De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

8 minuten leestijd

Bijbel en reformatie.

In het blad „Woord en Dienst" van 2 november heeft de bekende kerkhistoricus prof. dr. J. N. Bakhuizen van den Brink een boeiend artikel geschreven over het ontstaan van Bijbelvertalingen in de Reformatietijd in verschillende Europese landen. Het boeiende is dat de schrijver vooral aandacht schenkt aan de landen achter het ijzeren gordijn, zoals Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije. Allerlei interessante gegevens uit een ons doorgaans onbekend stuk kerkhistorie worden aldus naar voren gehaald. De ruimte staat niet toe breed te citeren. Belangstellende lezers moge ik dus verwijzen naar het hierboven genoemde blad zelf. In het kader van dit persoverzicht nemen we over wat de hoogleraar tenslotte samenvattend schrijft over het onderwerp Bijbel en Reformatie:

Het eerste punt .s dan, dat de humanistische stadiën in de 15de en 16e eeuw en de jonge boekdrukkunst de Bijbelvertalingen krachtig bevorderd hebben. Zij vormen in algemene zin de achtergrond. Erasmus is met zijn verdediging van de bijbel in de volkstaal, in afwijking van zijn grote Vriend Thomas Vurore, voorop gegaan, al schreef bij zelf nooit anders dan Latijn. Het beginsel dat de bijbel vertaald behoort te worden, waar de clerus en de hiërarchie vierkant tegen waren, heeft hij krachtig verdedigd zowel om de reële kennis van zaken als om het innerlijke geloofsleven.

Hieruit volgt een tweede punt: de bijbel in de eigen, begrijpelijke taal, betekende de ontvoogding van het christenvolk tegenover de priesterschap, het zelfstandig worden en verantwoordelijk zijn voor eigen geloofsleven.

De protestantse kerken hebben die verantwoordelijkheid begrepen en hebben van het humanisme overgenomen, dat er grondige taalkundige studie nodig was en zou blijven om haar te kunnen dragen. Vandaar nog heden ten dage de veeleisende studies, die een aankomend theoloog te volbrengen heeft, wil hij later over de bijbel kunnen en mogen spreken. In de derde plaats leveren ons de enkele voorbeelden, die hierboven uit de geschiedenis van de Bijbelvertalingen zijn gegeven en die met vele te vermeerderen zijn, het beeld van begaafde maar ook hardwerkende en zodoende uitermate bekwaam geworden geleerden en tegelijk pastores, echte leiders, die wij mogen bewonderen en eren. Hun werk is een blijvende voedingsbron van christelijk leven. Naast de vertalers, dit is ons vierde punt, behoren ook zij die door hun positie, gezag en geldelijke offers de Bijbeluitgaven gesteund en mogelijk gemaakt hebben, met ere herdacht te worden. Zij gaven daarmee blijk van moed en van echt protestantse onafhankelijkheid van overtuiging en van toewijding. Vaak ook is het buitenland protestantse minderheden elders te hulp gekomen. Dat Nederland hierin een zekere helpende rol voor Oost-Europa heeft gespeeld worde niet vergeten.

Er zijn natuurlijk beter en minder geslaagde Bijbelvertalingen in de hervormingseeuw en daarna tot stand gebracht. Het is een ontzaglijk moeilijk werk! Klassiek zijn die van Luther, Authorized Version, het  N.T. van Agricola, en andere. Ook onze Statenvertaling. Deze zijn om zo te zeggen nationale bijbels geworden. Zij hebben een onaantastbare identiteit. Het geestelijk denken van een heel volk is er langdurig en in grote mate door gevormd en zelfs zij, die er de inhoud nauwelijks meer van vatten, spreken toch ongewild nog dikwijls haar taal. Het besluit van de synode van Dordrecht is wel traag tot uitvoering gekomen, maar de vrucht is tot ongedachte rijkdom gerijpt.

Het huisbezoek.

Het hierboven genoemde onderwerp beheerst nu niet bepaald de theologische discussie. Toch doet het weldadig aan dat in een tijd waarin alle aandacht gevraagd wordt voor structuurveranderingen, nieuwe vormen van gemeentezijn, theologie van de revolutie enz., iemand een over dit bij uitstek pastorale onderwerp schrijft. Het artikel waarvoor we uw aandacht vragen is van de hand van ds. A. Groot en is gepubliceerd in het Herv. Weekblad, het orgaan van de Confessionele Vereniging van 24 oktober. Ds. Groot laat zien dat de klacht: „We zien nooit iemand van de kerk of het moet om geld te doen zijn" al oud is. Terecht wijst hij erop hoezeer het huisbezoek, de zielszorg in de beperkte kring van een gezin of aan de enkeling van belang is voor de opbouw van de gemeente.

Prediking en zielszorg worden z.i. beide bepaald door verkondiging, onderwijs en vertroosting. Maar in het huisbezoek wordt dit alles afgestemd op dat bepaalde gezin en die concrete mens. Ds. Groot wijst op de uitlatingen van van Ruler, die het huisbezoek stelt onder het hoofd van het opzicht en de tucht.

Wat betekent dit alles voor de huisbezoeker. Groot schrijft in dit verband:

In zijn tijd nog altijd lezenswaardig boekje „Het ambt der ouderlingen" schrijft Kohlbrugge: „Wie zijn eigen huishouding niet weet te regeren, en omdat hem dat te gering, te benauwd of te zwaar voorkomt zich in andere huizen begeeft, om zich aldaar te goed te doen, die heeft het geloof verloochend en is erger dan een heiden". Iets verder schrijft hij: „Wie een voorbeeld van de kudde is, zal het niet alleen in die leer zijn, maar ook in zijn gehele levenswandel, zoals de oude zegswijze luidt: “Doe eerst zelf, wat gij aan anderen leert"."

En ook nog dit uit hetzelfde boekje: „Ouderlingen, zowel die er voor welken, dat het in de kerk goed geregeld blijft met de leer en tucht, als die arbeiden in het Woord en de leer (dus de predikanten), moeten aan hun eigen hart ondervonden hebben, hoe het Woord van God terneerslaat en weer opricht, hoe het in de hel werpt en dan opneemt voor Gods rechterstoel. Zij moeten in de school van de Heilige Geest door eigen ervaring getuchtigd en wijs gemaakt zijn, om te verstaan, wat de Geest tot de gemeenten zegt, of zij zijn blinde leidslieden der blinden, die ten langen leste beiden in de gracht vallen."

Dat dat alles niet verouderd is, laat de schrijver zien door een verwijzing naar het proefschrift van dr. J. Firet, hoogleraar aan de V.U. voor de praktische theologie. Firet heeft in zijn boek, onder meer gezegd: „De vraag naar de geloofwaardigheid van de pastor is ten diepste de vraag naar de herkenbaarheid van de wording van de mens Gods in de pastor."

Aan deze wat zwaar geladen zin, die overigens een belangrijke zaak aansnijdt (de ambtsdrager als levend getuige) voegt ds. Groot de volgende overwegingen toe:

Onze formulieren voor bevestiging van dienaren des Woords zowel als van ouderlingen stemmen principieel overeen met hetgeen dr. Kohlbrugge en dr. Firet hieromtrent zeggen.

En wat zegt de Heilige Schrift? Lezen wij niet van de profeet Jesaja, dat na zijn roeping een vurige kool zijn lippen heeft aangeraakt, waardoor zijn ongerechtigheid week en zijn zonde verzoend werd! Er is geen andere weg tot de ambtsbediening van de pastor en de ouderling, die huisbezoek zullen doen, dan door de school van de Heilige Geest heen. Gelijk we dat lezen over de roeping van Jesaja in het zesde hoofdstuk van zijn profetieën.

De vraag mag niet achterwege blijven: waarom wordt het regelmatige huisbezoek zoveel achterwege gelaten? Omdat het uit de tijd zou zijn? Was dat ook reeds in 1836 de reden, waarom er zo weinig tijd aan het huisbezoek besteed werd? Of brengt het huisbezoek moeten doen een grote geestelijke verlegenheid aan het licht? Proberen velen die misschien te bedekken door samen met hun vrouw kraamvrouwen te feliciteren, jarigen een pakje te bezorgen, bejaarden een bloemetje te brengen? Zijn dergelijke gezellige, feestelijke activiteiten op familiebijeenkomsten misschien uiting van huivering voor het wezenlijke van de ambtsbediening van huis tot huis?

De Here God heeft de ene mens zus en de andere mens zo geschapen. Er zijn er in het midden der gemeente, die beslist niet geschikt zijn voor het ambt van diaken. Maar die wel geschikt zijn voor het ambt van ouderling. En omgekeerd. Er zijn er ook die voor geen van beide ambten geschikt zijn. Zou een oproep tot theologie-studeren, gelijk onze kerk die wel eens liet horen, niet gepaard moeten gaan met een ernstige waarschuwing in deze richting?

De roering des Geestes moet ais een zonnestraal in de ziel zijn gevallen; als een krachtige wind in de zeilen. Maar: de drift en ijver is geen dienst aan God. Nu het dreigend grote tekort aan predikanten in het beraad der kerk wordt opgenomen dienen deze dingen hardop, waarschuwend gezegd te worden. Die hun eigen roeping en verkiezing niet bevestigd hebben met goede werken (2 Petr. 1 : 10) zijn onbekwaam om de zaken van Christus' Kerk te regelen. Wie anderen wil reformeren, moet zelf ge-re-formeerd zijn.

En als dit schrijven wonden heeft geslagen? Dan zullen de gewonden smeken: Kom, Schepper, Heilige Geest. Gelijk Jesaja gedaan heeft voor hij zijn roeping ontving en aanvaardde. De Heilige Geest, de Schepper, de Schenker, de Onderwijzer van de ambtsbediening van de predikant-huisbezoeker of de ouderling-huisbezoeker. Zo ligt het in de bloesemknop van die heilige schepperswil, die misschien na jaren pas ontluikt. Late roeping is toch roeping.

Een bij uitstak pastoraal gericht woord van de haagse pastor, dat de overweging en de aandacht ten volle verdient, juist in een tijd waarin de functie van de ambtsdrager in het geding is. We zullen aan dit bewogen appèl niet voorbij mogen gaan.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's