Uit de pers
Waarom niet meer groei?
Dat is de vraag die ds. J. H. Velema in het orgaan van de christelijke gereformeerde kerken, De Wekker (van 7 maart) aan de orde stelt. Hij behandelt in zijn artikel een aantal factoren die de opbouw van het kerkelijk leven, de groei belemmeren. Hij wijst ondermeer op de positie die de Chr. Geref. kerken innemen tussen de Geref. Kerken en de Geref. gemeenten in. Deze „midden-positie" was vaak een bron van interne moeilijkheden. Conservatieven en progressieven bestrijden elkaar. Wij kijken aldus Velema naar de ander, en laten ons door de andere kerken, rechts en links beïnvloeden.
Daarom zijn er inzake het nemen van beslissingen zoveel aarzelingen. Velema noemt als voorbeelden de zaak van de nieuwe vertaling van de Bijbel, de kerkdiensten voor de TV, en het kiesrecht van heel de gemeente. Argumenten pro en contra leiden tot hevige en heftige discussies en bewerken wantrouwen, achterdocht. Als derde factor, die de groei belemmert noemt hij: onze zwakheid.
Met die zwakheid bedoel ik: er is in ons kerkelijk leven een grote mate van verscheidenheid. Jaar en dag zijn we gewoon te spreken van „ligging" en we bedoelen daarmee de wijze van benadering van geestelijke zaken en vragen. Van de in feite onjuiste benaming „voorwerpelijk" en „onderwerpelijk" zijn we zakelijk nog niet af. Wat achter deze aanduidingen zit, speelt een grote rol in het gemeentelijke leven. Het beïnvloedt de beoordeling van de preek en de dominee. Het komt dientengevolge naar voren bij het beroepingswerk. Het is een factor bij de afvaardiging naar de meerdere kerkelijke vergaderingen.
Nu is er ten alle tijde verschil geweest in Christus' kerk. Dat is op zichzelf genomen niet verontrustend. Het hangt met een serie factoren samen, die we in het raam van dit artikel zelfs niet kunnen noemen.
Maar het wordt wel verontrustend wanneer men zich tegen elkaar gaat afzetten en we niet meer naar elkaar luisteren doordat we te weinig luisteren naar Gods Woord en teveel onze eigen inzichten laten praevaleren boven Gods Woord.
Dit kan alleen voorkomen worden als ieder zich zijn eigen eenzijdigheden bewust is en steeds meer bewust wordt; wanneer we allen staan niet naar een voorwerpelijke of onderwerpelijke benadering van het geloof, maar naar de echt geestelijke benadering, waarin aan beide recht wordt gedaan.
Vergis ik me als ik voorzichtig constateer dat we onder invloed van allerlei factoren, ook krachten van buitenaf, en niet het minst tengevolge van de hele geestelijke constellatie van deze tijd, misschien nog onbewust, eigen ligging als de enig juiste beschouwen?
Dan komt er zoveel nadruk te liggen op Gods belofte, dat we in de praktijk vergeten dat er verschil is tussen het hebben van de belofte en de vervulling van de belofte in het persoonlijke leven. Doop en avondmaal worden dan te gemakkelijk gehanteerd terwijl naar onze reformatorische belijdenisgeschriften we juist voor een goed functioneren van de genademiddelen voor alle dingen zijn aangewezen op de Heilige Geest. En de afhankelijkheid van de Geest geeft een eigen stijl in het kerkelijke leven.
Anderzijds gaat men zoveel nadruk leggen op de ellende, de onmacht, de wedergeboorte, de bevinding, dat men de vastheid van Gods verbond en woorden uit het oog verliest.
Als we gaan vluchten in een systeem, in een theorie, dan gaat het kerkelijke leven verkillen; aanhangers van welk systeem ook stellen zich tegenover elkaar op. Naar buiten geven we een zwakke indruk en naar binnen wordt het een ongeestelijk gedoe.
Er zijn symptomen, die er op wijzen dat we op deze wijze met elkaar bezig zijn. Dat moet niet; dat mag niet; dat kan niet.
Me dunkt, wat Velema hier signaleert ten aanzien van de Chr. Geref. kerken, is ook voor de positie van de Herv. Geref. gemeenten van betekenis. Wie zal durven ontkennen dat de door hem genoemde factoren, die de groei belemmeren onder ons niet voorkomen?
Ze hangen — dacht ik — samen met de crisis waarin de Geref. gezindte verkeert. Terwijl we enerzijds een progressiviteit aanschouwen, die tot verwarring leidt en tot een loslaten van fundamentele reformatorische noties, signaleren we daarnaast een verstarde houding, die zich krampachtig afzet tegen al het nieuwe en er niet in slaagt de actualiteit van het reformatorisch belijden te laten zien.
Wie zich in een middenpositie bevindt, tussen dit enerzijds-anderzijds in, loopt gevaar naar binnen en naar buiten een aarzelende houding aan te nemen.
En helaas is het maar al te waar dat ook onder ons allerlei kruit verschoten wordt, doordat men zich tegen elkaar gaat afzetten.
Zo ergens, dan heeft op dit punt ons kerkelijk leven een radicale bekering nodig. De terugkeer van onze systemen, meningen en theorieën tot het levende Woord van God, zoals de Reformatoren daar zo helder en klaar van getuigd hebben.
Want in dat levende Woord worden we geconfronteerd met de levende God, Die door Woord en Geest ons hart en leven vernieuwen wil tot de gehoorzaamheid aan Christus. En de gehoorzaamheid aan Hem, ook in het kerkelijk leven geeft vastheid.
Het is goed om te overwegen de factoren die de groei belemmeren. Het is goed om binnen de Geref. gezindte daarin naar elkaar te luisteren. Om dan te samen ons te stellen onder dat Woord, dat ons opwekt op te wassen in de kennis en de genade van Christus. Want alleen dan is er opbouw — op dat fundament!
Ten diepste wordt de groei belemmerd, omdat we niet leven bij het volle Woord Gods, maar bij ons bijbeltje in de bijbel. Daarmee doen we Gods Geest smarten aan. Efeze 4, het hfd. over de geestelijke groei, is ook hierin een duidelijke wegwijzer.
Israël, volk, staat, land.
Op de Praagse vredesconferentie in 1967 is de zgn. verklaring van Sagorsk uitgegeven, waarin men zich nogal negatief heeft uitgelaten over de strijd om het bestaan van de staat Israël. De verklaring is kenmerkend voor de links politieke visie, ook bij theologen op de staat Israël. Onder meer wordt daarin gezegd: „De staat Israël is een moderne sekuliere staat, zoals elke andere en het gedrag ervan moet gemeten worden met de maatstaven van de internationale verplichtingen de vrede tussen de volkeren te bewaren.
De oorlog van de staat Israël mag, aldus deze verklaring niet met een religieus aureool omgeven worden.
Deze verklaring staat niet opzichzelf. Velen laten zich critisch uit over Israel's weg en het bestaansrecht van de staat. In „Kerk en Israël" van februari/maart 1969 wordt gesproken van een „heimelijk negeren en ontwijken van bepaalde feiten (nl. inzake de gebeurtenissen van juni 1967) via een dubbelzinnig soort objectiviteit tot een afwijzing van de staat Israël en zijn recht van bestaan toe".
Ds. S. Gerssen die in het Herv. Weekblad van 27 februari 1969 over dit onderwerp schrijft, oppert de gedachte, dat deze linkse theologen niet meer weten willen van een handelen van God in de geschiedenis van vandaag, waardoor ook de weg van Israël bepaald wordt. De grondfout, aldus Gerssen, is dat men het theologische, het historische en het politieke in de bezinning op het moderne Israël wil scheiden. Dat is vanuit het geloof in de God van Israël onmogelijk.
Het gevaar van de linkse visie, zoals deze tot uiting kwam in de verklaring van Sagorsk, en zoals deze door velen verwoord wordt (zie het laatstverschenen nummer van Kerk en Israël) is dit, dat de poort geopend wordt voor een breuk in de solidariteit tussen Joden en Christenen.
Zeker, wij mogen niet pleiten voor kritiekloze bewondering voor wat Israël doet. Maar het gaat om de vraag: Hoe zien we de terugkeer naar en het wonen in de staat Israël. Het zal duidelijk zijn dat dit ook voor de benadering van het Israëlitische-Arabisch conflict belang is. Terecht schrijft Gerssen:
Men moet niet denken, dat men van een moderne jood het Zionisme af zou kunnen stropen en dat men dan een echte jood zou overhouden. Wat men dan zou overhouden is een jood die losgesneden is uit zijn geschiedenis en uit de samenhang van zijn volk. Hiermee heb ik er al op gezinspeeld, dat datgene wat achter het ontstaan van de staat Israël ligt een verschijnsel is, dat men niet kan inpassen in processen, die zich ook elders in de wereld voordoen. Het is bijv. uit de lucht gegrepen, dat dit kolonialisme zou zijn. Het is eerder een moment in de bevrijding van het Midden-Oosten uit het koloniale tijdperk. Men kan het evenmin op één lijn stellen met nationale aspiraties waardoor tegenwoordig verscheidene volken zelfbeschikkingsrecht zijn gaan eisen. Dat geldt wel van het Arabische nationalisme, waardoor volken in het Midden-Oosten uit de slaap der eeuwen zijn ontwaakt.
Het nationale besef van Israel heeft immers nooit geslapen; daarom kan ook niet van een ontwaken gesproken worden. Toen dit volk verstrooid werd in de wereld heeft het de band met het land der vaderen vastgehouden. In de liefde van het hart en in de geloofsverwachting is men er om zo te zeggen altijd gebleven. Altijd bleef het gezicht op Jeruzalem gericht en heeft men over de verwoesting van de stad geklaagd. En men droomde van de terugkeer, die men niet zag als een verovering, maar veeleer als een terugkeer tot het eigenlijke van het joodse leven. Toen eeuwenlang niemand zich werkelijk voor Palestina intersseerde hebben overal in de wereld joden er aan hun kinderen over verteld. Tegenover deze nooit verbroken band is het arabische nationalisme een zeer pril verschijnsel in de geschiedenis der volkeren. Het is daarom onzakelijk, theologisch en politiek, met deze rangorde niet terdege rekening te willen houden.
Het is goed om in een tijd, waarin men het gevoel heeft, dat het antisemitisme weer de kop opsteekt en een politieke visie zich baanbreekt, die geen rekening houdt met wat er theologisch over Israël te zeggen valt, in een tijd ook, waarin onder invloed van linkse propaganda de Arabische volkeren al te gemakkelijk als slachtoffers worden voorgesteld, de hierboven genoemde visie ernstig te overwegen.
Nogmaals, het gaat niet om critiekloze verheerlijking van Israel's concrete politiek, maar wel of wij het fundamentele recht van bestaan van de staat Israël erkennen. Dat roept voor de christelijke theologen vele vragen op. Wat betekent Jeruzalem in O. en N. Testament? Welke plaats neemt het land in, in de profetische verwachting? Mogen wij dit vergeestelijken of ondergraven wij daardoor niet juist de diepe zin van deze profetieën. Vragen die doordenking eisen. Het moderne Israël verwacht dat wij ons van deze vragen rekenschap geven. Hier is tevens het verstaan van het Oude Testament in het geding. Terwille van het gesprek van de kerken met Israël is klaarheid gewenst en geboden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's