De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ANTWOORD GEGEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ANTWOORD GEGEVEN

7 minuten leestijd

„Wederom vraagde Hem de hogepriester en zeide tot Hem: zijt Gij de Christus, de Zoon van de gezegende God, En Jezus zeide: Ik ben het. En gij zult de Zoon des mensen zien zitten ter rechterhand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels." Markus 14 : 61b en 62.

Dat Jezus zwijgt, zint de hogepriester helemaal niet. Zijn toorn stijgt tot een kookpunt. Zie hem daar, zijn ogen fonkelen van woede, hij drijft de zaak op de spits. Hij staat daar als priester, hij heeft het vlijmscherpe mes in de hand en weet niet, dat het een offermes is. Hij haalt die hand uit met een forse zwaai, en zet Jezus het mes op de keel. Het Lam wordt vandaag geslacht. Eigenlijk ondervraagt Kajafas Jezus niet meer, hij vraagt Hem rechtstreeks: zijt Gij de Christus, de Zoon van de gezegende God. Als u het leest, zult u zien, dat „Gods" schuin gedrukt staat, dat wil zeggen dat het er eigenlijk niet staat. Israël hield de Naam hoog en heilig, daarom nam men die niet graag op de lippen, men mocht hem eens ijdel gebruiken. De naam wordt omschreven: van de Gezegende, de Geprezene. De Heilige, gezegend is Hij.
Meet gij u de waardigheid van de Christus aan, de van God gezonden Messias? De Zoon van God! Gij, die hier voor mij staat, voor de hogepriester, van het hooggerechtshof van Israël, dat in Gods naam recht spreekt. Dat alleen reeds, maakt uw waardigheid hoogst onwaarschijnlijk. Er is geen tijd meer te verliezen, zeg het ronduit: zijt Gij. Het wordt gemompel, deze en gene had het opgevangen in de kring der discipelen; Hij had er zelf herhaaldelijk op gezinspeeld. Laat Hij het nu openlijk uitspreken. Als Hij dat doet, is de zaak duidelijk: Hij lastert God. Hij grijpt naar kroon en troon. Hij krenkt God in Zijn eer. Dat kan Israël niet over zijn kant laten gaan, overtuigd als ze zijn, dat Hij het niet is. Dat er niets van klopt en dat het nergens naar lijkt. Stel u voor, deze jammerlijke Jezus, de Zoon van de Gezegende. .
Na eeuwen, gaat het nog over deze vraag: Wie zijt Gij eigenlijk. Wilt U het eens zeggen. Jezus, nooit van gehoord! Jezus, dat was een geesteszieke, Jezus, dat was een volksmisleider. Jezus, dat was een idealist, die tegen de bestaande orde ageerde. Jezus, dat was een voorbeeld voor ieder mens. Jezus . . . zoveel antwoorden, en toch zo veel onwetendheid. Was Hij, is Hij de Christus, de Zoon van God. Hier pas gaat het spannen. Petrus had Hem beleden: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! De gemeente belijdt het; zij is geloofsgemeenschap, en staat en valt met de belijdenis van het geloof in Hem. Uiteindelijk heeft u het van Hem, Hij moet er zich over verantwoorden. De rechtszitting duur voort, tot in deze twintigste eeuw: zijt Gij? Een diep vraagteken. Dat gaat ons immers te ver, dat nemen wij niet, dat slaat nergens op. Hier komen rede en zede in het geweer. De moderne mens kan daar niets mee beginnen, het is een mythe, waarmee zijn aanhangers Hem willen eren. Men mag het Christendom daar niet mee belasten, het hedendaagse Christendom, zonder Christus' leerstellingen van deze aard, maken ons de ontmoeting met Hem alleen maar moeilijk, zo niet onmogelijk. Wij dienen Hem er van te ontdoen en houden dan een Christus over, die aan ons beeld en onze droom beantwoordt.
En Jezus zeide: Ik ben het. De waarheid maakt korte metten met onze beschouwingen en overwegingen.
Vlak voor Zijn dood naar Zijn geheel enige verhouding tot God gevraagd, en naar Zijn eigenlijke werk, is er bij Hem geen zweem van aarzeling. Hij draait er niet omheen. Hij doet belijdenis. Zo zij het in deze dagen bij ons. Al worden wij er om verguisd, als mensen, die achterhaalde voorstellingen kunstmatig in het leven trachten te houden: Hij is het! Zijn: ik ben het, is het fundament van ons Christelijk geloof. Wie het ondermijnt, wie het wegneemt, laat Christus varen. Het is tevens het fundament van de gemeente. Hierop wordt zij gebouwd: Belijdenis is een hartgrondig beamen van dat krachtige: Ik ben het.
Dat heeft Christus Zijn leven gekost. Maar Hij zwijgt nu niet, nu het over Hem gaat. Hij zwijgt niet, opdat allen die in Hem geloven, de vaste grond onder de voeten geschoven zou worden. Heere Jezus, dank U wel. Uw: Ik ben het, is het einde van alle tegenspraak. Wij zullen scherp moeten luisteren, nu Hij spreekt.
Hij voegt er dadelijk en met nadruk iets aan toe: Gij zult de Zoon des mensen zien zitten ter rechterhand van de Kracht. Alweer een aanduiding van de Naam van God. En komen met de wolken des hemels. Dat zijn de heerlijke tekenen van Zijn hoge waardigheid. Zitten en komen.
Hier wordt Hij vernederd, daar is Hij verhoogd. De Zoon des mensen, een mensenkind, nee, meer dan dat. De verborgenheid van deze Zoon des mensen, wordt in Zijn verheerlijking geopenbaard. Hij is er zeker van; God zei tot Hem: zit aan Mijn rechterhand. Daniël schouwde het: de Zoon des mensen zal verschijnen en door God met macht en kracht worden bekleed. Zitten en komen. Er zit gang in: de wolken des hemels, de troonwagen Gods, worden Hem ter beschikking ge­steld. Hij neemt daarin plaats, omdat Hem de heerschappij gegeven wordt. Hij is de Christus, de Zoon van de Gezegende. Het hoge woord is er uit, het antwoord, dat niets te raden overlaat. Hij werpt de vonk in het buskruit. De hogepriester scheurt zijn kleren, de raadsheren roepen: Lasterlijk, godslasterlijk. Hij is des doods schuldig. De vlammen slaan er uit!
Bewijzen, schreeuwt men, bewijzen wat Gij beweert. Er valt niets te bewijzen, want er wordt niets beweerd. De waarheid neemt het woord: Ik ben de Waarheid. Wie uit de waarheid is hoort Zijn stem, door al het praten en roepen heen. Ik ben het. Wie Zijn stem hoort, zegt het Hem na, meer niet. En wie vragen stelt, wordt naar Hem verwezen. Dat is ergerlijk. Hij getuigt van Zichzelf, wat geef ik om zo'n getuigenis. De Vader getuigt van Hem en de Geest getuigt van Hem. God overtuigt er ons van, dat Jezus is de Christus, de Zoon van de Gezegende. Dat maken de filosofen en de theologen niet uit, gelukkig niet. Dan zou het geloof schipbreuk lijden op de rotsen en de klippen van meningen en stromingen. Nu ligt het vast verankerd in het Woord, en dit antwoord: Hij is het; Hij is Die Hij is, zo mag ik Hem belijden en aanbidden. Aan Hem hangt heel mijn ziel. Ik heb in Hem niet met een mens te doen, dat kan mij niet redden. Ik heb met de Christus te doen, de Zoon van God.
Gelooft dit woord, op straffe van . . . Als het waar is wat Hij zegt — en het is waar, omdat Hij het zegt — zijn de rollen omgekeerd. Dan kunnen de hogepriester en zijn handlangers hun biezen wel pakken. De zitting wordt verdaagd, totdat Hij komt. Dan zullen de vele, al te vele woorden over Jezus, de vage termen en de valse getuigenissen, van onwaarde verklaard worden. Dan wordt zijn woord bevestigd. Wij, die Hem voor het gerecht slepen, worden voor Zijn gerecht gedaagd.
Heden, zo gij Zijn stem hoort! Verschrikkelijke gedachte voor ieder die Christus niet belijdt, niet voor Hem buigt. Hem niet houdt voor Wie Hij is. Troost, troost mijn volk, zal ulieder God zeggen, spreekt naar het hart van Jeruzalem. Zij zullen Hem zien, gelijk Hij is. Hem, die zich om hunnentwil liet veroordelen, om hun vloek en doem weg te nemen. Hem en geen Ander. Hem, de gezondene, de gezegende.
En gelijk het de mensen gezet is eenmaal te sterven en daarna het oordeel, alzo ook Christus, eenmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male, zonder zonde gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid. Gij zult Hem zien zitten en komen tot . . . zaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ANTWOORD GEGEVEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's