HET DAGBLAD
Zoals de lezers in de advertentie-kolommen van de afgelopen weken als ook uit andere berichten kunnen weten, hebben zich twee nieuwe verenigingen gemeld, die beide verontrust zijn over de ontwikkeling van de protestants-christelijke pers en beide pogingen aanwenden tot een meer principieel dagblad te komen.
Waarom niet samen? U hebt het kunnen lezen in de verantwoording van beide verenigingen, dat zij - hoeveel zij ook gemeen hebben - op bepaalde punten niet tot overeenstemming konden komen.
Daaraan lijkt voorshands geen verandering mogelijk. Wij kunnen dat betreuren, maar de feiten zijn niet anders. De nare situatie doet zich voor, dat deze beide verenigingen uiteraard voor de toekomstige of reeds geworven lezers, haar bestaansrecht moeten bewijzen en verslag moeten geven van de samensprekingen, die niet tot overeenstemming leidden. Daarbij doen zich verschillende lezingen en interpretaties voor, die wijzen op een grondiger verschil in visie op bepaalde punten. Deze punten zijn o.a. art. 36 van de Ned. Gel. Bel., het gebruik van de Statenvertaling, het al of niet verslaan van radio-en televisieprogramma's en sportberichten.
Wanneer ergens het kerkelijk vraagstuk schrijnt, dan is het hier. Zelfs wanneer men één is in de verontrusting over de afglijding van de bestaande prot.-christelijke persorganen - men zal er echter goed aan doen elk bestaand blad op eigen inhoud te beoordelen! - kan men niet één zijn in de arbeid voor een nieuw blad. Opnieuw geeft de zogenaamde gereformeerde gezindheid een droevige demonstratie van haar verscheurdheid en onenigheid.
Wij moeten in deze gereformeerde gezindheid maar een toontje lager gaan zingen in onze kritiek op anderen. Daarmee is niet gezegd, dat de situatie ten aanzien van de protestants christelijke pers niet zorgvol zou zijn. Maar wij moeten eens eerlijk worden tegenover onszelf en onszelf de vraag stellen: Is de versplintering in de gereformeerde gezindheid niet een evengroot of groter kwaad dan de verwatering en het verval anderzijds?
Het was beter, wanneer de gereformeerde gezindte eens in retraite ging en zich voor God verootmoedigde over de onheilsvolle breuken, die er in de gemeente van de Heere Jezus Christus geslagen zijn. Daar zit een stuk nood en schuld van de eerste orde, waar men van allerlei zijden voortdurend overheen spreekt.
Betekent dit dan dat men op allerlei gebied niet de handen ineen moet slaan? Ongetwijfeld! Maar in ootmoed en in verbrijzeling, dat men zover van elkander geraakt is en zo van elkander vervreemd is, dat men elkanders argumenten nauwelijks hoort.
Wanneer b.v. een beroep op art. 36 van de Ned. Gel. Belijdenis wordt gedaan, dan mag ik als eerste opmerking plaatsen, dat ik dit artikel van harte geloof en belijd, onverkort zoals het er staat.
Maar - en dat is de tweede opmerking, ik geloof dit artikel met hetzelfde geloof, als waarmee ik de artikelen over de kerk en haar ambten geloof. Die kerk is één, heilig, algemeen of katholiek en christelijk.
De geloofsbelijdenis is het bezit van die ene kerk. Het gaat niet aan, dat wij, nadat wij deze kerk eerst in stukken gescheurd hebben, er dan met een al of niet verkort artikel 36 vandoor gaan, alsof er met de rest van de Ned. Gel. Belijdenis niets aan de band is.
Art. 36 is een geloofsbelijdenis, waarvan de concretisering ons handenvol werk zou geven. Dan dienen wij dit artikel te laten staan in de context van de gehele geloofsbelijdenis en de klachten over de al of niet verminking van dit artikel gepaard te doen gaan met een zee van tranen over de verschrikkelijke schuld, die op ons allen rust in het stuk van de kerk. Dat nodigt ons uit tot bescheidenheid.
In de derde plaats is de praktische realisering van dit artikel in onze situatie minder mogelijk dan ooit. Dat doet uiteraard niets af van het geloofsgehalte van dit artikel, maar noopt in de praktijk voorshands tot een totaal andere instelling, n.l. de voorbereiding op een situatie van ontkerstening van ons volk, die ongekend is in de geschiedenis.
Wij moeten ermee rekenen, dat wij als kerk hoe langer hoe meer een verdwijnende minderheld worden. Dat geeft met het belijden van art. 36 als een artikel van de geloofsbelijdenis een totaal andere instelling dan uit menige redenering blijkt. Art. 36 kan ons eigen bloed kosten, zoals dat ook met de opsteller het geval was. Die mogelijkheid is dichterbij dan wij denken.
Menigeen ziet uit naar een reveil, een opwekking. Wij mogen er om bidden en er naar haken. Een reveil komt van boven en begint in het hart. Van daaruit grijpt het alle levensverbanden aan.
Het smart mij te moeten schrijven, dat de start van deze beide verenigingen voor mijn besef - hoe legitiem de drijfveren ook zijn - weinig van zulk een reveil vertonen. Een geprikkelde sfeer, waarin woorden vallen als extremisten en neo-calvinisten, is weinig belovend.
Laten wij als hervormd-gereformeerde mannen en vrouwen tonen, dat wij ons niet op dat niveau willen begeven. Dat wil niet zeggen, dat wij geen keus mogen doen. Vanzelfsprekend. Deze keus is door velen genomen met onbehagen over de onenigheid tussen beide verenigingen. Zij is het resultaat van wikken en wegen, zodat men tenslotte tot een keus komt en daarvoor zijn naam geeft. U hebt dat kunnen lezen. Hoe deze keus ook uitvalt, zij dient gerespecteerd te worden als een vrije beslissing in een bepaalde situatie met beperkte mogelijkheden. Dit respecteren verdraagt zich niet met het onderhouden van wie dan ook over zijn keus. En dat gebeurt soms! Laten wij ons voor dergelijke praktijken hoeden! Ook zijn er, die geen keus willen doen. Dit kan voortkomen uit gebrek aan overtuiging, maar evenzeer uit het verwerpen van dit aangeboden en soms opgedrongen dilemma. Een ieder zij in zijn eigen gemoed tenvolle verzekerd.
Wij hebben geen behoefte aan vervreemdingen door wie en wat ook, maar aan samenbundeling van alle krachten om de strijd des geloofs te strijden in de gemeente en in de kerk.
In het bovenstaande heb ik mede antwoord willen geven aan lezers, die mij over deze zaak schreven.
K. a. Z. G. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's