De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

8 minuten leestijd

H. F. Kohlbrugge, De Tabernakel en zijn gereedschappen, 2e druk, 364 blz., geb. ƒ 16, 50 (na 1 maart ƒ 19, 50). Uitgave T. Wever, Franeker.
In samenwerking met de Vereniging tot uitgave van gereformeerde geschriften geeft de uitgever Wever te Franeker een ongewijzigde herdruk van 28 preken van Kohlbrugge over de Tabernakel uit. Voor het eerst zijn deze preken, die gehouden zijn in 1857-'59, in het nederlands verschenen in 1884.
Kohlbrugge past bij zijn verklaring hier sterk de allegorische methode toe. Velen - vroeger en later - gingen hem daarin voor.
Origenes meende, dat er geen tittel of jota in de wet is, die niet een mysterie bevat en dat betekent, dat de uitlegger dit geheim moet ontcijferen. Het is duidelijk, dat deze methode van schriftuitlegging de deur opent voor willekeurige fantasieën: en moet de diepere zin van de tekst zoeken, die achter de woorden verborgen is. Calvijn wil hiervan maar weinig weten. Bij Exodus 26: 1 schrijft hij over de tabernakel: En hoewel geen enkel deel een diepere zin (sensus mysticus) mist, wat geen verstandig man kan ontkennen, het is beter zijn onwetendheid te bekennen dan met ijdele gissingen te spelen. En daarbij verwijst hij naar de schrijver van de brief aan de Hebreeën, die hij een passende meester in soberheid noemt. De Schrift moet sober worden behandeld, dat is de telkens terugkerende waarschuwing van Calvijn. Allegoriseren is een spelen met de mysterieën Gods.
Kohlbrugge gaat veel verder dan Van Hermkhuysen, De wet der schaduwen (2e dr. Amsterdam, 1703) b.v. ten aanzien van de symboliek der getallen: vijf, vijftig (het getal van de beloofde Geest in Zijn werking, waar Hij komt met de troost van de vergeving der zonden), twee en een halve el e.a. Vele andere voorbeelden zouden te noemen zijn. Stiasny wijst in Die Theologie Kohlbrugges in dit verband op mogelijke invloed van Ruusbroec (Ruysbrock).
Had men dan beter gedaan deze preken van Kohlbrugge niet opnieuw op de markt te brengen? Neen, dat beslist niet. Ik dacht in de eerste plaats aan Luther, die in lateren tijd het allegoriseren in het algemeen afwees. Maar hij acht het geoorloofd als de allegorieën naar de analogia fidei (de overeenkomst van het geloof) worden gebruikt en op een doel gericht zijn, dat door de woordelijke betekenis van andere schriftplaatsen duidelijk en ondubbelzinnig is bepaald. In de tweede plaats vinden wij ook hier diepe inzichten in de rijkdommen van het evangelie en sterke vertroostingen, zodat lezing van deze stukken van groot geestelijk nut kan zijn. Ik haal een woord aan uit een overdenking over het brandofferaltaar: Als de zonde op iemand aanstormt, dat men niet geloven kan, dat men voor de Here niet leven kan, zoals men gaarne wilde, als men Hem zo in geen enkel ding vertrouwen kan, als men voor Hem zou willen wandelen en 't niet kan, als men vrolijk zou willen zijn en loven en danken en de tranen over de wangen vlieten, als men eeuwig leven, geloven en geen tegenspoed, lijden en kruis aanmerken mocht . . . dan gaat het om een nuchter eenvoudig geloof.
Doe er uw winst mee.
U.                                                          Bt.

Prof. dr. K. Schilder: Christus en Cultuur; Uitgave T. Wever, Franeker; 4e druk, 119 pagina's; ƒ 6, 90.
De eerste druk van dit boekje van prof. Schilder verscheen in 1932. Thans is de vierde druk verschenen in ongewijzigde spelling, maar in moderne uitvoering. Professor Schilder gaf in dit boekje zijn visie op de cultuuropdracht die de Christen heeft vanuit de schepping. Daarmee gaat hij onder andere in tegen Kuyper voor wie bezig zijn in de cultuur een zaak was van gemene gratie, iets wat ons dus nog bij vergunning, dank zij Gods algemene genade gelaten is. Schilder acht deze visie een miskenning van de zondeval. Bezig zijn in de cultuur is volgens hem eis, ook al kan de mens dat door de zonde niet meer doen. Want God doet de mens geen onrecht als hij van hem eist wat hem in het paradijs al is opgelegd. Verder verbindt hij de cultuuropdracht dan aan de persoon van Jezus Christus, waarbij vooral de nadruk valt op de ambtsnaam Christus, omdat allerlei cultuurstromingen in de loop van de tijd de naam van Jezus voor zich hebben opgeëist zonder dat ze in Jezus de Christus hebben gezien. De schatten van de cultuur liggen nu naar de mening van de schrijver in Christus besloten en cultuur verzaking betekent dan ook voor de christen Christusverzaking, schuld voor God. Hij zegt ergens: „Christus ziet toe hoe wij de schop hanteren". En verder ziet hij de cultuurwerken van de Christen door de Geest van Christus gericht op de voleinding van de wereld, op het nieuwe Jeruzalem.
Afgezien van de spelling die in dit boekje wordt gehanteerd blijkt ook duidelijk uit de inhoud dat dit boekje in eerste instantie voor de tweede wereldoorlog geschreven werd. Veel van wat gezegd wordt staat tegen de achtergrond van Kuypers cultuurvisie, terwijl de huidige cultuursituatie, die onder andere sterk bepaald is door de tweede wereldoorlog, niet aan de orde komt (uiteraard ook niet kon komen). We zeggen dit vooral omdat in de huidige situatie anti-christelijke achtergronden veel sterker meespelen in de cultuur dan Kuypers opvatting over de gemene gratie.
Dit neemt echter niet weg dat het de moeite waard is van de gedachten van prof. Schilder over deze materie kennis te nemen. Temeer daar hij met de zonde volkomen ernst maakt en hij toch ook al ontwikkelingen aanwijst die in onze tijd zeer actueel zijn. De fundamentele achtergronden van dit boekje zijn het waard om doordacht te worden en vooral om ze te confronteren met de huidige ontwikkeling.

Harvey Cox: Stirb nicht im Warteraum der Zukunft; Uitgave Kreuze-Verlag, Stuttgart-Berlijn; 190 pagina's.
Harvey Cox is een van de moderne theologen die in korte tijd wereldnaam hebben gekregen. Vooral na zijn boek „De stad van de mens" wordt zijn naam overal genoemd. In dit boek geeft hij zich rekenschap van een toekomstverwachting. Door heel het boek heen wordt het duidelijk dat de Schrift daarbij, voorzover die overigens de gedachte van de schrijver bepaalt, louter getrokken is in horizontale verbanden. Ik zeg met nadruk, voorzover de Schrift de gedachten van de schrijver bepaalt, want de Schrift zoals we die als Openbaring Gods ontvangen hebben is niet de enige en laatste norm. Hij zegt ergens dat de theologie, die niet daar stelling betrekt waar heden nieuwe Adams en nieuwe Mozessen nieuwe hoofdstukken bijbelse geschiedenis schrijven, op de verkeerde plaats staat. Zo zegt hij ten aanzien van de toekomst dat deze slechts bepaald wordt door onze menselijke beslissingen. De hemel en de hel zijn politieke mogelijkheden. Er is geen toekomst dan die we zelf maken door onze politieke beslissingen in de komende jaren. En of God er is hangt van onze politieke handelen af.
Uitvoerig komt ter sprake de dialoog met het communisme. De schrijver meent dat we de Christenen in de communistische landen niet in het wachtlokaal van de toekomst mogen laten sterven (totdat wij ze vanuit het westen eens hulp zullen bieden), maar dat we ze zullen moeten helpen in hun situatie te leven. Tegelijkertijd echter lijkt hij het marxisme eerder tot een soort evangelie te verheffen dan dat hij de antichristelijke trekken in het communisme vanuit de Schrift tot in de wortel aantast.
Breedvoerig gaat de schrijver in op de werken van Franz Kafka. Dat is ook wel te begrijpen, want als Kafka zegt dat de theologie die probeert de mens van de 20e eeuw de genade te prediken door hem terug te plaatsen naar een voorbijgegane metafysische wereldbeschouwing, verloren heeft voordat hij begonnen is, dan past zo'n visie volledig in het gedachten patroon van Cox.
Zo geeft dit boek alles bij elkaar niet meer dan een verwereldlijkt evangelie, wat in feite geen evangelie meer is. Ondanks de knappe en ook wel appellerende wijze waarop de schrijver de huidige wereldsituatie met zijn verstedelijking en toenemende tegenstelling tussen rijke en arme landen schetst, is dit boek bijzonder arm. Tevergeefs wordt gezocht naar een evangelie voor zondaren. De boodschap van de bijbel gaat op in etische vragen. „Wanneer we genade zullen vinden dan moet die in de wereld gevonden worden en niet daarboven". En zo wordt de mens als het ware een nieuwe wet opgelegd, doordat hij zich door eigen krachtsinspanning een toekomst zal moeten verwerven.
Wie behoefte heeft de moderne theologie te volgen in haar horizontalisering van het evangelie kan in dit boekje terecht. Maar verrijkend is het niet.

Hoe bereiken we de moderne mens? door ds. J. Overduin, uitg. Bond van Inwendige Zending te Bennekom. Prijs ƒ 2, —.
Dezer dagen verscheen van de hand van ds. J. Overduin, emeritus predikant te Veenendaal, een eenvoudig boekje met de titel: „Hoe bereiken we de moderne mens?”. Dit geschrift is een omwerking van een lezing welke in 1968 op de Bijbel-dag in Antwerpen werd gehouden. Ds. Overduin heeft zijn sporen verdiend in het evangelisatiewerk en vooral door zijn praktische ervaring in het Amsterdam van vlak na de oorlog.
Wie zijn andere boeken kent, zal in deze brochure zeker het een en ander terugvinden dat reeds eerder is gepubliceerd.
Wie echter prijs stelt op een eenvoudig aansprekend geschrift over de problemen rondom de evangelisatie-arbeid, kan hierin zeker iets van zijn gading vinden.
We hebben de indruk dat vele ouderlingen, bezoekbroeders en evangelisatie-imedewerkers, ja alle belangstellende Christenen, met deze uitgave beter toegerust kunnen worden.
U kunt dit geschrift verkrijgen door storting van ƒ 2, — per stuk op giro 980.980 t.n.v. Bond Inwendige Zending te Bennekom.
Schrijf achter op de girokaart: „Zend mij brochure nr. 78.
H.                                                                                    J. v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's