UIT DE PERS
Gemengde doop.
Dit opschrift lijkt een combinatie van woorden, die theologisch onzuiver en practisch zeer vreemd aandoet. Toch komt iets dergelijks voor. In het blad „Kerknieuws" (onder redactie van W. C. F. Scheps) van 14 februari troffen we het volgende bericht aan:
Nijmegen. De oecumene heeft er toe geleid dat in een hervormde eredienst in onze stad een R.K. pater de Heilige Doop bediend heeft aan vier kinderen uit zgn. gemengde huwelijken. De dienst, die als hervormde dienst werd geleid, stond onder auspiciën van de plaatselijke raad van kerken. Voorganger was ds. H. F. Westerterp. Er komt een tweede dienst in een R.K. kerk met de priester als voorganger en een predikant die de doop bedienen zal. Men ziet de gemengde doopdiensten als een natuurlijk gevolg van tientallen gemengde huwelijken die de laatste jaren interkerkelijk werden gesloten. Verschillende van de betrokken echtparen vestigden zich elders, maar zij komen naar Nijmegen voor de doop van hun kinderen. De kerkeraad wil alleen maar zulke doopdiensten beleggen voor hen die ook in een gezamenlijke dienst getrouwd zijn. In andere gevallen adviseert men die te laten voltrekken in de kerk waartoe de partner die het meest bewust ter kerke gaat behoort!
Nu is het geval Nijmegen niet het eerste. Enkele maanden geleden was er de kwestie van de Delftse doop. Prof. dr. G. P. van Itterzon geeft in het blad van de confessionele vereniging, „Hervormd Weekblad" van 20 februari nog een aanvullend bericht ten aanzien van het Avondmaal:
Wat het avondmaal betreft: Op initiatief van priesters en predikanten is besloten om in Nijmegen in besloten kring Eucharistie/Avondmaal te vieren. Niemand verschijnt in ambtsgewaad. Daar de viering, zo luidt de uitnodiging, op zichzelf reeds het karakter van een verkondigend getuigenis draagt, zodat een „uitgesproken" verkondiging niet direct geaccentueerd moet worden, is er geen preek. Wel moet dit naar voren komen in het welkomstwoord van de predikantgastheer, welk welkomstwoord in de liturgie geïntegreerd wordt, alsook in een langere Schriftlezing welke dan „natuurlijkerwijze" op een stil moment van meditatieve bezinning moet uitlopen en in het appèl van de heenzendingsopdracht. Een priester en een predikant zullen meer direct in de viering voorgaan, alhoewel als principe wordt gesteld, dat allen als „ministri" in gelijkwaardigheid meebetrokken zijn: een con-celebratie dus.
Kerkelijke wetteloosheid.
De utrechtse hoogleraar gaat voorts in op de kerkordelijke aspecten. De motivering van de betrokkenen in Nijmegen als zou het bij de interkerkelijke doopdienst gaan om een bijzondere dienst in de zin van ord. 6-2-4 der kerkorde noemt hij een rookgordijn. Echter deze kerkordebepaling is geen vrijbrief om de meest extreme experimenten met doop en avondmaal te bedrijven. De oecumenische verhoudingen zijn immers in ord. 20 breed behandeld en een kerkeraad van een plaatselijke gemeente kan hier maar niet eigenmachtig optreden.
Daarom heeft men in Nijmegen eigenmachtig en revolutionair gehandeld. Van Itterzon noemt dit een aantasting van het synodale presbyteriale kerkverband en een uiting van congregationalisme, waarbij men volkomen autonoom wil optreden.
De hoogleraar signaleert nog meer uitingen van kerkelijke wetteloosheid. Niet alleen gaat de Raad van Kerken als een superkerkeraad fungeren, maar bovendien geraken we in dit geval in de zozeer gesmade „domineeskerk" verzeild:
Als de R.K. pater in een Herv. kerk doopt, wordt de doop ingeschreven in de registers niet van de Herv. kerk, waar het sacrament is bediend, maar in die van de R.K. kerk! En als straks een Herv. predikant in een R.K. kerk gaat dopen, komen er niet de registers van die kerk aan te pas, maar die van de Herv. gemeente. Een wonderlijk geval! Want als die ouders buiten Nijmegen wonen en dus het vereiste „consent" van hun eigen kerkeraad hebben ontvangen (als men tenminste ook in dit opzicht de kerkorde niet negeert!), zal de doop, in een R.K. kerk bediend, in een Hervormde gemeente worden ingeschreven. En waarom? Omdat toevallig niet een pastoor, maar een dominee in de Roomse kerk de bedienaar was. Men heeft wel eens geklaagd over de „domineeskerk", waarin de dominees de dienst zouden uitmaken. Welnu, die hebben we zodoende ten voeten uit. In Delft was het al zo, dat een predikant, zonder medeweten van zijn kerkeraad, een pater-Jezuiet de doop liet bedienen. Daar deed een dominee, of hij het alles voor het zeggen had. In Nijmegen heeft een kerkeraad geen enkele waarde meer. In zijn Herv. kerk wordt de doop bediend door een R.K. pater, maar de kerkeraad zit er voor spek en bonen bij, want aan inschrijven komt hij niet toe. De doop in de Herv. kerk bediend, is een R.K. doop en wordt in de R.K. registers ingeschreven. Alles vanwege de R.K. pater. Die maakt de dienst uit. Niet de kerkeraad, maar de pater geeft de vereiste doopkleur. Én omgekeerd: Als in de R.K. kerk de doop door een predikant wordt bediend (en wat heeft in een R.K. kerk een wijkkerkeraad te vertellen?), dan verneemt de wijkkerkeraad nadien, dat dit toch een Herv. doop is geweest en dat deze in de Herv. boeken moet worden ingeschreven. Alles vanwege de dominee. Men ziet: de „domineeskerk" en de „priesterkerk" in optima forma. En wat moet er kerkordelijk gebeuren, als de Herv. kerkeraad van X bericht ontvangt, dat een dominee in een R.K. kerk een doop heeft bediend van kinderen uit X en deze Herv. kerkeraad deze kinderdoop in een R.K. kerk weigert in te schrijven, omdat ze het met de praktijk van zulk een „domineeskerk" geheel en al oneens is? Moeten er dan maatregelen van opzicht en tucht op de kerkeraad van X worden toegepast? Plotseling met behulp van de vrijmoedig vertreden „kerkorde"? Moet dan die gesmade kerkorde ineens weer functioneren?
Het geval Nijmegen staat o.i. niet opzichzelf. Het is typerend voor een tijd waarin een revolutiegeest, verzet tegen de gevestigde orde rondwaart. Ook de kerkelijke orde moet het dan ontgelden. Met als gevolg, dat we terecht komen in een kerkelijke anarchie, en bovendien een vreemd klimaat, dat ronduit onschriftuurlijk is. Dat blijkt uit wat prof. Van Itterzon schrijft over dat besloten Avondmaal.
Typisch ouderwets Rooms.
Terecht wijst Van Itterzon erop dat in heel deze kwestie een typisch roomse ambtsopvatting om de hoek komt kijken, een opvatting die b.v. tegen de tendenties van paus Johannes XXIII ingaat.
Paus Johannes XXIII heeft in zijn kerk ruimte gemaakt voor „het volk Gods". Vóór hem bestond de kerk praktisch alleen uit de hiërarchie, de priesters. De leken waren maar ondergeschikt. Een soort aanhangsel. Want dé kerk waren in feite alleen de geestelijken. In een Herv. kerk gaat de avondmaalsviering niet door, als de dominee alleen present is en de gemeente verstek laat gaan. Maar in een R.K. kerk draagt een priester de mis op, ook als de kerk totaal leeg is en geen enkele gelovige is opgekomen bijv. omdat de weg spiegelglad is en men er in de vroegte werkelijk niet dóór kon. De mis in zijn eentje. Paus Johannes vond, dat de kerk toch eigenlijk „het volk Gods onderweg" was en zette de geestelijkheid dus belangrijk terug.
Maar wat doet men in Nijraegen? Daar organiseert men, alsof er geen paus Johannes is geweest, en geen 2de Vaticaans concilie, rustig een „besloten Eucharistie/Avondmaal" in een kring van louter priesters en predikanten. Zonder het volk Gods. Werkelijk ongelooflijk antiek. Echt ouderwets weer een kerk van dominees en geestelijken. Het kan al niet achterlijker. Het kan ook niet onschriftuurlijker. Daar helpen geen vrome woorden aan. Ook geen „meditatieve bezinning".
Voorts zijn er nog andere elementen, die de aandacht trekken: Geen preek, dus puur sacramenteel, ouderwets Rooms. En dit vanwege het „verkondigend getuigenis". Maar wat is dat „verkondigend getuigenis" dan zonder die „uitgesproken" verkondiging, en dan toch wel weer, blijkbaar om een zekere leemte aan te vullen, een „welkomstwoord" van de predikant-gastheer? Zonderling, een eucharistie/avondmaal met een welkomstwoord van een gastheer. Ik zou dat welkomstwoord wel eens willen horen, mede omdat het kwam van een vrijzinnig predikant (zie Jaarboek). Ik dacht, dat Christus onze Gastheer was en dat er bij een avondmaal geen welkomstwoorden van aardse gastheren pasten, maar ik begrijp er werkelijk niets meer van, als zulk een welkomstwoord dan nog „in de liturgie geintegreerd wordt". Hoe ziet die liturgie er dan uit? Is het een Roomse of een Hervormde liturgie, of een oecumenische, geen vlees en geen vis? Hoe een langere Schriftlezing „natuurlijkerwijze" op „een stil moment van meditatieve bezinning" moet „uitlopen" en wat dan nog „het appèl van de heenzendingsopdracht" kan betekenen, is evenmin helder. Want die opdracht komt alleen van de „besloten kring": daar is geen gemeente in betrokken. Ook geen „volk Gods". Dat doen de geestelijke ,,heren" maar onderling. Een concelebratie. Allen „ministri", dienstdoende ambtsdragers. Een viering in de beslotenheid, met geen gewone „gelovige" erbij. Krommer kon het niet. Maar het is wel ouderwets Rooms. Ultra-conservatief van vóór het concilie. Kerkelijk wetteloos.
Over het Schriftgezag.
In het Kerkblad van de Geref. kerken van de IJmond heeft drs. B. Wentsel het boekje van prof. dr. H. M. Kuitert, Verstaat gij wat gij leest aan een critische beschouwing onderworpen.
Drs. Wentsel stelt aan het adres van Kuitert belangrijke vragen. Waarom, zo vraagt hij, wordt de houding van Christus ten opzichte van het Oude Testament niet normatief gesteld voor ons? Voorts wijst hij er op dat concentratie van ons heil in Christus niet mag betekenen dat we de openbaring gaan inperken en reduceren, en b.v. allerlei sagen gaan aannemen of de historiciteit van Adam en Eva gaan ontkennen, omdat dit toch niet te maken heeft met het heil in Christus. Kuitert dreigt volgens Wentsel door te slaan in een methode waarbij wat niet zo direct met Christus samenhangt een blok aan het been van de christen dreigt te worden.
Ook becritiseert hij Kuitert's standpunt t.a.v. het formele en materiële Schriftgezag. Hij schrijft in dit verband:
De auteur hamert er voortdurend op, dat we achter de H.S. terug moeten gaan tot Gods openbaringsdaden. Iets staat in de H.S., omdat het is geschied. Iets is niet waar, omdat het in de H.S. staat. Ik citeer: ,,Men maakt van het Schriftgezag nl. een leeg gezag: niet om wat zij ons te zeggen heeft, d.w.z. vanwege haar inhoud heeft de Schrift gezag, maar haar gezag moet reeds vaststaan en geëerd worden, voordat de hoorder met de inhoud van de Schriften is geconfronteerd. Dit is de omgekeerde wereld" (aw. p. 42).
a) Hier maakt de auteur o.i. een verkeerde tegenstelling tussen kaft en inhoud. De vorm en inhoud van de H.S. hangen innig samen. Men mag ze nooit van elkaar losmaken. Enerzijds mag de H.S. geen koran worden. Reeds Bavinck waarschuwde ervoor om te geloven in een boek als afgod, een orthodoxisme der verstening, een formalisering zonder inhoud, een prijzen van de H.S. zonder kennisneming, een opzeggen van formules enz. Maar anderzijds: de inhoud leidt tot een bundeling van woorden, geschriften, letters, boek met regels, aantal pagina's met kaft. Ik kan zeggen: hier ligt Gods woord op een tafeltje. Naast de vleeswording des Woords, hoezeer het Woord verschilt van de bijbel. Dus onjuist acht ik als de auteur in een verzet tegen een koranisering van de H.S. uit reactie vorm en inhoud gaat losmaken. Ligt er ook niet een brokje ergernis in, dat het Gode behaagt mensen zalig te maken door de confrontatie met een verzameling geschriften. Maar er is meer!
b) Jezus spreekt over de Schriften als een Boekenverzameling met grote autoriteit. Men leze Matth. 4 : 1-14. Er staat geschreven. Gegraptai. Hier komt geen theoloog onder uit. En dit klemt temeer, omdat Jezus duelleert met een leugenoloog, de satan. De waarheidsverdraaier wordt afgewezen met duidelijke bijbelteksten. Ik kom niet klaar met de H.S. zonder diepgaand die teksten te lezen, die wonderbaarlijk nieuw leven ingeblazen worden in het N.T. Moet men Jezus' methode buiten spel zetten door hier opnieuw een horizont-denken in te voeren? Ik huiver zeer voor deze methode. De satan moeten we te lijf gaan, in welke gedaante hij ook komt, in een orthodoxistisch of vrijzinnig gewaad, met de letterlijke, griekse, hebreeuwse, aramese tekst van de H.S. Er staat geschreven. Es steht mir zu gewaltig da.
Wij zijn met Wentsel van mening dat Kuitert's standpunt leidt tot een beperking van de openbaring, en dat de sterke nadruk op de skopus van de Schrift een vereniging betekent t.a.v. het Schriftgezag. Ook over Kuitert's visie op het spreken van Paulus in Rom. 5 maakt Wentsel behartigenswaardige opmerkingen. Men kan z.i. dit niet afdoen als rabbinisme. Waar blijft het gezag van dit apostolisch getuigenis als we Paulus woorden gaan afdoen als uitingen van rabbinisme?
c) Waarom mag men de gehele Paulinische theologie niet benaderen vanuit de rabbijnse theologie? ledere theoloog zal het er volmondig mee eens zijn, dat de rechtvaardigingsleer van Paulus stamt uit het rabbinistische klimaat, dat uitgaat van het zgn. verdienste-schema. Welnu, waar blijft het gezag van de apostel, als men zegt: o dat is rabbinisme! Wij gerechtvaardigd (= vrijgesproken, blank voor God gesteld) door het geloof (= vertrouwen) hebben vrede met God. Voor mij is deze theologie geen vrucht van rabbinisme, maar een vrucht van Gods Geest met behulp van het rabbinisme verkregen. Gods Geest gebruikt inderdaad eigentijdse theologieen. Maar vorm en inhoud hangen samen. Ik zie bovendien in Paulus meer dan een theoloog. Hij is de speciaal geroepene, de door Christus bij uitstek verkorene, die moest aanvullen en grondig verklaren wat nog aan duidelijkheid ontbrak. Ik begrijp zonder de brieven van de apostel Paulus weinig of niets van de figuur van Christus en zijn heilswerk. De brieven zijn de verhelderende commentaren op de evangeliën. Welnu, waar blijft het gezag van de apostel als we allerlei gegevens gaan wegwerken met behulp van het rabbinisme als theologisch hulpwerk? Ik bedoel: komt met een al te sterk accentueren van het rabbinisme zoals bij Romeinen 5 het apostolisch gezag niet in de lucht te hangen? Er is meer.
d) Wordt in Romeinen 5, speciaal vers 18, niet nadrukkelijk gezegd, dat om die éne daad van die éne Adam (12 maal een bepalend lidwoord) het menselijke geslacht onder het oordeel (katakrima) ligt? Het staat er. Ik weet, dat er verschil is over de uitleg. Maar de kerk der eeuwen heeft uitgesproken, dat evenals de mens in Adam veroordeeld is, in Christus vrijgesproken en gerechtvaardigd wordt. Mag men hier als theoloog solozangen zingen? Mag men hier buiten de belijdenis om herinterpretaties (leermodeltheorieën) toepassen?
Kortom, wij zijn van mening, dat het gezag van de apostel, door de kerk der eeuwen geijkt in bedenkelijke mate wordt aangetast, als we vanuit de rabbinistische theologie in Adam niet meer zien dan een leermodel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's