de gemeenschap.
Zodat we eigenlijk kunnen zien, dat een overdracht van verantwoordelijkheden van de ouders op de gemeenschap heeft plaats gevonden.
Hiermede willen we niets ten nadele van de sociale wetten stellen, maar toch sluit dit in, dat het gezag en de mogelijkheden van uitoefening van dit gezag daardoor sterk worden beïnvloed en voor ouders verminderd. Hiermede hebben de ouders rekening te houden.
Wanneer we spreken over het gezag van de ouders, bedoelen we eigenlijk een gedeeld gezag waaraan elk met eigen vermogens deel heeft, afhankelijk van karaktertrekken.
Positie van de ouders.
Bij het begin van het huwelijk, waarbij, om het beeld uit Genesis vast te houden, de vrouw een deel van de man is, zien we twee verschillende delen van het gezag. Wij kunnen daarbij dan van een synthetisch gezag spreken.
Dat bij de positie van de man t.o.v. de vrouw vanuit de opdracht gezien, het initiatief meer van de man uitgaat, houdt niet in, dat de vrouw een slavin is. Zij is niet overgeleverd aan de willekeur van de man. Wij zien dit nogal duidelijk in de mogelijkheid en macht van de vrouw om de man te trekken en aan zich te binden.
Niet minder kan zij door haar genegenheid haar man zodanig leiden of beïnvloeden, dat er van een slavinnenbestaan bepaald niet gesproken kan worden. Maar de naan is gesteld boven de vrouw, om het gezag, waaraan bij de uitoefening ook de zonde kleeft, binnen de juiste proporties te houden, wanneer er een situatie ontstaat, die op een conflict naar buiten uitloopt.
Maar dit gezag geldt ook voor de man zelf. De principiële vaststelling van het gezag van de echtgenoot moet een waarborg inhouden voor een geordend samenzijn, samenleven, om een dam op te werpen tegen de kracht van de zonde, waaraan élk mens onderworpen is.
Juist dit laatste wordt in verschillende opvattingen, al of niet bewust, ontkend.
Onderverdeling van het gezag.
De bijbel verbindt de autoriteit van de man aan zijn opdracht en verplichting, te arbeiden, m.a.w. het gezin te verzorgen, beschermen, behoeden voor ondergang, voor honger.
De man wordt geconfronteerd met de strijd naar buiten. Of deze in de natuur of in een geordende samenleving plaats vindt, doet niet ter zake. De vrouw echter vindt haar opdracht naar binnen gericht, wat bij haar geaardheid past. Zij heeft o.a. de taak de volgende generaties voort te brengen. Het komend geslacht heeft haar beslist nodig om door haar beschermd en verzorgd te worden.
De man is in de eerste plaats geroepen naar buiten te strijden, maar de vrouw om af te weren, op te vangen en bedreigingen van buitenaf onschadelijk te maken.
Het is dan ook nodig, dat man en vrouw wederkerig begrip hebben voor de aard van ieders functie.
Er is geen man, die door zijn vrouw niet terecht gewezen of gecorrigeerd wordt. Er is ook geen vrouw, die nooit een correctie behoeft, vanwege haar fantasierijke gedachten of opvattingen en omgekeerd.
Wederzijdse beïnvloeding van de partners.
Gezien de verschillen tussen man en vrouw, wat betreft de natuurlijke en structurele vormen, geeft dit duidelijk een verschil te zien in taak en vermogen van de partners.
Samenvattend kunnen wij zeggen, dat man en vrouw over krachten beschikken, die verschillend van aard zijn. Van de man zijn deze misschien meer remmend en juridisch, bemiddelend tussen samenleving, omgeving en gezin. De vrouw wendt deze meer aan binnen de gezinsstructuur, meer genuanceerd, minder strak gericht.
Deze vormen van gezag Vloeien voort uit een scheppingsorde, die uiteraard wel in nuance kan wisselen, maar in haar totale structuur niet ongestraft zal kunnen worden veranderd.
Dat het geheel van het huwelijk, van de ouders, van het gezag, onder de vloek van de zonde ligt, behoren we niet te vergeten. Evenmin dat de instelling van het gezin, van man en vrouw staat in teken van de vernieuwing en vervulling. Deze vernieuwing gaat boven de juridische en ethische bindingen uit, waarbij de man t.o.v. de vrouw een eigensoortige rol speelt.
Hierover lezen wij in 1 Cor. 11, waar Paulus spreekt van de houding van de man t.o.v. zijn vrouw. De man wordt t.o.v. Christus gesteld. Hij dient de schaduw van Christus te zijn. Dit is alleen mogelijk in de Heere, uit het geloof levend en hersteld in de rechte verhouding tegenover God.
Delft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's