De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

6 minuten leestijd

Ik denk derhalve ben ik, zei de filosoof. Er was hem kennelijk veel gelegen aan het bewijs voor zijn bestaan. Voorts vond hij het gedachten produceren wel een verrichting, die het meest in aanmerking kwam om zijn zijn in deze wereld te demonstreren. Ik kan me voorstellen, dat er begenadigde mensen in deze wereld te vinden zijn, die deze bleke uitdrukking graag zouden vervullen. Ik geloof en daarom besta ik voor Gods aangezicht.

Maar goed, een mens loopt wel te denken. De hele dag vaak. Hij denkt over zichzelf, over diepste vragen soms, over de wereld, zoals die was, is en wordt. Over de kerk en over de toekomst van het geloof en ga zo maar door. Over de wereld in deze tijd.

Wat moeten we daar eigenlijk over denken, over de wereld in deze tijd? In een vroeger bestaan moest ik terwille van m'n status me wel eens wat verdiepen in het Deïsme. Een beweging, die in de vorige eeuw en niet minder in de eeuw daarvoor velen liet meedraaien. Deze stroming propageerde gedachten, die, als zo dikwijls het geval is, eeuwenoud zijn. Onze nimmer genoeg gekende belijdenis zegt kort en krachtig, dat de dwalingen verworpen worden van hen, die zeggen dat God zich nergens mee bemoeit. Ik heb de idee, dat de Deïsten dit ook wel voor hun rekening nemen.

Dat blijkt wel wanneer we ons verlaten op onze informatiebron. Het Deïsme geeft uiting aan een burgerlijk levensgevoel en veronderstelt een wereldbeeld, waarin een gesloten causaliteit heerst, zodat er voor Gods bemoeiing met deze wereld niet of nauwelijks plaats blijft. Laat ons maar zeggen niet, want nauwelijks betekent praktisch niet. God als Schepper wordt nog wel erkend, maar het geschapene wordt vergoddelijkt. Gods toorn over de zonde en de dood als straf om menselijke schuld verdwenen uit de belangstelling.

We leven thans in een wat ander klimaat. Enigszins andere vragen beheersen de gedachten. Toch vraag ik me af of er niet heel wat van dat Deïsme springlevend is in een wat gewijzigde context.

Ik bedoel het als volgt. De vragen naar de Schepper en het geschapene staan niet helemaal bovenaan op het lijstje. Het sociale en dergelijke hebben wat meer de interesse. Ik zou haast willen neerschrijven: 't medemenselijk aspect, maar het veelvuldig hanteren van deze term en het fervent uitvaren aan de andere kant, maakt dat je al misselijk bent als je, pro of contra, het woord alleen maar opvangt. Wel een aanwijzing welke kwesties de gemoederen beroeren. Maar laten we als dominees niet al te monotoon tegen de medemenselijkheid uit varen.

Misschien mag ik het wagen om te verklaren - een mooi woord in dit betoog - dat de vragen, ook al zijn ze uitermate geseculariseerd, ons meer nopen ons rekenschap te geven van het hoofdstuk: Van God de Vader en onze schepping, al haast ik me om toe te voegen dat de locus van de Heilige Geest, gelet op het gedurig noemen van de term inspiratie, ook niet buiten de gezichtskring blijft.

Trouwens het is u, indien ge wat meeleeft met de gang van zaken, niet ontgaan, dat zelfs de permanent in revolutie levenden Christus ook gaarne tekenen als de verzetsheld bij uitstek. In de rij van anderen als Mao, Guevara, past Christus. De wrede dood van Guevara heeft de gelijkenis volgens hun besef slechts onderstreept.

Deze wereld is ondanks de ruimtevaart-experimenten gesloten. Een wereld van hiernumaals en niet van hiernamaals. Van verbondenheid en betrokkenheid op de levende Christus aan Gods rechterhand hoort ge niet. Wel de historische Christus als gangmaker van een revolutie. Naast de education permanente vraagt de revolution permanente alle aandacht. Ziet ge een parallel. Het Deïsme zegt: God is er, maar de verhouding tot Hem is niet levend en sterk. De Schepper wordt erkend, maar het geschapene is zelfstandig. Men verwacht van God zorg en liefde, maar zijn toorn en de dood als straf is uit de aandacht verdwenen. Merkwaardig hoe een recent opinieonderzoek leerde, dat een belangrijk hoger percentage mensen gelooft in de hemel dan in de hel.

Christus heeft wel het verlossingswerk op gang gebracht, maar thans moeten we alles verwachten van de „verlosten", die zelfstandig deze activiteit Voortzetten. Van het Deïsme lezen we, dat Gods openbaring wordt geseculariseerd. Het Christendom is een natuurlijke religie.

Is ditzelfde ook nu niet aan de orde? Christenen en andere mensen van goede wille zijn dezelfden. De een zegt het alleen een beetje anders dan de ander. Christelijk is heel kort medemenselijk.

In dat licht moeten we diverse discussies eens nader bezien. Om een voorbeeld te noemen denk ik aan een gedachtewisseling tussen prof. Ridderbos en de politicus dr. Bruins Slot over het Koninkrijk Gods. Uit de worsteling en door Zijn komst zal eenmaal Christus' Rijk tevoorschijn komen en niet door onze inspanning, zegt de theoloog. De politicus is niet helemaal vrij van de huidige bewering, dat de stad Gods is de stad der mensen en dat het Koninkrijk van Christus is het koninkrijk der mensen. Bij vélen is het gevaar werkelijkheid geworden, dat men dat van Christus-eenvoudig identificeert met dat van ons.

Het grote en vooruitstrevende Amerika, dat zopas zijn zevenendertigste president aanwees, beeft voor en na ook nog al eens een dergelijk „evangelie" verkondigd. Zoals het Deïsme, dat we nog al eens naar voren brachten, een optimistische kijk heeft op de wereld, aldus ook deze soortgelijke stroming.

Het debat van de vierentwintig met de synode heeft eveneens deze vraagstukken geraakt. Gaat het om de ziel en hierna of om de wereld en hiernu? De een ontkent niet de interesse van de ander. Dat is de laatste keer volgens het verslag gebleken. Ds. Kievit plaatste, dacht ik, de zeer juiste opmerking, dat het in al deze dingen wel degelijk gaat om de orde, de volgorde. Om met de belijdenis te spreken: Er zijn in bepaalde vraagstukken geen eersten en geen laatsten en toch spreken we - om een voorbeeld te noemen - van een „derde in orde". En Bijbels kennen we een eerst en groot gebod naast een tweede daaraan gelijk. In dieper zin dan in de verkiezingscampagne in Amerika bedoeld, gaat het momenteel in de botsing der geesten om kwesties van Wet en Orde.

Intussen ben ik wel geneigd om, als ik een slotconclusie moet maken, te spreken van een soort christologisch Deïsme. De term geef ik graag voor beter en vanzelfsprekend sta ik aan alle kanten open voor een nadere gedachtewisseling hierover. Maar we moeten toch in ieder geval een stelling hebben om te beginnen.

Tenslotte memoreer ik graag en vanzelfsprekend het jubileum van onze Hoofdredacteur. Ik meen, dat de rubriek dat vraagt. Juist de hierboven gesignaleerde vraagstukken houden hem bezig. Men heeft hem genoemd een leidinggevende persoonlijkheid in ons kerkelijk leven. Ik neem dat graag over. Toch zou ik enige uitbreiding willen geven. Ds. Boer is een man in ons midden die lijdt en leidt. Ik heb me ook nog even in een orde-vraag begeven, ik geloof echter dat ik het goed zeg.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's