De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VOLG MIJ!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VOLG MIJ!

6 minuten leestijd

Staat op, laat ons gaan: zie, hij is nabij, die mij verraadt. Mattheus 26 : 46.

In de komende lijdensweken zullen wij uit het Evangelie horen dat Jezus geleden heeft en hoe Hij geleden heeft. De overdenking van het dat en het hoe geeft rijke vruchten tot diepe verootmoediging en tot sterke vertroosting.
Jezus heeft geleden. Hij bracht het grote offer vol smart en hoon. Daardoor worden wij geleerd hoe diep wij gevallen zijn. Onze zonde is groot. Wie zal dan niet in diepe verootmoediging en met smart zijn schuld voor God belijden!
Jezus heeft in liefde en gehoorzaamheid geleden. Daardoor worden wij onderwezen, dat Hij onze zonde verzoend heeft door de vervulling van Gods wet. Hij heeft lijdende de wil des Vaders voor al de Zijnen volbracht. Wie zal dan niet door een sterke vertroosting verblijd worden, omdat wij door het geloof weten mogen: de schuld uws volks hebt gij uit uw boek gedaan, ook ziet gij geen van hunne zonden aan! De ware rust in God wordt door het geloof gesmaakt, als wij Jezus' woorden aan het kruis horen: het is volbracht!
In Gethsemané heeft Jezus geleden en gestreden. Wie zal dit lijden kunnen peilen? Wij kunnen alleen in stille verwondering en diepe verootmoediging toezien.
In Gethsemané heeft Jezus geleden en gestreden en gebeden. Zijn lijden was bidden en Zijn bidden was strijden.
Jezus zag de drinkbeker, vol smart en nood; de Vader had Hem deze beker toegereikt en Hij heeft die aanvaard. Het moment is nu gekomen dat Hij die in de hand moet nemen om die uit te drinken tot het einde, tot in de dood! Hoe is Hij nu ontroerd! Tot Zijn discipelen sprak Hij: mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe.
Jezus was volkomen mens: wie zou bij het doorzien van zoveel leed en nood, van zoveel schuld en smart niet huiveren? Wie zou de dood zien en niet ontsteld zijn? De zonde is het Gode vijandige en wie kon daaraan meer lijden dan de Zoon des Vaders, die God liefliad in volmaaktheid? De dood is het verdiende loon en wie kan voor de dood meer huiveren dan Hij, die de levende is?
Was deze ontreddering zwakheid? Ja, maar wij zijn ook zwakke nietige schepselen om zoveel leed te kunnen dragen. Maar deze zwakheid dreef Jezus naar Zijn Vader toe. In zwakheid vluchten wij tot de zelf-verlossing of tot de aanklacht jegens God: de Heere heeft mij vergeten! Wij vallen in zelfhandhaving. Maar Jezus nam de toevlucht tot Zijn Vader en Hij bad: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan. Dit gebed is geen aanklacht en geen vertwijfeling. Jezus legt biddende de beslissing in de hand des Vaders, omdat Hij Zichzelf in 's Vaders hand legt, ook met Zijn willen. Jezus had als mens ook Zijn willen en begeren, maar Hij bracht Zijn wil onder 's Vaders wil, niet in opstand of uit machteloosheid maar in liefde tot en in onderworpenheid aan de Vader. Zo was Zijn gehoorzamen een daad, een wilsdaad, een beslissing en zo was Zijn gehoorzamen een overwinnen van Zijn eigen wil. Zo was Hij de ware mens, het echte kind des Vaders.
Weten wij nog van de echte mens? De echte mens is naar ons besef geen kind, zeker geen kind van God. De echte mens is mondig: hij heeft een mond en heeft zeker, ook tegenover God, zijn mond niet te houden. De echte mens is zelf-standig: hij staat op eigen benen: hij wil en beslist, hij wil van niemand afhankelijk zijn.
Is Jezus in Gethsemané wel een echt mens? Op zijn zachtst gezegd twijfelen wij eraan. Ons mens-beeld is toch van nature wel een ander.
Van nature handhaven wij onszelf, zelfs tegenover God. We zijn ook wel geneigd te buigen, maar dan voor het onvermijdelijke. Dan is God een „het", het noodlot, waartegen niet te vechten is, waartegen niet te willen is. Dan overheerst de wetmatigheid, waarin wij nu eenmaal ons passen moeten. Hier is het kil en koud: hier is geen liefde.
Is God een Hij, dan verzetten wij ons tot het bittere einde uit liefde tot ons zelf, is Hij een het, dan berusten wij in de ijzige onvermijdelijkheid!
Kunnen wij zo de mens Jezus verstaan? Neen, Hij leeft met andere maatstaven en met een ander hart dan wij.
Toch is Hij de ware mens! Door de zonde bleven wij mens, maar werden verdorven mensen. Jezus is mens en Hij bleef door de gehoorzaamheid aan God een volkomen mens. In die weg was Hij de Redder en Zaligmaker. Zoals Hij in Gethsemané Zijn eigen wil onderwierp aan Gods wil in liefde en ootmoed, zo heeft Hij ook Zijn hele leven gedaan en zo heeft Hij de verdere lijdensweg na Gethsemané gewandeld tot in de dood. Hij is de mens, de mens Gods, de volkomen mens, de aan God gehoorzame mens!
Daarom stond Hij na de gebedsstrijd op om Zijn discipelen te wekken en Zichzelf aan Zijn moordenaars te geven. Hij ontliep Judas en de soldaten niet. Hij trad hen in vrijheid tegemoet, bewust en gewillig en Hij nam zelfs Zijn discipelen mee opdat Hij in Zijn overgave hun vrijheid bedingen zou: indien gij Mij zoekt, zo laat dezen henengaan. Hij gehoorzaamde de Vader en de vruchten van Zijn lijden en liefde zijn voor anderen, voor al de Zijnen. Hij gehoorzaamde en Hij maakt gehoorzaam. Als vrucht van Zijn strijd heeft Hij het recht en de macht ontvangen om Gods belofte te vervullen: Mijn volk zal zeer gewillig zijn in de dag van Mijn heirkracht.
Hij maakt onwilligen gewillig, vijanden tot vrienden, opstandigen tot gehoorzamen. Hoe heerlijk is Hij toch, deze ware mens, om ons verdorven mensen te vernieuwen door Geest en Woord tot Zijn evenbeeld. Door Zijn gerechtigheid verzoent Hij de onmetelijke schuld en door Zijn Heilige Geest wederbaart Hij tot een nieuw leven. Zo gaat Hij nog rond met Zijn Evangelie en Hij vindt armen en ellendigen, die in hun nood alleen maar op zijn goedertierenheid kunnen hopen en willen hopen.
Deze ware mens is de ware koning. Hij verwierf zich door Zijn dood Zijn onderdanen en Hij leidt ze nog door Zijn Geest en Woord om onderdanen te worden en te blijven. Hij maakt echte mensen, die hier leren gehoorzamen en die hier nooit uitgeleerd raken, want zij staan elke dag voor de opdracht om hun wil aan Gods wil te onderwerpen. Geloof en gehoorzaamheid zijn gave en opdracht tegelijk. Hoe zwaar is de strijd dan als wij onze wil ver van Gods wil af verwijderd vinden, als God ons in kruis en moeite brengt, die ons vlees en hart wonden en pijn doen. Laten wij dan niet opstaan om opstandig te worden, maar opstaan om aan Christus' hand te gaan ook waar onze verrader vlak bij is. Hij weet waar Hij ons brengt en Hij leidt ons door kruis en nood heen langs wegen, die Hij zelf gegaan heeft en voor ons gebaand heeft. Daarom zullen wij niet omkomen aan Zijn hand, als Hij dicht bij ons blijft en Hij ons dicht bij Hem houdt, zodat wij bidden: Heere, bij U schuil ik!
Na Gethsemané zegt de Heere: volg Mij! Dat is ook de beste weg: achter Hem aan!
R.                                                                                                                     d. L.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VOLG MIJ!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's