De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE BETEKENIS VAN SCHAALVERGROTING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE BETEKENIS VAN SCHAALVERGROTING

11 minuten leestijd

Wie zich op het moment bezighoudt met de actuele kerkelijke problemen bezwijkt bijkans onder een nog steeds aanzwellende stroom van boeken, lezingen en artikelen die allen op de een of nadere wijze te maken hebben met de zogenaamde 'schaalvergroting'. Het onderwerp is 'in' en dan moet ieder daar zijn licht over laten schijnen en er worden ik-weet-niet-hoeveel commissies in het leven geroepen die de zaak moeten bekijken of begeleiden. Wat wijlen prof. A. J. Th. Jonker al aan het begin van onze eeuw opmerkte, namelijk dat men in kerkelijk Nederland nauwelijks één voet verzetten kan zonder te struikelen over een commissie, geldt voor anno 1969 wel in tiendubbele mate. Het lijkt me een teken dat er met de kerk iets mis is; dat we op een verkeerd spoor staan. Er is een ontwikkeling aan de gang waarvan een nageslacht misschien eens zal zeggen dat zij 'noodlottig' was. Het akelige is dat men als enkeling en ook als groep (laat ik zeggen: als Gereformeerde Bond) zich aan deze ontwikkeling niet geheel onttrekken kan omdat er dan geen mogelijkheid meer is nog enigermate in de gang van zaken te participeren.

Zuid Holland.
Dit brengt mij tot de huidige situatie in de kerkprovincie Zuid-Holland. Wat op landelijk niveau in diverse commissies bekeken en bestudeerd wordt, namelijk een herstructurering van de kerk, is ook hier aan de orde.
Wat er vorig jaar zich heeft voorgedaan mag ik als bij de lezers bekend veronderstellen. Er waren zogenaamde 'praat-stukken' waarmee onder de brede moderamina der classes 'gewerkt' werd. Deze 'praatstukken' zijn na het optreden van de voorzitter van onze Bond van de tafel verdwenen. Maar daar mee nog niet de zaak zelf. Ik verklap geen geheim wanneer ik meedeel dat zij op de laatste vergadering der Provinciale kerkvergadering opnieuw aan de orde is gesteld, namelijk in de vorm van een discussie. Het laatste woord is toen over de kwestie niet gesproken. Mede met het oog daarop volgen hier nu enkele opmerkingen die ik van belang acht voor de discussie niet alleen in Zuid-Holland maar ook elders, waar zij ook maar gevoerd wordt.

Wat voor schaalvergroting?
Wie het woord 'schaalvergroting' laat vallen, gebruikt een woord dat een hele reeks van betekenissen toelaat. Zo hangt het er ten eerste van af welke sector van het leven men op het oog, heeft. In de overheidssector bedoelt men met schaalvergroting, dat een aantal burgerlijke gemeenten worden samengevoegd tot één grotere gemeente. De gemeenten zijn daar vaak helemaal niet op gesteld, tooh gebeurt het.
Maar ook waar men het woord gebruikt in strikt kerkelijke zin kan er nog aan verschillende mogelijkheden worden gedacht. Een dorp kan zich door nieuwbouw uitbreiden, waardoor het aantal leden van de kerk toeneemt; ook in dat verband kan men van 'schaalvergroting' spreken. Dat er met de zaak als zodanig dan geen principen in het spel zijn, zal ieder toegeven. Hetzelfde kan gebeuren (en gebeurt) met een stad; deze kan zich geografisch uitbreiden. Ook dit is een 'schaalvergroting' die op zichzelf genomen nog niet bezwaren van principiële aard behoeft op te roepen. Alles hangt er maar van af hoe men het organisatorisch opvangt; te weten of men de structuur van onze kerkorde: wijkgemeenten met eigen kerkeraden en een centrale kerkeraad handhaaft.
Dit is nu echter juist het tere punt. In de praktijk zien we op het ogenblik dat men juist dit niet wil. En daarmee komen we dan tot een vulling van het begrip 'schaalvergroting' dat wel degelijk vanuit de gereformeerde visie op de inrichting en regering der kerk bezwaren oproept.

Een bedenkelijke naiviteit.
Onze ervaring is dat dit laatstgenoemde niet altijd ingezien wordt; zelfs niet door zulken die beweren toch wel aan het presbyteriale-synodale stelsel van kerkregering te willen vasthouden. Zij spelen wat met het begrip 'schaalvergroting', en het is moeilijk ze aan het verstand te brengen dat zij spelen met vuur.
Het opvallende is, dat het met name theologen zijn die dit gevaarlijk spelletje spelen. Bij de sociologen ligt het meestal anders; die hebben er veel meer een vermoeden van dat hier grote beslissingen vallen, dat de kerk met het hanteren van het begrip 'schaalvergroting' zich op een nieuwe weg begeeft. Het is waar, deze nieuwe weg willen ook zij, die sociologen, zelfs zeer bewust. We staan in dat opzicht vierkant tegenover ze. Maar wat we waarderen is, dat ze dit duidelijk zien en ook openlijk uitspreken, terwijl menig theoloog wel blind lijkt te zijn.
Ik wil uit de stof die mij ter beschikking staat slechts twee getuigenissen noemen die het bovenstaande bevestigen. De socioloog dr. L. Laeyendekker (wetenschappelijk medewerker Universiteit te Amsterdam) heeft in een 'ethercollege' zich er over beklaagd dat „ook in de kringen die wel kerkvernieuwing voorstaan, de radicale betekenis ervan niet altijd wordt beseft" (rondom het Woord, jg 10, blz. 429). En nog duidelijker heeft zich uitgesproken de sociologe drs. Mady A. Thung in de bundel „Schaalvergroting" (Terzake II, Utrecht 1968). Na het begrip 'schaalvergroting' scherpzinnig te hebben geanalyseerd komt zij tot de conclusie dat bij toepassing hiervan ingrijpende veranderingen zullen plaatsvinden. „Er is sprake van een veranderde visie op opdracht en werkwijze van de kerk" (blz. 175, cursivering van mej. Mady Thung zelf). Wat verderop onder het hoofdstuk "Schaalvergroting en vernieuwing" maakt zij dan ook de theologen een verwijt, door op te merken: „Wij zijn er daardoor minder van overtuigd dan de theologen, dat schaalvergroting 'theologisch indifferent' is" (blz. 177). Zij wil zeggen: Er is theologisch heel wat mee gemoeid, méér dan de theologen menigmaal beseffen of waar willen hebben. Wij voor ons beamen dit. Schaalvergroting, in de zin die wij er boven aan gegeven hebben, waarbij men dus de grenzen van de plaatselijke gemeenten/wijkgemeenten (en centrale) kerkeraden overschrijdt, is niet een theologisch indifferente zaak; zij betekent een structuur-verandering van de kerk waar de theologie zelfs in haar geheel mee gemoeid is. Waren er geen verschuivingen in de theologie dan waren er ook geen plannen voor een herstructuering van de kerk. En op haar beurt hangen die verschuivingen in de theologie weer samen met allerlei veranderingen in de wereld, die hun invloed doen gelden in de kerk.

De praktische kanten.
Laten we allereerst de zaak eenvoudig van de praktische kant bekijken. Schaalvergroting kan in de praktijk nooit alleen maar bestaan in het tot één gemeente samenvoegen van een aantal kleine gemeenten (die al of niet zichzelf konden handhaven). Terstond zit men met de voorziening in de predikbeurten, alsook het verrichten van allerlei arbeid in het onderhavige gebied. Twee of drie predikanten kunnen onmogelijk alles doen wat anders (normaal) door zes of zeven predikanten werd gedaan. Gemeenteleden moeten dus gaan doen wat anders predikanten deden. Dit raakt onmiddellijk de hele theologie van het ambt! Vervolgens, willen gemeenteleden bekwaam zijn om dit werk te doen dan moeten zij 'gevormd' worden; dat zal een (overdreven) zwaar accent leggen op vormingsinstituten (met welke binding aan de belijdenis der kerk?). Schaalvergroting vindt zijn noodzakelijk complement in allerlei groepswerk: categoriale (eventueel: functionele) gemeenten. Kan zich daar het 'opzicht' van het presbyterium (college van predikant en ouderling) over uitstrekken? Zéker niet als - en dat is toch de bedoeling - de plaatselijke kerkeraden vervallen, als zij worden vervangen door een 'streek-kerkeraad' of een 'centrale kerkeraad' die een wijd gebied omvat, of als zij - zoals ook wordt voorgesteld - beperkt worden in hun bevoegdheden omdat er, althans in bepaalde gebieden, een bepaald orgaan boven staat, dat tenslotte in de eigenlijke zin van het woord de lakens uitdeelt. Dit is geen fantasie, ik heb een konkrete 'werkorde' onder ogen gehad waarin de zaken zo gesteld zijn. Ik kan niet inzien, hoe men in zo'n situatie, en daar wil men toch naar toe (al mogen er dan verschillen zijn in details van uitwerking) tóch nog kan spreken van een handhaven van het presbyteriaal-synodaal karakter van onze kerk. De 'presbyter' (ouderling) is een schim geworden van wat hij eens was, de ene ambtsdrager komt te staan onder een andere of onder anderen; het ambt van de predikant is beroofd van haar geestelijke volheid, tussen hem en een vormingsleider blijft wellicht nauwelijks enig verschil, behoudens dan dat het werk dat aan de predikant in deze situatie wordt opgedragen waarschijnlijk door een vormingsleider veel beter gedaan kan worden; met als conclusie dat de theoloog of wel omgeschoold moet worden of getolereerd zal worden totdat een nieuwe generatie aantreedt die een heel andere, gespecialiseerde opleiding zal hebben genoten.

Enige theologische aspecten.
Ik meen dat mej. Mady Thung gelijk heeft: Er is sprake van een veranderde visie op de opdracht en werkwijze van de kerk. Buiten geding is dat de kerk een opdracht heeft, maar het verschil loopt over de aard van deze opdracht en onze visie daarop. Er zit een zeker optimisme en enthousiasme in al het huidig spreken over 'kerkvernieuwing'. Jammeren doet men alleen over de huidige situatie, de status quo (die zondebok van de moderne mens). Aan een peilen van de diepste oorzaken van de malaise waarin het kerkelijk leven zich tegenwoordig bevindt komt men niet toe. Het zit hem in de huidige structuur, zegt men. Ik vind dat een veel te gemakkelijk argument. Geen mens die vanuit bijbel en belijdenis denkt zal er bezwaar tegen (kunnen) hebben dat veranderingen worden aangebracht om te komen tot beter functioneren van het gemeenteleven, de ambten en de kerkregering. Vandaar dat er in onze kring, voorzover ik weet, ook nooit ernstige bezwa­ren naar voren zijn gebracht tegen het 'vrijstellen' van predikanten voor bepaalde algemeen-kerkelijke taken, of zelfs bepaalde categoriën als militairen, jeugd, industrie-arbeiders; evenmin tegen het vormen binnen de gemeente van jeugdgroepen (vroeger al jeugdverenigingen), gespreksgroepen, enz. Mits de grondstructuur van de kerk, die verworteld ligt in haar belijdenis, intact wordt gelaten. Maar juist deze is thans in het geding.
Wilde men dieper peilen naar de nood van de kerk, dan zou men naar mijn overtuiging uitkomen bij de nood van de prediking, namelijk de prediking van het evangelie zoals de Schrift ons dat leert, en zoals het onovertroffen is weergegeven in de belijdenissen van onze kerk. Het is waarachtig niet om onszelf op de borst te slaan, maar het feit ligt er dat waar nog naar Schrift en belijdenis gepreekt wordt (als een opdracht die ons steeds nieuw gesteld wordt), het volk wordt vergaderd. Men heeft weleens opgemerkt dat dat geen criterium kan en mag zijn. Ik geef dat slechts tot op zekere hoogte toe. Het is waar dat op een bepaald moment de schare Jezus' prediking niet meer wilde horen (Joh. 6), maar dat mag ons niet goedkoop troosten als we voor lege stoelen en banken staan, en we zien de gemeente verdwijnen. De oorzaak van een lege kerk kan liggen bij de ergernis van het evangelie, maar zij kan evengoed - en in vele gevallen is dat ook zo - liggen in het feit dat in de kerk niet anders te horen is dan men dagelijks in de krant, of in de nieuwste roman gelezen of in de jongste film gezien heeft, en er derhalve geen 'brood' te vinden is.
Er staat in Jesaja 55: Mijn Woord zal niet ledig wederkeren! Dat heeft zowel Luther als Calvijn ertoe gebracht om te zeggen: Waar het Woord is, daar is de kerk! We moeten tezamen terug naar het Woord, en dan niet verduisterd door menselijke theologiën en nieuwe inzichten. maar naar het Woord van de apostelen en profeten. Wie deze weg te gemakkelijk vindt voor de oplossing van het kerkelijk probleem heeft de eigenlijke nood van de kerk nog niet voor de helft gepeild.
Het is ontstellend met welk een verwachting er soms over 'schaalvergroting' wordt gesproken. Zij lijkt de sleutel tot een herleving van de kerk. Bijna zou men van een idool (afgod) kunnen spreken. Maar dat daar gelaten, wat voor een kerk staat de vernieuwers voor ogen? Waar schaalvergroting wordt toegepast is het volgens mij onmogelijk nog langer het samenkomen der gemeente rondom Woord en Sacrament en rondom de ambten als de eigenlijke vorm van het gemeente-zijn te zien. Tegelijk met een nieuwe gestalte van de kerk krijgt men een nieuwe kerk! Dat wordt door sommigen ook toegegeven. Alleen, is het de kerk van het nieuwe Testament? Of is het een kerk die niet veel meer is dan een instelling (of zelfs dat niet meer) waar vanuit een zogenaamde 'evangelische inspiratie' precies hetzelfde gepresteerd wordt wat ook in de wereld gedaan wordt? Er bedreigt de kerk een enorme versecularisering; en deze is al volop aan de gang. Schaalvergroting heeft alles te maken met de huidige secularisatie van het hele leven.
De kerk heeft weleens meer een geweldige crisis moeten doormaken; zij was, is en blijft de strijdende kerk. Onze hoop kan niet rusten op mensen, ook niet op ónze mensen, op onze wijsheid en kracht. Het aantal dat de kerk graag een andere weg zag gaan, de wegen van het Woord, is klein. Grote scharen hebben zich reeds geplaatst achter het vernieuwingsstreven. De wind waait op het ogenblik uit een zeer bepaalde hoek, en het is een stérke wind. Maar we weten dat er ook is het waaien van de Geest. Laten we elkaar bemoedigen en opwekken daar op te vertrouwen.
                                                                                                                                                   K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE BETEKENIS VAN SCHAALVERGROTING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's