Enige indrukken
van het tweede gesprek met de Generale Synode met „de 24"
IV.
De eerste die na de uiteenzetting van jhr. de Geer het woord verkrijgt, is dr. G. van Moorsel (te Groningen). „Ik ben kosmologisch ingesteld en vervuld van het Evangelie van de Hemelvaartsdag, en van hetgeen de apostel Paulus schrijft aan de gemeente te Kolosse en te Efeze." Maar dr. van Moorsel wijst erop, dat deze brieven, die hooggestemd Christus prijzen als het Hoofd van zijn Gemeente en het Hoofd boven alle dingen, eindigen niet regels voor het dagelijks leven van de christenen, de zg. huistafels. In de schets van jhr. de Geer gaan de woorden recht en gerechtigheid een zelfstandige plaats innemen. De bede in de Schrift is steeds: laat mij wandelen in Uw waarheid. De kerk moet niet te veel hooi op haar vork nemen. Veel van wat tegenwoordig haar taak wordt genoemd, is een taak voor de politieke partijen.
Ds. L. Lagerweij (te 's Gravenhage): de verkondiging van Gods Woord stelt duisternis tegenover licht. Ds. Krop heeft gezegd van de boodschap van gericht en genade: „Daar kan ik niets mee beginnen, maar u ook niet." Ds. Lagerweij vraagt dan aan ds. Krop: wij ook niet? Hoe kan u dat zeggen? Wat is dan uw boodschap?
Op de vraag van dr. C. A. Tukker (te Kinderdijk), of er in dit curiale aspect van Christus (Diens Heer-zijn) ook plaats is voor het priesterlijke, antwoordt jhr. de Geer door te verwijzen naar wat hij opmerkte over het diaconale aspect.
Ds. J. van Noort (te Amerongen): zijn wij het eens? Hij vreest, dat het persoonlijke wordt weggewerkt (tegenover jhr. de Geer). Hij stelt drie vragen:1. staat de kerk toe, dat er een prediking is, die alleen oproept het leven leefbaar te maken en nalaat op te roepen tot bekering, omdat dat een overbodige zaak: zou zijn? 2. Staat de kerk een prediking toe, die zegt dat de wereld al kerk is? 3. Behoort een prediking van gericht en genade niet bij een sterfbed? Dit laatste naar aanleiding van wat ds. Krop zei. Aan deze laatste vraagt ds. van Noort ook, wat de door hem genoemde studenten, die buitenkerkelijk worden, thuis hebben beleefd: en stuk dogmatiek of levend geloof.
Ds. Batenburg merkt op, dat in de H. Schrift recht en gerechtigheid allereerst betrokken zijn op God de Vader. De kerk moet het volk oproepen tot terugkeer tot God! De vredesboodschap 1968 is allerongelukkigst. De oproep tot bekering wordt er ten enenmale in gemist. Moeten wij de wereld niet wijzen op Hem, die komt? De gereformeerde dogmatici, bijv. H. Bavinck, hadden ook aandacht voor de kosmologische aspecten van de heerschappij van Christus.
Jhr. de Geer is te optimistisch, meent vervolgens dr. F. de Graaff (te Hattem). Doorziet hij wel het demonisch karakter van deze post-christelijke tijd? Alles loopt vast op het te weinig doorzien van de godloze situatie. Men droomt van vooruitgang en evolutie, zegent de secularisatie en technocratie. De tegenwoordig veel gebruikte woorden waarheid en waarachtigheid, recht en gerechtigheid zijn uit de openbaring Gods afkomstig. Maar zij hebben iets ondergaan. Zij zijn in onze cultuur losgemaakt van de openbaring. Waar dit vergeten wordt, kan een nieuwe romantiek ontstaan. De wereld vraagt van ons geen aansluiting aan humanisme en socialisme. Zij verlangt ernaar, dat wij haar een verticale binding geven. Van 't socialisme heeft Nietzsche verklaard, dat het een christelijk fossiel is.
„Wij leven in een Geest-loze tijd. Er moge onder ons een vurig gebed zijn om een geestelijk réveil. Van dankbaarheid gesproken, ik ben niet dankbaar met Uppsala, de verklaring over Israël en de Arabische volken van juni 1967, het recente advies van de Hervormde Raad voor Kerk en Gezin en met „Kerk en Wereld", aldus ds. J. Pronk .(te Rotterdam).
Op andere wijze spreekt dr. R. J. Mooi (secretaris voor algemene zaken). Deze is voor veel wèl dankbaar, o.a. voor dit gesprek en komt terug op de aanzet van het door dr. Aalders en prof. Jonker gezegde. Hij wijst eerstgenoemde op een gevaar, n.l. de mogelijkheid om aan het geestelijk lijden te ontkomen of te willen ontkomen, bijv. door zich terug te trekken in zijn bekeerd-zijn. Wij mogen het geestelijk lijden niet ontwijken. Daarom spreekt hij anderzijds zijn dank uit aan hen, die dit lijden niet schuwen en zich inzetten voor een leefbare wereld. Moge de kerk de taken zien die hier voor 'haar liggen. Laten we elkaar niet afkraken, maar oog hebben voor wat wij bedoelen. Laten „de 24" begrijpen hoe zwaar er aan deze dingen getild wordt. Is men bevreesd, dat het Evangelie verkracht wordt? Er is ook bij het moderamen verontrusting. Wij worstelen om het in de kerk zo goed mogelijk te laten gaan. Daarom nogmaals: laten we elkaar niet afmaken, maar vragen wat Christus van ons wil in déze tijd. Er zijn vele gevaren, toch gaan we verder. Christus is het die het ons gebiedt.
Ds. Krop handhaaft zijn bezwaar tegen de parallellie: politiek messianisme - Deutsche Christen. Dit slaat de discussie dicht. Hij vraagt dr. Aalders de gewraakte term te vervangen door: religieus socialisme. Voorts verheugt hij zich in de empirische kerk, die kerk zoals wij haar zien en kennen. Daarin is ruimte voor afgescheidenen en remonstranten, voor links en rechts. Met alle verschillen zijn wij samengeroepen. De Geest werkt onderscheidend en dan valt het soms heel anders uit, dan wij op grond van de bestaande verschillen zouden menen. Ter illustratie wijst ds. Krop op wat tijdens'de tweede wereldoorlog in de kerk openbaar werd. De scheiding der geesten ging dwars door de richtingblokken heen. Wanneer kun je zeggen, dat het Evangelie wordt tegengestaan? Wij hebben ons te voegen bij de empirische kerk. „Durft u, die bezwaard bent over het apostolaat, tot de ander te zeggen: je hoort erbij? ", vraagt ds. Krop. Hij is óók teleurgesteld over de houding van de Wereldraad van Kerken in Uppsala ten aanzien van Israël. En voor wat het persoonlijke element betreft, zit hij dan wel met de In memoriams in „Woord en Dienst". Volgens deze zijn alle predikanten trouw geweest en in geloof heengegaan, waarop dr. van Moorsel interrumpeert met de opmerking, dat de kerk over het hart niet oordeelt.
Dan vervolgt ds. Krop: in Handelingen 5 wordt tucht geoefend, maar door God. Zeker moet de verwerping gepredikt: „gij zijt die man". De prediking, ook ter rechterzijde, kan te weinig persoonlijk zijn.
Van de predikantskinderen wordt 50 procent onkerkelijk. Wanneer gevraagd wordt of zij thuis een stuk dogmatiek hebben beleefd: veel in het levenspatroon van kerkelijken en buitenkerkelijken is gelijk, want bij de laatsten is ook allerlei dogmatisme te vinden.
Ds. Landsman legt de vinger bij nog een kernpunt. Dr. Aalders en jhr. de Geer hebben te veel hun uitgangspunt in de tijd genomen. Ds. Landsman aarzelt te stellen, dat wij in een post-christelijke tijd leven en verwijst naar Handelingen 1, waar gezegd wordt, dat wij de tijden en gelegenheden niet weten. Kunnen wij, vanwege de grote en donkere dreigingen zeggen, dat wij nu apocalyptisch moeten leven? Ds. Landsman is bang voor een valse apocalyptiek.
Ds. W. Kalkman (te Driebergen) constateert, dat er tijdens dit gesprek een ander klimaat is dan de vorige maal. De openheid is dichtgeslagen en zo komen we niet verder. Hij heeft twee vragen: wortelen wij in hetzelfde Evangelie? En: dr. Mooi heeft gezegd, dat het moderamen nog meer verontrust is dan „de 24". Wat zijn die dingen, die u op het oog hebt en die niet 'goed zijn? Ik ben verontrust over de prediking en doorwerking van een ander Evangelie en u bent dankbaar? !
„De zaken zijn concreet gesteld door dr. Aalders, ik wacht op antwoord van de kant van het breed moderamen", aldus ds. W. Glashouwer (te Driebergen).
Schrijver dezes merkt op, dat het gesprek het karakter heeft van hoor en wederhoor, zodat we niet veel vorderen. Hij informeert wat het breed moderamen sinds het vorige gesprek ondernomen heeft ten aanzien van die instellingen waarover onzerzijds grote bezwaren naar voren zijn gebracht.
„De mens vraagt om een verticale binding", zegt ds. P. van den Berg (te 's-Gravenhage). De moderne mens lacht een beetje om ons, die achter de wereld aanhollen. Veel verwarring stichten de publiciteitsmedia. Over de geboorte en de opstanding van Christus woorden meningen naar voren gebracht, die duidelijk tegen de Schrift ingaan. Van stunts in de kerkdienst mogen we geen gebruik maken noch heil verwachten. Het is mogelijk als kerk de Heilige Geest te bedroeven, zodat Hij zich terugtrekt.
Prof. dr. 'H. Jonker spreekt ongeveer als volgt. Er is gesproken over hoor en wederhoor. Maar wij leven in een presbyteriale kerk en niet in een episcopale (bisschoppelijke). De achtergronden zijn openbaar geworden. Ik ben niet uw gesprekspartner, dat is dr. A. Th. van Leeuwen, dat is het andere denken.
Jhr. de Geer heeft met de kosmische Christus niet bedoeld de Pantocratoor van de Colossenzenbrief en de Oosters Orthodoxe Kerk, maar de Christus in de menselijke samenleving. Hoe staat het met het theocratisch visioen onder „de 24"?
Ds. Pronk stelt, dat het breed moderamen zo grote invloed heeft, dus veel ten goede kan beïnvloeden en leiden. Hij vraagt, of het moderamen voornemens is de stellingen van prof. dr. R. Bijlsma (“Gemeente van Christus nu") samen met de 7 stellingen van dr. Aalders (en de anderen van „de 24"; deze stellingen hebben als opschrift: „Omdat wij Jezus Christus belijden") naar de Classicale Vergaderingen te zenden.
Dirksland. L.J. Geluk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's