GETUIGENIS TEGEN JEZUS
„en de overpriesters en de gehele Raad, zochten getuigenis tegen Jezus om Hem te doden en vonden niet". Marcus 14 vers 55.
Het kost ons steeds meer moeite, om gedurende enkele weken, het lijden en sterven van de Heere Jezus te gedenken; al was het maar, er eens over na te denken. Nadenken is onze sterkste kant niet; we komen er eenvoudig niet aan toe, omdat we veel te druk zijn, met alles wat zich aandient, dag voor dag. Nadenken vereist enige rust, en wie heeft die nog? Omdat de aandacht zo verstrooid wordt, wordt het een vluchtige aandacht. Daarmee doen we de zaak geen recht en daardoor worden wij niet wijzer en niet rijker. Gedenken is zwaarder geladen, dan nadenken over. Christus gedenken, daartoe worden wij uitgenodigd, aan de hand van het evangelie worden wij tot Hem geleid, om van vlak bij Hem te volgen. Daar mag dan de Heilige Geest wel aan te pas komen, anders laten we die hand los en slaan een andere weg in. Zullen wij om de Geest bidden in deze lijdensweken?
Het is nog nacht; door de stille straten spoeden zich de leden van het Sanhedrin. Ze gaan het huis van de hogepriester binnen, het geluid van hun voetstappen klinkt hol door de hallen en gangen; sommigen spreken met elkaar, op gedempte toon. Ze zijn opgeroepen om inderhaast bijeen te komen. De zaak tegen Jezus van Nazareth komt voor. Hij is reeds in een van de bovenzalen. Kajafas is voorzitter, en hij opent de vergadering op de gebruikelijke wijze, zodra het vereiste aantal leden aanwezig is.
Het was hoogst ongebruikelijk, om in de nacht te vergaderen, en dat nog wel in het paleis van de hogepriester. Officieel kon het niet, maar het is wel officieel! De overpriesters en ouderlingen nemen hun plaats in, zij vormen samen de geestelijke rechtbank, tegelijk de opperkerkeraad. Het zijn stuk voor stuk eerwaarde heren.
Voor allen staat vast: Jezus moet veroordeeld worden. Dat is niet naar de orde van het recht. Men zoekt rechtspraak voor een moord. Door heel de lijdensgeschiedenis heen treft het ons, hoe recht en onrecht met elkaar overhoop liggen, het hoogste recht en het grootste onrecht. Christus wordt voorgeleid, nergens van beschuldigd, want naar de aanklacht wordt nog gezocht. Toch is Hij in feite al ter dood veroordeeld. Hij valt in de handen der mensen, en die hebben niet veel goeds met Hem voor. Hij, de Zoon van God, voor de rechterstoel van de mensen, daar is iets fout. Hoe durft het sanhedrin.
Hoe durven wij de levende God voor onze rechterstoel te dagen? Wij ondervragen Hem, wij beschuldigen Hem, wij beoordelen en veroordelen Hem.
Wat hier gebeurt is zo vreemd nog niet, het komt meer voor. Pas er maar voor op. Wij houden God voor een misdadiger: Hij doet het niet goed. Wij houden Jezus voor een overtreder: Hij is er naast. Dat is de achtergrond van deze rechtzitting, en daarom neemt die zo'n droevig verloop. Hier oordelen bovendien de leraren van de Wet. Zij weten de weg en wijzen die aan het volk. Wat moeten zij met Hem, die zei: Ik bén de weg. Niemand wil behouden worden in Gods weg, dat is door Christus Jezus. Dat geldt evenzeer van de waarheid en het leven. Ondertussen wil het niet erg vlotten, daar in de rechtzaal. De hogepriester — hij zit op de stoel van Mozes en is de hoeder van wet en recht — en de andere raadsleden worden ongeduldig. Wat is het geval? Om een schijn van recht aan dit schromelijk onrecht te geven, zoeken zij getuigenis tegen Jezus. Het verhoor voor Annas leverde niets op; dit verhoor moet hun het wapen in de hand geven, om Jezus daarmee te doden. Getuigenis tegen Jezus. Tegen de Zaligmaker. Wie heeft wat tegen Hem; wie kan iets ten Zijnen nadele verklaren, iets dat steek houdt? Dat blijkt nog niet zo gemakkelijk: en vonden niet. Hun wroeten en wringen is tevergeefs. Onbedoeld geven zij Hem gelijk, Die immers sprak: Wie overtuigt Mij van zonde.
Toe, sta eens op, ja, die man daar. Is hij omgekocht of heeft men hem alleen maar verzocht hier te getuigen? En die man daar, kan die ons niet verder helpen, het wordt zo langzamerhand nogal pijnlijk voor de heren rechters. Een onwaardige gang van zaken, vindt u niet. Toch staat menigeen op, doet zijn mond open en brengt iets tegen Jezus te berde. De evangelist noemt hen valse getuigen; wat zij beweren is niet waar, en ze spreken elkaar nog vierkant tegen ook.
Wij zijn, in zekere zin, in de vroege morgen samengekomen om deze rechtzitting bij te wonen. Misschien vallen we van de ene verbazing in de andere. Hoe is het mogelijk! Hoor toch eens! Ik ga weg, het is mij te bar en te boos. Wacht dan nog even; ik wilde u vragen of u soms vóór Jezus getuigenis wilt afleggen. Dat kan toch ook, dat kan nu!
Hij is Jezus. Hij redt van schuld en oordeel. Hij is de getrouwe getuige, geen bedrog werd bij Hem gevonden. Hij is de Gezondene van de Vader in deze wereld. Kent u deze beklaagde? Ik ken Hem, Hij is geen bedrieger. Hij heeft mij bevrijd uit de macht van zonde en dood. Ik neem het voor Hem op, al zou het mij mijn leven kosten. Wat zou dat heerlijk zijn, als zulke getuigenisssen eens loskwamen!
Het omgekeerde is zo dikwijls het geval. Wordt er getuigenis tegen Jezus gevraagd, dan wordt dat grif gegeven. Het ongeloof getuigt altijd tegen Hem. En wie zwijgt, omdat hij zich niet in deze rechtzaak mengen wil, zegt toch: ik heb voor Hem geen goed woord! Erg is dat. U hebt wat tegen Hem, daarom gelooft u niet in Hem. U vertrouwt Hem niet, dat is een getuigenis tegen Jezus. Staan wij soms tussen de valse getuigen?
Ziet Jezus daar staan. Hij hoort wel, wat zij tegen Hem getuigen. Hij weerlegt niet. Hij verdedigt zich niet. Want nu komt tegen Hem in het geweer, alles wat zich van God losscheurt, alles wat tegen God indruist. Hij wordt de vijandschap tegen God en tegen Zijn Christus diep gewaar. Velen getuigen vals tegen Hem, de vader der leugenen geeft de toon aan. Hij is een verklaarde vijand van God, hij steekt het niet onder stoelen of banken, en hij heeft een grote aanhang onder de mensen gekregen. Nooit werd het 9e gebod zo overtreden: Gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste, dan hier, waar God zich in Christus naast ons bevindt. Voor deze overtreding gaat Hij de dood in. Hij gaat heen, om . . . straks de Heilige Geest te zenden, die harten vernieuwt, zodat ze een goed getuigenis van Christus geven. Denk maar aan Paulus. Hij getuigde van heler harte tegen Jezus; maar toen kwam de grote wending in zijn leven. Sinsdien getuigde hij voor Hem, werd hij Zijn getuige. Daarin zet het getuigenis Gods over Christus zich door, en het zet zich voort; Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wien Ik mijn welbehagen heb. Voor, of tegen. Tegen, kan nog voor worden, door de overtuigende kracht van de Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's