De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

7 minuten leestijd

Mysterium Salutis, Dogmatiek in heilshistorisch Perspectief, 2 delen, geb. samen 734 blz. Uitg. Paul Brand, Hilversum-Antwerpen.
Onder redactie van dr. Joh. Feiner en dr. M. Löhrer zijn deze twee delen dogmatiek verschenen. Deze verschijning is een uiting van een totaal nieuwe aanvat en opzet van een dogmatiek. Deze nieuwe aanvat is een vrucht van de vernieuwing, die in de R.K. kerk doorbreekt en op het laatste Vaticaanse Concilie min of meer kerkelijk geijkt is.
Paulus VI heeft n.l. op het verzoek van prof. Skydsgaard, conciliewaanemer van de Lutherse Wereldfederatie, dat n.l. de R.K. theologie meer dan tot nu toe heilshistorisch georiënteerd mocht zijn, gunstig gereageerd.
De Paus nam het initiatief in Jeruzalem een instituut te stichten, dat zich vooral moest bezeghouden met de studie van de heilsgeschiedenis. Aan dit instituut zullen medewerkers uit alle christelijke belijidenissen van Oost en West deelnemen.
Uit al deze Ansätzen in dit werk ontstaan. Men heeft verschillende medewerkers uit allerlei landen gekozen. De tijd, dat één man een complete dogmatiek schreef, schijnt voorbij. Meer dan ooit worden de exegeten bij de fundering van de dogmatiek betrokken.
De schrijvers zijn gegrepen door de heilsgeschiedenis. Daarom geven zij een niet gemakkelijik te lezen, maar bijzonder boeiend hoofdstuk over Fundamentele Theologie der Heilsgeachiedenis (I, blz. 47-256). Daaruit blijkt, dat men alle „waarheden" wil bevruchten en richten op God, die handelt.
De Schepping is geen afzonderlijke loous mur, maar wordt vanuit en naar het verbond toe behandeld. De christologie is niet maar een beschrijving van het wezen van Christus ook een naspeuren van de historische verwerkelijking. Nieuwe begrippen (met alle risico's van dien) zijn niet te ontgaan. Zo moet b.v. de Christologie licht geven naar alle richtingen.
Het pneumatologisch aspect wordt in de kerk gezocht. Er is niet alleen een waarheids - ook een werkelijksheidsoverlevering door de Heilige Geest. Zo heeft de theologie een pneumatische wortel.
In de verwerkelijking dient deze theologie kerkelijk (Barth) te zijn, in dialoog te staan (oecumenische theologie) en zeker geen theologia gloriae, maar thealogia curcis te zijn. Verder dient de anthropologie ten nauwste met de Christologie verbonden te zijn. Haar aard is: kèrugmatisch en pastoraal.
Uit deze opsomming blijkt, dat deze theologie van de heilsgeschiedenis veel raakvlakken heeft met de nieuwere theologie in het Protestantisme. Het is een theologie, die confronteert, dialogiseert, de weg wijst, enz.
In vier achtereenvolgende hoofdstukken komen resp. aan de orde:
1. De openbaring (heilsgeschiedenis vóór Christus)
2. De traditie binnen de constitutieve tijd der openbaring (het Christus-gebeuren)
3. De boekwording van Gods Woord in de Heilige Schrift (het heilsgebeuren in de gemeente van de Godmens)
4. Overlevering en Heilige Schrift (de weg van de verloste mens in de tussentijd en de voltooiing van de heilsgeschiedenis).
In dit laatste hoofdstuk komen natuurlijk ook de Conciliaire beslissingen ter sprake. Wij merken aan alles, dat hier rooms-katholieke inzichten gegeven worden. Dat blijkt zeker ook uit de beschouwingen over de Schrift en de tradities.
Wie echter een bij-de-tijdse rooms-katholieke dogmatiek wil lezen (en bestuderen!) die vindt hier een gezaghebbend werk, dat vele vroegere werken overbodig maakt.
Wat zou het vruchtbaar zijn, wanneer ministeries of andere werkgezelschappen deze dogmatiek door werkten. Het zal verrijken, oriënteren en stimuleren. Calvijn bleef met Rome in gesprek. Wij zullen dit gezien - de veranderingen - zeker niet kunnen en mogen nalaten.
K. a. Z.                                                                   G. B.

C. Rijnsdorp: In het spanningsveld van de Geest Uitg. 3. H. Kok N.V., Kampen, 1968, 143 pag., ƒ 7, 90.
In kort bestek een overzicht geven van de cultuursituatie waarin met name West-Europa is terecht gekomen is geen eenvoudige opgave. In dit boekje tracht de heer Rijnsdorp aan de hand van een cultuur historisch kader duidelijk te maken dat de wereldgeschiedenis een nieuwe fase is ingegaan. Daartoe tekent hij de ontwikkeling van de cultuur en de geestesgesteldheid in landen als b.v. Nederland, Italië en Frankrijk en telkens duikt de renaissancetijd als achtergrondtoelichting op. Daarnaast geeft de schrijver ook - zij het summier - enkele flitsen van theologische ontwikkelingen, o.a. aan de hand van enkele moderne theologen. Heel fijnzinnig merkt hij t.a.v. theologen, die hun geloof verloren hebben maar toch in het huis van de theologie blijven wonen, op dat men excursies organiseert naar elkaars ruïnes en een fijne smaak ontwikkelt in het onderscheiden van elkaars puin.
De schrijver is in dit boekje breedvoerig analystisch bezig, vaak raak typerend maar toch meer fragmentarisoh dan langs een duidelijk te volgen lijn. Wie na lezing van dit boekje zich afvraagt wat nou visie van de schrijver zelf is ten aanzien van de ontwikkeling der cultuur heeft er toch wel even moeite mee om dit onder woorden te brengen. Daarvoor is ons inziens de critiek op en de waardering van de eigentijdse ontwikkelingen te versluierd gebleven in dit boekje. Al komt aan het eind van het boekje de eigen toon van de schrijver duidelijker door en krijgt ook de titel van het boekje wat duidelijker gestalte.
Soms moet je trachten in door de schrijver terloops gemaakte opmerkingen zijn gedachten te raden. Zo bijvoorbeeld wanneer hij zegt dat de Nederlander nog met een onverteerbaar brok theocratie in de maag zit (is dat overigens zo?) of met een onverteerbare wrok daartegen. Ook t.a.v. de verhouding van christendom en humanisme missen we in dit boekje een duidelijke positiebepaling wat betreft de fundamenten en uitgangspunten.
Dit alles neemt echter niet weg dat de schrijver ons in dit boekje belangwekkende flitsen geeft van de huidige cultuursituatie en van het staan van de gemeente en het gemeentelid in deze tijd. Als zodanig kunnen we dit boekje dan ook van harte aanbevelen.
H.                                                            J. v. d. G.

Dr. C. P. van Andel: Tussen de regels. De samenhang van kerkgeschiedenis en kerklied. Geb. 203 blz., ƒ 15, — Boekencentrun N.V. Den Haag 1968.
Aan hen, die zich voor het kerklied en de gesohiedenis daarvan interesseren, verstrekt dit boek een goed overzicht. Maar wie zich in dit opzicht meer indifferent acht, zal het evenmin onverschillig laten: het beschrijft deze geschiedenis op onderhoudende wijze.
Het ligt voor de hand, deze beschrijving chronologisch te geven: de Oudheid, de Middeleeuwen, de Hervorming, dan de verdere ontwikkeling in Duitsland, Engeland en Nederland, en in de RK. kerk.
Uit het boek blijkt de samenhang tussen kerkgeschiedenis - misschien beter: de geschiedenis van het geloofsdenken en de theologie - en kerklied duidelijk. En omdat de theologische ontwikkeling in de verschillende protestantse landen in grote lijnen parallel liep, zou een onderzoek van nóg een taalgebied als het Scandinavische, hoewel dikke gezangbundels tellend, weinig nieuws hebben opgeleverd. Daarnaast voert schrijver terecht als reden voor deze weglating aan, dat Scandinaivië in dezen prakisch niet heeft beïnvloed. Maar een belangrijke figuur als de Deen Grundtvig had misschien althans kunnen worden genoemd.
Door de kennelijkheid van het verband tussen leer en lied wordt de plaatsing van het kerklied in dit kader een boeiende zaak. Een eerlijke beschrijving wordt gegeven. Zo valt de positieve waardering van Calvijn op, de reformator door wie sommige kerkmusici zich wel eens wat gefrustreerd schijnen te gevoelen. Anderzijds valt door de grote voorzichtigheid, waarmee schrijver te werk gaat, de evaluatie, de waarde-bepaling van een en ander wel eens wat vlak uit.
Dat de hele kerkgeschiedenis in een boek van 200 bladzijden, en dan nog als frame van het geheel, wordt behandeld, maakt het onvermijdelijk dat bepaalde episoden als het piëtisme en de negentiendeeeuwse theologie wat vluchtig en weinig genuanceerd worden beschreven. Doch steeds blijft de toon respectvol.
Zodoende kan gesproken worden van een bondig, goed informerend boek, dat zich van hinderlijke vooringenomenheden in netelige zaken weet te onthouden.
Ah.                                                                     Sm.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's