De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jezus in Israël

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jezus in Israël

12 minuten leestijd

Dat Jezus met Israël, ook in geografische zin, te maken heeft spreekt voor zichzelf. Talloze christenen zijn de laatste jaren naar Israël getogen om de voetsporen van Jezus te volgen. Ze zijn daar ook min of meer in geslaagd. Dit is nu eenmaal het land van zijn herkomst en b.v. rondom het meer van Tiberias kost het geen grote verbeeldingskracht de sporen van zijn rondwandeling gewaar te worden. Hoezeer men er zichzelf moet voorhouden: Hij is hier niet, men .kan zich toch niet onttrekken aan het besef: hier heeft het zich afgespeeld.

Bovendien heeft Johannes gezegd: het heil is uit de Joden. De kerk is zich dat niet altijd voldoende bewust geweest en heeft zich soms een Christusidee geconstrueerd, die nauwelijks meer voeten had op de aarde en in de geschiedenis. Maar het feit blijft bestaan, dat Jezus en de apostelen geboren en getogen Joden waren, kinderen van de synagoge. Dat had niet alleen betrekking op kleding en gebruiken, maar niet minder op de denkwijze en het gebezigde begrippenmateriaal. Wij moeten weten wat een Jood bedoelde wanneer hij sprak van vrede, gerechtigheid en heil. Wij zijn als christenen nu eenmaal van joodsen huize. Daarom is het noodzakelijk ons steeds meer te verdiepen in de joodse achtergrond van het Nieuwe Testament.

Wat ons nu echter interesseert is de vraag hoe door het huidige Jodendom in Israël over de figuur van Jezus wordt gedacht. Het gaat dan natuurlijk om slechts enkele stemmen. De brede massa houdt zich, zoals te verwachten is, met andere problemen bezig. En velen weigeren pertinent zich met Hem in te laten, omdat zij de figuur van Jezus onmiddellijk in verband brengen met wat men van het historische christendom heeft ondervonden. Een Amerikaanse Jood, David Runes, zei enkele jaren geleden: „Het is niet nodig ons het christendom uit te leggen; dat is al eeuwenlang gedaan en wij dragen er de littekenen nog van in ons vlees." Een ander zegt: „De christenen doen het voorkommen alsof het kruis het symbool is van de liefde. Maar wij Joden weten wel beter. Het is letterlijk op onze schedels stukgeslagen." Dergelijke uitspraken zijn huiveringwekkend, maar ze hebben het voordeel dat ze duidelijk zijn. En wij begrijpen eruit over welke kloof wij heen zullen moeten komen, welke vervreemding zal moeten worden overwonnen, wil er ooit een ontmoeting tussen Joden en christenen kunnen plaatsvinden.

De zojuist aangegeven stemming vindt men ook in Israël, met name bij de vertegenwoordigers van de orthodoxie. Wij hebben al genoeg te doen gehad met het christendom, nu in onze eigen staat willen wij met rust gelaten worden. Soms worden orthodoxe jongeren zélfs handtastelijk en gooien met stenen. Toen de joodse hoogleraar David Flusser enkele jaren geleden een uitzending voor de radio verzorgde over het landschap van Galilea en daarbij ook een paar opmerkingen maakte over Jezus van Nazareth werd zelfs in de volksvertegenwoordiging geprotesteerd tegen deze „christelijke propaganda". Men moet echter niet denken, dat deze overgevoeligheid kenmerkend zou zijn voor het huidige Israël. Dat is het n.l. in steeds mindere mate. Er is veeleer een zekere onbevangenheid groeiende in de kennisname van de inhoud van het Nieuwe Testament.

Schalom ben Chorin, een bekend joods publicist uit Jeruzalem, gaf onlangs een overzicht van de Jezusfiguur in moderne joodse literatuur en sprak over „Heimholunig Jesua's Judentum". Hij bedoelde daarmee, dat Jezus steeds meer herkend wordt als een authentieke Jood, geworteld in het joodse erfgoed. Men ziet hem veel minder als een vreemde, veel meer als iemand van het eigen vlees en bloed. Hiermee heb ik niet die romanschrijvers op het oog, die door Jezus zo geboeid werden, dat Hij een persoonlijke uitdaging voor hen werd, b.v. Schalom Asch en Franz Werfel. Dat is veeleer een verschijnsel op zichzelf. Ik bedoel eerder een figuur als Leo Baeck, die het N.T. zag als een oorkonde van de joodse geloofsgeschiedenis. Of Martin Buber, die Jezus prees als zijn grote broeder. Zij beleefden daarin geen uitdaging, allerminst. Zij meenden veel meer Hem te kunnen plaatsen binnen hun eigen joodse wereld. Martin Buber zag Hem als één van de grote zonen van Israël, staande in de traditie der profeten, zelfs meer dan dat. Maar Hij protesteerde tegen de exclusiviteit, die met Hem in verband gebracht wordt wanneer in Hem de Messias wordt gezien. Er zijn mensen, die deel hebben aan het Messiaanse geheim zoals het aan Israël is toevertrouwd. Maar dat mag volgens Buber nooit betekenen, dat het Messiaanse tot één figuur zou worden beperkt.

Zo aanvaardt men Jezus als een echte Jood, maar men wijst de christelijke verkondiging aangaande Hem van de hand. Zo ziet men een scherp verschil tussen Jezus en Paulus, tussen Bergrede en de apostolische leer. Jezus zou een zuivere ethiek hebben geleerd waarin het beste van de profetische boodschap werd vertolkt. Hij predikte niet zichzelf, maar het Koninkrijk Gods. Paulus echter zou van de boodschap van Jezus een stuk christologie hebben gemaakt. Hij heeft Jezus vergoddelijkt en Hem op één hoogte met God zelf geplaatst. Dat was om zo te zeggen de zondeval van het christendom. Zo is de ethiek van Jezus geworden tot christelijke leer, tot dogma. Het is te begrijpen, dat men hierbij ijverig gebruik maakte van de studies van liberale christelijke theologen, die achter het dogma der kerk probeerden te komen tot wat wel het bergrede-christendom werd genoemd. In het algemeen kan gezegd worden, dat het joodse denken over het N.T. de neiging heeft zich te oriënteren aan de kritische christelijke theologie. Zo geniet tegenwoordig de zgn. Bultmannschool een nogal sterke joodse aandacht. Op het ogenblik zien verschillenden, dat zij met het schema Jezus-Paulus niet klaar komen. Paulus is immers veel minder Hellenistisch en veel meer joods dan men wel dacht. Men zou kunnen zeggen, dat de lijn tussen wat men van het N.T. aanvaardt als echt joods en wat men afwijst als van vreemde herkomst de tendens heeft verder op te schuiven. Die ligt tegenwoordig niet meer geheel tussen Jezus en Paulus, maar die loopt veel meer dwars door de boodschap van. Paulus heen.

Het werk van een geleerde als David Flusser is hierbij van grote betekenis. Hij is hoogleraar in het N.T. en de oudste geschiedenis van het christendom aan de Hebreeuwse universiteit te Jeruzalem. Zijn methode wordt gekenmerkt door een grote mate van eerbied voor de teksten van het N.T. en in geduldig onderzoek probeert hij ze te plaatsen tegen de achtergrond van het toenmalige joodse geestesleven. Zo komt hij tot verrassende resultaten aangaande de overeenkomsten en de verschillen tussen Jezus en Paulus en hun tijdgenoten. Het joodse karakter en het eigen kenmerk van de prediking van het N.T. worden daardoor in een veelszins nieuw licht geplaatst. Het is voor christelijke theologen van groot belang deze studies nauwlettend te volgen en te benutten. Het is in elk geval onjuist te denken, dat het gesprek tussen joodse en christelijke theologen zich alleen zou bezig houden met het O.T. Het is veelmeer zo, dat het N.T. daarbij volop aan de orde is gekomen. Daarbij moet wel bedacht worden, dat deze „Heimholung Jesu ins Judentum" als keerzijde heeft, dat men aan het christendom een ernstige vertekening van zijn boodschap verwijt. Zo zegt Ben Ohorin: „Het geloof van Jezus verbindt ons, maar het geloof in Christus scheidt ons."

Ben Chorin schreef onlangs een boek getiteld „Bruder Jesus". Reeds uit de titel blijkt, dat die schrijver nauw aan Martin Buber verwant is. Zijn boek is een getuigenis van jarenlange omgang met Jezus en van een sterke liefde tot Hem. Wie de schrijver persoonlijk kent weet hoezeer hij jarenlang door de Jezusvraag geboeid is. En dat niet alleen maar wetenschappelijk, maar veelmeer existentieel. Hij kent de moderne christelijke theologie goed en onderschrijft de stelling, dat de evangeliën gelezen moeten worden als bepaalde vertolkingen van de heilsboodschap door de gemeente. Toch deelt hij de scepsis t.a.v. de zgn. „historische Jezus" niet. Hij meent, dat het wel degelijk mogelijk is Jezus zoals Hij werkelijk geweest is op het spoor te komen. Daarbij zijn de evangeliën echter niet zonder meer betrouwbaar. Daarvoor heeft de gemeente er te zwaar haar stempel op gedrukt. Het is ermee als met een schilderij, dat van een laag verf moet worden bevrijd voordat de oorspronkelijke schoonheid ervan aan de dag kan treden. De vraag is dan natuurlijk wel van welk criterium men zich daarbij bedient. Ben Chorin wil zich laten leiden door zijn intuïtie. Als Jood voelt men aan wat Jezus wel en niet gezegd kan hebben en gedaan. Onmiskenbaar gelukt het de schrijver met dit criterium een beeld van Jezus te schetsen, dat ook op ons indruk maakt. Hij komt dichter bij de mensen. Hij wordt waarachtig mens, zoon van Abraham. Er is een wereld van verschil tussen een met begrip en gevoel geschreven boek als dit en dat van Hugh J. Schonfield: The Passover Plot (waarvan onlangs een Nederlandse vertaling verscheen). Daarin wordt Jezus beschreven als een geraffineerde fantast, die uit sommige oudtestamentische gegevens tot verwrongen conclusies omtrent zijn opdracht kwam en met een ongekend fanatisme het hele lijdensdrama in scène zette. Jezus wordt zodoende een interessant psycho-pathologisch geval. Ben Chorin schetst Jezus als geloofsgetuige, zo diep en heilzaam, dat de hele mensheid er goed aan doet Hem gehoor te geven. Zijn boodschap behoort tot het allerdiepste, dat uit de wereld van het jodendom ooit is voortgekomen. Hij noemt het evangelie het kostbaars: te stuk van de eigen akker. Het zou daarbij misplaatst zijn over onderdelen van zijn interpretatie te willen twisten. Hetzelfde kan men zeggen van het boek, dat David Plusser enige maanden geleden uitgaf onder de titel: Jesus.

Als ik goed ben ingelicht is daarvan een Nederlandse uitgave in bewerking. Dit boek is wetenschappelijker van karakter en daardoor wat objectiever en gedistantieerder dan dat van Ben Chorin. Het kost zelfs enige moeite de typisch joodse trekken van dit boek op het spoor te komen. Daaruit blijkt, dat wij hier met Joden te doen hebben, die er in geslaagd zijn zich te bevrijden van de negatieve emoties, die bij de meeste Joden bij dit onderwerp werden opgeroepen. In dat opzicht zijn deze beide boeken van groot belang. Men onthoudt zich van polemiek, heeft daar ook nauwelijks behoefte aan. Men wil alleen doorgeven wat men aandachtig luisterend heeft opgevangen. Men kan ook met deze sfeer kennis maken door de joodse bijdragen aan de N.T.-ische deeltjes van de serie bijbelpockets: Zoals gezegd is over...

In de titels van deze boeken zal men echter de naam Christus niet tegenkomen. Het gaat over de man uit Nazareth. Hem wil men langs wetenschappelijke of intuïtieve weg proberen te benaderen. Dat betekent, dat Zijn lijden en sterven binnen dit menselijk raam beoordeeld worden. Het is dan het tragische einde van een idealist, de bezegeling van het misverstand, dat rondom zijn boodschap op den duur onvermijdelijk bleek. Maar deze tragiek heft de sympathie voor zijn persoon niet op.

Er zijn er meerderen in de joodse geschiedenis, die zich op ingrijpende wijze in hun verwachtingen hebben vergist. Dat neemt niet weg, dat zij voor de toekomst grote betekenis behouden. Vele joodse schrijvers zullen het zo stellen, dat Jezus daarin te ver is gegaan, dat hij het Messiaanse exclusief op zichzelf betrokken heeft en aan zijn eigen persoon beslissende waarde heeft toegekend. Zo greep Hij boven zijn eigen bestaan uit en daardoor raakte Hij in een volstrekt isolement. Ben Chorin is eerder geneigd te zeggen, dat Jezus zelf zo ver niet is gegaan. Hij vroeg zich veel meer af: wie ben ik, de oermenselijke vraag naar de zin van het bestaan. Toch heeft Hij het groeiend misverstand in de kring om hem heen niet krachtig genoeg bezworen. Hoe dan ook: over het leven van Jezus valt de schaduw van het tragische. Het slot van het boek van Ben Chorin is in dit verband aangrijpend. Het leven van Jezus eindigt voor hem met de schrille kreet: mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Wat het N.T. verder over Hem vertelt is geen historie meer, maar theologie. Hij zegt: „Hier eindigt het leven van Jezus, hier begint het leven van Christus. Maar het laatste is een creatie van de christelijke kerk en daarmee heeft een Jood niets uit te staan."

Wij woorden hierin bijzonder scherp geconfronteerd met de grenzen van iedere menselijke benadering. Inderdaad kan men met alleen wetenschappelijke of intuïtieve maatstaven niet verder komen dan de man uit Nazareth en zijn trieste einde. Dat Hij de Opgestane is, de overwinning van God midden in het menselijk leven, kan met wetenschappelijke methoden (Plusser) of met een fijngevoelige joodse intuïtie (Ben Chorin) niet worden aangetoond. Niemand kan zeggen: Jezus is Heer dan door de Heilige Geest. De werkelijkheid van de Opstanding is het geheimenis en de openbaring ervan is het wonder Gods. Het is aangrijpend, dat in de huidige joodse bezinning waarin men afscheid genomen heeft van de karikaturen deze grens zo duidelijk zichtbaar wordt.

Uit wat ik in het kort heb geschetst kan duidelijk geworden zijn, dat Jezus inderdaad in Israël aan de orde is. En waarlijk niet alleen meer als een ketterse figuur uit het joodse geestesleven, maar eerder als een echte Jood met een actuele boodschap voor het heden.

Maar het verschil blijft, dat men hem aan joodse kant wil blijven zien als een moment in de geschiedenis, die van de schepping af zonder enige fundamentele wending voortgaat tot vandaag. Het blijft bezinning op de betekenis van Jezus in het jaar 5729 na de schepping der wereld. Terwijl wij niet anders kunnen dan Jezus als de Messias belijden in het jaar onzes Heren 1968. Want wij weten, dat Hij als de Gekruisigde en Opgestane de spil is waar omheen de eeuwen wentelen. Dat weten wij echter niet door intuïtie, maar door de Geest.

Utrecht. S. Gerssen

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Jezus in Israël

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's