INDRUKKEN UIT KENYA
Het was een merkwaardige gewaarwording voor mijn vrouw en mij, toen wij op de morgen van de 2de juli op het vliegveld van Nairobi de eerste stap zetten op Afrikaanse bodem. De vlucht naar een ander continent is op zichzelf reeds een gebeurtenis, ook voor wie vele malen per vliegtuig heeft gereisd. In de tijd van de ruimtevaart lopen wij het gevaar, dat wij ons niet meer verwonderen over de een halve eeuw geleden nog volkomen ongekende mogelijkheden. Het is toch iets bijzonders, als wij er ons rekenschap van geven, dat een machtig vliegtuig - het gold hier een Boeing 707 van de Air France - met ongeveer honderd vijftig passagiers aan boord binnen de minuut zich losmaakt van de grond en in wéinige minuten tot ongeveer elf duizend meter klimt! Wij zagen de Alpen onder ons met de eeuwige sneeuw - wat is alles klein van boven gezien - , binnen de drie uur waren wij van Parijs in Athene en de volgende morgen landde het vliegtuig veilig in de hoofdstad van Kenya, Nairobi, waar onze dochter in gezelschap van een inlandse dresser (verpleger) - zij waren om goed twee uur des nachts uit Plateau, dat op 300 km afstand van Nairobi ligt, vertrokken - op onze aankomst wachtte.
En daarmede begonnen voor ons bijzondere dagen. Natuurlijk was de directe aanleiding het bezoek aan onze dochter, die als arts in Plateau werkt in opdracht van de Gereformeerde Zendingsbond. Maar toch ook wel meer: op deze wijze kregen wij de gelegenheid om direct kennis te maken met de zending in Afrika, met de problemen waarvoor men gesteld wordt in verband met de rassenverhoudingen en de apartheid. Men moet echt niet denken, dat het mogelijk is om in de zending deze vragen te ontlopen. Wij maakten iets mee van de problemen van de jonge staat Kenya, waar het niet alleen de vraag is: Hoe moet het met de blanke mens in de toekomst, maar ook hoe moet het met de verhoudingen tussen de stammen onderling.
Wij zaten dus in het gebied rondom de evenaar, die meer dan eens is gepasseerd. Of wij het warm hadden? In tegendeel, bijna élke avond maakten wij het haardvuur aan in ons huis in Plateau, waar het hospitaalt je, een kraamkliniek met polykliniek staat. Daar is dus het middelpunt van de medische zending en vandaar worden verscheidene polyklinieken (dispensary) gerund. Wij zijn hier op ongeveer 2500 meter boven de zeespiegel. Sommige plaatsen liggen hoger; het hoogtepunt op de weg van Nairobi naar Plateau ligt op 9320 voet, dus ongeveer 2850 meter. Op die hoogte ongeveer ligt ook de polykliniek van Ainabkoi, een 40 km van Plateau verwijderd. Hier wordt een nieuwe polykliniek gebouwd en dat is wel broodnodig, als men ziet, hoe men zich hier moet behelpen. Trouwens dat is op vdle andere plaatsen precies zo, als gevolg van weinige geschikte gebouwen en gebrek aan personeel. Onder kinderen komt veel ziekte voor en het sterftecijfer is hoog. Het behoeft ook niet te verwonderen, dat vooral in het koude jaargetijde, de regentijd, onder de kinderen veel longontsteking voorkomt. Als ik het goed begrepen heb, dan gaan wekelijks in die tijd liters hoestdranken weg.
De regering van Kenya legt grote nadruk op het onderwijs. Wat ons in de aanraking met jongeren trof, was de grote belangstelling voor wat elders geschiedt, voor toestanden bij andere vol ken. Er is bij de jongeren een grote leergierigheid. Toen wij in Ainabkoi waren en met de evangelist en diens vrouw kennismaakten, hebben wij ook de school gezien; wij maakten een foto van de jongste klas, die in het gras zat. De hoogste klas moest zingen voor de gasten. Wat doet het goed om op deze wijze contact te hebben met jongeren van een volk, dat in geheel andere levensomstandigheden opgroeit en de groeten over te brengen uit een ver land; het is een prachtig ding een band te gevoelen met deze mensen over wie ook de naam des Heren is uitgeroepen. Door de scholen is het ook, dat men met Engels in het algemeen in Kenya goed terecht kan, al zijn er velen, vooral onder de ouderen, - die alleen het swahili spreken.
Kenya is ongeveer 17 maal zo groot als Nederland; het aantal inwoners is echter kleiner dan in ons land, nog geen tien miljoen. Het wegennet is niet uitgebreid en niet best; dat is goed te begrijpen in zulke dun bewoonde stroken. In de tegentijd veranderen de vele landwegen in een ogenblik in modderpoelen; de auto's zakken soms tot de assen in de modder of ze raken door niet te voorkomen slippartijen van de weg, zodat zij in greppels terecht komen. Voor het materiaal zijn deze landwegen - en dat is 't merendeel rondom Plateau - moordend en de auto's moeten tot en met betrouwbaar zijn, daar in het algemeen een verpleegster of de dokter achter het stuur zit, echt niet alleen overdag. Bovendien, de grote verandering ten aanzien van de lengte van de dag kent men in de tropen niet; het is zo ongeveer om zeven uur donker tot de volgende morgen half zeven, zeven uur. Wij waren in Kenya dus in de regentijd, in juli en augustus. Nooit heb ik beter verstaan wat Elia zei tot Achab (via zijn oppasser): Span aan en kom af, dat u de regen niet ophoude (1 Kon. 18 : 44), dan in die tijd. Ik ben wel eens mee geweest naar een polykliniek en des middags dreigde de regen te komen. Wat hebben de verplegers zich gehaast klaar te komen met de behandeling van voetwonden, met het uitdelen van medicijnen en dergelijke, wat hebben zij zich moeten haasten: maak dat je thuis komt. „Rijden, dokter, rijden, blijven rijden." Slippen en schuiven, glijden of niet, blijven rijden. Wie stilstaat en blijft steken komt niet meer weg. Ook dacht ik aan de Prediker, die de tijd van de ouderdom tekent: et heldere licht van de zon is verdwenen, het wolkendek is zwaar en donker; als de ene zware bui voorbij is wordt de lucht niet helder: de wolken keren na de regen weer (Pred. 12 : 2).
Ook de regentijd heeft zijn schone stralende dagen en niet te vergeten zijn stille stralende nachten. Zulk een sterrenhemel, zulk een maannacht, als de reiziger in de tropen ziet, kennen wij niet. In de stad kijk je nauwelijks naar de hemel - en dat helaas in meer dan één zin. Ook buiten de steden beneemt het kunstlicht ons het zicht op de hemel. Een van de keren, dat ik in Plateau preekte - ik preekte de eerste zondag in het Nederlands, de volgende twee zondagen in het Engels - heb ik op die sterrenhemel gewezen, dat talloze heer, dat van Gods majesteit getuigt: Wat is God groot, die dat alles heeft geschapen en „nog door zijn voorzienigheid onderhoudt en regeert", maar vooral, denkt er eens aan, hoe God Abraham naar buiten leidde: Zie op naar de sterren, zo zal uw zaad zijn. Zo mocht ik de kleine groep (ik telde in die dienst 68 kerkgangers) aan de trouw Gods herinneren waarvan de tropennacht spreekt.
De bevolking van Kenya bestaat uit autochtone Afrikanen, Aziaten en Zuid Afrikanen. Hier zit één van de grote moeilijkheden van het maatschappelijke leven van Kenya. Het zakenleven is over het geheel in handen van Aziaten; in de winkels in Eldoret zijn het de Aziaten die de leiding hebben. Velen van hen zijn naar Groot Brittannië gegaan, daar zij het Britse burgerschap boven dat van Kenya hebben gekozen, toen Kenya een zelfstandige staat werd. Anderen gingen en gaan naar de familie in India. Toen ik op het vliegveld van Nairobi wachtte op het vliegtuig, dat mij naar Teil Aviv zou brengen, zag ik hoe moeilijk het velen viel om zich los te maken van het land waar zij zovele jaren hadden gewerkt en gewoond. Maar zij gingen, omdat zij geen toekomst zagen voor hun kinderen. Ook uit gesprekken met mensen, vooral Britten, vernam ik hetzelfde. Ook vele Zuid-Afrikanen zien de toestand op dezelfde wijze. Zij bezitten veel land, maar kunnen 't niet verkopen of als zij het verkopen, dan kunnen zij het geld niet meenemen naar Zuid-Afrika. Op bijzondere uitnodiging maakten mijn vrouw en ik de kerkdienst mee in Eldoret van de Nederduitse Gereformeerde Kerk. Men herdacht die dag het zestigjarig bestaan van deze kerk. Tien jaar geleden telde deze gemeente nog ongeveer 600 leden, nu was het aantal, vooral door emigratie, verminderd tot 55 lidmaten. Er waren ongeveer vijftig kerkgangers; en het leek één grote, hartelijk met elkaar meelevende familie. Ds. J. J. Shaw, die nu en dan als consulent op zijn vele lange autotochten de verstrooide leden dezer gemeente bezocht, leidde de dienst. Zelf woont hij in Kituwe in Zambia. Het was een vreugde om de dienst van onze stamgenoten mee te maken. De tekst was 2 Tim. 4 : 7, 8 Eenzaam is het op Plateau; de post haalt men van Eldoret, een twintig kilometer van Plateau verwijderd. Daar haalt men brood en aardappels; daar doet men boodschappen, want dat is „de stad". Onze eerste indruk van de „statie" was: en flink kampeerterrein met een hospitaaltje, dat veel te klein is, een keurig kerkje, schoolgebouwen en verder woningen voor zendingsmensen en van de Afrikaanse medewerkers en medewerksters. Het plan voor een nieuw ziekenhuis is er wel, maar er zit maar weinig schot in de uitvoering en dat is erg jammer; er is zoveel uitbreiding van het medische werk dringend noodzakelijk, wat nu niet kan, weer door gebrek aan ruimte en door gebrek aan personeel. Van nabij zagen wij dit alles. Ik moest meer dan eens denken aan een enige jaren geleden verschenen werk: Frauen helfen in fernem Landem (een uitgave van de Evangelische Missionsverlag, Stuttgart), waarin vrouwen uit vele landen en uit vele kerken hun ervaringen vertellen; van zegen vertellen zij, ook van zorgen. In Plateau is het pionieren; er wordt door de medische staf enorm hard gewerkt. Hoe dikwijls wordt er 's nachts geklopt en dan gauw een greep naar een zaklantaarn en naar de lucifer voor het aansteken van de buta-lamp, want het agregaat werkt slechts enkele uren, in het algemeen van 's avonds zeven uur tot half elf. Maar gelukkig dat er gewerkt kan worden en mag worden en dat het werk doorgaat in 's Heren naam.
Ik vertel een verhaaltje en blijf dan alleen maar aan de buitenkant: Het was tegen de avond, een uur of zes. Plotseling een hoofd om de hoek van de deur - je valt hier zo de kamer binnen - : Een vrouw met kind op de rug was drie mijlen komen lopen om hulp te halen, want er was een vrouw „in labor: " en het ging niet goed.
Zr. Buis stond een ogenblik later met de stationcar voor de deur, verlostas pakken en instappen en opschieten, want hier waren levens in gevaar. De vrouw, die was komen waarschuwen wees de weg. Buiten een hutje zat de vrouw, de regen is begonnen. „Waar is het kind? " Zij geeft geen antwoord en wijst alleen maar. Onder de krant ligt het dode kind. Een wonder, dat de vrouw nog leeft. Wie heeft haar geholpen? Waar zijn de andere mensen; ook de vrouw, die hulp was komen halen is verdwenen. De vrouw wordt naar de auto geleid; het dode kind wordt meegenomen en zo zien wij de auto voorbijgaan en wij begrijpen: het was te laat. Dan komen de vragen: Waarom kwam de vrouw te voet om te waarschuwen, terwijl hier elke minuut kostbaar was? In dit geval had men het anders kunnen doen. Is deze vrouw verstoten? Diezelfde nacht wordt met moeite een kind geboren, dat ernstig aangeboren gebreken vertoonde. Het stierf enige uren na de geboorte. Die morgen maakte ik een dubbele begrafenis mee, op het kleine kerkhofje, waar ook zr. Zijlstra begraven ligt. Het grafje was nog niet geheel gereed, toen de erg kleine stoet op het kerkhof kwam. Ik sprak met de vader van het kind, dat die nacht geboren was; het was hun eersteling. Enige vrienden, die evenals hij goed Engels spraken waren eveneens aanwezig. Eigenhandig plaatste hij het doosje waarin het kinderlijkje was geborgen in de grafkuil. Ook het andere kind werd in het graf gelegd. En over dit grafje klonk het evangelie van eeuwig leven en van vertroosting. Ds. Tibanga sprak in het swahili en las enige stukken uit de Schrift. Het was de vader aan te zien, dat het hem niet gemakkelijk viel zijn eigen kind te begraven; dat is namelijk de gewoonte. De vader schept het graf vol; met eigen voeten stampt hij de aarde vast om te voorkomen, dat het graf door dieren zou worden opengewoeld.
Er is heel wat meer te vertellen, maar ik laat het hierbij, het zijn enige indrukken van het werk van de medische zending, zending met woord en daad; in de naam van de Here Jezus, de grote geneesmeester wordt hier geworsteld om het leven. Het is een voorrecht te weten, dat achter het werk aan de frontlijn, een gemeente staat, die meeleeft, in gebed en in gave. Wat hebben wij vele voorrechten; wij kregen ze en krijgen ze elke dag uit de hand van de barmhartige hogepriester; wat missen deze mensen daar veel!
„En Jezus uitgaande zag een grote schare en werd met innerlijke ontferming bewogen en genas hun kranken." „Soms genezen, dikwijls helpen, altijd troosten."
Utrecht H. Bout.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1968
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's