BOEKBESPREKING
Praktische theologie als theologische futuroloige. Inaug. rede, dr. Firet (27 september 1968 te Amsterdam). Uitg. J. H. Kok, Kampen, 1968; prijs ƒ 1, 95.
Dr. J. Firet, werkzaam geweest in de faculteit der sociale wetenschapppen aanvaardde met deze rede zijn ambt als gewoon hoogleraar in de faculteit der godgeleerdheid aan de V.U. te Amsterdam. Een kort bestek van de methode van arbeid, zoals de hoogleraar deze zich indenkt. Nagegaan wordt, hoe de praktische theologie in het geheel van de theologische vakken op de beste wijze het spreken en handelen van de kerk kan dienen als intermediair van het komen van God in Zijn Woord tot mens en wereld. De praktische theologie is geen Assepoester der theologie, een afdankertje, waardoor de brug geslagen wordt van de „echte" wetenschap naar de praktijk. Practische theologie is kerkgeschiedenis in omgekeerde richting. De praktisch-theoloog beziet het heden als kiem van de toekomst. Het gaat om de pastor van morgen. Daarmee is de futurologie gegeven, d.w.z. de wetenschappelijke bemoeiing om informatie te verwerven en te verschaffen over toekomstige situaties.
Men kan heden niet meer volstaan met het geven van concrete adviezen, die altijd als afdoende golden (op grond van opgedane ervaring) en die het derhalve ook in de toekomst zouden moeten doen. Allerlei zekerheden vallen weg. Velen maken geen gebruik meer van kerk en catechisatielokaal. Bovendien is de wereld veranderd in velerlei structuren. De toekomstige mens zal anders zijn, zijn verwachting, zijn vrees, zijn noden en zijn vreugden, zijn bidden ook, zijn geloof en zijn ongeloof.
Welnu, hoe bemiddelt de pastor? Hoe ontstaat communicatie? Komt de prediking nog over? Waarom niet? Dr. Firet noemt enkele resultaten van kerk-sociologisch onderzoek in Duitsland. Algemene conclusie: de preken zijn te abstract. Elders: men heeft geen behoefte aan het kerk-zijn in de zin van een behoren bij een intieme (geloofs) gemeenschap; men verlangt bepaalde diensten van de kerk te ontvangen in anonimiteit (service-instituut). De praktisch-theoloog verkrijgt (vaak uit sociologisch of sociaal-psychologisch onderzoek) informatie over de toekomst en trekt lijnen vanuit deze bevindingen naar de toekomst. Maar hij moet de hem verschafte gegevens evalueren binnen een theologisch waarderingskarakter. Dat wil zeggen: de praktisch theolooog is niet klaar door te stellen: nu voortaan dan maar een vorm van kerk-zijn als service-instituut b.v. Wat zit er nl achter de gevonden houding tegenover de kerk?! Een tendens in de richting van een versmalling van het geloofsleven (men wenst de gemeenschap niet meer; slechts private beleving) en wellicht tevens een vervreemding (men laat de hoop varen, dat de kerk nog zou kunnen bemiddelen in het zoeken en vinden van God).
De centrale praktisch-theologische activiteit kan dus omschreven worden als „prospectieve proces-analyse". Waar gaan we naar toe? Dat is inderdaad steeds weer de vraag. Wij weten niet, hoe de pastor in de toekomst concreet zal moeten handelen in zijn prediking, in het onderwijs dat hij geeft, in de zielszorg.
Na lezing en herlezing van deze brochure, komen de volgende vragen bij mij boven: Welke wijzigingen (al of niet diep ingrijpend) zullen binnen korte tijd als vrucht van deze praktisch-theologische methode en naar het oordeel van deze hoogleraar nodig blijken inzake herstructurering van de gemeente? Aanvaarding van de methode brengt deze vraag per consequentie mee! En dan verder: zonder de ogen te willen sluiten voor het nut van de verzameling van sociologische gegevens in kerkelijke aangelegenheden, komt de vraag op: gaat de sociologie en de daarop gebaseerde futurologie niet op een „wereldse" wijze de boventoon voeren in de theologie? Dreigt niet het gevaar, dat de praktische theologie inplaats van het paard voor de theologische wagen te zijn (een uitnemend vervoermiddel) als een paard achter de (theologische) wagen gespannen wordt, waardoor om der wille van de communicatie de volle lading van het Woord Gods gereduceerd wordt? Wat moet ik mij b.v. voorstellen bij de toekomstige mens, die anders zal zijn in zijn bidden en geloven? En de volgende vraag: Behoort het ook niet bij het theologische waarderingkarakter van de gegevens der sociologie, dat men zich binnen de muren van de kerk afvraagt, of de afval en terugval in geestelijke belangstelling van de mensen niet mede te wijten is aan ontrouw van de pastores, in prediking en pastoraat? Met andere woorden: het is voor de praktisch-theoloog wel degelijk van groot belang, niet slechts, hoe er gesproken en gehandeld moet worden, maar ook wat er gezegd en gedaan moet worden. Het lijkt mij voor de praktische theologie van het hoogste gewicht (mede en vooral met het oog op de communicatie), dat prediking en pastoraat geestdoorademd zijn. Het staan als in de onmiddelijke tegenwoordigheid Gods en in de grote spanning en vreugde van het Evangelie, dat toch voor alle mensen uit alle tijden het Evangelie is van Gods schuldvergevende genade. Van hieruit ordenen zich de vragen op ethisch terrein. Een echte theologische futurologie kan niet slechts het heden als uitgangspunt nemen. Het verleden, de grote heilsdaden Gods in de geschiedenis, het Woord Gods, de kerkgeschiedenis spreken mee en het is vooral het eerste, dat er ons voor moet behoeden te menen, dat in de toekomst de mens anders zal zijn in zijn geloof.
Praktische theologie zou kunnen worden omschreven als Bijbelse theologie in de gestalte der voetwassing. En Christus, zoals Hij met opgeschorte lendenen voor de voeten der discipelen ligt, hij is tenslotte de Gekruiste, ten voeten uit. Hij, Die Zijn leven gaf, tot een rantsoen voor velen. De vraag is en blijft voor iedere mens uit elke tijd, of wij Hem zo begeren!
Z. C.d.B.
Wit licht, door Nico Warner uitg. „lettergrepen". Kok N.V. Kampen, prijs ƒ 7, 90.
Niet alle van de 17 korte verhalen zijn geslaagd. Vuur, twee bakkers - en geen nieuwe ster - hebben inhoud. Meerderen zijn goed geschreven, maar „modern" schrijven zit heus niet in grove woorden of spot met iets waartegen vele lezers zich zullen afzetten. De beide andere boeken van de reeks „lettergrepen" zullen hun weg in onze kringen wel vinden. Dat de fa. Kok het nu en dan probeert is zeker toe te juichen. Dat het heel moeilijk is om het één te aanvaarden, en het andere niet en dan een keus te doen zal voor de uitgevers van christelijk verantwoorde lectuur een zware opgave zijn.
CSS
Kirche Aktuell, Januar-Dezember 1968; red. H. Keil, unter Mitarbeit von H. Feifel; Quell Verlag, Stuttgart; Buyzon & Bercker, Kevelaer, 1969.
Wat er op kerkelijk gebied in het jaar 1968 te doen was, wil dit boek vastleggen en in de herinnering van de lezers oproepen. Ook wil men informatie geven en iets van het werk van de kerk laten zien. Met belangstelling nam ik van dit keurig verzorgde boek kennis, van het prachtige foto-materiaal en van de verklaringen, die bij de illustratie gegeven worden. Wat lijken sommige gebeurtenissen weer lang geleden, terwijl zij toch zulk een diepe indruk maakten: de moord op Martin Luther King (4 april '68) en de aanslag op Robert Kennedy (5 juni '68). Deze uitgave wil zowel roomskatholieke als protestantse lezers bereiken. Daarom vinden wij vrij veel over de r.k. kerk, het bezoek van de Paus aan latijns Amerika, de encycliek humanae vitae, de reformatie van de curie, de vragen rondom het gezag van de Kerk, de vrijheid van de theologen.
De zorgen van de protestantse kerken komen in dit foto-boek niet minder voor de dag: het storen van godsdienstoefeningen op een oudejaarsavond in een Berlijnse dienst. Wij worden herinnerd aan de geringe deelname aan het H. Avondmaal, aan de kerk, die in Duitsland voor velen niet anders is dan Frauenkirche. — De Kerk en de wereldproblemen is een niet veronachtzaam hoofdstuk in de geschiedenis van de moderne kerk: foto's met bijschriften over de nood in Nigeria, over de conferentie in Beirut, waar in april '68 vertegenwoordigers van de kerken confereerden met deskundigen op financieel, economisch en maatschappelijk gebied.
Het geheel is een prachtuitgave, die enige indruk geeft van wat er in het buitenland op kerkelijk terrein aan de orde kwam. Veel beelden en teksten, een stuk tijdgeschiedenis voor tijdgenoten.
U. Bt.
Ds. A. Brouwer: Onvoltooid Afscheid; Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen; 48 pagina's; ƒ 3, 95, 20-49 ex. a ƒ 3, 50, 50 en meer ex. a ƒ 2, 95.
Dit boekje is door Ds. A. Brouwer, in leven predikant van de Gereformeerde Kerk in Rotterdam-C, geschreven tijdens zijn verblijf in de Daniël den Hoek kliniek waar hij op 27 december 1967 overleden is. Dr. N. J. Hommes schrijft in een voorwoord dat hij het geschreven heeft onder pijn en afmatting. Hij heeft het geschreven toen hijzelf wist dat zijn einde naderde om zo een pastorale handreiking te bieden aan diegenen die ook op het ziekbed zijn neergelegd en het eind van hun leven nabij weten. Daarom begint hij met het bekende gedicht van Jaqueline van der Waals Sinds ik het weet.
Uit dit boekje wordt op indringende wijze duidelijk gemaakt wat het betekent om in de kracht van het leven apart genomen te worden maar ook om in de wetenschap dat het einde nadert bewust naar dit einde toe te leven. Dit boekje laat dan ook niet na indruk te maken. Ds Brouwer zegt ergens: „Het aards bestaan is tijdelijk, er komt een eind aan. Alles hoe schoon ook moet eenmaal vergaan. Onze tijd, ook de leidende theologie van onze dagen loopt gevaar dat wat te vergeten. De eenzijdige nadruk op het hiernumaals deed de aandacht voor het hiernamaals vrijwel opdrogen."
Ds. Brouwer besluit zijn boekje dan ook met de belijdenis: Ik zal niet sterven maar leven. Met allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.
K. A. Bouhuys, K. A. Deurloo: Dichterbij de profeten; Uitgave W. ten Have N.V., Amsterdam.
Voor de T.V. heeft het IKOR-CVK in een reeks uitzendingen onder de titel Dichterbij, de oudtestamentische profeten behandeld. De tekst van deze reeks is in dit boekje gebundeld. Na een uiteenzetting van het karakteristieke van Israels profeten, wordt apart aandacht besteed aan de profeten Amos, Hosea, Jesaja, Jeremia en Ezechiël. Een apart hoofdstukje is gewijd aan deutero-Jesaja. En tenslotte komen de profeten Jozua, Samuel, Elia, Elisa en de Richteren aan de orde. De stukken worden gekenmerkt door een moderne aanpak, hetgeen gezien het grote publiek waarop men zich richtte, wel begrijpelijk is. Moderne afbeeldingen sieren ook het geheel op. Die moderne aanpak is echter niet altijd alleen maar een kwestie van vorm maar het raakt evenzeer de inhoud. Bepaalde stukken roepen dan ook nogal bedenkingen op. Bijvoorbeeld de passage waarin de ten hemelopneming van Elia in verband wordt gebracht met een woestijnstorm waardoor Elia werd weggevaagd. We moeten dan ook zeggen dat de inhoud van diverse stukken niet los te zien is van bepaalde moderne theologiën. Dat neemt niet weg dat we bewondering hebben voor de ongetwijfeld knappe manier waarop deze stukken zijn gecomponeerd. Maar of de volle diepte van de prediking der oud-testamentische profeten hier altijd doorklinkt betwijfelen we.
H. J. v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's