BOEKBESPREKING
H. Verwey: Ik ben die Ik ben; Uitg. Buyten & Schipperheijn, Amsterdam 1968; 439 pagina's; ƒ 9, 75.
De schrijver van dit boek heeft nogal een bewogen leven achter de rug, ook in journalistiek opzicht. Hij was onder andere redacteur van het communistische dagblad „De Waarheid". Thans is hij hoofdredacteur van het Rotterdamse weekblad „De Havenloods", een uitgave van „Stichting Clubhuizen De Jeugdhaven" die door middel van dit blad haar sociaal-evangelische doelstellingen uitdraagt.
Dit boek van Verwey over de Heilige Schrift is ongetwijfeld een opmerkelijk boek. Scherp analyseert hij hierin de huidige saecularisatie waarbij hij kritisch ingaat op moderne theologen die existentiële gevoelens of het moderne wereldbeeld tot norm van de waarheid verheffen, waardoor velen die leven vanuit het geloof in de Schrift de grond onder de voeten wordt weggegraven.
Hij komt op voor het objectieve van de bijbelse openbaring. Ongeacht subjectief geloof of ongeloof is de bijbelse openbaring twijfelloos waar. Het is het boek van Gods heilsplan, en waar deze heilsperspectieven met betrekking tot het Koninkrijk Gods worden vernietigd is de noodzakelijke consequentie het atheïsme en het nihilisme.
We mogen de heer Verwey dankbaar zijn dat hij zo duidelijk voor het unieke van de bijbelse openbaring opkomt. Vooral omdat hij zijn beschouwingen plaatst tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in onze eigen tijd, waarbij duidelijk blijkt dat hij zich heeft ingeleefd in de problemen van de secularisatie, en van de hele ontwikkeling in cultuur en wetenschap.
Uitvoerig gaat de schrijver ook in op het eschaton, de leer van de laatste dingen. Het eindgericht, de wederkomst van Christus, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde het krijgt alles een duidelijke plaats, waarbij de schrijver ernst maakt met de Schriftgegevens. Zo komt ook de functie van Israël in de toekomst aan de orde. De uitgever zegt in dit verband in een voorwoord, dat hij de visie van de schrijver op Israël niet deelt en dat hij zich distantieert van de chiliastische elementen in dit boek. En inderdaad rijzen hier vragen, al moet gezegd worden dat het de moeite waard is om met die schrijver mee te denken inzake deze moeilijke materie.
Inmiddels moet ook gezegd worden dat dit boek geen eenvoudig boek is. Het vraagt om een van stap tot stap meedenken met de vaak diepzinnige gedachten van de schrijver. Er rijzen bij lezing ook wel vragen. Soms hebben we de indruk dat een te rationele benadering wel eens tot speculaties leidt die vanuit de Openbaring zelf niet (kunnen) worden waargemaakt. Bij voorbeeld als de schrijver handelt over de tekenen bij het eindgericht en ook als hij spreekt over de wonderen. We zijn dankbaar dat hij de wonderen in de bijbel niet als mythen of symbolen weginterpreteert. Hij stelt dat de wonderen in de bijbel niet boven natuurlijk zijn, maar dat zij vallen binnen het kader van een ultra realiteit, dat wil zeggen van een natuurlijke werkelijkheid die wij (nog) niet kennen. Hij zegt in dit opzicht: „Essentieel bij alle wonderen is te beseffen dat onze onmacht niet voortvloeit uit de onmogelijkheid van wonderen, maar uit ons ongeloof waardoor wij de beschikbare krachten niet kunnen begrijpen en hanteren." Op zichzelf zijn dat waardevolle gedachten. Anderzijds dreigt toch het gevaar dat door deze redenering de wonderen getrokken worden binnen de kring van ons verstandelijk kennen, zij het een verstandelijk kennen dat voor ons nog niet toegankelijk is. We zouden eerder geneigd zijn om de wonderen te zien als ultra-realiteit die uitsluitend door de Schepper te doorgronden zijn.
Overigens is het waardevol dat die schrijver laat zien dat velen die momenteel ook theologisch de saecularisiatie, en de ontmythologisering aanvaarden, uitgaan van een verouderd natuurwetenschappelijk denken dat door de voorhoede van de wetenschap al is achterhaald, en ook dat het voortschrijden van de kennis niet louter een zaak is van voortschrijdende wetenschap, maar dat er ook een overdragen van kennis is „van buiten de mens", dat wil zeggen door openbaring van buiten af, aan de bijbelschrijvers.
We willen dit boek van harte aanbevelen. Het prikkelt tot nadenken, soms ook tot tegenspraak, maar in ieder geval hebben we hier te maken met een boek dat ernst maakt met het openbaringskarakter van de Schrift.
H. J. v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's