De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Erskine’s, twee wapenbroeders

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Erskine’s, twee wapenbroeders

Een levensbeschrijving

9 minuten leestijd

Inleidende opmerkingen:
Wie zich verdiepen wil in de Erskine's en daartoe beginnen wil met de biografische gegevens, moet zich wat het laatste betreft enige moeite getroosten. Er is onder ons weinig bekend omtrent het leven van deze twee Schotse predikers. Bekender zijn hun preken, al zullen ook die, dunkt mij, meer geprezen dan gelezen zijn. Dat hun werken meer bekendheid genieten dan hun personalia, is trouwens heel niet tegen hun diepste bedoelingen zelf. Dat mogen we wel aannemen.
Niettemin is het goed, als wij in enkele artikelen iets vertellen gaan over Ralph en Ebenezer Erskine, dat wij eerst een korte levensbeschrijving geven. Het geestelijk portret van de dienaren des Woords mag en zal (als het goed is), een uitbeelding zijn van de genade, die God hun opgedragen heeft te prediken. En dat geldt in bijzondere zin van de Erskine's.
Na een verkenning van levensgang in dit eerste artikel, willen we in de volgende bijdragen achtereenvolgens enkele achtergronden van hun kerkelijke en theologische positie schetsen om daarna een paar hoofdlijnen uit hun preken naar voren te halen. We blijven dan bovendien het dichtst bij de Erskine's zelf, als we ons niet slechts door kerkhistorische belangstelling laten leiden (hoe boeiend de kerkgeschiedenis ook zij), maar het geheel zetten mogen in het kader, waarin zowel het leven als het werk van de beide broeders stond: De realiteiten van zonde en genade, de aanprijzing van Christus als de enige en volkomen weg van behoud. Zodat ik er me bijzonder in zou verheugen, als de volgende regels over de Erskine's ertoe zouden bijdragen, dat wij liefde of meer liefde opdoen mogen voor Hem, Die al het schoon van de mensen ver te boven gaat.

Korte levensbeschrijving:
Terecht is opgemerkt, dat het leven van Ebenezer en Ralph Erskine zo parallel loopt en zo nauw met elkaar verbonden is, dat we hen beiden alleen als een eenheid kunnen bespreken. Respectievelijk geboren in 1680 en 1685 als predikantszonen, waren zij reeds vroeg bezield met liefde voor het ambtswerk, waarin hun vader met alle moeilijkheden van zijn leven had mogen dienen. Na beëindiging van hun studie, hebben zij beiden gedurende enige jaren gewerkt als huispredikant bij een godvrezend familielid, John Erskine. Beiden hebben daarna lange tijd slechts één gemeente gediend. Zij waren wat men noemt nogal honkvast. Ebenezer was drieëntwintig, Ralph zevenentwintig, toen zij met het werk in de gemeente begonnen. Ebenezer diende eerst achtentwintig jaren in Portmoak, daarna nog eens drieentwintig in Stirling. Dat is bij elkaar ruim een halve eeuw in dienst van Christus. Ralph heeft éénenveertig dienstjaren gehad, alle doorgebracht in Dunfermline. En ik meen, dat hij ook daarna eigenlijk nog niet uitgepreekt was. De broers zijn beiden tweemaal getrouwd geweest. Ebenezer heeft zijn eerste vrouw, met wie hij zestien jaren gelukkig leefde en die hem tien kinderen schonk, moeten afstaan, terwijl zij nog maar negenendertig was. Haar naam is Alison Turpie. Na drieëneenhalf jaar trouwde hij op­ nieuw, met Mary Webster. Zij heeft zevenentwintig jaar haar man trouw terzijde mogen staan. Toen ging ook zij heen, enkele jaren voor de dood van haar man. Ralph is eveneens de eerste keer zestien jaar gehuwd geweest, nl. met Margaretha Dewar, uit welk huwelijk hij, net als zijn broer, tien kinderen had. Na de dood van deze vrouw (op drieëndertigjarige leeftijd), trad Ralph twee jaar later in het huwelijk met Margaretha Simson. Tot zijn dood toe (twintig jaren) heeft hij haar gehad. Voordat Ebenezer met zijn eerste vrouw naar het graf ging, had hij van de tien reeds vier kinderen verloren. Ralph heeft voor de dood van zijn eerste vrouw vijf kinderen naar het graf moeten brengen.
Mij dunkt, de tegenslagen en beproevingen zijn hun niet bespaard gebleven. Zelfs ook daarin gingen zij beiden een eendere gang. Ebenezer stief op bijna vierenzeventigjarige leeftijd (2 juli 1754) terwijl zijn jongere broer Ralph hem al was voorgegaan (6 november 1752), achtenzestig jaar oud.
Bij alle overeenkomst echter tussen deze broers, is er toch ook de verscheidenheid. Wanneer we de portretten naast elkaar leggen, valt het op, (dat kan ook de imponerende pruik niet verbergen), dat Ralph de jongere is, tengerder ook. Tederder wellicht tegelijk? De jongere broer heeft reeds op zijn elfde jaar diepe indrukken gehad van de dood, toen zijn vader overleed, waarna hij van de kant van zijn godvrezende moeder en zijn oudere broer de leiding kreeg, die zijn tere ziel nodig had. Er wordt van hem getuigd, dat hij van zijn vroegste jeugd de Heere diende.
Dat lag, naar het zelfgetuigenis van Ebenezer, bij deze laatsgenoemde anders. Zeker, hij is steeds de rechtzinnige leer toegedaan geweest en leefde behoorlijk. Maar hij was toch al drie jaar predikant, toen eerst recht het licht van Gods genade in zijn ziel opging. Dat was na het aanhoren van een gesprek tussen Ralph en zijn eigen vrouw Alison. Op een zomerse zondagmiddag zaten deze twee in een prieel met elkaar te praten over de dingen van Gods verborgen omgang. Ebenezer, in zijn studeerkamer, hoorde dat aan en kwam er zeer van onder de indruk. Wat zij beiden kenden, dat miste hij toch eigenlijk. Diep jaloers geworden op het geheim van dit leven in Gods gemeenschap, vroeg hij er God om, totdat het ook zijn deel werd. Zo werd onbewust waar, wat geschreven staat van Andreas ten aanzien van Petrus: En hij leidde hem tot Jezus!" Toen Ralph stierf, was het: Ik wil voor altijd een schuldenaar zijn aan de vrije genade. Overwonnen, overwonnen, overwonnen!" Zo deed hij zijn ogen dicht. Ebenezer, die van het overlijden hoorde, zei: Is Ralph heengegaan? Zo heeft hij het mij dan tweemaal afgewonnen: eerst in de genade en nu in de heerlijkheid". Ebenezers laatste preek over Ps. 48 : 15: Deze God is onze God, eeuwiglijk en altoos; Hij zal ons geleiden tot de dood toe," sprak hij uit op zijn bed. Bij die gelegenheid werd ook nog een kind gedoopt. Zijn hoop lag verankerd in het woord van God: Ik ben de Heere, Uw God", een woord, waarover hij eens gepreekt had, naar zijn eigen zeggen zijn beste preek. Of hij niet bevreesd was voor de dood, vroeg hem één van zijn vrienden op zijn sterfbed. „Neen," antwoordde Ebenezer, „sedert ik Christus heb leren kennen, heb ik nooit hoog gedacht van mijn deugden, maar ook nooit slaafs gevreesd voor zijn zonden." Een andere uitspraak van hem: Het verbond is mijn handvest en zo ik door het uitgesproken Woord van God niet was vastgehouden geworden, mijn hoop en sterkte in de Heere zouden verloren zijn gegaan."
In de dagboeken van de beide Erskine's zijn zinrijke en bemoedigende uitspraken bewaard gebleven. Ik schrijf er enkele neer, alvast als een voorproef van wat in deze artikelenserie volgt. Uit het dagboek van Ralph: „Ik houd er niet van om te prediken van hel en toorn, maar ik zie in de gemeente zovelen de weg der hel lopen, door hun verachting van de weg naar de hemel, dat ik mij voorgenomen heb, de waarheid zodanig de gemeente voor te houden, dat, wanneer sommigen uit haar in de hel zijn, dezen geen reden kunnen hebben om te zeggen, dat zij geen predikant hebben gehad, die hun niet zei, waar zij heengingen." Elders lezen we: „Velen zijn meer genegen om te sterven op het aangename gevoel, waarmee een belofte tot hen gebracht wordt dan op de belofte zelf. Zij kunnen niet rusten op het blote Woord van God, dat brood, waarvan de ziel alleen moet leven; maar zij moeten, evenals de kleine kinderen, er wat suiker of een andere zoetigheid op hebben. Deze gesteldheid in de gelovigen is een wettisch overblijfsel, dat hen meer een grond van geloof doet zoeken in zichzelf en in hetgeen door of in hen gedaan en gevoeld wordt dan in het uitgaan uit zichzelf tot hetgeen de Heere in Zichzelf is en wat Hij voor hen gedaan en tot hen gesproken heeft. Het geloof is dan het sterkst, wanneer het leven kan op een blote belofte, zonder de ondersteuning der zinnen." „Het is genoeg voor het geloof, dat Jezus leeft, gelijk het voor Jacob genoeg was, dat Jozef leefde." Bij zijn tweede huwelijk schreef hij: Ik bedacht dat het de natuurlijke gang van zaken is, dat een stiefmoeder weinig hart heeft voor de kinderen van het eerste huwelijk; maar ik vertroostte mij daarin, dat wat de natuur niet deed, God uit genade doen kan." En elders: „Indien mijn kinderen in mijn hand zijn overgelaten, zo zijn ze verloren, maar nee, ik heb ze gegeven in de hand van mijn God." Tenslotte dacht ik, dat het goed was te onthouden, wat Ralph eens schreef: „Het is onveilig te wandelen op de onbetreden paden, waar wij niet zien de voetstappen van de kudde."
Dan nog uit het dagboek van Ebenezer: „Het verbond der genade is voorwaardelijk en volstrekt vrij. Het is voorwaardelijk in zijn oprichting tussen de Vader en de Zoon; maar in zijn toeëigening aan de mens is het volkomen onvoorwaardelijk of volstrekt vrij." Bij het sterven van één van zijn kinderen: „Zou ik U, o Heere, niet welkom heten in mijn huis, om er een bloem te plukken, indien Gij ze gebruiken wilt in het hemelse paradijs? "
De Erskine’s. Ze zijn een onderzoek waard. Dat hebben, hoop ik, bovenstaande regels reeds bewezen. Het is waar, wat de schrijver van een voorwoord bij een uitgave van Ralphs preken, schreef: „Zo dikwijls hij (Ralph) over Hem (Christus) handelt — en hij houdt niet op over Hem te handelen — is Christus Hem gedurig een verse en levende weg. En hoeveel hij ook reeds van Hem gesproken heeft, het schijnt, alsof hij nog niets van Hem gezegd had, zo overvloeiend is zijn pen van de heerlijkheid van Christus en zulk een springader van levend water is Christus Zelf voor zijn hart."
„Ralph Erskine preekte meer het Evangelie dan de wet; hij dwong zich te drijven; maar het was hem een lust te trekken." Dat zei een ander over hem. Beiden zijn zij in ieder geval ook geharnaste strijders geweest. Want zij hadden een Naam hoog te houden, een Naam, zo heilig, groot en goed.
Z.                                                                          C. d. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Erskine’s, twee wapenbroeders

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's