De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JOHANNES ALS PROFEET

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JOHANNES ALS PROFEET

7 minuten leestijd

Profetie in het N. Testament (II)
Johanes de Doper wordt in de evangeliën duidelijk als profeet getekend en als zodanig ook door het volk erkend. Marcus 11:32: want ze hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was”.
En Jezus zelf zei van Johannes dat hij „veel meer dan een profeet" was. Trouwens, Zacharias in zijn lofzang heeft dat al gezegd: en gij, kindeke, zult een profeet des Allerhoogsten genaamd worden.
En wanneer hem in Joh. 1 : 21 door een commissie uit het Sanhedrin gevraagd wordt of hij de profeet is, dan antwoordt hij daarop ontkennend. Toch ontkent Johannes daarmee niet dat hij een profeet was, maar wel dat hij „de" profeet was n.l. de in Deut. 18 : 15 beloofde profeet, de Messias zelf.
Uit heel zijn optreden blijkt dat hij een profeet was. We denken aan de wijze waarop zijn roeping beschreven wordt in Lukas 3:1 : zoals in het O.T. de roeping van profeten soms nauwkeurig werd gedateerd n.l. onder de regering van deze of die koning, zo wordt in Lukas 3: 1 en 2 een nauwkeurige datering gegeven van de tijd, waarop Johannes geroepen werd om openlijk als profeet op te treden. En deze roeping zelf wordt beschreven in woorden die ons herinneren aan de wijze waarop de roeping van vroegere profeten beschreven werd. Zoals in Jeremia 1 : 2 staat dat „het woord des Heeren geschiedde" tot Jeremia, zo staat van Johannes ongeveer in dezelfde woorden, dat „het woord Gods geschiedde tot" hem. En na deze roeping treedt hij openlijk op als profeet. Maar ook de prediking van Johannes vertoont een treffende overeenkomst met die van de vroegere profeten: hij verkondigt evenals zij het oordeel van God over de zonde en roept op tot radicale bekering.
Evenmin als zijn voorgangers is Johannes bevreesd om tot de koning te spreken over diens zondige levenswandel. Marcus 6 : 17 v.v.: want deze Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had; want Johannes zeide tot Herodes: het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben. En Herodes legde op hem toe en wilde hem doden, en kon niet; want Herodes vreesde Johannes, wetende dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen en hoorde hem gaarne.
We citeerden dit bijbelgedeelte wat uitvoeriger, in de eerste plaats omdat we zien hoe Johannes hier het lijden onderging, dat het profetisch ambt meebrengt. En ik meen dat dit voor heel ons onderwerp van betekenis is om dit te zien: profeet-zijn brengt mee kruis-dragen. Want de profetie is steeds ontdekkend de verborgen en openlijke zonden. En wie daarin - en nu grijp ik even vooruit op 't profetisch ambt, waartoe iedere ambtsdrager, maar ook iedere Christen geroepen wordt - getrouw is, die zal de vijandschap van het mensenhart ontmoeten, dan zal ons het lijden niet bespaard worden.

In dit verband valt het ons op dat de profetie zo concreet en scherp de zonde aanwijst: Johannes wees Herodes op de zonde van overspel, omdat hij getrouwd was met een vrouw, die hem niet toekwam. Hier wordt door de profetie de wet, het zevende gebod, verklaard en toegepast op het leven van Herodes. En dat element merken we telkens weer op in de profetie: uitlegging, toepassing van de thora, de wet des Heeren. De profeten waren geen geestelijke vrijbuiters. Integendeel, ze waren tot in het diepst van hun persoonlijkheid aan de thora, de wet des Heeren verbonden, maar ook aan het evangelie. Dit is van belang voor het verstaan ook van de nieuwtestamentische profetie.
Met hoeveel bijzondere kracht en verlichting de gave der profetie ook gepaard kon gaan, het blijft toch een nadere toepassing en toespitsing van de wet en het evangelie, en deze dan in hun onderlinge samenhang en vervulling in Christus.

Nog één ding wil ik hieraan toevoegen, al wordt dat misschien een zijpad ten aanzien van ons eigenlijke onderwerp. Toch meen ik dat het van belang is te zien welke houding Johannes aannam tegenover de ongeoorloofde huwelijksverhouding van Herodes en Herodias. Hij liet deze zaak niet rusten. Hij zei: het is niet geoorloofd. Het mag niet. Dit zei hij onverbloemd tot de koning nog wel. Hier ligt een richtlijn in hoe we in de kerk hebben te staan tegenover, volgens de wet des Heeren, ongeoorloofde huwelijksbetrekkingen. De kerk krijgt daar meer en meer mee te maken gezien het toenemend aantal echtscheidingen. En het zal van zo grote betekenis zijn, welk getuigenis de kerk daarin laat horen. We zullen ook hierin profetisch moeten getuigen van de wil des Heeren in geheel het leven. En we zullen, indien daar aanleiding toe is, van bepaalde verhoudingen profetisch moeten zeggen: het is niet geoorloofd, het mag niet.
Het profetisch karakter van Johannes' prediking komt ook daarin uit, dat hij over de toekomst spreekt. Maar dan niet als een waarzegger. Zo spreken de profeten nooit. Hun voorzegging hangt samen met de komst van Gods Koninkrijk en van de Koning zelf. Dit zien we bij Johannes, als hij naar de toekomst wijst en zegt: Die na mij komt is sterker dan ik (Marcus 1: 7). Maar ook als hij spreekt van de toekomende toorn en van de bijl die al aan de wortel der bomen ligt.
Er is nog iets, waardoor duidelijk het profetisch ambt van Johannes openbaar wordt.
In Marcus 1 : 6 lezen we: en Johannes was gekleed met kamelenhaar en met een lederen gordel om zijn lenden en at sprinkhanen en wilde honing. We lezen dit ook van hem in Matth. 3 : 4. Waarom wordt zo uitvoerig over zijn kleding en zijn voedsel gesproken? Zou dit niet zijn om daardoor aan te wijzen, dat Johannes ook in zijn kleding en zijn voedsel de indruk van een profeet maakte?
Van de profeet Elia lezen we, wat betreft zijn kleding, ongeveer hetzelfde: hij was een man met een harig kleed en met een lederen gordel gegord om zijn lenden (2 Kon. 1 : 8). En in Zach. 13 : 4 wordt als opvallend kenmerk van de profeet genoemd de haren mantel.
Terwijl zijn voedsel van sprinkhanen en wilde honing in treffende overeenstemming was met zijn roeping om woestijnprofeet te zijn: dit was immers voedsel dat in de woestijn, de „wildernis" van Judea, te vinden was. En juist zijn verblijf in de woestijn typeert hem als een profeet, die zijn prediking moest illustreren door zijn levenswijze.
De evangeliën tekenen hem immers als de profeet, die zelf vervulling was van de oudtestamentische profetie aangaande de „engel" die voor het aangezicht van de Messias zou uitgaan (Mal. 3: 1). Zo was Johannes evenzeer de vervulling van de profetie dat er zou zijn „de stem des roependen in de woestijn: bereidt de weg des Heeren, maakt Zijn paden recht". Johannes was zelf deze stem in de woestijn. Vandaar dat zijn optreden was in de woestijn en dat dat zelfs in zijn voedsel uitkwam. De woestijn, de wildernis mogen we dan zien als afbeeldend de geestelijke toestand van het volk: het was als een ongebaande wildernis, het komen van de Messias stuitte op velerlei bezwaren n.l. hun zonden; en deze moesten worden weggeruimd, waartoe de scherpe en ontdekkende prediking van Johannes strekken moest.
Johannes was zelfs „meer dan een profeet". Dit was hij omdat hij de in Jes. 40 beloofde „stem des roependen in de woestijn" was, de in Mal. 3 : 1 beloofde „engel" en de in Mal. 4 : 5 beloofde profeet Elia, die „in de geest en de kracht van Elia" vóór Jezus uitging.
Tenslotte nog dit: als profeet wist Johannes wat het was om terug te treden voor zijn Heere. Die was de bruidegom zelf. Johannes was slechts de vriend van de bruidegom.
En daardoor wordt de ware profetie van alle tijden gekenmerkt: Hij moet wassen, ik moet minder worden. 
                                                                                                                                                                             J. den Besten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

JOHANNES ALS PROFEET

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's