De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Enige indrukken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Enige indrukken

7 minuten leestijd

van het tweede gesprek met de Generale Synode met „de 24"

III.

Na ds. Kievit spreekt ds. C. Batenburg (te Vriezenveen) ongeveer als volgt. Bij de Kerkhervorming ging het om de heilige God en de zondige mens. Is wat Luther heeft gesteld een overwonnen standpunt? Durft men nog spreken over de mogelijkheid van het verloren gaan en over de hel? Ds. Batenburg wijst op de publicaties van de Engelse bisschop Robinson en het boekje „Alle dingen nieuw", een uitgave ter voorbereiding van de vierde vergadering van de Wereldraad van Kerken, gehouden te Uppsala in juli van dit jaar. „Klare Wijn" (het geschrift dat de generale synode van onze kerk aangeboden heeft als hulp bij het lezen van de Bijbel en dat in 1967 verscheen) loochent de wederkomst van Christus. Daartegenover stellen velen dat het Koninkrijk zich ontwikkelt, door de inspanning van mensen. De Schrift stelt de bekering centraal: een mens wordt zondaar en gaat als bedelaar binnen. Is de hele wereld uitverkoren en lichaam van Christus? Is de prediking alleen een ^mededeling van het feit dat de wereld al kerk is? En dat zij het alleen nog maar weten moet? Tenslotte memoreert ds. Batenburg het interview van „De Spiegel" met ds. Koole van het I.K.O.R. „Het is schandelijk dat de Kerk zó naar voren komt".

Ouderling P. van Kleunen (te Goes) kan zich voor een deel van het door dr. Aalders gesprokene wel vinden. Toch meent hij, dat het door hem gezegde wat overtrokken en eenzijdig is. Ook waarschuwt hij voor het gevaar van de hoogkerkelijkheid.

Ouderling-kerkvoogd W. G. Jansen (te Bunnik, classis Doorn) merkt op, dat de vrijdenkers de verzoening door de Heere Jezus Christus verwerpen. Wanneer zij nog iets van de Bijbel aanvaarden, grijpen zij het kosmische van Jezus aan. De vijand begrijpt vaak heel goed waar het om gaat! Hij is dankbaar voor de uiteenzetting van dr. Aalders, hoewel de vraag blijft: „Wanneer de Heere Jezus de verzoener is, hoe ga je daarmee uit in deze wereld? Is het persoonlijke èn kosmische te verenigen, of is het tweeërlei zaak die niet te verenigen is? ".

Na de lunch is ds. J. D. Wuister (te Nieuwleusen) de eerste die het woord verkrijgt. Hij richt zich tot ds. Krop, die over de studentenwereld gesproken heeft. Er is radeloosheid en leegheid bij vele jongeren en hier valt met messianisme niet wezenlijk te helpen. Tot prof. Jonker: inderdaad wijst Jesaja op de thora (voor de lezers: de thora is enerzijds aanduiding van de vijf boeken van Mozes, anderzijds is thora alle onderricht en vermaning van God aan zijn volk. De vertaling „wet" geeft niet altijd de oorspronkelijke betekenis bevredigend weer. Er klinkt in mee ons „onderwijzing", „voorlichting", zoals bijv. in Ps. 25 en Ps. 119). In Israël werden ook vast-en heidedagen uitgeschreven. Wanneer iets scheef is, wanneer bijv. de vrede afwezig is, belijdt het volk schuld. Het wordt er althans toe opgeroepen. Ds. Wuister wilde hiermede zeggen, dat de messiaanse lijn bij de profeten altijd gepaard gaat met (de oproep tot) bekering, verootmoediging en schuldbelijdenis. Prof. Jonker antwoordde, dat het juist om de thora gaat en dat de gerechtigheid van de profeten niet in de lijn van het humanistisch ideaal ligt.

Op verzoek van de praeses gaat dr. Aalders in op een aantal bedenkingen die tegen zijn uiteenzetting in zijn gebracht.

Ds. Krop heeft vooral bezwaar gemaakt tegen de parallel: Deutsche Christen/politiek messianisme. Dit is een wezenlijk punt. De theologie van de 19e eeuw putte uit twee bronnen: de goddelijke openbaring én het menselijk zelfverstaan. Dat is een vermenging van Christus en Belial. In het nationaalsocialisme is dit in een acuut stadium gekomen.. Als een gericht is het over ons gegaan. Het zou er de ogen voor hebben moeten openen, dat er maar één Evangelie is. Nu put men wéér uit die twee bronnen. Het werk van Rosenstock-Huessy, Shaull, Tillich is daar om dit te bewijzen.

Ds. Landsman heeft schone dingen gezegd. Maar niet alles is actueel. Het gaat om de vraag wat nu prioriteit moet hebben. De heiligmaking is een facet van de rechtvaardigmaking. Wet en Evangelie horen bijeen. Het een zonder het ander is een misgestalte. Wat „men" tegenwoordig heiliging noemt is geen heiliging. Dit bezigzijn mét en voor de wereld is niet te verantwoorden. Ten aanzien van art. 36 van de Ned. Geloofsbelijdenis dienen wij te bedenken, dat wij leven in een postchristelijke wereld. Deze wereld, waarin de invloed van kerk en Christendom zeer gering geworden is, vereist dat wij ons heroriënteren. De secularisatie is afgrondelijk. Noch de Wereldraad van Kerken in Uppsala, noch het moderne apostolaat beseffen dit.

De praeses geeft nu jonkheer L. de Geer (te Zeist; adviseur van de generale synode namens de visitatoren-generaal) het woord. Deze leidt het gesprek over het tweede punt („Wat houdt het in, dat we Jezus Christus als Heer der wereld belijden") in.

In de Schrift vinden wij de stappen en daden van de Ene. Deze raken kosmos, wereld en mens. Het gaat om waarachtigheid en waarheid, recht en gerechtigheid. Israël is een reductie. Dat loopt uit op Gods handelen in Jezus. Jezus roept de twaalf en Paulus. Die zijn het staketsel van Israël en de Kerk. Zij roepen: zo is Hij, zo doet Hij. Hij, Jezus, is de Redder, de Garant, de Komende. Hij is gesteld tot Hoofd van het al. Jezus Christus is gegeven als Hoofd van het lichaam. Wat houdt dit in? Dat de kerk zich inzet voor recht en gerechtigheid, waarheid en waarachtigheid, voor verlossing uit ellende en druk, voor meer gerechtigheid. Dat zij bezig is op de pleinen en de straten. Wanneer de kerk niet aldus dienende bezig is, geeft zij haar steun aan de machtigen.

De kerk heeft zich helaas dikwijls geconformeerd aan de macht der machtigen. De wending in dit opzicht is nog maar van de laatste tijd. Het Evangelie staat haaks op deze wereld.

Dat het Woord vlees is geworden is niet voldoende doordacht door „de 24". Men moet als niet-kerk kunnen tasten, dat God redden en herscheppen wil.

Wij moesten meer oog hebben voor het werk van de raden, meer worstelen om de structuren te veranderen.

Werkt Christus lós van zijn lichaam? De tendens van Gods werken is het gestalte geven aan het heil, publiek en in het hart. De kerk kan haar profetisch werk alleen maar staken wanneer haar de mond wordt gesnoerd.

De macht van Christus is van dienende aard. Daaraan zijn drie aspecten verbonden. Het eerste is het eschatologische. God komt in Jezus Christus de mensengeschiedenis binnen. Daar zit echter vóór-en nageschiedenis aan vast. Nu dreigen hier twee gevaren. Enerzijds zouden wij kunnen menen, dat alles in Christus gegeven en alles nu in orde is. Anderzijds kunnen wij het „nog niet" zo sterk laten gelden, dat wij zeggen: de wereld is zó boos, wij moeten ons maar stil houden. Het tweede aspect is het profetische. Christus' macht breekt door de ruimte van de kerk heen naar de wereld. De kosmologische aspecten mogen niet verwaarloosd worden. In de derde plaats is er het diaconale aspect: de toewending van de Kerk naar de wereld, in een diaconia (= dienst), die de marturia ( = getuigenis, èn lijden) inhoudt. De weerstrevende, zondige wereld blijft het doelwit van Gods trouw.

De kerk moet de vrijheid hebben om de geschiedenis met de eschatologie in verband te brengen, persoonlijk en in de politiek en samenleving. Zij mag niet de status quo, de huidige stand van zaken dekken. Zij moet de structuren van de wereld relatief-ernstig nemen, niet dood-ernstig. Als voordbeeld van dit laatste: de kerk heeft geprobeerd duidelijk te spreken over de vrede. Als wij positie nemen in de vrede, kunnen wij pogingen tot vrede niet afwijzen. De wereld heeft er recht op door de kerk gewezen te worden op Gods trouw, oordeel en liefde.

Tot zover de uiteenzetting van jhr. De Geer. In het vervolg van het gesprek werd er slechts door weinigen op ingegaan. De meesten kwamen terug op hetgeen 's morgens besproken was.

Dirksland. L.J. Geluk

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Enige indrukken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's