DE NAAM DES HEEREN
„en Hij riep uit de Naam des Heeren". Exodus 34 vs. 5b.
De Heere kan ons geen kostbaarder dienst bewijzen, dan te zeggen hoe Hij heet. Onbetaalbaar dat uitroepen van de Naam. Aan de Naam genezen wij van onze wanen en angsten, het uitroepen schept helderheid. Barmhartig, daar begon het mee. Genadig. Geen grond in ons, geen verdienste onzerzijds, niets waarmee wij de barmhartigheid Gods gaande maken. Hoorden wij dat eens recht, wij zouden ophouden met de krampachtige pogingen om God te bewegen. Hij is bewogen, van binnen uit genadig: Heere, dat wilde ik horen, als dat waar is dan ...
Lankmoedig. De Heere is niet kortaangebonden. Hij schenkt ruimte in Zijn geduld aan mensen voor wie het hoog tijd is om zich te bekeren. In de lankmoedigheid duurt het heden der genade nog voort. Begeven wij ons in de zee van de naam des Heeren, dan slaan de golven over ons heen: groot van weldadigheid. Niet om te beschrijven, zo groot. En van waarheid. Wie kan zich hier drijvende houden, wij mogen er in zwemmen, wij dreigen er soms in weg te zinken. Trouw tegenover ontrouw. God kan niet op ons aan, dat blijkt telkens weer. Wij kunnen wel op Hem aan, op Zijn weldadigheid, die zich uitstrekt tot in geslachten. Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden. Aan de duizenden uit Israël en uit de heidenen, aan ons en aan onze kinderen. Kan die ene er nog bij Heere, een onder vele duizenden. Wel zeker, zegt de Heere. De zon der genade staat hoog aan de hemel, de naam is een zon. Ongerechtigheid, overtreding, zonde, zij kunnen haar licht niet blussen. Vergeving. Gaarne vergevend is de Heere. Wij maken maar wat aantekeningen bij de naam, meer niet. U moet die horen. Onze woorden zou de naam kunnen verdonkeremanen! Wat hebt u aan een prediking, waarin de Naam niet wordt uitgeroepen?
Waar de zon schijnt vallen schaduwen, de schaduw van de laatste ernst: Die de schuldige niet onschuldig houdt, die de ongerechtigheid van de vaderen bezoekt aan de kinderen en aan de kindskinderen in het derde, het vierde geslacht. Wie roekeloos voortvaart met overtreden, wie meent dat de naam geen kwaad kan, wordt ten strengste vermaand. Dwaalt niet, wat de mens zaait zal hij maaien, zullen zijn kinderen en kleinkinderen maaien. De afval van deze God straft zichzelf tot in geslachten. Zij voltrekt zich, ook onder ons volk, in de loop van drie, vier geslachten, een ieder zie er op toe. De Naam geeft geen verlof tot overtreding, dat in geen geval. Wie zich veroorlooft te zondigen met een beroep op de naam - dat God toch barmhartig en genadig is - slaat de plank lelijk mis. Dat wreekt zich. God, de Heere, Heere bezoekt. Mozes heeft de wetstafelen meegenomen, daar wordt het in gegrift.
Eigenlijk kan ik u de naam maar stamelend doorgeven. Ik kan niet gaan declameren, wat God proclameert. Mensenwoorden schieten te kort, de openbaring doorbreekt altijd onze woorden en beelden; ook onze woorden kunnen het gewicht van de naam niet dragen, het overwicht van de weldadigheid en de waarheid. Het is goed om het stil voor zich uit te lezen en te zeggen. Wij maken er, al sprekende, zoveel drukte omheen. Hij riep de Naam des Heeren uit. Wat een geluid; alle klokken luiden. Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de doden. De Naam maakt levend!
Hier licht het aangezicht des Heeren. God laat het zien, het is ons zoeter dan het leven, zoals de verberging ons bitterder is dan de dood - D. L. V 13 - De Naam verovert het hart, vervoert het tot eeuwige vreugde. Dat is de extase van het geloof; wij treden buiten onszélf, opgetogen over de openbaring; Die God is onze zaligheid. Wij zijn niet bezig met de ervaring van Mozes, maar met openbaring des Heeren. Wordt de openbaring een openbaring, dan is dat een ervaring van de eerste grootte. De Geest getuigt, dat de Geest de waarheid is.
Hoe verging het Petrus en Johannes en Jakobus op de berg der verheerlijking? Zij hoorden de stem: Deze is Mijn geliefde Zoon. Ik ben. Deze is, dat houdt verband met elkaar. Heere, Heere God, in Christus verklaard. Dat namen ze er van mee, daarmee gingen ze de wereld in, als getuigen van de Naam. Jezus Christus. Zijn Naam is het kort begrip van deze heerlijke Godsopenbaring. In Hem stelt God Zijn hart voor ons open. Barmhartig, genadig en zo maar voort. Is dat allemaal en helemaal waar? Dat alles is in Jezus Christus bevestigd. God heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon. Hij zegt het nog eens, volstrekt en overduidelijk in die enige Naam tot zaligheid gegeven. U mag die Naam hier gerust invullen Heere, Heere, God. Dat Hij zo is, dat schud ik niet uit mijn mouw, dat maakte Christus ons bekend. Daarin is een overvloed van heerlijkheid, schoonheid, goedheid, waarheid, zaligheid. Een God van volkomen zaligheid.
Niet ieder valt de ervaring van Mozes, van Elia, van de discipelen, van Paulus te beurt. Zij werden opgetrokken, terwijl wij veelal verder trekken. Er zijn pieken in de openbaring, en pieken in de ervaring gaan daarmee gepaard. Als we dan de Naam maar horen spellen, woord voor woord, letter voor letter. Alle letters samen vormen de naam Jezus. Uit alle woorden lezen wij de zin: van volkomen zaligheid. De Heilige Geest wil onze onderwijzer zijn, Hij leert lezen.
Wat lezen wij dan? Wie zijn wij. Wat was Israël? Een volk, dat het verbond had verbroken, dat het verdorven had bij de Heere. Zij konden het niet goed maken. De Heere keerde hen de rug toe. Toen trad de middelaar naar voren en hij ontlokte aan Gods gesloten mond - gesloten in toorn over onze zonden - de Naam: Heere, Heere, God. Nu kan het nog goed komen, nu kan het weer goed worden. Nu worden wij losgeslagen van alle ankers om voor anker te gaan in de Naam. Hoe vast ligt het dan.
Niets is nodiger in de gemeente, dan dat de Naam des Heeren uitgeroepen wordt, totdat de oren er van tuiten, totdat het hart er onder breekt. Geen vrome woorden mogen de Naam verwringen! Wat doet Mozes? Hij geniet er van. In sprakeloze verrukking. Hij vergeet echter niet alles om zich heen, hij is middelaar, hij neemt de zaak van Israël waar. Nog eenmaal legt hij deze zaak aan de Heere voor. Een hardnekkig volk, Heere. Schuld en schande, Heere. Uw Naam is over hen uitgeroepen, ik haast mij, die Naam aan te roepen. Vergeef, neem ons - hij sluit zichzelf er bij in - aan tot een erfdeel. Hoe komt de man er bij, dat is na al wat gebeurd is, tooh niet mogelijk? Wel, hij leerde de Naam spellen, een leesoefening in geloof en gebed. Dat wil zeggen: hij ging er op pleiten. Hij werd werkzaam met de Naam, Hij liet die niet voor wat hij was, hij haalde er uit, wat er in zat. Heilige kunst, om het goud van de Naam om te zetten in klinkende munt.
Als de Heere de Heere is, dan kan het. Hebt u meegelezen van week tot week? Neem de kans in de Naam waar, wanneer u de Naam hoort noemen, prediken, uitroepen. Verbindt u opnieuw tot de dienst des Heeren, al liet u het er lelijk bij zitten. Zie ik maak een verbond - vers 10 - Het verhaal, dat wij u na vertelden komt in de Naam tot rust. Menig moegestreden hart kwam in de Naam tot rust. Zo prediken wij en zo komt u tot geloof en zo wordt de hoop wakker en de liefde werkzaam. Zo leggen wij - o heilige moed, o innige vreugd - de Naam op de gemeente: De genade van onze Heere Jezus Christus, en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest. Met u allen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1968
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's