Terugblik op een jubileum
Onze voorzitter ds. Boer heeft veel mogen terugzien op de dienst des Woords in diverse gemeenten waarin hij de herdersstaf mocht voeren.
Hij heeft het mogen doen in de besloten kring van familie en gezin.
Hij heeft het mogen doen temidden van de Katwijkers op vrijdagavond 1.1. toen hem een receptie is aangeboden waar zijn huidige gemeente hem en zijn gezin kon gelukwensen.
Hij heeft het ook mogen doen temidden van vrienden en bekenden overal uit het land tijdens een samenkomst in de Pniëlkerk te Katwijk, vrijdagmiddag 1.1. Daar waren veel collega's uit andere gemeenten, gemeenteleden uit de gemeenten die ds. Boer dienen mocht: Eenmes, Putten, Gouda, Lunteren, Huizen, Katwijk, en vertegenwoordigers van verschillende verbanden waarin ds. Boer gedurende zijn ambtelijke loopbaan een werkzaam aandeel heeft gehad.
Wie die samenkomst vrijdagmiddag heeft bijgewoond, zal veel gezien hebben van de manieren, waarop mensen wilden zeggen welke waardering ze hebben voor de persoon en het werk van ds. Boer. Toen was er de toon die zo'n jubileum tot een gebeurtenis maakt waarin de betekenis van het woord jubileren tot zijn recht komt; die het geheel deed uitkomen boven het alleen maar menselijke.
In allerlei toonaarden klonk het Soli Deo Gloria. Het klonk in het openingswoord van ds. W. Vroegindeweij, die de leiding van de middag had. Daarin klonk door de dankbaarheid voor wat God in de persoon van ds. Boer aan de gemeenten en de kerk in haar geheel gegeven had, zodat we onze waardering alleen maar mogen uiten Coram Deo, voor het aangezicht Gods. Vooral wanneer bedacht wordt dat God zondige mensen gebruiken wil om het bloed van Christus te laten druppelen op de gemeente. Zo bezien is jubileren geen eenvoudige zaak. Want, aldus ds. Vroegindeweij, warm zijn van binnen op zo'n dag is nog iets anders: stil zijn voor God en Hem ootmoedig danken.
In allerlei bewoordingen is het verder gezegd vanuit de gemeenten, dat ds. Boer sporen mocht trekken in prediking en pastoraat. De zegen was er, kerkelijk en persoonlijk.
Het werd gezegd vanuit Gouda door ouderling Mul die schetste hoe ds. Boer in Gouda mocht bijdragen tot gemeenteopbouw in de echte zin van 't Woord. In de moeilijke situatie waarin hij in Gouda kwam mocht de groep Calvijn, die noodgedwongen buiten de kerk terecht gekomen was, weer worden opgenomen in het geheel van de gemeente. En verder was er het opmerkelijke feit dat tegen de verwachting in het beroepen van een vrijzinnig predikant in Gouda geen doorgang vond, na een door ds. Boer geleide gebedsbijeenkomst in kleine kring.
In Lunteren mocht hij volgens de woorden van ds. de Bruin een uiteengeslagen gemeente weer bijeenbrengen rondom Woord en sacrament.
Vanuit Huizen werden woorden van waardering gesproken door ds. v. d. Berg, die ervan gewaagde dat ds. Boer de gemeente en ook jonge predikanten altijd veel te zeggen had gehad doordat duidelijk bleek dat hijzelf ook leerling was gebleven, vooral van Christus.
Op treffende wijze werd het werk van ds. Boer in de gemeente samengevat door ds. Schuurman uit Putten, die het alles in hoger licht stelde met de woorden: al wat Hij wrocht zal juichen tot Zijn eer.
Zo is er vanuit de gemeenten meer gezegd dan hier kan worden weergegeven. In allerlei toonaarden klonk door dat het werk Gods mocht doorgaan. Het ging door in het persoonlijk leven van mensen, ook van kinderen zoals door een van de sprekers werd gezegd. Het werk Gods ging ook door op het brede vlak van gemeente en kerk.
Naast alles wat er gezegd is vanuit de gemeenten was er de waardering voor wat ds. Boer mocht doen op het bredere terrein van de kerk, met name als voorzitter van de Gereformeerde Bond. Dr. H. Bout tekende in dit opzicht de doorzetting en het profetisch élan waarmee ds. Boer zijn werk in het geheel van de kerk mocht doen, een werk dat er de laatste jaren niet gemakkelijker op is geworden. Het is niet eenvoudig om voorzitter van de Gereformeerde Bond te zijn in een tijd waarin kerkelijk gezien de problemen zich opstapelen. Daarom is het verheugend, aldus dr. Bout, dat op een middag als deze blijkt dat er ook een thuisfront is dat achter het werk staat.
Zo was er alles bij elkaar een hele rij van sprekers. We noemden nog niet ds. A. Vroegindeweij, die namens de mannenbond sprak; ouderling de Groot die namens de huidige wijkgemeente van ds. Boer het woord voerde. We noemden ook nog niet de toespraak van Gerrit Vooys uit Katwijk die sprak namens de zondagsschool en de luisteraars van de kerktelefoon. Eigenlijk was dit geen toespraak maar een getuigenis en een appèl.
Hij wees de familie Boer op de thuishaven na de vaart over de levenszee. Hij had dan ook geen mooiere psalm, kunnen opgeven om te zingen dan Psalm 69 : 14: Gij hemel, aard en zee vermeldt Gods lof; waarvan de laatste regels luiden: aar zullen zij, Gods knechten met hun zaad, zij die Zijn Naam beminnen erf’lijk wonen. Ik geloof dat de woorden die Vooys sprak van minstens zo veel belang zijn als het cadeau dat hij in eerste instantie vergat aan te bieden namens de 2500 leerlingen van de zondagsschool en de 600 luisteraars van de kerktelefoon.
Aan het eind van de bijeenkomst sprak ds. Boer een persoonlijk woord. Het was niet minder dan een lofprijzing, het was een liturgie, zij het in andere zin dan broeder Vooys bedoelde, toen deze zei dat het niet gaat om de liturgie maar om het Woord.
Ds. Boer maakte dankbaar melding van de zegeningen Gods in zijn leven. Hij dankte voor de zegen dat God hem afgezonderd had om in Zijn dienst te staan, hoewel hij door eigen schuld een omweg moest gaan alvorens de vervulling van zijn roeping daadwerkelijk gestalte kreeg.
Hij noemde mensen die in zijn leven veel betekend hadden, die een stempel op hem hadden gezet. Een biddende moeder; een vader die hoewel hij een gesloten karakter had in de ruimte mocht heengaan; predikanten die hem tot steun waren in moeilijke jaren; eenvoudige mensen die hij in zijn ouderlijk huis leerde kennen en spraken over het geestelijk leven. Met name noemde hij ds. C. B. Holland die hij in Putten leerde kennen en vooral ook ds. I. Kievit die steeds weer benadrukte liever de afkeuring van velen te dragen dan de afkeuring Gods te moeten ervaren. Vooral noemde hij ook met dankbaarheid zijn vrouw die hem in zijn leven tot grote steun mocht zijn.
Hij dankte verder voor de gemeenten die hij had mogen dienen en waarin hij de zegen des Heeren mocht opmerken in allerlei facetten, ook voor hem persoonlijk. In Gouda kreeg hij oog voor het geheel van de Hervormde kerk en leerde hij zich rekenschap te geven van zaken die tot voor die tijd vanzelfsprekend voor hem waren. In Putten mocht hij een geestelijk reveil meemaken en mocht hij veel leren van mensen die geestelijk leiding konden geven en gezag hadden. In Huizen ging rondom zijn ernstige ziekte, die op een operatie uitliep, het stuk der verzoening in al zijn diepte met hem mee en leerde hij anderzijds oog te krijgen voor de nood van de kerk door te zien in de ogen van Christus die in zijn eigen huis uitgeworpen werd. Hij merkte dan ook op dat het behoort bij de dienst des Heeren om gemeenschap te hebben met de gekruisigde Christus maar ook met de Opgestane. Dan alleen wordt ook de rechtvaardiging van de goddeloze in alle diepte gepeild.
Hij eindigde dan ook met een goed woord te doen voor het wondere ambt, dat allerwege in discrediet raakt.
Hervormingsdag 1943, de dag waarop hij door ds. I. Kievit in zijn eerste gemeente bevestigd werd, is geen vergissing geweest. En de intredetekst op die dag was een belijdenis: Want ik schaam mij het evangelie van Christus niet.
Zo mag de familie Boer terugzien op een rijke middag. Er is veel gegeven en veel gezegd, namens de gemeenten, de kerkelijke organen, de leervicarissen, verenigingen en andere verbanden. Alle sprekers vormden slechts een doorsnede van de velen die dankbaar zijn voor het vele dat ds. Boer heeft mogen doen. Want ongetwijfeld zijn er naast de diverse officiële sprekers de gemeenteleden die persoonlijk dankbaar zijn voor wat ds. Boer in prediking en pastoraat voor hen mocht betekenen, de predikanten die iets meekregen voor hun werk als Verbi Divini Minister, de studenten uit verschillende studierichtingen die denken aan de steun die ze ontvingen bij vragen waarmee ze te maken kregen.
Maar uiteindelijk, giften zijn vergankelijk en woorden vervliegen. Maar het woord van onze God blijft. Dat rijkt heen over de eindigheid van een mensenleven. Maar dat mag toch ook de leidraad zijn voor het leven van elke dag, voor het persoonlijk leven en het leven van de gemeente; het leven van de gemeente in de wereld van vandaag.
Hopelijk zal ds. Boer in de kolommen van dit blad nog menig jaar zijn gewaardeerde bijdragen leveren en op die manier mee leiding geven inzake de vragen die binnen de Kerk aan de orde zijn. Ook al zal dit met zich meebrengen - om zijn eigen woorden te gebruiken - verdrukkingen lijden om het evangelie. Ook al zal dit betekenen dat hij nog wel eens in de wind zal staan.
Groen van Prinsterer heeft eens gezegd: „Voor de waarheid uitkomen is altijd plicht, is vooral plicht wanneer men haar miskent. De uitkomst gaat de mens niet aan wanneer zijn plicht hem voorgetekend is ... Zo het de tijd van de vervulling niet is, dan zal het de tijd van de voorbereiding zijn."
Huizen J. v. d. Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's