DE KERK IN ZUID-AFRIKA
ENKELE NOTITIES
Wie de gelegenheid krijgt om een reis te maken naar Zuid-Afrika, zal zich haasten daarvan gebruik te maken. Zo ging het ook schrijver dezes, toen hij bij vrienden bij Pretoria te logeren werd gevraagd.
Zo’n reis is een fantastische belevenis. Een vakantie in het binnenland heeft al het aantrekkelijke van er eens uit te zijn. Bij een verblijf in het buitenland, wat pleegt neer te komen op een of ander land in West-Europa, ligt dit nog heel anders: andere mensen, andere toestanden, een ander landschap-type; de vergelijking van dit alles met de eigen omgeving is bijzonder boeiend. Hoeveel te meer als men de kans krijgt, een ander werelddeel te bezoeken.
Onder de mogelijkheden die hier liggen, neemt Zuid-Afrika nog weer een aparte plaats in. Het totaal-andere van deel uit te maken van een vreemd werelddeel is hier merkwaardig verstrengeld met het verrassend eigene en vertrouwde van de cultuur. Deze wordt namelijk bepaald door mensen die voor een belangrijk deel van Nederlandse afkomst zijn. Die cultuurverbinding is weliswaar van eeuwen terug, maar nog overduidelijk herkenbaar, al was het maar door de taal. Door de Afrikaans-taligen (bijna drie vijfde van de blanke bevolking) wordt het Nederlands zonder meer begrepen. Op de vraag: „Kunt u mijn Nederlands verstaan?" wordt wel heel hoffelijk-bescheiden geantwoord: „Ek sal probeer", maar dat lukt altijd! Omgekeerd begrijpt elke Nederlander het Afrikaans.
Wat de kerk in Zuid-Afrika betreft is de situatie nogal ingewikkeld, allereerst al omdat de kerk is verdeeld naar ras en taal. Van de gehele bevolking (ongeveer 18 miljoen) zijn de 12 miljoen Bantoes (negers) en de 3, 5 miljoen blanken de grootste groepen. Van de Bantoes is ongeveer de helft christen, dat betekent praktisch: protestant; de andere helft is nog heidens. Dat wil dus zeggen dat er veel meer Bantoe-christenen dan blanken zijn! Dat wijst op een zendingsactiviteit, die door dr. Visser 't Hooft eens aan de hele oecumene ten voorbeeld is gesteld.
Deze zending ging uiteraard van de blanken uit en was op de niet-blanken gericht. Dat, gevoegd bij het historisch nu eenmaal gegroeide sociale en culturele overwicht van de blanken, betekent dat deze blanken bij een kenschetsing van de kerkelijke situatie de bepalende factor zijn.
Welnu, onder de blanken is die kerkelijke situatie dan zo, dat ongeveer 5% rooms-katholiek is, en slechts een enkel procent onkerkelijk — de rest is dus protestant. Daarvan hebben, historisch alweer heel begrijpelijk, de Engels-sprekenden en de Afrikaans-sprekenden hun eigen kerken. Onder de eersten zijn twee kerken van het anglicaanse type en de methodistische kerk het belangrijkst.
Ons interesseren het meest de kerken voor de Afrikaans-sprekenden. Deze zijn drie in getal. Zij baseren zich alle drie op onze drie formulieren van enigheid. Hun benaming is zelfs voor ons Nederlanders nogal verwarrend. Daarom volgt hier bij die namen tegelijk een korte aanduiding van wat ze nu eigenlijk voorstellen.
1. De Nederduits Gereformeerde Kerk, in de wandeling genaamd de N.G.-kerk, is de oudste van de drie en de regelrechte voortzetting van onze eigen Hervormde kerk, zoals die in de 17e eeuw — toen immers zelf nog Gereformeerde Kerk geheten — naar Zuid-Afrika is overgeplant. De geschiedenis daarvan is in zoverre anders gelopen dan die van onze Hervormde kerk, dat wel in de vorige eeuw vrijzinnige invloeden zich hebben doen gelden, maar dat dit van tijdelijke aard is geweest. Het gereformeerde karakter van deze kerk is derhalve veel meer bewaard gebleven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze correspondentie onderhoudt met de Gereformeerde Kerken in Nederland.
2. De Nederduits Hervormde Kerk verschilt wat ligging betreft niet zo veel van de N.G.-kerk. De oorzaken van haar ontstaan zijn dan ook niet van theologische of kerkordelijke, maar van politieke aard. Na de Franse tijd, waarin de Kaapkolonie van Hollandse in Engelse handen was overgegaan, werd het voor de boerenbevolking van Hollandse afkomst daar steeds moeilijker. In de dertiger jaren van de vorige eeuw vond de Grote Trek plaats, waarbij een groot aantal Boeren uit de omgeving van Kaapstad meerdere politieke vrijheid ging zoeken in oostelijker streken en daar, zich eenmaal in het binnenland van Zuid-Afrika gevestigd hebbend, niet zonder grond Engelse beïnvloeding vreesde via de N.G.-kerk en de Kaapse synode. Een Algemene Kerkvergadering besloot dan ook in 1853 te Rustenburg — westelijk van Pretoria gelegen — om zich niet bij de Kaapse synode te laten inlijven. De aldus gevormde Nederduitse Hervormde Kerk werd volgens de Traansvaalse grondwet van 1858 de staatskerk van deze republiek. Haar eerste predikant ds. Van der Hoff stond te Potchefstroom en bediende de eerste tijd als enig predikant heel Transvaal! In 1885 ging een deel van de kerk niet mee met een vereniging met de N.G.-kerk, zodat de Nederduits Hervormde kerk als zodanig bleef voortbestaan. Dus zoiets als de vereniging van Afscheiding en Doleantie in 1892 en het voortbestaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken, het deel van de Afscheiding dat niet mee-verenigde; in Transvaal ging het evenwel om een politieke zaak: de Engels-Nederlandse (-Afrikaanse) tegenstelling. Nog steeds ligt het zwaartepunt van deze kerk, alleen al door haar meer anti-Engelse oriëntering nauwer verbonden met onze Hervormde kerk dan de aloude N.G.-kerk, in de provincies Transvaal en Oranje-Vrijstaat.
Ook zij kende in de vorige eeuw wel enige linkse beïnvloeding — thans niet meer — maar het zijn toch meer de naar Nederlands model ingerichte kerkordening en de gezangen, die aanleiding waren tot het ontstaan van:
3. De Gereformeerde Kerk van Suid-Afrika, in 1859. Ze is de kleinste van de drie, maar actief en vitaal. Tot haar aanzien werkte ook mee, dat Paul Kruger tot haar behoorde. Zij heeft wel typisch een „afgescheiden" karakter. Ze wordt ook wel om niet duidelijke oorzaak de Dopper-kerk genoemd. De prediking is belijnd en wat ligging betreft gelijkend op die in onze Chr. Geref. kerken, met een vleugje van onze Geref. kerken van voor de oorlog.
Van de Afrikaans-sprekende blanken behoort ongeveer 83% tot de N.G.-kerk, 10% tot de Nederduits Hervormde kerk en 7% tot de Geref. Kerk van Suid-Afrika.
Wat de kerkgang betreft, bezorgen enkele weken verblijf in Zuid-Afrika uiteraard maar een zeer bescheiden ervaring. Voor schrijver dezes gold deze de Geref. Kerk van Suid-Afrika, waartoe de familie behoorde waar hij te gast was. Daarnaast leverde een week-end te Kaapstad twee diensten op in de Grote kerk, het oude kerkgebouw van de N.G.-kerk dat van zo ongeveer 1700 dateert, maar — ook al doordat een toren ontbreekt — ondanks zijn behoorlijke omvang nietig lijkt tussen de enorm hoge gebouwen eromheen.
Is in het algemeen de inslag van de Afrikaners behoudend te noemen, men bemerkt dat stellig ook bij de kerkgang. De dienst is stijlvol en zeer sober. Van vrouwen in het ambt is geen sprake: het zou in alle drie de kerken absurd worden gevonden. De kerkeraad is ook in de N.G.-kerk van een grote stad als Kaapstad (bijna 1 miljoen) geheel in het zwart. Alle dames en meisjes, hoe jong ook, zijn voorzien van een hoed. Het kan zijn dat het toevallig mode was, maar die hoeden hadden allemaal een rand als een zeil — dat kan daar ook doordat er gemiddeld veel minder wind is dan bij ons.
In de gemeente van de Gereformeerde Kerk van Suid-Afrika in de plaats waar ik logeerde was juist een nieuwe predikant gekomen, ds. Van der Merwe, die ik daar de eerste zondag in zijn nieuwe gemeente meemaakte. Een uitmuntend preker: de intreetekst 2 Cor. 5 : 20 („wij bidden u van Christuswege: laat u met God verzoenen", terecht vermoedt u al een ander „klimaat" dan in onze Geref. Kerken) werd zo behandeld, zoals het ook in onze hervormde gemeenten van gereformeerde signatuur zeer zou worden gewaardeerd. Hetzelfde gold voor de Zondagen 1 en 3 van de Heidelbergse Catechismus, waarover ik in twee andere diensten een preek beluisterde.
Van de Nederduitse Hervormde kerk kan ik niet bij persoonlijke ervaring spreken. Wat ik ervan las en vernam, varieerde van: verwant met de confessionelen in onze Hervormde kerk, tot: methodistische inslag.
De aloude Nederduits Gereformeerde of N.G.-kerk trekt ons door de directe historische band met onze Hervormde kerk. Flarden van radiotoespraken, morgen- en avondwijdingen vestigden al de indruk, te doen te hebben met een ietwat romantisch-gemoedelijk vroomheidstype met verder niet overdreven veel diepgang, waarin naast de Nederlands-calvinistische oorsprong ook wel Réveil- en Britse invloeden zijn te herkennen.
De morgendienst van het weekend in Kaapstad paste daar wel zo ongeveer in. Een bijzonderheid was daarbij, dat die dienst werd bezocht door de waarnemend staatspresident met zijn gevolg — met opstaan van de gemeente bij binnenkomen en weggaan — ter gelegenheid van de aankomst van de regering in Kaapstad in de week daarvóór. U moet namelijk weten, dat — om gevoeligheden van zowel Engels-sprekenden als Afrikaans-sprekenden te ontzien — Zuid-Afrika twee hoofdsteden telt, Pretoria en Kaapstad, en om dat wat inhoud te geven de hele regering met alle ambtenaren en papieren-aanhang tweemaal per jaar verhuist van Kaapstad naar Pretoria en vice versa! Nu was dit hoge bezoek bij deze morgendienst natuurlijk wel een bijzonder gelukkige, bijkomstigheid voor de toevallig binnengedwaalde Nederlandse toerist, maar het heeft verder met de N.G.-kerk als zodanig weinig van doen.
In de avonddienst ging voor ds. D. J. J. Oosthuizen. De kerk bijna vol, naar schatting zo'n zevenhonderd mensen, en een uitmuntende preek over Jacob in Pniël. Het strijdperk — de eerste ronde: de Here worstelt met Jacob en raakt hem aan de heup, waardoor hij hinkende wordt, wat werd doorgetrokken naar Gods afbreken van onze geestelijke zelfverzekerdheid — de tweede ronde: ik laat U niet gaan tenzij dat Gij mij zegent, en: gij zult Israël heten want gij hebt u vorstelijk gedragen. Dit uitlopend op: ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest. Een prachtige preek, bovendien met bijzonder veel talent voorgedragen. Ik was dankbaar, dat mee te mogen maken. En ook als Hervormde een beetje trots, toen ik mijn Gereformeerde gastfamilie in Pretoria weerzag: nu zien jullie maar weer, dat er in zo'n kerk met volkskerkpretenties toch nog goeds schuilen kan!
Volgende week hopen wij terug te komen op de Zuid-Afrikaanse apartheid. Ook dat onderwerp is boeiend genoeg!
Arnhem. G. B. Smit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's