De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

7 minuten leestijd

„En gij, Bethlehem Efratha... uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël... en Deze zal Vrede zijn" Micha 5:1, 4a.

Over het Kind uit Bethlehem spreekt hier de profeet Micha. Het Kind, dat een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens heerschappij vrede zal brengen, omdat Deze Vrede zal zijn.

Micha heeft gesproken, geprofeteerd, van oordeel en ondergang. Ondergang van volk én vorstenhuis. „Is er geen koning onder u? Is uw raadgever vergaan, dat u smart als van een barende vrouw heeft aangegrepen? " zo vraagt hij. En het volk zal daarop „ja" moeten zeggen. Zover zal het komen, dat het huis van David, nu nog op de troon, in verachting en vernedering zal zijn, van elke koninklijke waardigheid ontbloot. „Zij zullen de rechter Israëls, de koning, met de roede op 't kinnebakken slaan."

Door welke ontzaglijke diepte zal het gaan! Staat en koningschap zullen een einde nemen. Het oordeel van de ballingschap!

Maar... zal dit Gods einde met Zijn volk zijn? Néén, zegt Micha, néén, dan kent ge uw God niet. Zeker, Hij zal u overgeven aan al die smarten, en u zult ervaren, dat het geen lichte zaak is uw HEERE te verlaten, maar God ... maar God zal Zijn verbond gedenken. Door het oordeel heen zal Hij een Heerser bereiden. Die vrede brengt, ja, Die Vrede is!

Hij zal u overgeven, doch... tot de tijd toe, dat werkelijk een vrouw barenssmarten zal hebben om die Heerser, die Vredevorst te baren. En Deze zal voortkomen uit dat kleine, niet meetellende Bethlehem Efratha, het broodhuis, dat de ware Levensvrucht zal voortbrengen.

Het Kind van Bethlehem ...

Er is al meermalen in de Schrift sprake geweest van Bethlehem als geboorteplaats van een kind.

Jacob is op reis van Paddan Aram, het land van zijn ballingschap, over Bethel, waar de HEERE Zijn beloften hernieuwt, om te gaan wonen in het land, door de Heere hem en zijn zaad toegezegd. Maar onderweg, bij Efrath, hetwelk is Bethlehem, is de tijd vervuld, dat Rachel baren zal, en zij had het hard in haar baren.

Het kind werd geboren ... maar Ra­chel stierf. Haar laatste woord was de naam van haar kind: Ben-oni, zoon der smarten! Doch zijn vader noemde hem Benjamin, zoon der rechterhand. Wat een tegenstelling! Een moeder, die op haar smart ziet, daar niet overheen kan kijken, en daarom haar kind een smartekind heet. Een vader, die op het geschonken leven ziet, over en door de smart heen, en in de zoon van de beminde zijn troost vindt: zoon der rechterhand.

Die tegenstelling blijft hier staan. Wordt niet opgelost. Ben-oni - Benjamin, smartekind tegenover zoon der rechterhand.

Bij de wieg een doodsbaar, in Bethlehem Efratha, de plaats van het nieuwe leven, een grafteken! Het leven van het kind bost de dood van de moeder!

Rachel weent over haar kinderen... Maar, Rachel, bedwing uw ogen van tranen.

Gij, Bethlehem Efratha ... uit u zal Mij voortkomen de Ben-oni, de Man van smarten, en tóch de Zoon der rechterhand, Gods Benjamin, niet de jongste maar de Enige! In Hem wordt de tegenstelling opgelost, ja, volkomen: Deze zal Vrede zijn! Hij geeft vrede met het leven én met de dood. In Hem is het geworden: Het leven van de moeder. Zijn Kerk, kost de dood van het Kind. Hij is de Heerser in Israël, Die alle doodsmachten overwon voor wie met zichzelf aan het einde zijn gekomen, aan de dood zijn vervallen.

Het Kind van Bethlehem ...

Vijf eeuwen later horen we weer van een geboorte in Bethlehem. Ruth, de Moabitische, baart haar zoon Obed uit Boaz.

Naomi heeft klagend gesproken: noem mij niet Naomi, de lieflijke, maar noem mij Mara, want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. Ja, wat een bitterheid, als de Heere man en zonen wegrukt, en zij als een berooide en beroofde uit Moab naar Bethlehem terugkeert. De dood heeft haar leven geschonden, geknakt. Wat zal er dan nog voor hoop zijn? Zij wil niet meer heten, wat ze niet is. Haar naam zal voortaan Mara, bitterheid, zijn.

Maar... door de bitterheid van de dood heen zal Naomi-Mara toch verblijd worden. Ruth, de Moabietische, al even berooid en beroofd als zij, en bovendien één van het volk, dat onder Gods oordeel ligt, zal haar geslacht vermaard maken. In Boaz geeft de HEERE een losser, die haar zaak zal beslechten en het verstorven geslacht zal bouwen. En toen Ruth een zoon had gebaard, zeiden de vrouwen: Gelooft zij de HEERE, Die niet nagelaten heeft u heden een losser te geven en zijn naam worde vermaard in Israël. Daar is de stamvader van David. Obed. Isaï, David ...

Moabietisdh bloed met Israëlitisch zaad vloeit samen in Bethlehem. Uit wat afgesneden is van het leven werkt God nieuw leven, en wat overal buiten valt, ja, onder de doem van Gods vloek ligt, trekt de Heere erbij. De grote Vredevorst had ook een moeder uit de heidenen, door Ruth heen, in het geslacht naar David. Bethlehem, 't Broodhuis, dat hongerigen verzadigt; Efratha, vruchtbaarheid, waar alles van uitgebluste verwachting, van onvruchtbaarheid, spreekt.

Gij, Bethlehem Efratha... uit u zal Mij voortkomen ... Mij, zegt de Heere, ja, want het is van Hem en dóór Hem en tót Hem alléén! Hier vallen wij met al het onze er radicaal buiten. Het is genade alléén, louter genade!

Maar omdat 't genade is, worden, die overall buiten staan, gewezen naar Bethlehem. En wie het hóórt, zegge: Komt, laat ons dan henengaan naar Bethlehem, en laat ons zien het woord, dat er geschied is, hetwelk ons de Heere heeft verkondigd.

Christus, de Heere, in de stad Davids.

De stad Davids ... ja, ook zijn wieg stond in Bethlehem. Daar ligt de aanvang van het leven van Isaï's zoon, de gezalfde des Heeren, de, man naar Gods hart. Daar werd hij, die ieder over het hoofd zag, verheven tot koninklijke heerlijkheid. Daar heeft hij bij zijn snarenspel gezongen: „O, HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij, Die Uw majesteit gesteld heb boven de hemelen. Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest... Als ik Uw hemel aanzie, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt... Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt? "

Gij, Bethlehem Efratha ... uit u zal Mij voortkomen... ja, stil, hier ligt nu de Mens in de kribbe! Het Kindeke in doeken gewonden! De mens ... uit de afgehouwen tronk van Isaï ... de Mens, dragende het beeld niet van de aardse maar van de Hemelse!

Hij is de Heere uit de hemel. Geworden uit een vrouw, geworden onder de wet, opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.

Het Kind van Bethlehem, Ben-oni - Benjamin, de ware Obed, de Knecht des Heeren, de Davidszoon, de ware Herder, Die Zijn leven geeft voor Zijn schapen.

Hier is het Broodhuis: Ik ben dat levende Brood, dat uit de hemel is nedergedaald. Uit de hemel, want de aarde was niet machtig dat levende Brood voort te brengen.

Het Kind uit Bethlehem, dat door lijden en dood heen heeft ontvangen alle macht in hemel en op aarde, de Heerser in Israël.

Déze zal Vrede zijn. Met Hem in de armen kan het: „Nu laat Gij, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede .. ." In en door Hem vindt Jacob vrede, is Mara toch Naomi, kan David van de vrede zingen. En u ... ?

Och, als Bethlehem onbereikbaar is door der Filistijnen macht, hoor ik David smachtend vragen: „Wie zal mij water te drinken geven uit Bethlehems bornput!" Zie, hier is het Broodhuis, tevens de Fontein der levende wateren!

Onbereikbaar ... voor u? Hoor, hier wordt de Filistijn verslagen en heel het huisgezin Gods, zelfs een Moabietische, één, die overal buiten staat, gevoed.

O, laat ons dan toch henengaan naar Bethlehem!

Krimpen a.d. IJssel  J. H. Vlijm

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's