De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Synode-vergadering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Synode-vergadering

8 minuten leestijd

II.
Het ambtsrapport van professor Berkhof.
Opnieuw heeft de synode zich gebogen over het inmiddels bekende rapport inzake de ambten zoals dat door prof. dr. H. Berkhof was opgesteld. In dit rapport komt o.a. de gedachte naar voren dat het Nieuwe Testament een dermate grote gevarieerdheid laat zien ten aanzien van de ambten dat het niet mogelijk is op de Nieuw Testamentische gegevens een leer aangaande het ambt te bouwen. De consequentie van een en ander is dat het Bijbels gezien van ondergeschikt belang is of de kerkstructuur presbyteriaal of episcopaal is. Bovendien wordt in het rapport van prof. Berkhof een vloeiende overgang tussen ambt en charisma gehanteerd. Het ambt is getrokken in de sfeer van de binnenkerkelijke functie.
Na de scherpe theologische discussies over deze materie op de zomervergadering 1968 van de synode had prof. Berkhof zijn rapport op enkele punten gewijzigd en aangevuld, hoewel hij, zoals hij in zijn inleidende opmerkingen ter synode stelde, geen kans zag zijn standpunt om te buigen naar de kant van de bezwaarden. Het lag dan ook voor de hand dat de synode inhoudelijk met deze zaak niet veel verder zou komen. Dat bleek ook al uit de schriftelijke vastgelegde reacties op het rapport door de leden van de commissie inzake het ambt. Elk van de commissieleden had in een afzonderlijk commentaar zijn visie gegeven, omdat een gezamenlijke reactie niet mogelijk was vanwege de zeer uiteenlopende standpunten.
Naast enthousiasme voor het rapport was er in de commissie ook scherpe kritiek. De instemming was er b.v. bij drs. P. Oskamp, die met Berkhof de inbreng van de sociologie bij de bezinning rondom het ambt wilde honoreren, en van prof. dr. M. de Jonge, die ter synode zei dat het rapport Berkhof hem nog niet ver genoeg ging - hij wilde veel meer overlaten aan niet-geïnstitutionaliseerde vormen - en die de tegenstanders van het rapport Berkhof verweet niet bijbels-exegetisch te werk te zijn gegaan en ook vaak kreten geslaakt te hebben.
Anderzijds was er binnen de commissie ook fundamentele kritiek op het rapport. De predikanten drs. W. Balke en drs. S. Meijers stelden in een gemeenschappelijk commentaar dat Berkhof in zijn ambtsbeschouwing het Oude Testament buiten beschouwing laat en daardoor de Nieuw Testamentische gegevens over het ambt isoleert en er mee afrekent. Zij stelden dat zijn visie niet ingepast is in de Bijbelse gegevens en dat hij daarom ook geen verbinding legt tussen het met volmacht spreken van de apostelen en het ambt. Tevens misten ze in het rapport te zeer het Beeld van de Hemelse Ambtsdrager, die het ambt in het leven roept en stempelt, alsook de nadruk op de leiding van de Heilige Geest door middel van het ambt.
En tenslotte wezen ze erop dat te weinig gehonoreerd is dat de vertegenwoordiging van Christus door de ambten primair een vertegenwoordiging is door het bezig zijn met het Woord. Bij Berkhof liggen de ambten te veel in het vlak van dienstbetoon, met als enig onderscheid in de ambten het onderscheid in functie. Daarom krijgen het „oudstenambt" - de benaming is uit het rapport Berkhof - en het predikambt te weinig eer en dreigt de gemeente te worden tot een gemeenschap waarbinnen allerlei gaven die aan de diverse gemeenteleden zijn geschonken (de charismata) worden verambtelijkt, terwijl de Heilige Geest als het ware Zijn fiat moet geven aan de sociologie.
Ook prof. dr. A. F. N. Lekkerkerker gaf in zijn commentaar als kritiek dat het Oude Testament in het rapport Berkhof niet functioneert en dat daardoor ook het Nieuwe Testament onder de tafel verdwijnt. Bovendien vond hij het bevreemdend dat in het rapport nergens uit de verf komt hoe in de Hervormde Kerk het ambt tot een kwestie kon worden. Hij miste het aanduiden van de samenhang tussen de huidige vragen rondom het ambt en de huidige gezagscrisis waarin we ons bevinden. Ter synode liet hij in dit verband ook het woord geloofscrisis vallen. Velen weten niet goed raad meer met de inhoud van hun verkondiging en komen daardoor ook in de mist met hun visie op de ambten.
Ds. F. H. Landsman raakte in een door hem geschreven „ongevraagd advies" ook de kwestie van de geloofscrisis aan, maar hij meende dat het rapport over de zin en het gezag van het ambt niet van de geloofscrisis mag uitgaan, maar veeleer moet spreken vanuit het belijden der kerk zoals dat in artikel X van de kerkorde is geformuleerd.
Toen de synodeleden over deze materie het woord kregen was het van meet af aan duidelijk dat de scherpe theologische debatten van de zomervergadering 1968 niet gecontinueerd zouden worden. In plaats van de theologische achtergronden weer opnieuw aan de orde te stellen, beraadde de synode zich meer over de te volgen beleidslijn. Dat neemt echter niet weg dat gedurende de gehele bespreking toch telkens het verschil in theologische benadering doorklonk. Ds. M. C. Don stelde b.v. dat de ambtsdrager zijn opdracht niet heeft vanuit de gemeente maar vanuit de roeping en dat de volmacht van het ambt niet charismatisch vervluchtigd mag worden. Wanneer de ambtsdrager het Woord doorgeeft dan geldt: „Wie u hoort, hoort Mij."
Anderzijds vond de arts dr. Hoekstra dat het woord roeping uit de tijd was, ook ten aanzien van de ambten. De enige roeping was naar zijn zeggen een goed mens te zijn. Hij pleitte voor een sociologische benadering van de ambtsstructuur, d.w.z. voor een functionele aanpak van de ambten.
Drs. K. Exalto vatte zijn bezwaren tegen het rapport Berkhof nog eens samen in een aantal punten. Hij stelde dat de eenheid van het Nieuwe Testament niet tot zijn recht komt, dat de exegese van het Nieuwe Testament niet functioneert in de rest van het rapport, dat de relatie van het ambt tot de doctrina (de leer) wordt gemist en dat het soms lijkt alsof er twee Calvijns hebben bestaan gezien de manier waarop bepaalde uitspraken van hem worden geciteerd.
Ds. G. Würsten, de pas benoemde assessor benadrukte dat de prediking en het kerk zijn het best tot hun recht komen binnen de gereformeerde ambtsstructuur. Ds. G. J. Voortman, Oud Vossemeer daarentegen zei dat hij niet kon inzien waarom het rapport Berkhof geen leidraad zou kunnen zijn voor de kerk, b.v. in de grote stad met name in de nieuwe wijken. Bovendien gevoelde hij ook wel de behoefte aan een moderator. Ouderling C. Frankena, IJlst vroeg zich ten aanzien van dit laatste punt echter af waarom de lijn dan maar niet direct doorgetrokken werd naar een paus.
Toen de synode uiteindelijk concrete beslissingen moest nemen ten aanzien van het te volgen beleid waren er aanvankelijk drie voorstellen. Een voorstel van ir. P. J. Baauw uit Velp, om het rapport niet vrij te geven aan de kerk omdat men de gemeente niet met de onmacht van de theologen en van de synode mocht belasten, werd later ingetrokken omdat het te dicht lag bij een voorstel van ds. F. H. Landsman. Ds. Landsman had in een „ongevraagd advies" voorgesteld dat de generale synode de rapporteur en de commissie voor het ambt vragen zou de „kernvragen" nader te bestuderen en de nodige correcties en aanvullingen in het rapport aan te brengen en bovendien het rapport van een inleidend hoofdstuk te voorzien over de vraag „wat is er met het ambt aan de hand?", om op die manier de aan de orde gestelde problematiek doorzichtiger te maken. Daarna moet het gereviseerde rapport opnieuw in de synode komen en vervolgens ter bestudering aan de classicale vergadering worden doorgezonden. Intussen kunnen een aantal elementen uit het rapport Berkhof binnen de huidige kerkstructuur worden gerealiseerd. Dit voorstel werd door 31 synodeleden aanvaard. Een voorstel van ds. M. Krop om het rapport Berkhof zo de kerk in te sturen en dan binnen de kerk een soort hearing erover te organiseren, liefst oecumenisch van opzet, kreeg 13 stemmen en werd dus verworpen.
Zo heeft de synode dit hete hangijzer voorlopig wat op de lange baan geschoven. Al maakte overigens drs. P. Oskamp, lid van de commissie voor het ambt, in zijn commentaar op het rapport Berkhof melding van het feit dat in nieuwe wijken in Groningen, Delft, Alexanderpolder, Zoetermeer en Purmerend al gedacht wordt langs de lijnen van het rapport Berkhof. Naar zijn zeggen kondigen de nieuwe beleidsstructuren zich al aan. Daarom dringt zich de vraag op of op langere termijn de ontwikkellingen toch niet gaan zal naar de ambtsstructuur van het rapport Berkhof. Temeer daar over het rapport van prof. Van Ruler over het ambt in deze synode nog slechts sporadisch werd gesproken, terwijl het bij de concrete beslissingen in het geheel niet meer ter sprake kwam.
H.                                                                                                     J. v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit de Synode-vergadering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's