WIE IS DEZE ZOON DES MENSEN?
Johannes 12 : 34 slot.
Deze vraag stelde de schare aan Jezus, kort na de intocht te Jeruzalem. Deze was zo vervuld van wat Hem in de stad die de profeten doodt te wachten stond, dat Hij er in Zijn woorden steeds uiting aan gaf. Op de vraag van de Grieken, via Filippus en Andreas aan Hem overgebracht, was Hij gaan spreken over Zijn verheerlijking, die Hij verbond met de wet van het tarwegraan.
Hoewel het vooruitzicht van Zijn lijden en kruisdood Hem zeer aangreep, bad Hij niet: Vader, verlos Mij uit deze ure. Immers, juist tot dat doel was Hij gekomen. Er was voor Hem geen andere weg om de wil van Zijn Vader te volbrengen en Zijn volk te verlossen.
Na de opstanding zou Hij het tot de Emmaüsgangers zeggen: Moest de Christus niet deze dingen lijden en alzo tot Zijn heerlijkheid ingaan? Hoezeer Jezus ook terugschrok voor het lijden dat Hij zou moeten doorstaan.,. Hij zocht niet Zijn wil te doen. Evenals later in Gethsémané verklaarde Hij dat de wil des Vaders Hem boven alles ging en alleen Zijn gehoorzaamheid strekte tot de verheerlijking van Diens Naam. Daarom was Zijn gebed: Vader, verheerlijk Uw Naam.
Toen klonk het antwoord uit de hemel: En Ik heb Hem verheerlijkt en Ik zal Hem verheerlijken.
Toch gebeurde dat niet omdat het voor Jezus nodig was, maar terwille van de schare.
Jezus zei: Nu is het oordeel dezer wereld; nu zal de overste dezer wereld buiten geworpen worden. En Ik, wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken.
De evangelist tekent hierbij aan, dat Jezus hiermee aanduidde welke dood Hij sterven zou.
De verhoging aan het kruis (zie ook 3 : 14) is de culminatie van de liefde des Vaders tot de wereld. Hij geeft Zijn eniggeboren Zoon in de bittere en smadelijke dood aan het kruis om de wereld met Zichzelf te verzoenen (2 Cor. 5 : 19). Ieder die in Hem gelooft zal niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben.
De verhoging van de Zoon des mensen betekent dat het rijk van de duivel uit is. Tegen de liefde van God en het offer van Christus moet de duivel het afleggen. Daar is niet tegen te vechten.
Hij briest nog wel en gaat vreselijk te keer, maar sedert Golgotha is zijn uitwerping aan de gang. Aan het eind van deze bedeling zal de overwinning van Christus openbaar worden.
En als Hij verhoogd zal Zijn, zal Hij ze allen tot Hem trekken. Die in Hem geloven en met Hem lijden, zullen met Hem verheerlijkt worden (Rom. 8 : 17).
Duidelijk blijkt in dit verband, dat Christus' vernedering en Zijn verheerlijking met elkaar onverbrekelijk samenhangen. Jezus ziet ze hier beide in één, en vat ze samen in de uitdrukking „van de aarde verhoogd zijn”.
Zo worden ons de. 'dood en de opstanding van Jezus in hun heilsbetekenis door Hemzelf verklaard.
Dit geeft een duidelijk antwoord op de vraag, wie de Zoon des mensen is.
Maar uit de reactie van de schare blijkt, dat dit niet over komt. De Joden zeggen: Wij hebben uit de wet gehoord, dat de Christus blijft in der eeuwigheid, en hoe zegt Gij, dat de Zoon des mensen moet verhoogd worden? Wie is deze Zoon des mensen?
Deze vraag loopt nu niet direct over van heilbegeerte. Integendeel. Zij begrijpen wel, dat Jezus Zichzelf de Zoon des mensen noemt. Zij weten, dat deze aan Daniël 7 : 14 ontleende uitdrukking van de Messias spreekt. Maar als Jezus zegt, dat Hij de Messias is, wat praat Hij dan van verhoogd worden en weggaan van deze aarde? Zij hebben dat anders gehoord uit de wet (daarmee bedoelen zij de wet en de profeten, voor hen de Godsopenbaring).
Die zegt volgens hen, dat de Christus blijft in der eeuwigheid en een eeuwige heerschappij sticht. Wat Hij zegt over Zijn dood en heengaan van de aarde komt niet overeen met hun verwachting van de Messias. Dat is ook de moeite van de discipelen geweest.
Maar inplaats van zich nader te laten onderrichten uit de Schriften die van Hem getuigen (zie Luk. 24 : 27), is de houding van de schare afwijzend.
Schamper vragen zij: Wie is deze Zoon des mensen? Alsof ze willen zeggen: U geeft Uzelf nu wel voor de Messias uit, maar uit Uw eigen woorden blijkt dat het niet waar kan zijn! Zij wijzen Hem dus af in ongeloof.
Het is net zo'n vraag als van farao aan Mozes en Aaron: Wie is de Heere? Ik ken de Heere niet. En hij weigerde Hem het geloof en de gehoorzaamheid. (Ex. 5:2).
De Joden kenden geen Messias, Die lijden en sterven zou. Daarom weigerden zij Jezus het geloof en de gehoorzaamheid. Zij waren verblind en misleid door hun halve waarheid en het door henzelf gekleurde Messias-beeld. Daarom riep Jezus hen op om zich, zolang Hij nog bij hen was, door het Licht te laten leiden, opdat zij niet door de duisternis bevangen zouden blijven (vers 35, 36).
Waar het voor ons op aan komt is, dat wij die zo goed op de hoogte zijn van Jezus ware Messias-zijn en van de heilsbetekenis van Zijn dood en opstanding, werkelijk geloven in het Licht, opdat wij kinderen van het Licht mogen zijn.
Zou het onder ons niet voorkomen, dat wij met al onze kennis en inzicht in de waarheid van het Evangelie des kruises toch innerlijk afwijzend blijven staan? Omdat onze eigen gerechtigheid ons liever is dan de gerechtigheid van Christus?
Het is niet genoeg, dat wij op de vraag: Wie is de Zoon des mensen? een correct antwoord kunnen geven, naar de Schrift en de belijdenis. Wij kennen Hem alleen, wanneer wij tot de belijdenis zijn gekomen, dat Hij om onze overtredingen is verwond en om onze ongerechtigheden is verbrijzeld, en ook opgewekt is tot rechtvaardiging van ons zondaren.
Het gaat om de overgave aan Hem, de kennis van Hem, Die voor ons Borg geworden is met Zijn hart (Jer. 30 : 21).
Zo leren wij Hem kennen door de Heilige Geest, Die Christus verheerlijkt in het leven van kinderen der duisternis.
Dan belijden wij op de spottende vraag: Wie is de Zoon des mensen? met overtuiging en liefde: Mijn Redder en Mijn God!
O. G.B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's