De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Dordtse Synode

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Dordtse Synode

Historisch overzicht

8 minuten leestijd

In één enkel artikeltje het hele verloop van de Dordtse Synode te schetsen, is een onmogelijke opdracht. We volstaan met het kort aanduiden van een paar beslissingen die op deze Synode gevallen zijn, en die naar ons oordeel nog steeds voor de kerk van betekenis zijn.

Remonstrantse kwestie.

Daar is dan allereerst de kwestie van de Remonstranten. Zij was de eigenlijke oorzaak waarom deze Synode bijeen werd geroepen. Al sinds jaren had zij de gemoederen van ons volk bezig gehouden. Alom was bekend de situatie die er aan de hogeschool te Leiden was ontstaan sinds de komst van Arminius, die ten aanhoren van zijn studenten openlijk Gomarus aanviel. Wel was Arminius intussen al overleden, maar de strijd was daarmee niet opgehouden. De hele kerk was als gevolg van deze strijd in twee partijen verdeeld. Sinds enkele jaren sprak men van Remonstranten en van Contra-Remonstranten, naar aanleiding van een Remonstrantie in 1610 door de Arminianen aangeboden aan de hoge overheid. Deze hoge overheid voelde veel voor het standpunt der Arminianen. Niet alleen omdat de Arminiaanse leer hen over het algemeen heel wat beter aanstond dan de streng calvinistische, maar ook omdat de Arminianen de overheid, in dit geval vooral de Staten van Holland, veel meer rechten in de kerk toekenden dan de Gomaristen als rasechte volgelingen van Calvijn, die zijn levenlang geijverd heeft voor de zelfstandigheid van de kerk, dulden konden. De Arminianen werden dan ook boven de Gomaristen door de overheid bevoorrecht. Dat kwam hierop neer dat calvinistische predikanten werden afgezet ten gunste van Arminiaanse. In meer dan één stad heeft zich dit voorgedaan. Er ontstond een vervolging der calvinisten. Die aanhield totdat in de julimaand 1617 er een einde aan kwam door het optreden van Prins Maurits, de stadhouder. Zijn openlijke keus Voor de calvinistische prediking heeft het grote keerpunt betekend. Nu kwam de weg vrij tot het bijeenroepen van een Generale Synode waar tot dusver de Remonstranten zich met hand en tand tegen verzet hadden, en de Contra-Remonstranten zonder ophouden op aangedrongen hadden. Eerst had het nog wat voeten in de aarde voor de Generale Staten werkelijk verlof gaven om tot bijeenroeping over te gaan. Maar de moeilijkheden werden opgelost. November 1618 kon de Synode in eerste zitting bijeenkomen.

Al tijdens de eerste zittingen speelde de remonstrantse kwestie een belangrijke rol. Weldra stond het vast dat een aantal remonstranten ter Synode zouden moeten verschijnen. In de loop van de decembermaand geschiedde dat ook. Wat onwillig kwamen zij binnen. De hoeden werden gelicht, maar het ging niet van harte. Episcopius was hun aanvoerder. Hij gedroeg zich als ware hij voorzitter van een contra-synode. Nog voor hem goed en wel het woord gegeven was door Bogeranan, de voorzitter der Synode, stak hij van wal met een ellenlange redevoering, waarin de verwijten en aanklachten niet van de lucht waren. Zijn hoop was gebouwd op de buitenlandse afgevaardigden, dus de gereformeerde theologen uit andere landen, die ook tot bijwoning van deze Synode waren uitgenodigd, hoewel zij de Nederlandse kerkstrijd uiteraard slechts van horen zeggen kenden. Had Episcopius zijn rol wat tactvoller gespeeld dan zou hij zeker enig gehoor gevonden hebben bij sommige buitenlanders, ook al zouden zij zijn leer hebben afgewezen. Maar hij bedierf veel al dadelijk door zijn scherpe tong.

Na deze eerste onverkwikkelijke gebeurtenis brak een periode aan van eindeloos touwtrekken van de kant van de Remonstranten. Ze wilden maar niet komen tot de zaak zelf. De ene formele kwestie na de andere stelden zij aan de orde. Eenvoudig om de zaak te rekken. Misschien hebben ze gehoopt daarmee de Synode in verdeeldheid te brengen of zelfs te laten verlopen. In ieder geval, van Bogerman, de voorzitter werd het uiterste geëist aan geduld en beleid. Meermalen moest de Synode dit beleid goedkeuren, wanneer de voorzitter door de Remonstranten persoonlijk was aangevallen. Het is duidelijk dat op de duur het zo niet kon blijven. Ongeveer half januari barstte de bom. Men besloot de Remonstranten weg te zenden. Op een vrij abrupte manier heeft de lang getergde praeses dat gedaan. Beroemd zijn geworden de woorden die hij toen sprak. Hij verweet de Remonstranten dat zij met leugen en bedrog begonnen waren en nu ook met leugen en bedrog eindigden; waarna hij hen toeriep: Gaat heen, gaat heen!

De remonstrantse kwestie was daarmee nog niet ten einde. Een commissie werd benoemd om artikelen tegen de Remonstranten te ontwerpen, waarna zij plechtig zouden worden veroordeeld. Deze artikelen kwamen er. Ze kregen een plaats ouder de belijdenisgeschriften van onze kerk. In mei 1619 zijn ze door de voorzitter van de Synode in de Grote Kerk te Dordrecht van de kansel gelezen. De buitenlanders, die allen hun stem er aan hadden gegeven, konden daarna heengaan. De inlandse afgevaardigden bleven nog een paar weken bij elkaar en toen was de Synode beëindigd.

Andere kwesties.

Al was de remonstrantse kwestie de hoofdzaak ook andere kwamen ter sprake en zijn behandeld. Al meerdere generale synoden waren aan deze Dordtse voorafgegaan. Veel van wat op die synoden besloten was, werd opnieuw bekrachtigd. De kerkorde werd bijgevijld, maar vereiste niet een geheel nieuwe. De kerk was ook vóór Dordt 1619 al een calvinistische, had reeds een presbyteriaal-synodale kerkorde.

Met de catechese was het een soortgelijk geval. Ook die kwam in 1618 ter sprake. Zowel de buitenlandse als de inlandse afgevaardigden lieten er hun licht over schijnen. De bestaande catechese van de kant der predikanten werd onvoldoende geacht. Opnieuw werd ingescherpt de noodzaak van een regelmatige catechismusprediking. Maar ook kregen de predikanten de opdracht vooral toch toe te zien op het catechismusonderricht op de scholen. De noodzaak van een beknopte of kleine catechismus voor de allerjongsten werd ingezien. Zo deed men allerlei tot verbetering en vernieuwing van dit belangrijke onderwijs.

En om nog één kwestie te noemen, men gaf opdracht tot een opnieuw vertalen van de Bijbel. Stellig was de oude zeer geliefd bij het volk, maar het wemelde daarin van fouten. Dit waren de eigen woorden van Bogerman die het onderwerp ter Synode inleidde. Enkele stemmen gingen op om tóch maar af te zien van een nieuwe vertaling, juist met het oog op het volk, dat zich licht zou kunnen ergeren. Daar stapte men echter toch overheen.

Toen eenmaal het belangrijke besluit gevallen was dat er een nieuwe vertaling zou komen, kwamen andere kwesties op. Wat zou er vertaald moeten worden? Hoorden ook de zogenaamde apocriefe boeken van het O. Testament tot de bijbel? Gomarus meende van niet. Zijn advies was ze niet opnieuw te vertalen, ze dus ook niet meer in de Bijbel op te nemen. Zijn Geneefse collega Diodati steunde hem daarin zeer krachtig. De Engelsen echter boden fel tegenweer. En Gomarus moest, toen hij al te fel zijn standpunt verdedigde, van de praeses horen dat de zaak nu toch ook weer niet zo heel erg belangrijk was. Wellicht om de Engelsen wat tegemoet te komen werd uiteindelijk besloten toch de Apocryfen op te nemen, maar dan helemaal achterin, en van een Voorwoord voorzien, waarin de nodige waarschuwingen zouden worden opgenomen.

Ten aanzien van de vertaalarbeid zelf dienen we nog even te herinneren aan een woord van Bogerman. Toen het zover was gekomen dat de vertalers zouden worden aangewezen, was zijn vermaan om bij die keus te letten op meer dan een ding. Natuurlijk, de mannen zouden tot hun taak de nodige kennis en bekwaamheid moeten bezitten. Maar daarnaast, zei Bogerman, moesten het ook vrome mannen zijn met een onberispelijke levenswandel. Terecht heeft Bogerman aangevoeld dat het vertalen van de Bijbel een heel apart werk is.

Er zouden nog enkele dingen meer te noemen zijn als het gaat over wat op de Dordtse Synode allemaal besproken en behandeld is. Maar het genoemde lijkt ons voldoende. Het is geen wonder dat deze Synode in de geschiedenis de bijnaam gekregen heeft van de „grote", de Grote Dordtse Synode. Wie het hele verhaal van deze Synode leest, bemerkt - hoe zou het anders kunnen? - dat er veel gewoon menselijks was; en zelfs het zondige ontbrak niet. Daar is geen mens en ook geen Synode vrij van. Het was pluimstrijkerij toen een der afgevaardigden het waagde te spreken van „een heilige synode" in „het hemelse Dordt". Dordrecht was de hemel niet en de Synode was niet heilig. Niet helemaal zonder reden hébben de vijanden van de Dordtse Synode reeds in die tijd de vinger kunnen leggen bij enkele zwakke plekken. Als een der afgevaardigden het bestaat om in de Gr. Kerk in Dordt 'n preek te houden in het Italiaans, louter om eens te laten zien dat hij dat kon, want vrijwel niemand verstond het, dan is dat op zijn zachtst gezegd misplaatst. En zo waren er wel meer dingen, die men beter niet had kunnen doen of kunnen zeggen.

Maar de zorg voor de kerk was groot. En er was ware vroomheid. We mogen zeggen: De Geest was er! Dat is de grootste eer die een Synode ooit bewezen kan worden.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1968

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Dordtse Synode

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1968

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's