De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Door last der Hoog-mogende Heeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Door last der Hoog-mogende Heeren

6 minuten leestijd

„Biblia - Dat is De gantsche H. Schrifture, vervattende alle de Canonijcke Boecken des Ouden en des Nieuwen Testaments, nu eerst. Door last der Hoogh-Mog. Heeren Staten Generaal van de Vereenighde Nederlanden en volgens het Besluyt van de Synode Nationael, gehouden tot Dordrecht, in de Jaeren 1618 en de 1619. Uyt de Oorspronckelijke talen in onse Nederlandtsche tale getrouwelijck overgeset. Met nieuwe bygevoegde Verklaringen op de duystere plaatsen, aenteeckeningen van de ghelijckluydende Texten, en de nieuwe Registers over beyde de Testamenten. Tot Leyden Gedruckt bij Paulus Aertsz van Ravensteyn, voor de Weduwe en de Erfgenamen van wijlen-Hillebrant Jacobsz van Wouw, Ordinaris Druckers van de Hoogh-Mog. Heeren Staten Generael. Met Privilegie voor 15 Jaren."

Er boven staat op het titelblad een driehoek in halve stralenkrans met de Hebreeuwse letters Jehovah, waaronder op een opengeslagen bijbel de teksten: De Wet des HEEREN is volmaeckt, bekeerende de ziele, de getuygenisse des HEE­ REN is gewis, den slechten wijsheyt gevende." Psalm 19, vers 8 etc. „Het woort des HEEREN blijft inder eeuwicheyt en de dat is het woort dat onder u verkondicht is." 1 Petr. 1 : 25. Onder de titelplaat het wapen van de Nederlandse leeuw, met het randschrift „Eendracht maeckt macht" en daaronder een rol met de beeltenis van de stad Leiden binnen haar muren en grachten. Het is, behalve de stralenkrans boven en de beeltenis van de stad Leiden, geheel gevat tussen twee zuilen met voetstukken en onder een vlak en gebogen kroonstuk.

Tot tweemaal toe komt dus de naam Staten Generaal op het titelblad voor en één keer de naam van de Synode Nationaal, gehouden tot Dordrecht in de jaren 1618 en 1619. Niet een kerkzegel staat erop maar het zegel van de Nederlandse leeuw met de kroon en met in de ene poot een zwaard en in de andere de elf pijlen. En daarboven staat Gods Woord en daar boven staat Gods naam. Rond de stralenkrans zijn der wolken donkerheid. Van God uit is Zijn woord te verstaan. Van het Woord uit is de verhouding van kerk en staat te verstaan. Gods majesteit licht uit de wolken, maar rond Hem en rond Zijn licht zijn wel de wolken. En de bijbel zelf is geplaatst in Gods licht en hij doorbreekt de wolkenkrans. Dit laatste mag ons iets zeggen over de verhouding: kerk en staat. Ze is alleen van God uit en van Zijn woord uit te verstaan. Groot zijn op het titelblad de letters van het woord Biblia, middelmatig groot zijn de letters van de woorden Staten Generaal en ze zijn in sierlijke krulletters gedrukt, klein zijn de letters van de Synode Nationaal. Het woord kerk komt niet voor, noch de namen van de vertalers. Dat is ook goed, dat de kerk nederig is als één die dient; maar is niet ook de overheid Gods dienaresse, ons ten goede? De kerk heeft zich altijd wat onder de staat gesteld en dat was goed. Hebben niet de drie grote Reformatoren, hoe dan ook, voor de staat moeten buigen?

Voor John Knox heeft de koning gebeefd. Als maar de Staat evenzeer voor God wil buigen en zich aan Gods Woord wil houden en onderwerpen. Zij dient evenzeer God te dienen als de kerk. Het is evenwel te smal gezien, als de overheid alleen geroepen wordt tot gehoorzaamheid aan God en aan het gebod Gods. Geloofsgehoorzaarnheid stelt zowel de staat als de kerk niet slechts onder de eisen Gods, maar evenzeer onder het Evangelie Gods. Gebod en belofte, goedertierenheid en recht gaan zowel voor de staat als voor de kerk hand in hand. Het totale woord staat boven beide en de eisen van Gods wetten en ordinantiën grijpen in in het gehele leven van de staat, zowel als in dat van de kerk, maar evenzeer gaat het Evangelie der genade over de staat zowel als over de kerk. God heeft over beiden te zeggen en Christus is door Hem gesteld als een Koning over Zijn Kerk en over de gehele aarde. Het is zo min recht om alleen de geboden aan de Staat voor te houden, als het recht is om alleen het Evangelie voor de kerk voor te behouden. Gaat het Evangelie ook over de Staat, dan zal zij in staat zijn om de geboden te horen en te gehoorzamen, gaat het gebod onverkort ook over de kerk, dan zal zij eerst recht de kracht van het Evangelie ervaren.

Zo wordt het Woord Gods, waardoor Hij alle dingen draagt niet alleen het richtende Woord, dat èn in de kerk èn in de staat aan alle dingen richting geeft, maar ook de genadige, vergevende kracht van Christus die en aan de kerk en aan de staat bestaan en bestaansrecht geeft. Dit beloftekarakter mag zo min aan de staat als aan de kerk onthouden worden. Wij scheppen zo niet een kerkstaat, noch ook een staatskerk, maar grijpen zo de kerk en de staat onder dat ene scheppende en herscheppende Woord Gods.

Het zal wel uniek geweest zijn, dat een staat de bijbel liet vertalen en dat die de vrijstelling der vertalers en de betaling der kosten voor zijn rekening nam, maar even uniek is het, dat de kerk aan de staat mannen aanbood als Johannes Bogerman, Willem Baudartius, Gerson Bucerus en Jacobus Rolandus, Herman Faukelius, Petrus Cornelii tot vertaling der heilige Schriften. De Statenvertaling vormde niet alleen de Nederlandse taal, maar beïnvloedde duizend werven ook de Nederlandse staat en het volk. Ik weet niet of het verzoek van de kerk, in Synode te Dordrecht bijeen, aan de staat om te doen vertalen en de opdracht van het eerst gedrukte exemplaar van de kerk aan de staat, de kerk tot dienares of tot opdrachtgeefster maakte of ook de staat tot dienaar of tot heer maakte, maar nooit is de kerk hoger geweest en nooit is de staat nederiger geweest dan toen. Hier heeft de kerk iets gehad van Elia, toen hij op de Karmel het altaar herstelde met stenen naar hun aller getal, en hier is heel de staat dienstbaar gemaakt aan de God der genade. Bij de overdracht van de Statenvertaling in 1637 heeft de kerk aan de staat het onverkorte Woord Gods gegeven. Nooit was de kerk beter draagster van het Evangelie. En bij de aanvaarding van die vertaling in dat eerste exemplaar was de overheid nooit beter dienaresse Gods, het volk ten goede. Onder het Woord Gods vinden kerk en staat hun eigen plaats en worden zelfs deze twee één. Het is de genadige hand van Christus, die bijeen brengt, wat wij met onze zondige handen niet bijeen konden brengen, namelijk hemel en aarde, kerk en staat.

Hem is gegeven alle macht.

In hemel en op aarde!

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1968

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Door last der Hoog-mogende Heeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1968

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's