BOEKBESPREKING
Ds. C. Vonk, De voorzeide leer. De Heilige Schrift, deel 1 c, Numeri, Deuteronomium, afl. 7-11, blz. 481-878, Barendrechtse Drukkerij, Barendrecht.
In de afleveringen 7-11, waarmede dit deel wordt afgesloten, gaat de schrijver verder met de uitleg van het boek Deuteronomium. Hij erkent het mosaisch karakter van het boek en wijst op het ordelijk kunstwerk, dat Deut. is: ,,een verbondsdocument". De hoofdstukken 6 tot 26 verdeelt hij als volgt: hoofdstuk 6-11: Mozes verbindt Israël tot naleving van het eerste gebod; Deut. 12 en 13: het tweede gebod enz. Hierbij volgt hij de opvatting van prof. Holwerda die slechts een gedeelte van 't boek Deuteronomium op zijn college's heeft kunnen bespreken (tot hoofdstuk 16-18 vv.: het vijfde gebod). Ds. Vonk zoekt deze lijn door te trekken tot hoofdstuk 24: 16—25 : 16: het negende gebod. In beginsel is dit wel te verdedigen, al moeten dan niet-direct aansluitende uitweidingen worden aangenomen.
Ook hier richt de schrijver zich voortdurend tot de gemeente en ik meen, dat bestudering van Deuteronomium aan de hand van dit boek heel wat dichterbij zal brengen, ook aan de predikanten, wat óf verzonken was óf altijd anders verstaan. De schrijver onderstreept hier zijn opvatting over de sinaïtische oorsprong van de sabbat. Ten aanzien van de uitleg van hoofdstuk 18 : 15 volgt hij Calvijn. Het doden van de jonge koe in hoofdstuk 21 is volgens de schrijver een symbolische handeling; hier zou geen sprake zijn van een plaatsvervangend offer. Of de zaak van het tweeërlei kleed zo eenvoudig ligt, als de schrijver stelt, betwijfel ik.
Een uitvoerig werk, dat niet moeilijk te verstaan is. De uitgeverij stuurde bij deze afleveringen een prachtband toe.
H. Veldkamp, Het gezicht van Obadja, 70 blz., 2e druk, ƒ 3, 90. H. Veldkamp, Moeders in de Bijbel, 160 blz. 3e druk, geb. ƒ 6, 90. Uitg. T. Wever, Franeker.
Een klein geschrift als Obadja gaat gemakkelijk aan de aandacht van de Bijbellezer voorbij. Maar wat zit ook in dit boek veel geestelijk onderricht: al de Schrift is nuttig tot lering, tot onderwijzing. Dat blijkt ook uit deze hernieuwde uitgave van het boek van wijlen ds. Veldkamp over Obadja. Hij wijst er op, dat ook in deze profetie gewaarschuwd wordt tegen valse gerustheid van een veruitwendigde kerk. Maar het boek is ook vol van bemoediging voor het volk des Heren in dagen van wereldschokkende gebeurtenissen, waarin Obadja ons verplaatst: Er is een uitzicht: op de berg des Heren zal ontkoming zijn en: het koninkrijk zal des Heren zijn. „Macht van de kerk is de macht van het Woord; haar geweld is het geweld van de Geest, haar overwinning is de overwinning van het geloof”.
Het tweede boek bevat 27 meditaties over moeders in de Bijbel. Ook hier geen ingewikkelde redeneringen, maar verkondiging, die zich richt op het leven van elke dag. Zo lezen wij over serieuze voorbereiding voor het moederschap (de moeder van Simson), over Hanna, een vrouw van gebed, over Eunice: „Er wordt veel geklaagd over de jeugd. Ik geloof, dat het beter zou zijn, van deze klacht een zelfaanklacht te maken, zodat deze of gene moeder zichzelf gaat verwijten: Wat lijk ik toch weinig op Eunice!”
Gaarne aanbevolen.
U. Bt.
Dr. I. H. Enklaar: Onze blijvende opdracht; Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen, 1968; 252 pag., ƒ 14, 75.
Een boek over de zending verschijnt niet zo vaak. Dit boek, waarvan dr. I. H. Enklaar, docent in de zendingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit te Groningen, de eindredacteur is voorziet dan ook in een duidelijke behoefte. Samen met prof. dr. J. Verkuyl geeft dr. Enklaar een overzicht van de situatie waarin de wereldzending en het werelddiakonaat zich bevinden. Daarbij komen aan de orde de dekolonisatie, het nationalistisch streven van de gedekoloniseerde landen dat vaak semi-religieuze vormen aanneemt, de innerlijke vernieuwing van de wereldgodsdiensten, de politieke houding van de jonge staten tegenover het westen, de eigen plaats van de jonge kerken, de urbanisatie, allemaal factoren die voor de zending een vaak nieuwe situatie in het leven hebben geroepen. Op indringende wijze worden we in dit boek dan ook geconfronteerd met de vele moeilijkheden maar ook met de nieuwe mogelijkheden waarmee de zending te maken heeft gekregen. Uitvoerig wordt ook aandacht besteed aan de verhouding van wereldzending en werelddiakonaat, als ook van de integratie van kerk en zending.
In een afzonderlijk deel van dit boek wordt een uitvoerig overzicht gegeven van de Nederlandse bijdrage in de arbeid overzee sinds 1945. Daarbij komt aan de orde het zendingswerk van de G.Z.B., beschreven door ds. D. J. v. Dijk en drs. H. van 't Veld, als ook zending van de Chr. Gereformeerde Kerken (ds. A. Bikker), de Gereformeerde Gemeenten (ds. H. Rijksen) en de Morgenlandzending (ds. A. Bikker). Een grote plaats is ingeruimd aan het werk in Indonesië door de verschillende kerken verricht.
We hebben in dit boek gemist een hoofdstukje over diverse geloofszendingen, al wordt wel op verschillende plaatsen iets daarvan aangestipt, o.a. wat betreft de moeilijkheden in de contacten met bepaalde geloofszendingen. Ook het werk van de Mbuma zending vinden we in dit boek niet genoemd. Het geheel is beperkt tot de kerkelijke zendingen zoals die geïntegreerd zijn in of samenwerken met de Nederlandse Zendingsraad, in wier opdracht dit boek is uitgegeven.
Al met al geeft dit boek een belangrijke handleiding voor het huidige zendingswerk waarvan ieder die bij het werk van de zending betrokken is, hetzij direct hetzij indirect, met vrucht kennis zal kunnen nemen.
A. A. van Ruler: Ik geloof; Uitgave G. F. Callenbach N.V., Nijkerk, '68; 158 pagina's; ƒ 9, 90.
De boeken van professor Van Ruler nemen altijd nog een aparte plaats in. Ze kenmerken zich door een grote originaliteit en ook door een zekere speelsheid waarmee de taal wordt gehanteerd. Anderzijds kenmerken de boeken van professor Van Ruler zich door een dogmatische bezinning waaraan die speelsheid ondergeschikt of dienstbaar is gemaakt. Van Ruler is altijd bezig met de grote dogmata, de doctrina van de kerk.
Zo ook in deze bundel over het Apostolicum, waarin de morgenwijdingen zijn opgenomen die hij in de jaren 1966-1968 voor de radio heeft gehouden. Het is een boek van grote geladenheid en zeggingskracht. Wie daarnaast legt geschriften over de Apostolische geloofsbelijdenis zoals die in de afgelopen jaren verschenen zijn vanuit de hoek van de moderne theologie die voelt direct het verschil in uitgangspunt, het verschil in achtergrond. In deze bundel van Van Ruler geen redeneren vanuit de practische situatie naar het Credo, maar belijdend vanuit het Credo zonder meer.
Je zou zeggen dat de dialoog met eigentijdse stromingen ontbreekt. Maar dat is slechts schijn. Weliswaar worden slechts zelden bepaalde moderne stromingen concreet genoemd, maar inmiddels is Van Ruler met ieder in gesprek, maar dan op een zodanige wijze dat de gesprekspartner als het ware wordt meegenomen naar de bron van het belijden van de kerk, dat is naar de Schrift zelf. Daarbij worden de heilsfeiten zoals die in de historie verankerd liggen zonder omwegen beleden. „Het geloof ligt voor anker in de geschiedenis. Het leeft van historische heilsfeiten.”
In dit boek wordt het Apostolicum op de voet gevolgd. Woord voor woord komt aan de orde. Alleen al aan de belijdenis „en in Jezus Christus" worden vier overdenkingen gewijd, aan elk woord één.
Wat deze bundel dunkt ons zo waardevol maakt is de trinitarische opzet. Dat kan voor de hand liggend lijken gezien de aard van het Apostolicum, maar de schrijver houdt deze trinitarische lijn door heel de behandeling van de twaalf artikelen consequent vast. Hij zegt bij voorbeeld als hij handelt over de belijdenis aangaande Jezus, dat we het drieluik God de Vader en de schepping, God de Zoon en de verlossing en God de Heilige Geest en de toeeigening en de verheerlijking niet mogen toeklappen, zó dat we alles alleen maar in Jezus vinden. Zo trekt hij bijvoorbeeld de lijnen van Christus naar de Heilige Geest maar ook van de Heilige Geest naar Christus. De Geest moet ons de ogen openen voor Christus, onze wil voor hem bevrijden, ons hart voor hem vertederen en verbrijzelen.
De christologie wordt door Van Ruler geplaatst in het bredere raam van de triniteit, de christocratie in het raam van de theocratie.
Het is bekend dat Van Ruler sterk theocratisch denkt. Het belijden van het Credo heeft consequenties voor het leven van de staat. Dat vinden we in deze bundel ook telkens terug, bijvoorbeeld wanneer hij handelt over Pontius Pilatus en over Gods eniggeboren Zoon, Onze Heere, en wel op een zodanige wijze dat zijn zienswijze in dit opzicht meer aandacht verdient dan zij doorgaans krijgt.
Zo zou uit deze bundel meer genoemd kunnen worden. Bijvoorbeeld uit het mooie hoofdstuk over de maagdelijke geboorte, waarin erop gewezen wordt dat de manier van deze geboorte er het duidelijke bewijs van is hoe Jezus zijn geboorte zelf heeft gewild. En verder zou nog gewezen kunnen worden op de hoofdstukken over de opstanding der doden en het eeuwige leven.
We menen dat met deze bundel een belangrijke bijdrage is gegeven tot een dieper verstaan van het Apostolicum, iets waaraan in onze tijd grote behoefte bestaat. Daarom is dit naar wij menen een bundel die elke predikant van pas kan komen bij de prediking over de Catechismus. Daarom alleen al kan hij hartelijk worden aanbevolen, al zal ook ieder gemeentelid die dit boek ter hand neemt er rijke uren mee kunnen hebben.
Dr. J. van Putten: Zoveel Kerken Zoveel Zinnen; Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen, 1968, 287 pagina's, ƒ 18, 75.
Dit proefschrift bevat een sociaal wetenschappelijke studie van verschillen in behoudendheid tussen Gereformeerden en Christelijke Gereformeerden. Voor de totstandkoming ervan heeft dr. Van Putten een enquête laten houden onder mannelijke lidmaten van de Gereformeerde en Christelijke Gereformeerde Kerk in Harderwijk, Grootegast en Sliedrecht, van de Gereformeerde Kerk te Leiden en de Christelijke Gereformeerde Kerk te Eindhoven, in totaal 1064 personen. De vragen die aan de geënquêteerden werden voorgelegd hadden betrekking op onderwerpen als het gebruik van de nieuwe vertaling of de nieuwe psalmberijming, modernisering van de Heidelbergse Catechismus, gebruik en uitbreiding van de gezangenbundel televisieuitzendingen van kerkdiensten, bioscoopbezoek, vrouwelijke ambtsdragers, bezit van een T.V. toestel, gemengd zwemmen, dansen, reizen op zondag, houding tegenover de wereldraad van kerken etc. De conclusie van de schrijver is dat de behoudendheid onder de Christelijke Gereformeerden groter is dan onder de Gereformeerden. Daarbij krijgen de Christelijke Gereforimeerden in Sliedrecht het hoogste scorecijfer voor behoudendheid en in Eindhoven het laagste. Ook de gereformeerden zijn in Sliedrecht het meest behoudend. Overigens zijn er uit deze conclusies ten aanzien van de diverse onderdelen tal van interessante variaties te signaleren.
Naast dit alles komt in dit proefschrift aan de orde de visie die de ondervraagden op elkaars kerken hebben alsook de raakvlakken die er zijn met andere kerken dan de genoemde. Wat de Hervormde Kerk betreft wordt in dit opzicht onderscheid gemaakt tussen de Gereformeerde Bond en de overige richtingen.
Ook geeft de schrijver een verhelderende historische schets van de ontwikkeling in beide genoemde kerken, waarbij uitvoerig aandacht wordt besteed aan de tijd van de afscheiding en de doleantie. Veel aandacht krijgen ook de conventikels en de oefenaars.
We moeten bij dit alles wel bedenken dat we hier te maken hebben met een sociologische studie. Op verschillende plaatsen attendeert de schrijver daar ook zelf op door erop te wijzen dat bijbels-theologische overtuigingen en achtergronden niet in deze studie betrokken zijn. Dat werpt natuurlijk wel vragen op. Want wat sociologisch gezien in kaders van behoudendheid wordt gezet, zou theologisch gezien wel eens in andere categorieën kimnen passen. De eenheid van en wisselwerking tussen leer en leven spreken hier een geducht woord mee. Is b.v. de visie op vragen rondom de vrouw in het ambt, reizen op zondag etc. alleen een kwestie van behoudendheid? In dit opzicht zal dit boek voldoende „voer voor theologen" kunnen bevatten.
Tenslotte moet nog worden opgemerkt dat de schrijver soms even buiten het kader van zijn strikt sociologische studie treedt en waardeoordelen geeft die niet vanuit zijn onderzoek worden waargemaakt, al zijn die conclusies wel voor de hand liggend. Zo b.v. wanneer hij zegt dat het traditionalistisch klimaat van de Chr. Gereformeerden in Sliedrecht in sterke mate begunstigd is door de predikant ds. C. Smits (waarom overigens de dubbele betiteling predikant ds.? ) die daar een grote invloed heeft en er van 1934-1942, van 1952-1956 en van 1956 tot heden heeft gestaan. De enige motivering die in die richting wijst is de opmerking van één van de respondenten: „Smitje kan het toch zo kostelijk zeggen". Het zou echter raadzaam geweest zijn als in de eerste plaats de relatie voorganger-gemeente in Sliedrecht in het onderzoek betrokken zou zijn geweest, maar dan in de tweede plaats ook in de andere plaatsen waarop het onderzoek zich richtte. In ieder geval levert dit boek echter een duidelijke doorsnede van het gedachten patroon in de beide kerken die in het onderzoek betrokken waren. Bovendien heeft de schrijver het geheel gepresenteerd in een goed leesbare stijl. Slechts eenmaal troffen we een storende (zet)fout aan, nl. in het woord geestesgesteldheidlieden (pag. 171).
De uitgever heeft dit boek keurig verzorgd.
E. Pijlman, Avondwandelingen; Uitgave J. H. Kok JV.V., Kampen, 1968; 168 pagina's; ƒ 8,90.
In deze bundel zijn een aantal avondoverdenkingen opgenomen van ds. E. Pijlman, Gereformeerd predikant te Amsterdam. Een serie van drie meditaties is gewijd aan de natuur. Daarin staan enkele gedachten uit de bijbel over de bomen, de bergen en de eilanden. Enkele overdenkingen staan in het teken van de vredesweek. Verder handelen enkele meditaties over fragmenten uit het boek Samuel, het boek Richteren, en de evangeliën. De stukjes zijn geschreven op de man af. Dat betekent dat allerlei situaties uit het alledaagse leven worden doorlicht met een bijbelgedeelte als thema. Daarbij neemt de schrijver soms uitgangspunten in de Schrift die niet elke dag aan de orde komen b.v. Richteren 19 : 22-28a en Richteren 9:7-15.
Het boekje is door de uitgever keurig uitgegeven.
H. J. v.d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's