De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

11 minuten leestijd

De nieuwe katechismus - een nieuw Rome?

Onder deze titel heeft drs. K. Exalto een artikel geschreven in „Protestants Nederland", waarbij hij er op wijst dat de nieuwe katechismus voor een belangrijk deel goed rooms-katholiek is, maar wel de oude inhoud in een nieuwe vorm giet. Men kan bij deze typering denken aan de toespraak die paus Johannes destijds hield bij de opening van het tweede Vaticaanse Concilie, waarin eveneens dit onderscheid tussen de leerinhoud en de vormgeving doorklonk.

Voorts wijst drs. Exalto erop dat we daarom in de Nieuwe katechismus enkele lijnen moeten onderscheiden: a. de lijn van de oude dogma's, b. de lijn van het nieuw-modernisme, en dan c. de lijn van het bijbels getuigenis, hoewel dit nogal zwak doorklinkt.

Ten aanzien van het onder b. genoemde wijst de schrijver onder meer op de evolutiegedachte die we in deze katechismus vinden.

Ik: noem nog één ding. We vinden in de NK heel sterk de evolutiegedachte. Zij wordt toegepast op het ontstaan van de kosmos, op het ontstaan van de mens, maar ook op de openbaring Gods. Zelfs in heidense religies als hindoeisme en boeddisme ziet de NK weliswaar gebrekkige maar toch werkelijke heilswegen tot God. Uit de primitieve religies kwam de religie van Israël naar voren, beschreven in het Oude Testament. Ook in het Oude Testament zelf, in die religie van Israël wordt een evolutie-proces waargenomen: de waarheid kwam steeds zuiverder aan het licht — er was een opgaande lijn. Dit evolutie-schema kunnen wij zonder meer modernistisch noemen. Tegelijk echter verraadt zich ook hier de eigen, typisch rooms-katholieke wortel. Men kan namelijk niet zeggen dat ook in de moderne theologie binnen het Protestantisme zo degraderend gesproken wordt over het O. Testament als hier in de NK het geval is. Rome heeft reeds van oude tijden af het O. Testament ver beneden het N. Testament gezet, het slechts voorbereidende betekenis toegekend. In de protestantse nieuwe theologie daarentegen is men eerder tot het omgekeerde geneigd: hier staan de papieren juist van het O. Testament hoog genoteerd. Ik herhaal derhalve mijn conclusie: het lijkt me toe dat zich binnen Rome een eigen modernisme ontwikkelt. Op één punt zie ik het moderne evolutie-schema inbreuk maken op wat tot dusver ook in de NK steeds als typisch rooms toon gelden. De evolutie houdt geen halt bij de mis ofwel eucharistie; het verwijst de christen vooral naar de toekomst: een wereld van humaniteit! Ook de eucharistie wordt dan slechts één moment op de weg daarheen. Dit kan de roomse spiritualiteit wezenlijk veranderen. Of wij het moeten toejuichen of niet is een andere vraag.

Het is nodig om bij onze beoordeling van en onze visie op de roomse kerk deze lijnen in het oog te houden. Men moet eigenlijk van geval tot geval vragen: Welk Rome bedoelen we, als we spreken over de roomse kerk? Dat de hoop van de reformatorische kerken daarbij gericht is op het derde, wat door Exalto genoemd wordt spreekt vanzelf. Naarmate het bijbels getuigenis zich doorzet, naar die mate zal er wezenlijk iets veranderen. Of deze hoop gewettigd is? Naar wat wij voor ogen hebben, is er m.i. allerminst reden tot optimisme. De secularisatie gaat voort, ook bij Rome. Maar wij weten dat Gods Geest machtig is het verzet tegen het Woord te breken. Daar wil Hij om gebeden zijn. Niet alleen ten aanzien van de r.k. kerk, maar niet minder ook ten aanzien van de reformatorische kerken.

Waar ging het de Reformatie om?

In het blad „In de Waagschaal" van 7 december is een nogal felle discussie aan de gang, die ook de verhouding Rome-Reformatie raakt. Deze discussie heeft nogal een lange voorgeschiedenis, waarbij hier de volgende punten genoemd mogen worden. Een en andermaal verschenen er in de pers berichten over nogal vergaande experimenten van oecumenische samenwerking tussen predikanten en pastoors, hervormde en r.k. parochies in de kop van Noord-Holland. Vooral de plaats Venhuizen is hierbij nog al eens in het nieuws. In Trouw van 31 oktober hebt u een nogal jubelend artikel hierover kunnen lezen.

Dat is voor ds. A. A. Spijkerboer aanleiding geweest om in hetzelfde blad nogal fel te reageren. Spijkerboer meent dat de kerk der Reformatie haar gezicht verloren heeft. Een neo-protestantse visie overheerst, waarbij niet meer wordt uitgegaan van de bevrijdende overmacht van Gods Woord en Zijn Geest, maar van het rationele inzicht en het religieuze gevoel van de mondige mens. Duidelijk zinspeelt Spijkerboer op het experiment Venhuizen, als, hij zijn verontrusting erover uitspreekt, dat men ten aanzien van de avondmaalsgemeenschap niet meer praat over de betekenis van dit sacrament, maar wegvlucht in het experiment, volgens het recept: Niet praten, maar doen.

Spijkerboer schreef onder meer:

Hoe ver de invloed van het neo-protestantisme in zijn kerkistische gedaante reikt is niet na te gaan, maar in de publiciteit houdt het een ware zegetocht en het wordt daar als de gangmaker van niets minder dan een nieuwe reformatie begroet. Terwijl er in feite een stormaanval aan de gang is op wat de reformatie bedoelt. Nergens immers is er in de vernieuwingsbeweging een kreet van verbazing te horen over wat Paulus en Luther de „rechtvaardiging van de goddeloze" noemen en daar is het in het christelijk geloof om begonnen, ook al hoef je het niet met deze woorden te zeggen.

Op dit kritische geluid is een venijnig artikel gepubliceerd in „In de Waagschaal" van de hand van twee noord-hollandse predikanten, Lugtigheid en Rutgers.

Naast de nodige (of beter gezegd: onnodige) zure opmerkingen aan het adres van ds. Spijkerboer, gaan de beide predikanten ook in op de vraag: Waar ging het om in 1517? Zij menen dat de reformatorische kerken zichzelf zoeken te handhaven. De reformatie is huns inziens de weg opgegaan van de establishment, de gevestigde orde. Het revolutionaire élan ontbreekt. Dat wil men er in de kop van Noord-Holland inbrengen. Lieden als ds. Spijkerboer begrijpen dat niet, maar Luther en Calvijn wilden niet anders: protesteren tegen de bestaande orde.

Dat zij een beweging zou zijn! De reformatie is het er noodt om te doen geweest een kerkformatie op te brengen, maar een protestbeweging te zijn. Nu is de protestantse beweging doodgelopen in een vadsige kerk die zich zelf probeert te redden, die meent dat de betekenis van de protestant is: tegen Rome! Maar er was toch meer wat een Luther en Calvijn bewoog, (die, naar ik meen te ontwaren, zo eensgezind! plotseling achter S. zijn verschenen, alleen de heilige Barth ontbreekt nog), dan zich op te stellen tegen de roomse kerk!? Zij protesteerden tegen de bestaande orde (zo je wilt: wanorde) omdat zij dachten vanuit de heerschappij van Christus, vanuit het komende rijk. Zij namen hun a priori toch niet in een willekeurig subjectief standpunt, in de zin van het ergens niet mee eens zijn, b.v. de verkoop van aflaten, de grote macht van de paus, maar zij konden pas starten vanuit de startblokken en die het evangelie had klaargelegd: de rechtvaardiging van de goddeloze, de komst van Gods rijk. Juist de gestalte van het Godsrijk heeft een enorme rol gespeeld! Wie denkt vanuit het Godsrijk wordt een ware protestant, want dan ligt heel deze bestaande orde onder de kritiek van dit rijk. Ook de hervormde kerk staat onder die kritiek.

Men wrijft zich wel even de ogen uit, als men dit leest. Vanuit eigentijdse gedachten, die hun neerslag vinden in een theologie der revolutie, wordt de kerkhervorming een gezicht gegeven, waarin zij m.i. niet meer te herkennen is. Het protest van Luther tegen de kerk van zijn dagen (men leze slechts de 95 stellingen) wordt gelijkgeschakeld met een protest tegen de bestaande orde. Het denken vanuit de toekomst (men denke aan Moltmann, en de publicaties van J. M. de Jong) wordt teruggeprojecteerd naar de 16de eeuw.

En tegelijk wordt van een kerk, die het erfgoed van de Reformatie wil bewaren een karikatuur gegeven: vadsige kerk.

Daarbij komt nog de vraag: Wat betekent de aanduiding „Het komende rijk". Helaas fungeert dit woord vaak maar al te zeer als een aanduiding waar ieder het zijne bij denkt.

Terecht heeft prof. dr. H. Berkhof in hetzelfde blad opgemerkt dat de beide predikanten hun handboeken kerkgeschiedenis nog maar eens moeten raadplegen. Wie de reformatie beschouwt als een protestbeweging, die niet op kerkformatie uit was, heeft van het grote geding in 1517 nog maar bitter weinig verstaan. Het ging immers maar niet om het protest, maar om de gehoorzaamheid aan de Here Jezus Christus, Die heerst in Zijn Kerk door Woord en Geest. Dat betekent ook dat in dit geding de verhouding tussen Woord en kerk in het geding is. Luther en Calvijn wilden de kerk weer terugroepen tot de gehoorzaamheid aan het Woord. We begrijpen dat Spijkerboer spreekt van neo-protestantisme, als men deze accenten verwaarloost en zijn uitgangspunt neemt in de praktijk van het doen, het denken van de toekomst (welke? ).

Avondmaal en confessie.

Het is de moeite waard om ook Spijkerboer's antwoord aan het adres van zijn opponenten te lezen. Hij schrijft in hetzelfde nummer van genoemd blad:

Op zulke hoogst persoonlijke opmerkingen moet ik maar hoogst persoonlijk antwoorden: als ik vandaag in de Rooms-Katholieke Kerk ter communie kon gaan, zou ik morgen Rooms-Katholiek worden. Als ik vandaag kan wat Lugtigheid kan, n.l. de eucharistie mee-celebreren, zou ik mij morgen als noviet bij de paters Jezuïeten melden. Want wat er op het altaar gebeurt wordt niet door een progressief theoloog of door de plaatselijke pastoor beslist, maar door het college van bisschoppen en het hoofd daarvan. Die hebben, ook op het Tweede Vaticaans Concilie de grenzen duidelijk gesteld en wat zij zeggen kan ik niet meezeggen.

Maakt men het avondmaal van de confessie los — en duidelijker dan met de woorden van Rutgers kan het echt niet — dan zie men toe dat men niet via een gemeenschapsmaaltijd uitkomt op een Drentse koffietafel. Ik heb bij mijn bevestiging als predikant begrepen en beloofd dat ik zou werken „in gehoorzaamheid aan de Schrift en in gemeenschap met de belijdenis van de vaderen", ook die van de Reformatie. Ik denk daar bij te blijven, ook als de chaos in de kerk volkomen zou worden en zelfs die chaos gelegaliseerd zou worden.

De lezers moeten zelf wel nagaan of Lugtigheid en Rutgers mij goed localiseren. Het lijkt mij dat zij de reformatie zien als een kritisch principe tegenover het institutionele in de kerk. Als dat zo is, in wiens handen zou dat kritisch principe dan eigenlijk liggen?

We onderstrepen dit van harte: Men kan Avondmaal en confessie niet van elkaar losmaken. Wil men niet verzeild raken in een religieuze beleving, waarin de binding aan de Schrift zoek is. Het gaat toch om de gemeenschap met de Christus der Schriften.

Bevreemdend is daarom dat prof. Berkhof in een overigens bijzonder boeiend artikel over de situatie in de oecumene ia een tijdperk van secularisatie het op dit punt opneemt voor de Noord-Hollandse predikanten. De Tafel des Heeren is z.i. meer dan de wederzijdse interpretaties. Christus, de aanwezige Gastheer gaat onze formule's te boven. Bovendien is volgens Berkhof de breuk tussen Luther en de oude kerk niet rondom de Tafel des Heeren ontstaan. Dat moge waar zijn, maar we wagen het toch in alle bescheidenheid te zeggen: Er is meer waar. Luther heeft vanuit zijn herontdekking van het evangelie van de rechtvaardiging van de goddeloze toch ook de meest fundamentele kritiek geoefend op de Mis die er mogelijk is, n.l. het offerkarakter van de Mis. De breuk moge niet aan de Tafel des Heeren ontstaan zijn, maar heeft in het verstaan van het Avondmaal toch doorgewerkt.

Natuurlijk zijn onze interpretaties geen laatste woorden. Natuurlijk kan men Gods waarheid niet vereenzelvigen met de formule's. Maar kan men ten aanzien van de vragen rondom Avondmaal en Misviering zeggen dat de verschillen alleen een kwestie van formulering zijn. Wordt op die manier de belijdenis der Kerk niet gedegradeerd en van zijn betekenis beroofd?

Wie pleit voor een binding van de Avondmaalsviering aan de confessie, is daarom nog geen confessionalist. En we zullen daarom juist inzake de praktijk van de oecumene terdege de functie van de belijdenis der kerk hebben te doordenken. Opdat we niet verzeild raken in een oecumenische wazigheid, waarin de omtrekken van het belijden der Kerk niet meer zichtbaar zijn.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1968

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's