MOEILIJKE BEROEPEN
Een en andermaal ontvingen wij brieven uit vacante gemeenten. In het bijzonder uit de grotere gemeenten, waarin een predikantsplaats, bezet door een Hervormd Gereformeerd predikant, vacant is en ondanks een of meer beroepen vacant blijft. Vanzelfsprekend rijzen dan de vragen. Men heeft op die plaatsen het gevoel, dat men als een kleinere of grotere minderheid door de predikanten, die bedanken, min of meer in de steek gelaten wordt. De kerkelijke positie is toch al zo moeilijk!
Men worstelt met allerlei vragen en problemen, die in min of meer homogene gemeenten van hervormd gereformeerde signatuur niet of niet zo bekend zijn. Men mist de prediking, die poogt de breedte met de diepte van de Schrift te verbinden en waardoor het geestelijk leven gevoed en onder Gods genade ook gewekt wordt. De kerkgang van de gezinnen ondervindt veel moeilijkheden.
Men heeft behoefte aan leiding in de kerkeraden, in de gemeente en voor de jeugd. De (wijk)kerkeraden worstelen na elk bedankje opnieuw met de vraag: En wat nu?
Daarbij komen vermoedens op, dat beroepen predikanten opzien tegen gemeenten van gemengde samenstelling en tegen de confrontatie met de kerk in haar feitelijke gestalte, stromingen en richtingen.
Hebben deze predikanten zichzelf er wel voor over? De kleinere gemeenten zorgen in de regel goed voor hun dienaren wat woongelegenheid en salariëring betreft. Dat strekt deze gemeenten tot eer. Zouden - zo vraagt men dan - ook deze factoren niet meespreken in de beslissing?
De woongelegenheid, die men heeft, haalt niet bij die men in de beroepen gemeente heeft aan te bieden.
De ’versieringen' inzake het tractement ontbreken vaak. Het vraagt een offer van de predikant en zijn gezin om zo'n beroep te aanvaarden.
’k Meen, dat ik op deze wijze zo waarheidsgetrouw als het maar mogelijk is, de gedachten van kerkeraadsleden en leden uit deze gemeenten heb weergegeven.
Wat daarvan te zeggen?
In de eerste plaats, dat er een ontstellend aantal vacatures is, niet alleen in de bovenbedoelde gemeenten, maar ook in de meer homogene gemeenten. Wij verheugen ons, dat er in dit jaar weer een aanzienlijke toename van candidaten plaats vindt, maar deze toename is onvoldoende om op korte termijn in alle vacaturen te voorzien.
In de tweede plaats moet gezegd worden, dat niet iedere predikant geschikt is in een z.g. gemengde gemeente te staan. Dat is geen diskwalificatie, maar een constatering. De gaven zijn verscheiden.
In de derde plaats kunnen er redenen zijn voor een predikant om voor een dergelijk beroep te bedanken zonder dat hij in staat is aan ieder uitleg van deze redenen te geven. Toch kunnen deze redenen soms de toets van alle critiek doorstaan.
In de vierde plaats moet erkend worden, dat ieder van ons gevaar loopt meer te rade te gaan met vlees en bloed dan met de Heere. De gewone gestalte van de dienaar is - bijbels gezien - niet een in de watten verpakte, maar een lijdende en strijdende.
Vertonen wij dit beeld?
Van niemand wordt gevraagd, dat hij levenslang op een zeer aangevochten plaats op zijn tenen staat. Wel is het voor een dienaar nuttig - om met Paulus te spreken - dat hij in alle dingen op allerlei wijzen onderwezen is. Daartoe behoort ook dat hij de nood van deze gemeenten niet alleen van verre aanschouwt, maar ook aan den lijve ondervindt en daar met het Woord alleen staat.
Dat is bijzonder vruchtbaar én voor de gemeenten én voor de dienaren. Op die plaatsen verliezen wij veel 'franje' en worden wij op het Woord Gods alleen teruggeworpen. De beschermende hang van de traditie is er - met alle voor- en nadelen van dien - weggebroken, maar er is en blijft het werkingsveld van het Woord Gods. En dit werkingsveld is niet te onderschatten. Want het is Gods werkingsveld.
Mits wij maar blijven bij de prediking naar de Schriften. Mits onze prediking niet mist het staal van de uit de Schrift geputte belijdenis der kerk. Mits wij ons maar niet aanpassen en mensen gaan ontzien. Mits wij maar niet in een onvruchtbaar isolement terechtkomen en in een ghetto langzaam maar zeker uitsterven.
Intussen ben ik bezig een goed woord te schrijven voor deze gemeenten. En dat mag!
Daarom wil ik eindigen met een klemmende oproep tot de predikanten, die een beroep naar zo'n gemeente ontvangen, zo dit enigszins mogelijk is, dit beroep te aanvaarden.
Een van onze predikanten had tot stelregel: „Ik ben steeds gegaan naar plaatsen, waar ik het meest nodig was. En God heeft daarover zegen gegeven!”.
Wij hebben iedere beslissing te respecteren, die genomen wordt in de laatste ernst voor Gods Aangezicht, ook al is deze beslissing een bedankje. Wie echter een soortgelijk beroep met veel zelfverloochening kan aanvaarden, zal ondervinden, dat God met hem en zijn gezin gaat. En dat is alles.
K. a. Z. G. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's