HET ITALIAANS PROTESTANTISME
III.
Communistische ouderlingen?!
In het Zuiden van Italië heeft de protestantse evangelisatie in de laatste twintig jaar resultaten van enige betekenis geboekt. Dit is ongetwijfeld mede een gevolg van de economische en maatschappelijke veranderingen die zich daar voltrekken. Eeuwenlang is dit gebied zuiver agrarisch geweest. De grond was voor verreweg het grootste deel in handen van de kerk en van de adel, die de pachtersbevolking uitbuitten. In de jaren na 1950 echter zijn vele boeren naar N.W.-Europa getrokken en hebben daar een andere wereld leren kennen. Zij beginnen te beseffen dat armoede en uitbuiting niet vanzelfsprekend en onontkoombaar zijn en versterken de gelederen van de Italiaanse communistische partij, die bij elke verkiezing haar stemmental ziet stijgen (1968:27%). Omdat echter, althans tot voor enkele jaren, de rooms-katholieke kerk tegenover het communisme een onverzoenlijke houding aannam, betekende de keuze voor de PCI tevens een breuk met de kerk. Juist onder deze mensen, die in een religieus vacuüm terechtgekomen zijn, verkrijgen de Pinkstergemeenten, en in mindere mate ook de andere groepen, veel aanhang. Zo kan het gebeuren dat een kerkeraad geheel uit communisten bestaat.
Voor men over zo'n kerkeraad een oordeel velt dient men iets te weten over de maatschappelijke toestand in deze gebieden. Een boer, protestant, pachtte enkele hectaren woeste grond van een edelman, lid van de pauselijke edelgarde.Hij ontgon het land, zuiverde het van stenen, bouwde er een huis op, plantte een wijngaard en olijfbomen, alles op eigen kosten. Van zijn oogst moet hij evenwel een derde deel afdragen als pacht! De enige partij die hem belooft aan deze toestand radicaal een einde te maken is de communistische, en dus stemt hij op haar.
Overigens betekent het stemmen op de PCI niet dat men nu ook overtuigd Marxist is. De kerk gaat boven de partij; de kerkeraad weigert b.v. na afloop van de dienst onder de kerkgangers de Unita, het communistische partij orgaan, te verspreiden. De politieke keuze van deze mensen is opportunistisch; zij zijn communisten uit nood.
De Waldenzenkerk.
De Waldenzenkerk is van de Italiaanse denominaties degene die het meest lijkt op de Nederlandse Hervormde Kerk. Zij is in N.-Italië de sterkste protestantse groep en Nederlandse toeristen komen dus het meest met haar in aanraking. Tenslotte verdient zij ook een aparte behandeling omdat in haar midden de problemen waarvoor het Italiaanse protestantisme zich ziet gesteld het grondigst worden doordacht en zich het duidelijkst verschillende standpunten aftekenen.
Men kan de Waldenzen verdelen in twee groepen, beide ongeveer even talrijk: de bewoners van de Val Pellice en de Val Germanasca, ten Westen van Turijn, wier voorouders zich in 1532 bij de Hervorming aansloten, en de leden van de gemeenten die na 1848 in de rest van Italië zijn ontstaan door de evangelisatiearbeid der Waldenzen.
De Waldenzenkerk heeft een presbyteriale kerkorde. De stemgerechtigde leden van de gemeente kiezen de kerkeraden, die behalve het geestelijk opzicht over de gemeente ook het beheer van de financiën hebben. Kerkvoogden kent men niet. De gemeenteleden kiezen tevens de afgevaardigden naar de classicale vergadering (Conferenza Distrettuale) en de synode, die eens per jaar in Torre Pellice bijeenkomt en het hoogste gezagsorgaan in de kerk is. De synode kiest elk jaar een moderamen, de Tavola, waarvan de voorzitter Moderator wordt genoemd. De leden van de Tavola mogen niet langer dan zeven jaar zitting hebben. Zij besturen de kerk, maar moeten elk jaar verantwoording afleggen aan de synode.
De gemeenten hebben een vrij grote mate van zelfbestuur, maar de bijzondere omstandigheden in Italië zijn er de oorzaak van dat de verhouding tussen plaatselijke en algemene kerk op enkele punten anders is dan in Nederland. De gemeenten zijn onderscheiden in drie groepen: autonome, niet autonome en evangelisatieposten. De laatste staan onder het opzicht vande naastbijwonende predikant. Wanneer zo'n groep 40 belijdende leden telt, een kerkeraad heeft gekozen en in staat is een door de Tavola vastgesteld aandeel in de financiële lasten op te brengen kan zij als gemeente worden geïnstitueerd. Zij heeft dan echter nog niet het recht om zelf een predikant te beroepen en is ter synode slechts indirect vertegenwoordigd, door afgevaardigden van de classis. Een gemeente mag zelf, in overleg met de Tavola, beroepen, en zich door een van haar leden ter synode laten vertegenwoordigen, wanneer zij minstens 150 belijdende leden telt, financieel zelfstandig is en zowel naar binnen als naar buiten allerlei activiteiten ontplooit. Zij wordt dan autonoom genoemd.
Het grote verschil in getalsterkte tussen de gemeenten - die van Turijn b.v. telt 3000 zielen, die van Tarente 195 - is er de oorzaak van dat de kerkelijke financiën veel meer gecentraliseerd zijn dan in Nederland. De kerkeraden doen zelf slechts de uitgaven voor het onderhoud van de gebouwen en het plaatselijke diaconale werk; 60% van de inkomsten dragen zij af aan de Tavola. Deze betaalt de predikantstractamenten uit, en dekt de nadelige saldi van de instituten die de Waldenzenkerk in stand houdt.
Helaas wordt de energie van degenen die de kerk en de verschillende kerkelijke instituten leiden voor een groot deel verbruikt in de nimmer aflatende strijd tegen het deficit. Dat men voortdurend met aanzienlijke tekorten te kampen heeft ligt niet aan een gebrek aan offerbereidheid bij de leden: de gemeenten, hoewel voornamelijk uit arbeiders bestaande, dragen gemiddeld per jaar per dooplid ƒ 30.— aan de Tavola af. Evenmin is het te wijten aan het peil van de tractementen: deze liggen afhankelijk van het aantal dienstjaren, tussen de ƒ 5.000, — en de ƒ 7.000, — per jaar plus vrij wonen (het Italiaanse prijspeil is iets hoger dan het Nederlandse). De oorzaak is vooral te zoeken in de geografische spreiding van de gemeenten: de vijftienduizend kerkleden buiten de Waldenzendalen zijn verdeeld over plm. vijftig gemeenten, verspreid over een gebied tien maal zo groot als Nederland. Dit maakt het nodig een groot predikantencorps te onderhouden. Een groep mensen, in getal ongeveer overeenkomend met een Hervormde ring, heeft zestig predikanten in actieve dienst, heeft een Theologische Faculteit met vier gewone en enkele buitengewone hoogleraren, exploiteert drie ziekenhuizen, vier weeshuizen, vier tehuizen voor bejaarden, een tehuis voor chronisch zieken en een voor Russische vluchtelingen; en tenslotte een uitgeverij. Zonder steun uit het buitenland zouden al deze activiteiten niet kunnen worden gefinancierd; deze steun komt vooral uit Duitsland en Amerika en, in bescheiden mate, ook uit de Nederlandse Hervormde Kerk.
Sinds enkele tientallen jaren kent men in de Waldenzenkerk het richtingsvraagstuk. Vóór 1945 stonden bij bepaalde gelegenheden wel partijen tegenover elkaar, maar allen hadden dezelfde fundamentele theologische concepties. De vroomheid der Waldenzische genaeenten en de theologische concepties. De vroomheid der Waldenzische gemeenten en de theologie van hun voorgangers was een late nabloei van het Réveil: een sterke nadruk werd gelegd op de practijk der godzaligheid, enigszins verwaterd tot moralisme; er bestond een neiging tot introvertie; de maatschappelijke nood werd slechts bestreden door middel van filantropie.
Na de oorlog is een stroming opgekomen die, in reactie op wat zij „piëtisme" noemt, meer aandacht aan de „wereld" wil besteden. De strijd gaat erom of de kerk, de Christenen, zich bij het bestrijden van maatschappelijke misstanden - in Italië veel schrijnender dan in Nederland - moet beperken tot weldadigheid, of dat zij zich moet inzetten voor veranderingen in de maatschappelijke structuur. De grenzen tussen de richtingen zijn niet zo nauwkeurig afgebakend als vaak in Nederland het geval is, maar in vergaderingen komt het soms tot heftige botsingen. De „nieuwe" stroming heeft een centrum in het conferentieoord „Agape", in de Val Germanasca.
Onder de Waldenzen bestaat een toenemende neiging om bij politieke verkiezingen op de uiterst linkse partijen te stemmen, maar de gemeenteleden verbinden hieraan geen theologische consequenties; zij stemmen communistisch, maar leven vanuit een „traditionele" vroomheid. Sommige theologen daarentegen trachten het streven naar sociale veranderingen ook theologisch te verwerken, waarbij enkele extremisten tot de uitspraak komen dat de Evangelieverkondiging geheel opgaat in de strijd voor sociale gerechtigheid. De evangelisatiearbeid van de kerk wordt echter vrijwel geheel bepaald door de traditionele denkwijze.
De liturgie van de Waldenzenkerk is de „Straatsburgse", met schuldbelijdenis en genadeverkondiging. Men tracht te komen tot een actiever deelnemen van de gemeente aan de eredienst.
Een gezangenprobleem kent men niet. Het kerkelijke liedboek is voor het grootste deel samengesteld uit 19e-eeuwse liederen. Men is echter bezig met de invoering van een nieuwe bundel, waarin vele psalmen en liederen uit de Hervormingstijd zijn opgenomen. De liturgische formulieren stammen uit de vorige eeuw; de geloofsbelijdenis is in 1655 opgesteld en gelijkt sterk op de N.G.B. Zij functioneert echter nauwelijks.
Het kerkbezoek en het kerkelijk leven laten zeer veel te wensen over in de eeuwenoude gemeenten in de Waldenzendalen en zijn in de rest van Italië beter naarmate de gemeenten jonger zijn.
In het bestek van een artikel is het niet mogelijk nader op een en ander in te gaan. Wie het huidige Italiaanse protestantisme nader wil leren kennen kan het best, wanneer hij in Italië verblijft, een dienst van de dichtsbijzijnde protestantse gemeente bezoeken en contact opnemen met de predikant, die minstens één van de moderne talen spreekt. De predikant van Como kent zelfs Nederlands. Uw belangstelling zal door de Italiaanse protestanten, die omringd zijn door een overweldigende meerderheid van rooms-katholieken of onverschilligen, zeer op prijs gesteld worden.
Oegstgeest. Th. van den End
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's