De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

15 minuten leestijd

De Dordtse Synode van 1618/19 heeft véle dingen gedaan, maar toch is het te verdedigen als men zegt, dat zij vooral één ding heeft gedaan: de leer der vrije en souvereine genade gehandhaafd en verdedigd tegen de leer der remonstranten, welke in het wezen der zaak niets anders bevatte dan een herhaling van de oude semi-pelagiaanse leer in een nieuwe vorm. Daartegenover staat, dat de Leerregels dezer synode niet een nieuwe leer hebben gebracht, maar eenvoudig het oude kerkelijke gevoelen, dat menigmaal was uitgesproken. Achter de remonstranten staan Erasmus en Pelagius. Achter de synode staan Luther en Augustinus om maar bij enkelen te blijven. De strijd van de Dordtse synode tegen de remonstrantse leringen is een voortzetting van de strijd van Luther tegen Erasmus in het boek: „Over de knechtelijke wil".

Erasmus was een man, die doorgaans geen partij wil kiezen, maar als het om de diepste waarheidsvraag gaat, kiest hij tegen Luther en - naar ik meen - tegen de waarheid. Zo was het ook met de remonstranten. Zij meenden, dat er niet gekozen hoefde te worden. Men kon contra-remonstrants-gereformeerd zijn en remonstrants-gereformeerd. Men hoefde niet te kiezen. Men kon rustig in één kerk zitten. Maar Erasmus en de remonstranten hebben hoe langer hoe meer laten zien, dat wij van een andere geest waren. Het remonstrantisme is een leer, die aansluit bij de begeerten van het menselijk hart en daarom sterft het nooit uit.

Erasmus ging tegen Luther schrijven. Hij zocht de gevoeligste plek van de reformator op: de bekwaamheid of de onbekwaamheid van de mens om God te kiezen en het goede; de vrijheid of gebondenheid van de menselijke wil. Daarmee wordt de vraag gesteld van de grootheid Gods. Bij Erasmus is de mens groot, de mens beslist, met hulp van God natuurlijk. Zo was het ook bij de remonstranten. Luther liet God, God zijn en zo deed de Dordtse synode. De remonstranten kwamen voor de grootheid van de mens op. De mens besliste. God volgde deze beslissing door de gelovigen - die voor God beslist hadden - te verkiezen tot zaligheid. De Dordtse synode heeft de leer der kerk vastgehouden. Het concilie van Efeze had reeds in 431 de vrije wil heel beslist veroordeeld en vele synoden daarvoor eveneens en daarin was de kerk vele malen gevolgd. Zelfs het semi-pelagianisme is op de synode van Orange in 529 scherp veroordeeld. Alzo heeft de Dordtse synode de waarheid van Schrift en oude kerk gehandhaafd tegen deze nieuwe aanvallen.

Is de synode niet begonnen die arme remonstranten te onderdrukken? Als er van onderdrukking gesproken moet worden - en dat kan moeilijk anders - dan zijn het de remonstranten geweest en hun helpers in de regering, die de contra-remonstranten op vele wijzen hebben onderdrukt, zodat het onhoudbaar werd en een burgeroorlog voor de deur stond. Hoe is het begonnen? Het is haast vanzelfsprekend, dat er van het begin der Ned. Geref. Kerken sommigen zijn geweest, die meer de kant van Erasmus uitgingen dan van Augustinus, Luther en Calvijn. Als wegbereiders van het remonstrantisme noemt men: Jan Verstege uit Stroe, die zich noemde Johannes Anastarius Veluanus, en die door Trigland de „Patriarch der remonstranten" werd genoemd.

Hij schreef zijn Leken Wegwijzer, waarin veel goeds, maar in het stuk van de vrije wil semi-pelagiaans. De schrijver heeft een afkeer van de predestinatie. Zijn boek werd in 1610 nog herdrukt en was toen zeker reeds zesmaal uitgegeven.

Dan Hubert Duifhuis met zijn zelfstandige parochie in Utrecht. Eerst vrijwel gereformeerd, al vatte hij het stuk der predestinatie niet zo „diep en hoog" op, later meer de linkse kant uit en een wegbereider voor de remonstranten.

Laten we Dirck Vollkertszoon Coornhert niet vergeten, een groot vriend van Erasmus en een vijand van Calvijn, tegen wiens leer hij een boek schreef, waarin hij alle verborgenheden des geloofs weerspreekt en niets overlaat dan het voorbeeld, dat Jezus gaf. Calvijn schold hem voor een niets­ waardige, die nooit begrepen heeft, wat godsdienst is. Hij zal beroemd worden door zijn boek: Wellevenskunst, een zedeleer, die uitgaat van de vrije wil. De gereformeerden hielden hem voor een der grootste vijanden, die de gereformeerde leer en kerk ooit heeft gehad. Predikanten waren voor hem slechts stokebranden en ketterjagers. Reitsma zegt echter van hem: „Zijn grote fout is geweest, dat hij, die voor zichzelf volle vrijheid van overtuiging eiste, deze niet gunde aan anderen, althans niet wenselijk oordeelde, dat zij ervoor uitkwamen; dat hij van oordeel was, dat onder de gereformeerden geen heilige overtuiging was; dat hij een vijand van de godsdienst zag in elk, die er anders over dacht dan hij". Een man van invloed.

Casper Jansz. Coolhaas, predikant te Leiden, was ook een bestrijder van de leer der vrije genade. Hij heeft aan de kerk veel moeite bezorgd en was een steun voor de libertijnsgezinde regenten.

Over Arminius en zijn invloed op de remonstranten hoef ik hier niet te schrijven. Door hem is het probleem van de vrije wil en de vrije genade in onze kerk zeer acuut geworden. Het merkwaardige is, dat Arminius en later zijn vrienden en volgelingen vaak wilden stellen, dat zij toch eigenlijk de echte gereformeerden waren. Men zou hieruit af kunnen leiden, dat zij de betekenis van de strijd niet goed begrepen hebben en evenmin de kloof gezien, die hen van de reformatie scheidde. Dat kwam misschien, omdat zij in de eerste tijd nog vaak dezelfde woorden gebruikten, doch er een heel andere inhoud aan gaven.

Wie zijn de strijd eigenlijk begonnen? Als men aan de waarheid getrouw wil zijn moet men zeggen, dat de remonstranten het strijdlustigst waren. Zij hebben de aanval tegen de Belijdenis ingezet. Daar was eerst een remonstrantie, pas jaren daarna Leerregels tegen de remonstranten, al was er daarvoor reeds een contra-remonstrantie. De remonstrantie bevatte de punten, waarin de remonstranten meenden te moeten afwijken van de gereformeerde leer. Zij gebruiken de gereformeerde woorden, zodat men op het eerste horen denken moest aan een gereformeerde belijdenis. Waarom deden zij dat eigenlijk? Bogerman zei bij de wegzending: „Ge zijt met leugenen begonnen". Dacht hij ook aan de remonstrantie?

Ik schrijf het eerste artikel voor u over: Wij geloven dat God, door een eeuwig en onveranderlijk besluit, in Jezus Christus, Zijn Zoon, eer 's werelds grond gelegd was, besloten heeft uit het gevallen zondig menselijk geslacht diegenen in Christus, om Christus' wil en door Christus zalig te maken, die door de genade des Heiligen Geestes in Jezus geloven en in dat geloof in gehoorzaamheid des geloofs door diezelfde genade teneinde toe volharden zouden en daarentegen de onbekeerlijken en ongelovigen in de zonde en onder de toom te laten en te verdoemen, als vreemd van Christus, naar het woord des H. Evangelies bij Joh. 3 : 36: Wie in de Zoon gelooft" enz. Dus verkiezing en verwerping! Ja, maar heel anders dan in de H. Schrift. God wacht af. Hij wacht af. wie er gaat geloven. Daar zijn tegenwoordig in de niet-remonstrantse kerken bepaald/Ook remonstrants-gereformeerden. Zij prediken dit ook. Zij prediken: u heeft God zoveel gedaan, nu moeten wij ook iets doen. Wij moeten de gaven aannemen, willen, geloven. Hoe kan echter een geestelijk dood mens (Efeze 2:1) iets geestelijk goeds aannemen, willen, geloven? Moet hij dan niet eerst van dood levend gemaakt worden? Bij de remonstranten is echter niet zo'n geweldige spanning. Die zien de dingen gemoedelijker. De mens ligt niet verloren. Dus God wacht op de mens. Ziet God iemand, die gelooft: ij krijgt het eeuwige leven. Maar voorziet God, dat iemand niet geloven zal, hij is van eeuwigheid verworpen. God werkt met een voorgezien geloof en niet naar eigen goede, rechtvaardige en wijze keus. Bij de remonstranten beslist de mens. In deze geest zijn alle vijf artikelen van de remonstranten. In art. 2 wordt gesteld, dat Jezus stierf voor alle mensen zonder onderscheid. Maar of de mensen gebruik willen maken van de vergeving en van de open deur, dat ligt aan de mensen. Zo preken de remonstranten van ouds. De mens beslist. Volgens de contraremonstranten beslist hij dan altijd ten kwade. Maar in de remonstrantse leer is er niet die geweldige spanning tussen God en mens. In artikel 3 betoogt de remonstrantse remonstrantie, dat de roeping slechts een aanradende kracht heeft. Het evangelie roept de mens en deze moet daar door eigen keuze, zonder dat God zijn wil vernieuwt, aan gehoorzamen.

Het vierde artikel stelt, dat de mens geen goed kan doen zonder de genade, doch dat de .mens deze genade kan weerstaan. In artikel 5 prijst men de genade zeer, doch men wilde in 1611 nog geen uitspraak doen over de vraag of de mens de genade kan verliezen. Later leerden zij, dat er geen volharding der heiligen was, dus dat God Zijn uitverkorenen niet bewaarde, doch dat zij weer konden afvallen. Alles bijeen: ij leerden medewerkende genade. Psalm 89 : 8 kan de remonstrant nooit van harte zingen. Zij leerden de algemene verzoening. Maar het stond na bet lijden en sterven van Christus in genen dele vast, dat er zondaren behouden zouden worden. Als niemand gewillig is, wordt niemand gered. Daar is geen onwederstandelijke genade. Dit betekent, dat de remonstrant voor de echte mens, voor de mens, zoals hij door zijn val geworden is, geen evangelie heeft. Zij hebben een blijde boodschap, die niet meer verkondigt dan dat de mens in een put ligt en nu steekt Christus hem een stok toe of laat een touwladder neer. De mens grijpt die stok of klimt omhoog en wordt gered. Maar als daar op de bodem van deze honderd meter diepe put een mens ligt die alles wantrouwt, die doof is en blind, wiens beide armen en benen gebroken zijn, die volkomen dood is en graag in zijn ellende blijft? Dan heeft de remonstrantse prediking niets aan te bieden. En als Gods Geest een mens heeft ontdekt aan zijn zonde en ellende en hij ligt daar machteloos en wantrouwend, doof en blind voor het evangelie, wat dan? Dan heeft het remonstrantse evangelie deze diep ellendige niets aan te bieden. Het Bijbelse en dus reformatorische evangelie is het geweldigste, dat er is. Daar daalt Christus af in de put. Hij neemt wantrouwen weg; Hij geeft ogen om te zien en oren om te horen; Hij legt de mens op Zijn schouder en brengt hem boven in de volle zin. „Daar zingen zij in God verblijd".

Helaas dat evangelie werd door de remonstranten fel bestreden en wordt tegenwoordig door het grootste deel van de predikanten en pastoors verworpen, omdat zij niet weten hoe groot hun zonde en hun ellende is. Dit reformatorisch evangelie hebben de Dordtse Leerregels tegenover de remonstranten verklaard. Zij zijn ook in vijf artikelen verdeeld, gelijk de remonstrantie. Het zou een afzonderlijk artikel vragen om de 5 artikelen beknopt weer te geven. Maar ieder kan ze lezen. En dan bedenke hij of zij het volgende. In de Leerregels is de Uitverkiezing niet een muur doch een poort. Zonder de verkiezing Gods en Zijn onwederstandelijk reddend werk wordt niemand zalig. De Leerregels verklaren eerst in welke ellende de mens ligt en hoe nu God alleen dringend laat verzoeken zich te laten zaligen. Een groot deel der evangeliehoorders wenst daar niet op in te gaan of juister gezegd: niemand gaat hierop in. De hervormde synode heeft in 1961 uitgesproken, dat God verwerpt, die Hem verwerpen. Dat is zeker waar. Doch de synode verzuimde te schrijven, dat de uitverkiezing betekent, dat God niet minder aanneemt en zaligt, die Hem verwerpen. En het vergeten van dit allerbelangrijkste maakt de richtlijnen der synode zo waardeloos. Daar is niemand, die God zoekt, niet tot één toe. Daar is een almachtige kracht Gods voor vereist om een zondaar, die het woord hoort, te bewegen om God te zoeken.

De mens is bij het ontvangen van het heil, volgens de remonstranten en de synode een medewerker. Volgens de Schrift en de reformatie is de mens een tegenwerker, een verwerper van God en van Zijn Christus. De synode bad verwachting van de mens, doch van hem is geen verwachting. Als God niet alles doet, als God niet van dood levend maakt, van onwillig gewillig, van een vijand een liefhebber Gods, wil en loopt de mens in zijn eigenwijze en eigenwillige godsdienst altijd verkeerd. De Leerregels belijden, dat éne zucht om genade, genade is. Nooit zal enig mens ooit om de genade van Christus vragen. Als God niet alles doet in een beschamende doorzettende verkiezing en ijver (God is een ijverig God!) wordt niemand in de zaligheid ingebracht. Waar ligt het verschil? De remonstranten hebben nooit geweten hoe groot het gewicht der zonde is. Bij hen blijft in de mens een goede kern over. Men zou kunnen stellen, dat de Leerregels niet eens zo bijzonder over de uitverkiezing wilden spreken. De remonstranten wilden dat graag. Vanuit hun humanistische mensbeschouwing met de vrije wil zagen zij hier een bedreiging van de mens van Gods hand. Zij zagen een mens, die hijgde naar Gods liefde en die door Gods verwerping uitgesloten werd. Maar de Leerregels zien een vijand van God en Zijn dienst, die hijgt naar de zonde en naar de zelfverheerlijking en de weg naar de hel kiest en die nochtans door Gods wil en kracht gezaligd wordt. De remonstranten hebben van het evangelie niets begrepen, omdat zij in de grond de diepe val niet verstonden, zoals God die openbaart in Zijn Woord.

Zo was voor de remonstranten de echte verkiezing Gods een verschrikking, maar voor de contra-remonstranten een troost. Het was de Leerregels te doen om de rechtvaardigmaking van de goddeloze en zijn heiligmaking. Het is de kerk er om te doen om God te prijzen, omdat Hij hen van vijanden vrienden heeft gemaakt en uit vrije onverdiende genade hen gezocht en gezaligd. „Waarom was 't op mij gemunt? " Het is voor mij onbegrijpelijk, dat enig waar gelovige daar iets op tegen kan hebben. Maar de verwerping dan? Dat ligt op de rand der verkiezing, de verwerping is onwedersprekelijk, want de Schrift spreekt er van. Maar niemand mag denken, dat hij een verworpene is, want God nodigt met zijn Goddelijke ernst ieder, die het evangelie hoort. De mens gaat niet verloren, omdat hij niet uitverkoren is, want hij ligt verloren, doch omdat hij God verwerpt blijft hij verloren (Joh. 3 : 36).

Is God niet rechtvaardig als Hij verwerpt, die Hem verwerpen? Daar is in de Leerregels geen andere grond voor de verwerping dan de schuld der mensen. God gaat een schuldig mens voorbij met de onwederstandelijke genade? Dat noemen we verwerping. Is alles logisch? Dat wilden de remonstranten, maar dat wilden de contra-remonstranten niet. Zij wisten, dat zij God niet zouden begrijpen en wilden daarom niet anders dan de deugden prijzen van Hem, wiens wegen ondoorgrondelijk zijn. Moeten wij de vraag dan niet zoeken op te lossen, waarom God sommigen, die in hetzelfde oordeel zijn zoals de moordenaar zei, voorbijgaat. Ik dacht niet, dat wij daar gegevens voor hadden. Al wat God doet is, naar wij geloven, rechtvaardig en wijs en daar is geen willekeur in, maar wij kunnen het met ons verstand niet beoordelen. Het is niet goed van de remonstranten, dat zij dit wel willen. Zo prijst hoofdstuk I de uitverkiezing Gods als de weg tot rechtvaardigmaking en heiligmaking.

Hoofdstuk 2 spreekt van de kracht van Christus' offerande, die groter is dan alle zonden der wereld, maar die gericht is. Het was een gericht lijden en sterven, zodat de zaligheid der uitverkorenen zeker is. Als de mens de kracht op zich moet richten blijft ieder verloren. Zou men dat niet begrijpen en kan men dan toch een mens zijn, die door de Trooster overtuigd is van zonde, als men niet verstaat, dat God rechtvaardig de zondaar voorbijgaat? Waartoe zijn sommigen verkoren? Om van dood levend gemaakt te worden, van vijand vriend, van onwillig gewillig. De remonstranten spraken veel van zonde, maar in hun gedachtegang blijft de kern der mensen onaangetast. Als er geen onwederstandelijke genade is, zoals hoofdstuk 3/4 deze belijdt, blijft remonstrant en contra-remonstrant verloren, dat leert de Schrift.

Is de mens bij de contra-remonstranten niet een stok en blok? Verre vandaar. Zij zijn kerkelijk in de regel veel ijveriger dan de remonstranten in alle kerken. Hun predikers volgen trouwer de opdracht om Schriftuurlijk te preken. God werkt het willen en het werken, maar maakt geen stokken en blokken. Maar de almachtige zorgt ook zodanig voor de gelovigen, dat Hij hun niet toelaat af te vallen. De remonstranten willen de mens hooghouden en zijn waarde verheffen, zij verwachten het voor hem onmogelijke van hem. Het is een zware leer. Maar daardoor laten zij hem in de ellende. De Leerregels prijzen God, die de verlorenen zoekt, die de goddelozen rechtvaardigt. De prediking, die de contra-remonstranten brengen is er niet opgericht om de uitverkorenen het evangelie te verkondigen, maar de verlorenen.

De uitverkiezing Gods staat in het binnenste heiligdom. Als de gelovige tot Christus gebracht is, mag hij wel eens inblikken (zie Hfdst. I art 12) in dat heiligdom. Voordien mag hij in dit heiligste niet komen, dan moet hij in de voorhof verblijven, waar het altaar der verzoening staat. „En het zal geschieden, dat een iegelijk, die de naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden". Wat wil men nog meer?

Wat willen de remonstranten nog meer, en wat wil de hervormde synode nog meer? Maar dan zalig worden in de weg van het evangelie, dus eerst een zondaar (Matth.9 : 13), een verlorene (Lukas 19 : 10), een goddeloze (Rom. 3 : 19; 4 : 5) worden. Doch waar vindt men onder de remonstranten of contra-remonstranten tegenwoordig een zondaar, een verlorene, een goddeloze?

Daar zit de bron van de tegenstand tegen de Dordtse Leerregels.

Delft     L. Vroegindeweij

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1968

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1968

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's