KERKNIEUWS
Beroepen te:
Rotterdam: D. Bouman te Garijp — Nunspeet: J. H. Vlijm te Krimpen aan de IJssel — Leiderdorp: drs. A. Geense, universiteitspredikant — Capelle aan de IJssel: A. Jagersma te Groningen — Sneek: Ph. Vreugdenhil, cand. te Zwolle — Capelle aan de IJssel: C. J. P. Lam te Putten — Zoetermeer: J. Koele te Nijkerk — Zierikzee: J. v. d. Schee te Hoogeveen — Rotterdam als jeugdpred.: B. J. Blaauwendraad te Etten Leur — door Prov. Kerkbest. van Gelderland voor Ede: P. Landweer te Nigtevecht.
Bedankt voor:
Velp: J. F. M. van Malssen te Schingen — Amersfoort: Ph. Stoutjesdijk te Hellendoorn — Gouda, Den Ham en Rijnsburg: P. Schelling te Westinge Souwerd — Anjum; P. L. M. Sterrenburg te Broek op Langendijk — Ede: C. P. J. Lam te Putten — Voorburg: J. Dijkstra te Kampen — Emmastad: L. Wieringa te Eefde — Bruinisse: W. Sirag te Rotterdam-Zuid.
Aangenomen naar:
Schagen: M. W. S. Kramer te Ruinen — Oudeschoot: G. J. Droppers te Nijegeest — Soest: D. H. Bosma te Nijverdal.
Andel - Hardinxveld-Giessendam.
Ds. A. v.d. Vlist hoopt zondag 26 januari zijn intrede te doen in Hardinxveld-Giessendam na bevestiging door ds. G. C. Post.
Giften.
De Ned. Herv. Gemeente te Papendrecht ontving een gift van ƒ 1000, — voor een nieuw kerkelijk centrum. In Bleskensgraaf werd tijdens een huwelijksbevestiging een gift van ƒ 100, — gecollecteerd voor de diaconie en één van ƒ 1000, — voor de kerk.
1968.
In 1968 is geen der predikanten behorende tot de Gereformeerde Bond overleden. Emeritaat werd verleend aan ds. J. J. Poot te Woerden en ds. J. Bakker te Randwijk.
Prof. Dr. H Jonker
Donderdag 9 januari is het 25 jaar geleden, dat prof. Jonker als predikant zijn intrede deed in Molenaarsgraaf. Vandaar vertrok hij in 1946 naar Bodegraven om deze plaats in 1950 te verwisselen met Amsterdam. Op 1 januari 1959 werd hij kerkelijk hoogleraar te Utrecht.
Legaat.
Door de Herv. Bond voor Inwendige Zending op G.G. werd met grote dankbaarheid bericht ontvangen, dat voor haar werk een legaat van ± ƒ 8.000, — is bestemd door wijlen mej. A. Bolkestein, gewoond hebbend te Epe.
Bavinck - Gunning studieweek.
Het Hervormd Seminarium heeft in het rooster van 1969 een studieweek opgenomen, gewijd aan de theologie van prof. dr. J. H. Gunning Jr. Althans, dit was de eerste bedoeling en blijft het hoofddoel. Maar met Gunning komt uiteraard de hele geestelijke worsteling van de „ethisiche school" binnen het gezichtsveld. En dan vraagt de dogmaticus Herman Bavinck opnieuw onze aandacht. Het plan is daarom uitgegroeid tot het volgende:
De basis van deze studieweek wordt nu het in 1968 verschenen boek van dr. J. Veenhof: „Revelatie en Inspiratie. De Openbaring en Schriftbeschouwing van Herman Bavinck in vergelijking met die der ethische theologie" (uitgegeven bij Buijten en Sohipperheijn, Amsterdam, prijs ƒ 57, 50). De deelnemers aan de conferentie worden geacht deze studie te hebben doorgewerkt, zodat de inleiders een goede bekendheid met de thematiek mogen veronderstellen. Daarnaast zullen fragmenten uit Gunnings oeuvre worden besproken. Wij dachten aan Gunnings gesprek met Bavinck over Chantepie de la Saussaye, over de implicaties van het ethische karakter der waarheid en aan de eschatologische inslag in Gunnings denken.
Het seminarie organiseert meestal conferenties en studieweken rondom aotuele themata en auteurs. Heeft het nog zin naar vaderlandse kerkvaders te grijpen met hun grotendeels 19e eeuwse probleemstellingen? En is het gerechtvaardigd in 1969 daarvoor op belangsteilling te rekenen? De leiding van deze studieconferentie meent dat deze hoop alleszins ge rechtvaardigd is, want het is hoog tijd dat er in (en ondanks) de vele vernieuwingspogingen ook aansluiting gezocht wordt met de eigen tradities. Het is onze overtuiging dat in de twee namen Bavinck en Gunning een wereld van bezielde theologie voor ons open gaat. Bezielde en bezielende theologie! De kerken en de predikanten hebben dit momenteel bitter nodig.
De conferentie wordt gehouden van 13 t.m. 17 oktober 1969. Het is de bedoeling dat in 1970 en 1971 deze conferentie wordt voortgezet, waarbij op de deelnemers van de eerste conferentie wederom gerekend wordt. Ook voor deze voortzetting is het boek van. dr. Veenhof het uitgangspunt van onze bezinning, zodat wij hopen, dat de aanschaf van dit kostbare boek verantwoord is, mede met het oog op de conferenties die volgen. De kosten van de eerste conferentie zijn ƒ 50, —. Desgewenst licht het rectorium van het seminarium zich tot de kerkeraden met het verzoek deze conferenties voor hun predikant geheel of gedeeltelijk te bekostigen.
Gaarne zien wij binnen drie weken uw opgave tegemoet op het secretariaat van het Theologisch Seminarium Hydepark, Driebergsestraatweg 50, Driebergen.
De leiding:
Dr. E. J. Beker
Dr. J. M. Hasselaar
Ds. A. Hennephof
VERBAND (in oprichting) SCHOLEN VAN GEREFORMEERDE BELIJDENIS Secretaris: F. E. van Delden, Hamweg 15, Harkstede
Aan het Bestuur van de SCHOOL MET DE BIJBEL
Geacht Bestuur,
In 1906 werd het noodzakelijk geacht te komen tot een eigen gereformeerde scholenorganisatie, d.w.z. een organisatie van scholen, waarin men zich gebonden wist aan de gereformeerde belijdenis. De man, die daarbij een leidende plaats innam, was dr. H. Bavinck.
Men ging toen uit van de gedachte, dat de gereformeerde belijdenis voor opvoeding en onderwijs van beheersende betekenis is. Daarom wilde men gereformeerde scholen en gereformeerde onderwijzers/onderwijzeressen, en in samenhang hiermede achtte men het ook noodzakelijk te zorgen voor de opleiding van dezen. Men wilde zich bezinnen op de vraag, hoe het onderwijs ingericht diende te worden om voor de gereformeerde levensopenbaring het meest vruchtbaar te kunnen zijn en men besefte, dat men bij deze bezinning niet op zichzelf moest blijven staan, maar in gezamenlijk beraad elkaar te dienen had.
Het zij nadrukkelijk opgemerkt, dat de bedoeling niet was scholen en schoolbesturen samen te brengen van eenzelfde kerkgemeenschap, maar van verschillende kerkgroepen, die de gereformeerde belijdenis liefhadden, Nederlands Hervormd zowel als Gereformeerd en Christelijk Gereformeerd.
Prof. Bavinck omschreef het in zijn brochure „De taak van het Gereformeerd Schoolverband" aldus: „Alleen scholen, die met elkaar op den grondslag, derzelfde belijdenis staan en die dus dezelfde behoefte en eischen, dezelfde taak en roeping hebben, kunnen waarlijk voor elkaar tot steun, tot voorlichting en bemoediging zijn” (pag. 25).
Deze organisatie, het „Gereformeerd Sohoolverband" geheten, mocht in zijn ruim zestigjarig bestaan veel zegen brengen. Zelfs de Paedagogische Leerstoel aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, zo lang en zo bekwaam door Prof. Dr. J. Waterink bezet, is er een vrucht van.
Dat ieder de betekenis en de waarde van dit Gereformeerd Schoolverband voldoende heeft beseft, kan evenwel moeilijk staande gehouden worden. Daar komt nog bij (en het vindt daarin mede zijn oorzaak), dat in de loop van de twintigste eeuw de gereformeerde belijdenis steeds meer werd aangevallen en haar waarde werd betwisten ontkend. Maar het zal duidelijk zijn voor ieder, die aan de gereformeerde belijdenis wil vasthouden, dat naarmate deze belijdenis meer bestreden werd, het bezit van gereformeerde scholen waardevoller werd en de noodzaak toenam om zich gezameniijk te bezinnen op de betekenis der belijdenis voor opvoeding en onderwijs, dus voor onze gereformeerde scholen.
Het was verblijdend, dat ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Gereformeerd Schoolverband (1956) in het toen uitgegeven jubileumboek geschreven werd: ,,Het zal bitter noodzakelijk zijn, dat Gereformeerd Schoolverband, staande op de bodem van de Drie Formulieren van Enigheid (tegen welke belijdenisgeschriften vanuit nieuw-theologisch denken heel wat bezwaren moeten worden ingebracht) tegen nivellerende tendenzen, o.a. uitkomend in de bemiddeling tussen openbare en christelijke school, scherp positie blijft kiezen . . . Als Gereformeerd Schoolverband ooit recht van bestaan heeft naast andere bonden van christelijke scholen, dan thans.”
Intussen is na 1956 de ontwikkeling in ons christelijk leven verontrustend voortgegaan. De tegenstand tegen de gereformeerde belijdenis neemt steeds ernstiger vormen aan. We behoeven maar te herinneren aan de wijze, waarop het Schriftgezag wordt aangetast, de historiciteit van hetgeen de Heilige Schrift meedeelt, wordt ontkend, de christelijke levensstijl steeds meer in verval raakt. En er zijn gegevens te over, dat dat ook aan onze scholen met de Bijbel niet is voorbijgegaan.
Nu zijn inderdaad meer dan ooit nodig scholen, waaraan de gereformeerde belijdenis serieus wordt vastgehouden, maar evenzo is meer dan ooit nodig die organisatie van gereformeerde scholen om zich gezamenlijk te bezinnen op de vraag, hoe weerstand gehouden kan en moet worden aan de vloedgolf van Schriftverlating in onze dagen, d.w.z. hoe men ook in het heden op het gebied van het christelijk onderwijs de gereformeerde belijdenis heeft te beleven.
En juist nu heeft zich het ontstellende feit voorgedaan, dat de eigen gereformeerde organisatie, het Gereformeerde Sohoolverband, besloten heeft zijn bestaan te beëindigen, teneinde te komen tot één grote organisatie van christelijke scholen.
We weten natuurlijk wel, dat dit te maken heeft met de reorganisatie van het gehele onderwijs als gevolg van het in werking treden van die mammoetwet; het is ons niet onbekend, dat deze opheffing gepaard gaat met de verzekering, dat elke school haar eigen karakter kan bewaren, dus ook de gereformeerde school haar gereformeerd karakter; wij hebben zeker ook kennis genomen van de grondslag, die voor de nieuwe organisatie wordft voorgesteld: „de Heilige Schrift volgens het belijden der reformatie in Nederland" en we zijn overtuigd van de goede trouw bij degenen, die menen, dat opheffing van Gereformeerd Schoolverband geen schade zal betekenen voor het gereformeerd onderwijs.
Maar dat alles vermag onze zorg niet weg te nemen. In de nieuwe organisatie is de gereformeerde belijdenis verwisseld voor het belijden der reformatie en de historie der Ned. Herv. kerk in de laatste twintig jaren wijst wel uit, hoe men daarmee alle kanten uit kan, wanneer de band wordt losgemaakt met de belijdenisgeschriften, waarin het belijden der reformatie is vastgelegd.
De leiding, die van die ene nieuwe grote organisaitie zal uitgaan, zal dan ook zeker niet een gereformeerd karakter dragen, integendeel, er bestaat grote kans, dat deze leiding zal uitgaan van niet-gereformeerde beginselen. En de vergaderingen, die aan het opheffen van het Gereformeerd Schoolverband zijn voorafgegaan, toonden duidelijk de tendens om niet alleen de scholenorganisatie van het gereformeende merk te ontdoen, maar om ook onze gereformeerde scholen te doen opgaan in scholen van algemeen christelijk karakter. Het algemeen eenheidsstreven, dat zich in deze tijd overal openbaart, is ook hier duidelijk merkbaar.
Dit alles heeft ons met grote bezorgdheid vervuld voor de toekomst van onze gereformeerde scholen. We hebben dan, als zaken van de tweede orde, de organisatorische kwesties nog maar onbesproken gelaten, zoals de vragen inzake Borgstellingsfonds, Commissie van Beroep en Technische Hulp; wanneer er scholen zijn, die uit principiële overwegingen zich niet bij de ene nieuwe grote organisatie kunnen aansluiten en de nieuwe organisatie zou weigeren deze scholen te bedienen, zouden ze in grote moeilijkheden komen.
Dit alles overwegende zijn wij tot de overtuiging gekomen, dat het noodzakelijk is opnieuw te komen tot de oprichting van een organisatie van scholen, die uitgaan van de gereformeerde belijdenis.
Wanneer u onze overtuiging deelt, nodigen wij u dringend uit aan de heroprichting van deze gereformeerde scholenorganisatie te willen medewerken.
Behalve tot de scholen en schoolbesturen, die tot nu toe georganiseerd waren in Gereformeerd Schoolverband of zich bij geen der organisaties hadden aangesloten, gaat deze oproep ook uit tot de scholen en schoolbesturen, die opgenomen waren in de organisaties Christelijb Nationaal Schoolonderwijs en Christelijk Volksonderwijs, voorzover zij van de gereformeerde belijdenis uitgaan. Wij zijn ervan overtuigd, dat ook bij C.N.S. en C.V.O. vele scholen zijn, die in hun schoolarbeid deze belijdenis wensen vast te houden
Uw bewijzen van instemming, eventueel ook uw suggesties aangaande de te volgen weg zullen wij gaarne ontvangen, zo mogelijk vóór 1 februari a.s. aan het adres van de heer P. E. van Delden, Hamweg 15, Harkstede.
Mocht u voor de noodzakelijk te maken kosten een financiële bijdrage willen zenden, dan zullen wij dat zeer op prijs stellen. Het adres daarvoor is: girorekening nr. 165300 ten name van IJ. Jacobs, Stevinstraat 70, Scheveningen.
Het voorlopig oomité:
Ds. G. Broere, 't Harde
S. v. d. Bijl, Eerbeek
F. E. van Delden, Harkstede
IJ. Jacobs, Scheveningen
K. Koers, Zwolle
H. Langeveld, Hilversum
E. Rintjema, Apeldoorn
L. Schut, Wolfheze
Dr. P. Siebesma, Leeuwarden
C. v. d. Sluijs, Dinteloord
J. L. Struik, Laag-Zuthem
W. Tamminga, Harkstede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's