De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De „Profetie” in de kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De „Profetie” in de kerkgeschiedenis

8 minuten leestijd

I.
Enige tijd geleden schreven we over de profetie in het Nieuwe Testament. En het laatste hoofdstuk droeg als opschrift: de profetie sinds Pinksteren.
Toen we de verschillende gegevens overzien hadden, was dit onze conclusie: de profetie in de ruimere betekenis blijft in de nieuwtestamentische gemeente tot aan het einde der tijden. En daarbij verstonden we onder „profetie" dit: door de Heilige Geest de grote werken Gods spreken.
„Profetie” in engere zin, nl. als nieuwe openbaringen aangaande de toekomst van het koninkrijk Gods hebben we niet meer te wachten. Wat de kerk daarvan moet weten is ons geopenbaard en neergelegd in de Heilige Schrift. Daarvan mogen we immers zeggen: we hebben het profetische woord, dat zeer vast is; en gij doet wel dat gij daarop acht hebt (II Petr. 1 : 19).
Dit profetische karakter van de Heilige Schrift is als zodanig ook door de kerk verstaan. Denkt u hierbij slechts aan art. 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, waar gezegd wordt van de boeken der Heilige Schrift, dat „ze van God zijn" en waar dit als kenmerk daarvan wordt genoemd: gemerkt de blinden zelven tasten kunnen, dat de dingen, die daaruit voorzegd zijn, geschieden. Dat is profetie!
We hebben dus geen nieuwe openbaringen, buiten de Heilige Schrift om, te wachten. Wel kan ons door de verlichting des Heiligen Geestes gegeven worden wat we in bepaalde concrete situaties spreken zullen of doen zullen. Maar ook dan zal dit steeds zijn in gebondenheid aan het profetische woord van de Heilige Schrift.
En dan zo dat de Heilige Geest door middel van het woord der Schrift ons met kracht leidt in een voor ons onbekende toekomst. Dan worden we door het profetische woord geleid, terwijl de Heilige Geest aan één of meer leden der gemeente een bijzonder charisma kan schenken om dit duidelijk te zien.
Wanneer we met het oog op ons onderwerp de kerkgeschiedenis overzien, dan valt ons dit op: telkens wanneer men de profetie „in engere zin", nl. als het ontvangen van bijzondere openbaringen buiten de te boek gestelde openbaring in de Heilige Schrift om, tot nieuw leven wil brengen, schijnt dit even te gelukken, maar het loopt op willekeur uit, het wordt valse profetie.
Dit is duidelijk gebleken in stromingen als die van het montanisme (2e eeuw na Christus) en de wederdopers (16e eeuw). Deze stromingen uit zo geheel verschillende tijden komen daarin overeen, dat ze zich min of meer boven de Schrift verheven achtten. Ze ontvingen immers nieuwe, boven de Schriftopenbaring uitgaande openbaringen. Ze beriepen zich op rechtstreekse, bijzondere openbaringen van de Heilige Geest buiten de Schrift om of op een „inwendig" woord! Het is de les der geschiedenis, die ons leert hoe levensgevaarlijk dit wordt voor geloof en levenspraktijk. Op deze wijze komt men in de normloosheid terecht, als men niet meer de norm in de Schrift erkent.
Zo wordt de weg vrij naar willekeur en bandeloosheid in het zedelijke leven. Niet dit is de kwaal in het kerkelijk en persoonlijk leven, dat er geen bijzondere openbaringen meer zijn, en niet dit is het hoogste dat er bijzondere vizioenen gezien of stemmen gehoord worden. Laten we het daar toch niet in zoeken.
Maar dit is de kwaal, wanneer het onderwijs des Geestes door middel van de Schrift schaars wordt, wanneer het leven uit en naar de Schrift ontbreekt, wanneer daardoor het spreken van de grote werken Gods ontbreekt. Want op deze wijze toch openbaart zich de Christus, dat Hij als de hoogste profeet en leraar ook Zijn volk maakt tot profeten.
Waarom zoeken we ons grote dingen? Groot dan in de betekenis van opzienbarend en vreemd. Want dit is toch pas werkelijk groot, dat we God leren kennen en Jezus Christus, die Hij gezonden heeft. Groot is het als daarvan getuigd wordt in prediking en persoonlijk getuigenis en in de gesprekken onderling, maar ook naar buiten in evangelisatie en zending.
Het zal u niet onbekend zijn, dat ook in onze gemeenten nog wel eens hoge waarde toegekend wordt aan z.g. openbaringen, die de indruk maken van „profetie" te zijn (bijv. bij het beroepingswerk, bij ziekte van familieleden of kennissen). Hoe vaak bleek zulk een openbaring, zulk een profetie, valse profetie te zijn!
Dit is toch het eeuwige leven en dit is toch profetie, dat we door de Heilige Geest uit 't woord opwassen in de kennis van God en Christus. En dit is toch profetie, als daarvan gesproken wordt zoals de Geest met Zijn gaven te spreken geeft.
We willen nu nagaan hoe er over de „profetie" gedacht is in de loop der eeuwen, in de kerkgeschiedenis.
We letten daarbij eerst op het montanisme, dat zo even al genoemd werd. Dat was een soort van opwekkingsbeweging in het binnenland van Klein-Azië in de tweede eeuw na Christus. Velen vonden dat het in de kerk te stil was geworden: profetie en glossolalie waren er niet meer zoals voorheen. Het was allemaal te star geworden: de vaste ambten waren er wel, maar het bloeiende leven en werken des Geestes ontbrak te veel. Een stroming, waarvan in onze dagen iets terug te vinden is — al is het nu weer in andere vormen — in verschillende groepen van wat we samenvattend „de pinksterbeweging" noemen. Bestudering van de kerkgeschiedenis kan ons veel leren. Die kan ons ook dit leren, dat er telkens in de loop der eeuwen dezelfde verschijnselen zijn op te merken.
Maar nu het montanisme: Montanus en twee profetessen (Priscilla en Maximilla) spraken weer in „tongen" en kwamen daarbij in extase. Ze zeiden dat het de Geest was, die in hen werkte en door hun mond sprak. Ze riepen de ware gelovigen op om zich te verzamelen bij het dorpje Peproza in Klein-Azië, om daar op de op handen zijnde wederkomst van Christus te wachten.
Nu moeten we bij deze en ook andere verschijnselen wel opmerken, dat hun kritiek op de kerk niet geheel ongegrond was. De kerk dreigde en dreigt nog altijd te verwereldlijken. Daar ontbreekt de krachtige werking des Geestes en het wordt niet eens gemist. Als protest daartegen kan zulk een beweging ontstaan. En daarom kunnen we deze als protest waarderen. Maar de manier, waarop men verandering zocht, is bedenkelijk. Bij het montanisme bleek al dat men niet genoeg had aan de Heilige Schrift als het Woord van God, maar dat men een hogere openbaring wilde dan die, welke de kerk had door Christus en de profeten en de apostelen, neergelegd in de Heilige Schrift.

De reformatietijd
Van het montanisme komen we nu tot de „profetie" in de reformatietijd. Direct al kunnen we vaststellen, dat de reformatoren aandacht schenken aan de profetie. Deze zien de profetie dan niet als een afgedane zaak uit het verleden, maar als een zaak die in de kerk van hun dagen van belang was.
Om dit goed in het oog te krijgen, moeten we de achtergrond zien vanwaaruit de betekenis verstaan kan worden, die ze aan de profetie hechtten. In de tijd van de reformatie kwam de zaak van de profetie opnieuw aan de orde, nl. door de wederdopers. Deze secte, die afkerig was van de dwaalleer van Rome, week echter op belangrijke punten toch ook af van de reformatoren. We zagen al dat de secte der wederdopers in dezelfde lijn ligt als de montanisten. We moeten hierbij dit opmerken, dat er in deze en dergelijke stromingen een wettisch element zit. Men protesteert — en ten dele terecht — tegen de verwereldlijkte officiële kerk. Maar het herstel daarvan zocht men door het volk onder een andere wet te brengen, nl. deze wet: het „moet" weer komen tot profetische openbaringen (in de engere zin van het woord), glossolalie, extase.
En als het dat niet is, is het niet goed. Gelukkig is er voor de kerk een andere weg van genezing, nl. dat de kerk opnieuw leert wat het is „uit genade te leven" en „door het geloof alleen gerechtvaardigd te worden". Deze weg alleen voert tot genezing, tot de vrijheid der kinderen Gods. Dat is de weg van voortdurende reformatie.
Wat nu de wederdopers betreft, het verschil met de reformatoren kwam o.a. uit in de manier, waarop zij de profetie weer in de kerk wilden brengen. Daarbij vertoonden ze veel overeenkomst met de montanisten. De wederdopers wilden de samenkomsten van de gemeente inrichten, zoals zij meenden dit te kunnen aflezen in I Cor. 12 en 14 : er moesten weer mannen opstaan in de samenkomsten, die rechtstreeks door de Geest geleid werden en profetische openbaringen uitspraken. Dat bracht mee, dat er — volgens deze gedachtengang — geen voorbereidende studie voor het predikambt nodig was, en dus ook geen kennis van Hebreeuws en Grieks, de talen waarin Oud en Nieuw Testament geschreven zijn.
En nu mogen er verschillen geweest zijn tussen de reformatoren onderling, hierin waren ze één, dat ze zich duidelijk bewust waren van het gevaar van de gedachte der wederdopers op dit punt van het ambt. De vrees voor dit gevaar — dat moet m.i. erkend worden — heeft wel in sterke mate de opvatting der reformatoren aangaande de profetie, en dan vooral hun opvatting van I Cor. 12 en 14, beïnvloed.
Gegevens hierover zijn te vinden in het boek van dr. H. H. Kuyper over „De opleiding tot de Dienst des Woords bij de Gereformeerden" (1891). Enkele gegevens, die van belang zijn voor ons onderwerp, wil ik hier weergeven. En we letten dan achtereenvolgens op de profetie bij Luther, Zwingli en Calvijn.
                                                                                           J. d. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De „Profetie” in de kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1969

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's