Herinneringen aan en rondom Ds. J. J. Timmer
Ds. J. J. Timmer hoopt op zaterdag 3 mei 1969 bij leven en welzijn zijn tachtigste verjaardag te vieren. De redactie vroeg mij naar aanleiding van dit feit ook iets te willen schrijven, zonder in persoonsverheerlijking te vervallen. Ik meen dit verzoek het beste te kunnen vervullen door uit mijn herinneringen het een en ander op te diepen en dit eenvoudig weg te vertellen.
De eerste maal, dat ik de naam van de jarige hoorde was toen ik een jongen van 12 jaar was, alzo ongeveer 55 jaar geleden. Ik woonde in het oosten des lands, terwijl mijn familie in het westen woonde. Zo mocht ik op 31 juli 1914 met mijn moeder op reis, om enige familiebezoeken af te leggen.
Des morgens heel vroeg werd de reis aanvaard per trein en de fietsen mee.
Het eerste bezoek gold een tante van mijn moeder. Daar hoorde ik, dat de dochter des huizes zich zou verloven met Ds. J. J. Timmer, de predikant ter plaatse. Hoe het komt, dat ik die datum nog zo precies weet? Wel, des middags werden allerwege plakkaten aangeplakt, dat het Nederlandse leger de volgende dag onder de wapenen moest komen, alzo de mobilisatie in verband met het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Voorts gingen de geruchten, dat alle treinen ter beschikking van de militairen zouden zijn op de volgende dagen. Alzo besloot mijn moeder onmiddellijk de terugreis naar huis te aanvaarden en kwamen wij des avonds laat weer thuis. Dit alles maakte op mij als jongen van 12 jaar zo een diepe indruk, dat ik dit nimmer vergeten ben.
Overigens had ik meen ik met de jarige geen contacten. Wel herinner ik mij, dat hij in die tijd enige jaren een blad heeft uitgegeven met Ds. I. Kievit, genaamd „De Weegschaal".
Het persoonlijk contact werd gelegd, toen ik in 1927 solliciteerde naar het chr. lyceum te Harderwijk. De jarige was toen predikant in Ermelo en aan het lyceum verbonden als leraar godsdienstonderwijs. Hij gaf mij de nodige adviezen om bezoeken bij diverse bestuursleden af te leggen en ik werd dank zij de krachtige steun van de voorzitter, Ds. K. J. v.d. Berg, benoemd tot leraar. Als jong leraar maakte ik natuurlijk de nodige fouten, maar Ds. Timmer, dit horende van de rector, gaf mij regelmatige de nodige adviezen om het goed te doen.
In mijn studententijd was ik de eerste drie jaren in huis geweest bij Ds. G. H. Beekenkamp te Leiden. Deze hield een spreekbeurt in Ermelo, waar ik hem ten huize van de jarige nog eens ontmoette. De gezondheid van Ds. Beekenkamp liet toen al veel te wensen over, zodat hij bedankte als lid van het hoofdbestuur der Geref. Bond. Het contact met de jarige had tot gevolg, dat Ds. Beekenkamp Ds. Timmer aanbeval als zijn opvolger. Dientengevolge werd Ds. J. J. Timmer toen benoemd tot lid van het hoofdbestuur van de Geref. Bond, waarvan hij thans nog erelid is.
De jarige bleef vele jaren in Ermelo, vele beroepen werden afgewezen en men kreeg langzamerhand de indruk, dat hij Ermelo wel nimmer meer verlaten zou. Doch in 1941 vertrok Ds. Bouthoorn uit Harderwijk. De gedachten gingen uit naar Ds. Timmer, die uiteraard goed bekend was in Harderwijk en daar in de vacatures reeds vele malen gepreekt had. Een beroep werd op hem uitgebracht, hetwelk door hem werd aangenomen tot teleurstelling van velen in Ermelo en tot vreugde van velen in Harderwijk.
Om enige jaartallen te noemen. Ds. Timmer bleef in Harderwijk tot 1949. Tot 1943 stond hij daar samen met Ds. L. v. Mastrigt, die in 1943 met emeritaat ging. Tot 1946 was hij er alleen, in welk jaar Ds. A. den Hartogh de vacature vervulde tot 1948. Deze werd in 1949 vervangen door Ds. C. van den Boogert. Korte tijd daarna vertrok Ds. Timmer in het najaar van 1949 naar Nieuwerkerk aan den IJssel.
Zoals gezegd was de jarige leraar godsdienstonderwijs aan het chr. lyceum. Hij gaf o.a. les in de kerkgeschiedenis. Hij had al vanaf zijn eerste jaren onderwijscapaciteiten getoond door enkele jongelui op te leiden, geheel of gedeeltelijk, voor het staatsexamen gymnasium A, welke jongelui dan predikant werden.
Hij kon zeer boeiend vertellen, hetgeen hem bij zijn lessen zeer van pas kwam. Ook bij spreekbeurten kwam dit tot uiting. Zo herinner ik mij eens van hem een lezing gehoord te hebben over de pastoor van Heenvliet, waarin hij over deze figuur uit de aanvangstijd der hervorming zeer boeiend wist te vertellen.
Toen zijn kinderen naar het lyceum gingen, profiteerden ook zij van zijn hulp en bijstand, in letterlijk alle vakken wist hij hulp te bieden. En ik mag misschien wel verklappen, dat thans zelfs zijn kleinkinderen van zijn hulp mogen genieten.
Des morgens omstreeks negen uur kon men Ds. Timmer reeds door de straten van Harderwijk zien fietsen. Wat hij daar deed? Wel, hij was al op weg om enige zieken te bezoeken of ouden van dagen, die reeds klaar waren om bezoek te ontvangen. Hij beperkte zich echter niet tot het ziekenbezoek. Ook mensen, die nimmer meer ter kerk kwamen, werden door hem opgewekt om toch de godsdienstoefeningen bij te wonen. Dat ging maar niet zo vanzelf. Na het eerste bezoek kwamen ze meestentijds heus nog niet. Herhaalde malen werd dezelfde persoon bezocht. En als hij dan tenslotte in de kerk verscheen, was Ds. Timmer er als de kippen bij om deze man opnieuw te bezoeken en er zijn vreugde over uit te spreken, dat hij hem in de kerk gezien had.
Ook wanneer families ruzies hadden of kwesties, trachtte hij deze ruzies bij te leggen en de vrede te herstellen. Uiteraard vergde dit veel tact en voorzichtigheid.
Deze tact wist hij ook op te brengen, wanneer er in de kerkeraad moeilijke vragen aan de orde waren. Hij was dan wel zo verstandig van te voren in vele persoonlijke gesprekken met de leden van de kerkeraad deze te bespreken. Zo bezocht hij ook meermalen de vergadering der diakenen, die iedere maandagavond vergaderden. Ook daar werden dan de belangen der gemeente besproken.
Hij trachtte zoveel mogelijk moeilijkheden te voorkomen, hetgeen uiteraard niet altijd gelukte. Hij streefde de vermaning van de apostel Paulus na: „Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen".
In dagen van verdriet en van vreugde leefde hij met de gemeenteleden mede om tevens een woord van vertroosting, bemoediging of vermaning te spreken.
De laatste dag der week werd besteed aan de voorbereiding van de preek of de preken. Hij schreef slechts zeer weinig op een stukje papier en preekte in hoofdzaak uit het hoofd. Dat heeft zowel voor- als nadelen. Enerzijds is het aangenaam, wanneer een spreker vlot uit het hoofd met de nodige klemtoon weet te zeggen, wat er gezegd moet worden. Anderzijds brengt het ontbreken van aantekeningen met zich mede, dat ook bij het brengen van een preek over dezelfde tekst na verloop van jaren de tekst opnieuw geheel bestudeerd moet worden. In het algemeen kan dit een voordeel zijn, maar als de prediker nu door weinig tijd — vanwege het vele werk — daartoe niet kan komen? Dan loopt hij het gevaar minder voorbereid de predikstoel te moeten beklimmen. De jarige had steeds verhalen ter toelichting beschikbaar, die er bij de gemeente altijd ingingen. Hij preekte zeer illustratief.
De jarige kon uit de Schrift oude, maar ook nieuwe dingen voortbrengen. Onderwerpen, die men zelden of nooit hoorde behandeld, werden door hem tot tekst van de preek gemaakt. Zo heb ik hem een preek horen houden over het geslachtsregister in Mattheus 1. Ook de visioenen van Ezechiel waren onderwerp van zijn preken: zo Ez. 47 over de heilige wateren uit de nieuwe tempel, Ez. 37 over het dal der dorre doodsbeenderen.
De jarige bemoeide zich slechts weinig met de politiek; dat bracht de situatie in de gemeenten, waar hij stond, ook met zich mede. Voor de tweede wereldoorlog steunde hij de A.R.P., wat echter niet wegnam, dat hij in Ermelo bij de gemeenteraadsverkiezingen zijn mensen, die c.h. waren, steunde. In 1936 bij de oprichting der chr. nat. actie wilde hij deze niet steunen, ondanks de aandrang door prof. dr. H. Visscher op hem uitgeoefend. Hij had geen vertrouwen in de politieke leiding van de professor, omdat deze door zijn scherpe kritiek veel mensen van zich afstootte, terwijl de jarige juist van mening was de mensen te moeten samenbinden. Voor de tweede wereldoorlog was het min of meer vaste usance, dat de leden van de Geref. Bond a.r. waren, nadien is dit niet meer zo. Voor dezen is het steeds weer moeilijk een verantwoorde keuze te maken uit de beschikbare partijen. Sommigen doen dit met grote zekerheid en beslistheid, maar ik weet ook dat velen er het nogal moeilijk mee hebben en vaak een keuze doen, bij gebrek aan beter. Ik meen opgemerkt te hebben, dat de jarige ook in dit stadium is aangekomen, zo hij er niet al meerdere jaren in vertoeft heeft.
De tegenslagen en droefenissen zijn de jarige ook in zijn eigen familiekring niet bespaard gebleven. Het verlies van zijn moeder, later dat van zijn oudste zoon en tenslotte dat van zijn zeer geliefde vrouw hebben de jarige diep getroffen. Een nuchter mens, zal wellicht willen opmerken, dat dergelijke verliezen ieder mens ernstig treffen. Ik geef het onmiddellijk toe, maar men moet enigszins het gemoed en karakter van de jarige kennen om te begrijpen en mede te gevoelen, dat juist hem deze verliezen dubbel treffen, als ik het zo mag uitdrukken.
De jarige is nog steeds actief en werkt zolang het dag is en hem de gelegenheid er toe vergund wordt. De eeuwigheid zal eerst recht openbaren, waar het door hem gestrooide evangeliezaad gevallen is en welke vruchten het onder des Heeren zegen heeft voortgebracht. Moge de Heere hem nog enige tijd schenken om als een bedienaar des Goddelijken Woords werkzaam te zijn in de dienst, die hem lief is.
Waalwijk D. Schouten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1969
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's